CITIES: Proactief maar niet activistisch

Platform jong talent

CITIES: Proactief maar niet activistisch

Door: Jeroen Junte | 12-10-2013

Francesca Miazzo is geen architect of stedenbouwkundige. Toch begeeft ze zich als urban researcher veelvuldig op het werkveld van stedenbouwkundigen en architecten. Zo deed ze onderzoek naar de relatie tussen voedsel en de stad, de invloed van informele burgerinitiatieven op gebiedsontwikkeling en afvalstromen en hergebruik in stedelijke context. Met projecten als We Own the City en Farming the City wist ze haar organisatie CITIES – The Magazine in vier jaar te ontwikkelen tot een internationaal opererend onderzoeksbureau.

Scenario’s

Strikt genomen is Francesca Miazzo geen stedenbouwkundige of architect. ‘Ik heb een masteropleiding in Metropolitan Studies gedaan aan de Universiteit van Amsterdam.’ Ze heeft zelfs geen uitgesproken ideeën over architectuur. ‘Ik heb bijvoorbeeld nauwelijks verstand van materiaal of maatvoering, twee factoren die bepalen of een ontwerp geslaagd is of niet.’ Toch begeeft ze zich als urban researcher veelvuldig op het werkveld van stedenbouwkundigen en architecten. Zo deed ze onderzoek naar de relatie tussen voedsel en de stad, de invloed van informele burgerinitiatieven op gebiedsontwikkeling en afvalstromen en hergebruik in (groot)stedelijke context. ‘Mijn invalshoek is anders. Ik zoek geen oplossing voor stedelijke problematiek in kant-en-klare ontwerpen maar in scenario’s. Of soms geef ik zelfs helemaal geen oplossing maar alleen een analyse. Maar ik buig me over dezelfde vraagstukken als de architect.’

Voor een onderzoek naar de transformatie van een havengebied in de Noorse kuststad Stavanger werkt Miazzo nauw samen met een architect. ‘Zij heeft mij gevraagd om te adviseren over hoe voedselproductie kan dienen als aanjager voor deze stedelijke vernieuwing. Dit onderzoek moet leiden tot een advies en uiteindelijk zelfs tot een gerealiseerd project.’ Maar wat is dan nog het verschil met een stedenbouwkundig project? Na een stilte antwoordt Miazzo: ‘Niet veel. We vullen elkaar aan. Ik ben theoretisch beter onderlegd. Een architect is getraind in het maken van een concreet ontwerp. Maatschappelijke vraagstukken worden steeds complexer en kunnen niet meer worden opgelost door alleen een architect of een onderzoeker.’

De postindustriële stad

Miazzo startte het onlineplatform CITIES – The Magazine tijdens haar studie in 2009 met een Zweedse studiegenoot. ‘Zoals de naam al zegt waren we aanvankelijk alleen een tijdschrift. Het doel was om de muur, die om de wetenschappelijke onderzoekswereld staat, te doorbreken met casestudies en veldonderzoek.’ Eerst werkte Miazzo onbezoldigd aan de website en werden bijdragen van anderen geplaatst op vrijwillige basis. Inmiddels genereert CITIES inkomsten met subsidies en betaald onderzoek en bestaat het team naast Miazzo uit twee onderzoekers op projectbasis, een artdirector en een inhoudelijk redacteur. ‘We zijn nu een professionele organisatie die onafhankelijk onderzoek doet op eigen initiatief of in opdracht van externe partijen. Dat kunnen overheidsinstanties zijn maar ook architectenbureaus of beleidsmakers.’ Maar, zo verzekert ze, CITIES is meer een netwerk dan een echt bedrijf. ‘Voor elk onderwerp zoeken we een geschikt team.’

Het eerste onderzoek werd verricht naar stedelijke vernieuwing van verlaten industriële gebieden. ‘Wat ons opviel is dat hergebruik van industriële gebouwen en districten een ontwikkeling is die wereldwijd plaatsvindt maar op verschillende manieren. In een land als China bijvoorbeeld worden tegelijkertijd nieuwe industriële zones in en bij steden aangelegd, terwijl een stad als Beijing juist een transformatie doorgaat naar een postindustriële stad waarbij moet worden gezocht naar een nieuwe invulling van industriële gebouwen en zones. Maar met CITIES tackelen we zulke globale problemen door ze terug te brengen naar een lokale schaal. Bij elk onderzoek kiezen we één stad als uitgangspunt, meestal Amsterdam.’

3D-printers

Een nieuwe ontwikkeling in deze industriële stadsvernieuwing die Miazzo meer recent heeft ontdekt, is hergebruik van leegstaande fabrieksloodsen voor kleinschalige industrie in de vorm van openbare werkplaatsen. ‘Industriële productie verschuift steeds meer naar personal fabrication met 3D-printers en andere digitale apparatuur. Veel van deze machines zijn te duur voor individuele vakmensen. In Amsterdam-Noord bijvoorbeeld worden collectieve werkplaatsen geopend in voormalige scheepswerven. Een nieuw soort maakindustrie komt terug naar de stad in traditionele industriegebouwen.’

