De contextuele ontwerpbenadering van Jan Nauta

Platform jong talent

De contextuele ontwerpbenadering van Jan Nauta

Door: Jeroen Junte | 30-05-2017

Na zijn studie aan de Architectural Association School of Architecture in Londen, startte Jan Nauta in 2013 zijn eigen bureau in Rotterdam. De stap van ‘het hoofd in de wolken naar de voeten op de bouwplaats’ was groot. Inmiddels ervaart hij in de praktijk dat architectuur een krachtenveld is waarin politiek, geld, technologie en sociale vraagstukken een rol spelen. ‘Alleen door deze krachten goed te inventariseren kun je de context van architectuur beheersen en van daaruit kwalitatieve verandering realiseren.’

‘Een reality check’ noemt Jan Nauta de start van zijn eigen bureau Studio Nauta in 2013. De voorafgaande vier jaar studeerde hij aan de Architectural Association School of Architecture in Londen, de prestigieuze opleiding beter bekend als ‘the AA’ waaraan ook starchitects als Zaha Hadid en Rem Koolhaas studeerden. Nauta kreeg er les van grootheden als Bernard Tschumi. Het was ‘een intellectueel bad’ waarin hij zich vol overgave onderdompelde in de historie en theorie van architectuur. Vier jaar geleden was er zelfs twijfel over een toekomst als bouwend architect. Hij maakte tentoonstellingen, deed onderzoek en overwoog te promoveren. ‘Ik kwam van school met een rotsvaste overtuiging dat ik de wereld kon helpen veranderen via een theoretische weg. Door het documenteren van ideeën en kennis. Best pretentieus eigenlijk’, zegt hij nu. Al onderkent hij de waarde van deze intellectuele basis. ‘Het heeft mij geleerd om kritisch te zijn en te zoeken naar de historische context.’

Van theorie naar praktijk

Maar eenmaal terug in Nederland moest hij zich dus opeens buigen over alledaagse besognes als acquisitie en detaillering. Hij ervaarde dat architectuur een weerbarstige discipline is waarin praktische problemen bepalend kunnen zijn voor de uitkomst van een ontwerp. Zijn eerste opdracht was de uitbreiding van het huis van tv-kok Herman de Blijker in Rotterdam. ‘Gewoon bouwen.’ Daarna volgde de verbouwing van een school in Amsterdam tot een gezinswoning. ‘Daar ontdekte ik de kick van fysieke realisatie.’ Natuurlijk was de stap groot van ‘het hoofd in de wolken naar de voeten op de bouwplaats’. Maar inmiddels ziet Nauta de baksteen – tijdens zijn studie nog ‘wat armoedig en beperkt’ – als een betaalbaar en ook flexibel materiaal. ‘Elke aannemer kan ermee uit de voeten en het nodigt uit tot harmonieuze esthetiek.’

Focus op context

Inmiddels ervaart hij in de praktijk dat architectuur een krachtenveld is waarin politiek, geld, technologie, cultuur en sociale vraagstukken een rol spelen. Bovendien begeeft een architect zich in de openbare ruimte, waardoor je je toegankelijk, zelfs kwetsbaar opstelt. ‘Alleen door deze krachten goed te inventariseren kun je de context van architectuur beheersen en van daaruit kwalitatieve verandering realiseren.’ Als er iets is dat zijn studio kenmerkt, is het een focus op deze context. Momenteel werkt hij aan een woningbouwproject in Groningen. ‘Driekwart van de tijd gaat zitten in locatieonderzoek. De historie van de locatie, bij een oude stadswal, is belangrijk. Maar ook het inleven in de gebruikers. Er zat daar bijvoorbeeld een start-up kantoor. Daar lopen we dan naar binnen, zogenaamd als potentiële huurders.’

Direct Urbanism

Deze praktische methodiek is overigens aangeleerd op de AA. ‘Ik ben afgestudeerd in Direct Urbanism, een unit ooit opgezet door Bernard Tschumi en Nigel Coates. Daar werd van een architect verlangd dat hij een plek niet alleen observeert maar ook daadwerkelijk ervaart. Immersie is daarbij een veelgebruikt middel.’ Zijn afstudeerproject aan de AA was een Oost-Londense wijk waar werkgelegenheid volgens etnische structuren is verdeeld. ‘De Bengladeshi bijvoorbeeld zitten in de kledingindustrie, etc. Om inzicht te krijgen in de locatie heb ik bij veel van die textielbedrijfjes gesolliciteerd. Het hoeft niet altijd zo radicaal maar locatieonderzoek gaat voor mij verder dan het bestuderen van de fysieke statische omgeving. Deze werkwijze zit diep in mijn architectonische DNA.’
Zijn loopbaan begon met de praktijkgerichte HTS. Vervolgens stond hij op de drempel van een studie Bouwkunde in Delft. ‘Maar dat was mij toch te stoffig, hiërarchisch en bureaucratisch. Vooral het heilige geloof in methodiek werkte weerzinwekkend.’ De AA in Londen met ruimte voor onderzoek en experiment trok. ‘Je kunt er gewoon afstuderen met een film.’

Cedric Price

Na zijn afstuderen werkte hij als onderzoeker aan een vuistdikke monografie over de Britse architect Cedric Price (1934-2003), die ondanks zijn beperkte gebouwde oeuvre wordt bejubeld door beroemde vakgenoten als Rem Koolhaas en Norman Foster. Vervolgens maakte Nauta zelfstandig een tentoonstelling over Price in Bureau Europa in Maastricht. Bij de expositie hoorde ook de lancering van een non-lineaire webdocumentaire over Price. ‘Ik heb interviews gedaan met architecten, critici en historici over het werk van Price. Dit materiaal heb ik met filmmaker Victor Vroegindeweij gepresenteerd in een website waarin gezocht kan worden op de interviews met bijvoorbeeld Will Alsop, Hans Ulrich Obrist en Bernard Tschumi maar ook op thema’s als Tijd, Eten of projecten als het Fun Palace.’ Op www.cedricprice.com is de Memory Bank te zien.

Gezond pragmatisme

In zijn studio streeft Nauta naar de combinatie van ontwerppraktijk en theoretisch onderzoek. Aan dat laatste schort het momenteel. ‘Grote denkers en vernieuwers als Price zijn er op dit moment niet veel, zeker onder jongere architecten. Terwijl we in een tijd leven waarin veel verandert.’ Natuurlijk was er in de revolutionaire jaren zestig en zeventig veel meer ruimte voor abstracte en kritische bespiegelingen op stedenbouw en architectuur. ‘Het was een tijd van idealisme en vooruitgangsdenken. Rem Koolhaas begon met het publiceren van boeken. Hij schreef architectuur, als het ware. Nu werken veel jonge architecten met een gezond pragmatisme en storten zich op het bouwen.’ Deze opvatting wordt geschraagd door de deelname van Studio Nauta aan Maatwerk, de spraakmakende exposite over Nederlandse en Belgische architectuur in het Duitse Frankfurt in 2016. Zo schreef de Volkskrant: ‘De Nederlandse architectuur blijkt een stervende zwaan, terwijl België […] zich onderscheidt met precieze uitwerking en creativiteit’.
Dat de economische omstandigheden voor architectuur nog steeds niet best zijn (Nauta hekelt vooral ‘het laffe opdrachtgeverschap waarbij rendement alleen in financiële zin wordt gemeten’) hoeft kwaliteit niet in de weg te staan. ‘De huidige schaarste dwingt tot kritische beslissingen. Er is een enorme focus op de context en op materiële kwaliteit en verfijnde detaillering. Architecten willen tastbare kwaliteit leveren, ook als antwoord op de sensationele kritiek op de vorige generatie. Juist in de overvloedige tijd van de Superdutch is enorm veel arme architectuur gerealiseerd. Het Moebiushuis van Ben van Berkel is enorm fotogeniek maar als je ziet hoe het er vandaag de dag bij staat, dat is bedroevend. Villa VPRO heeft zich eveneens bewezen als een onwerkbaar gebouw.’