Tijdens deze langdurige onderzoeksprojecten tekenen zich als vanzelf nieuwe interessante thema’s af. Zo werd Miazzo tijdens het onderzoek naar industriële stadsvernieuwing gegrepen door toenemende rol van bottom-up initiatieven. Als testcase onderzocht ze het voormalige Oostelijk havengebied in Amsterdam waar tegenwoordig cultureel platform Mediamatic en hippe horeca als Roest maar ook gevestigde bedrijven als de Persgroep zijn gevestigd. ‘Inmiddels is dit een bedrijventerrein met een interessant cultureel profiel. Maar deze vernieuwing is begonnen met bottom-up initiatieven van particulieren. Juist de afwezigheid van strikte overheidsregulering creëerde een voedingsbodem voor innovatieve gebiedsontwikkeling.’

Buurtprojecten

Dit onderzoek naar bottom-up initiatieven werd vervolgens uitgebreid door een kaart van Amsterdam te maken van alle stopgezette bouwprojecten. Over deze kaart werd vervolgens aan kaart gelegd van de diverse bottom-up initiatieven in Amsterdam. ‘Op sommige plekken bleken de locaties te overlappen. Dit bleken in veel gevallen ook nog eens nieuwe hotspots te worden voor stedelijke vernieuwing.’ In samenwerking met architectuurcentrum ARCAM werd hiervan de expositie We Own The City gemaakt met vier casestudies, variërend van stadslandbouw tot buurtprojecten als een tijdelijk paviljoen in het Noorderpark in Amsterdam-Noord. ‘Aansluitend kregen we de uitnodiging om hetzelfde project te doen in Hongkong. Maar hier leggen we het accent meer op de manier waarop traditionele top-down partijen, zoals politici en ook grote architectenbureaus als OMA en MVRDV, hun processen veranderen om burgerinitiatief te betrekken. Dit onderzoek wordt uiteindelijk geen expositie maar een boek.’

Zo heeft CITIES zich gaandeweg ontpopt van een online publicatie tot een denktank die gebruik maakt van de meest uiteenlopende media om onderzoek te presenteren, vertelt Miazzo. Knipogend: ‘We zijn geen magazine maar een magazzino, het Italiaanse woord voor een warenhuis met verschillende departementen.’ CITIES fungeert als consultancy, geeft publicaties uit, organiseert exposities, initieert debat en verzorgt workshops en lezingen. Elk onderzoek vraagt om een eigen presentatie of platform, legt ze uit. Maar veel belangrijker is diversiteit als overlevingsstrategie. ‘Waarom is Detroit failliet gegaan? Omdat ze economisch afhankelijk was van één sector.’

Urban farming

Het thema, waarmee CITIES zich de afgelopen twee jaar op de kaart heeft gezet, is voedsel. Dit thema is zo veelomvattend dat we onder de noemer Farming The City voor verschillende presentatievormen hebben gekozen: een boek, een expositie, de lancering van de website Voedsellogica.com en zelfs het runnen van een stadsboerderijtje in Amsterdam-Noord waar werd geëxperimenteerd met gewassen en workshops werden gegeven. Als testcase voor het onderzoek fungeerde wederom Amsterdam.

‘De uitkomst was dat er geen economische noodzaak is voor voedselproductie in Amsterdam’, vat Miazzo samen. ‘Als je Amsterdam- Noord uit fietst, sta je in een paar kilometer in een agrarisch gebied met melkproductie en diverse gewassen. Waarom dan tomaten verbouwen op een dakterras? Het probleem is vaak niet de productie van voedsel maar de verspreiding van voedsel onder stadsbewoners. Dat ligt vaak in handen van slechts een handjevol partijen, zoals de groothandel en supermarktketens. Daarom moeten alle schakels in de voedselketen, inclusief verwerking, verpakking en verkoop, lokaal worden geregeld. De overheid moet deze voedselindustrie op dezelfde manier stimuleren zoals het de afgelopen decennia heeft gedaan met de creatieve industrie. De vernieuwing van industriële zones in steden kan tegelijkertijd een rol spelen in dit stimuleringsbeleid.’

Oftewel: voedselproductie is slechts een instrument voor stedelijke kwaliteitsverbetering. ‘Daarom draagt het boek Farming The City de ondertitel Food as a Tool for Today’s Urbanisation.’ Toch kan concrete voedselproductie in de stad een bijdrage leveren aan het leefklimaat doordat het de waardering voor voedsel stimuleert. ‘Inwoners van steden vinden het vaak vanzelfsprekend dat er elke dag weer een maaltijd op hun bord ligt. Terwijl voedsel feitelijk onzichtbaar is, tenzij het in de winkel of ons bord ligt.’

Om de relatie tussen voedsel en de stad inzichtelijk te maken heeft CITIES de Old Amsterdam Food Tour samengesteld. ‘Deze tour vertelt het verhaal van de voedselgeschiedenis van Amsterdam en leidt langs plaatsen die in het verleden een belangrijke rol speelden in de voedselvoorziening van de stad. Eén tour is te voet, voert door het oude stadshart en vertelt het verhaal van de vroege voedselgeschiedenis van de stad. Daarnaast is er een fietstoer langs de 19e eeuwse stadsrand van Amsterdam, die vertelt het verhaal van de voedselgeschiedenis van Amsterdam ten tijde van de Industriële Revolutie, een periode van grote veranderingen. Na afloop zien deelnemers hoe Amsterdam letterlijk is gevormd door voedsel. De manier waarop de grachten zijn vormgegeven was om de proviandschepen uit het achterland eenvoudig de stad in te kunnen laten varen.’

Door de keuze voor onderzoeksthema’s als bottom-up initiatieven en stadslandbouw, gekoppeld aan toegankelijke en laagdrempelige presentatievormen zoals stadrondleidingen of een stadsboerderij, heeft CITIES een activistische uitstraling. ‘We zijn proactief maar niet activistisch. We kiezen voor urgente thema’s en durven een standpunt in te nemen over wat er vervolgens zou moeten gebeuren. Indien nodig nemen we daarbij een kritisch standpunt in. Alleen onderzoek doen is niet bevredigend. Er moet een praktische uitkomst zijn in de vorm van een analyse of zelfs een advies. Maar we bemoeien ons niet met politiek of het bestuur om ons standpunt te realiseren.’

Favoriete historische gebouw? De Toren van Babel is het meest interessante gebouw. Uiteraard is deze keuze niet gebaseerd op esthetisch-architectonische overwegingen maar als een ode aan de diversiteit. Ik heb geleerd dat diversiteit een onmisbare factor voor succes is in uiteenlopende systemen: economisch, stedelijk, sociaal en de natuur.
Favoriete hedendaagse gebouw? Het WikiHouse, dat ook al geen echt gebouw is. Het ontwerp is niets meer dan bouwplan dat mensen kunnen downloaden. Hiermee kunnen ze vervolgens zelfs een huis bouwen. Aangezien ik niet als architect ben opgeleid, heb ik weinig ideeën over esthetiek en materiaal. Mijn focus ligt vooral op de betekenis van een gebouw.
Favoriete Nederlandse gebouw? Mijn laatste ontdekking is de Demontabele T-Shelter, een noodhuis gebouwd van puin dat is te zien op de Campus Port van Amsterdam van De Mobiele Fabriek. Het gebouwtje is geheel gemaakt van puin en kan dus ter plekke worden gebouwd bij de sloop van een gebouw of in noodsituaties. Het ontwerp is oprecht lelijk maar de techniek vertegenwoordigt exact wat ik belangrijk vind in architectuur.
Favoriete architect? Richard Buckminister Fuller. Tijdens mijn research voor het project We Own The City, kwam ik filosofische ideeën van hem tegen over de emergence by emergency. ‘Bucky’ formuleert hiermee de mogelijkheid om oplossingen te vinden bij onverwachte gebeurtenissen.
Favoriete hedendaagse architect? Eigenlijk ken ik niet zo heel veel architecten. Voor mijn boek Farming The City heb ik samengewerkt met 2012 Architecten. Tegenwoordig heten ze Superuse Studios en ze ontwikkelen het platform www.cyclifier.org dat zich richt op de productie waarbij hergebruik van lokale materialen of energiebronnen centraal staat. Vanwege deze overtuiging zijn ze mijn favoriete bureau.
Favoriete Nederlandse architect? Van de Nederlandse starchitects is Winy Maas mij favoriet, omdat MVRDV de laatste tijd veel aandacht heeft voor diversiteit en flexibiliteit als conceptueel uitgangspunt voor architectuur.
Wanneer niet in Nederland, vanuit welk land zou je dan willen werken? Brazilië. De redenen liggen voor de hand.
Wat zou je nooit ontwikkelen? Ik zou nooit iets ontwikkelen dat verband houdt met rijdend transport.
Wat irriteert je het meest in het vak? Ik kan me voorstellen dat het voor sommigen te conceptueel is.
Wat is je droomopdracht? Het ontwerpen van een lokale duurzame strategie met voldoende budget om het concept te vervolgens daadwerkelijk realiseren.
Belangrijkste inspiratiebron buiten architectuur? Mijn vader. Tijdens een van mijn tumultueuze crises over ‘wat ik met mijn leven moet doen?’ vertelde hij mij: ‘Doe wat je wilt, maar doe het goed!’

Francesca Miazzo is in 1982 geboren in Milaan, waar ze in 2006 een bacheloropleiding in Human Science of the Land, the Environment and the Landscape voltooide. Van 2007 tot 2009 deed Miazzo de masteropleiding Urban Geography aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds 2007 werkt ze als researcher bij GLOC NET. In 2009 richtte ze met een Zweedse studiegenoot het onlineplatform CITIES – The Magazine op, waarbij ze nog steeds werkt als hoofdredacteur en onderzoeker.

Tekst: Jeroen Junte
Gepubliceerd in ArchitectuurNL 06 2013

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: , , , , , , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.