Narratieve kwaliteit van architectuur

Een vastomlijnd plan hoe zijn studio zich moet ontwikkelen heeft hij niet. ‘De eerste jaren zijn eigenlijk zonder businessplan heel goed en vanzelfsprekend verlopen. De opdrachten groeien in schaal, complexiteit en diversiteit.’ Al zijn er ook brandende ambities. ‘Ik wil heel graag een openbaar gebouw ontwerpen. Een bibliotheek, een school of een sportfaciliteit bijvoorbeeld.’ Ook wil Nauta zich toeleggen op de narratieve kwaliteit van architectuur. ‘Hoe kan een gebouw het verhaal van een plek vertellen. Van de mensen die er wonen, werken en leven of de geschiedenis nog voor de menselijke interventie.’ En niet te vergeten de ‘eigen geschiedenis’, die van de architectuur. En dat laatste wordt steeds belangrijker, meent Nauta. ‘Niet voor niets zei Rem Koolhaas: ‘Het lijkt we of een van de belangrijkste dingen die wij architecten ter tafel brengen het geheugen is’. Oftewel, de verzamelde kennis van ons over de gebouwde omgeving, over leefkwaliteit, over menselijk gedrag, is onmisbaar in het krachtenveld van politiek, ontwikkelaars en eindgebruikers bij de realisatie van architectuur.’

Eigentijds kennisarchief

Daarom zal het ‘investeren in kennis’ altijd onderdeel blijven van zijn praktijk. ‘Het Cedric Price-project wil ik doorzetten en in het verlengde daarvan wil ik mij buigen over de archivering van kennis. Het vakgebied is enorm slecht daarin. We zijn allemaal continu opnieuw het wiel aan het uitvinden. Neem de detaillering van een raam. Bij elk project moet ik mij daarover buigen. Maar als ik toegang zou hebben tot een overzichtelijk vakarchief, dan zou dat enorm veel tijd en moeite besparen en bovendien betere kwaliteit opleveren.’ Dat het toegankelijker maken van deze kennis ook kan leiden tot een meer oppervlakkige architectuur, waarin steeds weer dezelfde vormtaal, details en materialen opduiken, daar maakt Nauta zich geen zorgen over. ‘Dat is nu ook al het geval. Maar daar kom je dan niet meer mee weg, want iedereen kan eenvoudig uitpluizen waarop een ontwerp is gebaseerd.’
Nauta heeft ook ideeën hoe zo’n eigentijds kennisarchief eruit kan zien. Zijn documentairefilm over Cedric Price is daarvan een voorbeeld. Deze productie is volgens hem zelfs een vorm van architectuur. ‘De documentaire de Memory Bank is feitelijk niets meer dan een toegankelijke ordening van een bulk van informatie. Daarvoor heb ik een passende structuur ontworpen. Precies waarvoor ik ben opgeleid. Architectuur is meer dan het ontwerpen van gebouwen.’ Ook het curatorschap van Rem Koolhaas van de Architectuurbiënnale van Venetië in 2014 ziet Nauta als een blijvende een inspiratie. ‘Vooral zijn paviljoen waarin hij de fundamenten van de architectuur documenteerde, is een waardevolle kennisbron over de alledaagse aspecten van het vak, zoals ramen en trappen. Daarnaast verdiept het de manieren waarop deze kennis kan worden ontsloten. Daar wil ook een bijdrage aan leveren.’

Projectbeschrijvingen

Het Huis in het Bos is een nieuwbouw privéwoning in Biggekerke op het eiland Walcheren. Het huis bestaat uit vijf ongelijke volumes, waarvan twee gerenoveerde ‘schuurtjes.’ Samen produceren ze een gefragmenteerd en laaggelegen ensemble, met een open binnenplaats als kern. Het ‘slaapgebouw’ bestaat uit twee verdiepingen en is half verzonken in de grond. Gelegen tegen de boomgrens kijken de slaapkamers recht in het bos. Het ‘sociale gebouw’ bevindt zich op de begane grond en huisvest de keuken, eetkamer, open haard en een speelkamer. Een colonnade verbindt de twee gebouwen. Met zijn gefragmenteerd en laaggelegen configuratie streeft het huis onderdanig te zijn aan haar buitengewone natuurlijke omgeving

Huis in een school in Amsterdam. Transformatie van twee voormalige klaslokalen en een stuk gang naar een gezinswoning. Het ontwerp bestaat uit een strikte scheiding tussen openheid en geslotenheid. Door het verbinden van een lokaal en de aangrenzende gang werden de voor- en achterzijde van het pand verbonden en ontstond een loftachtig interieur voor het communale deel van het gezinsleven. Door het nauwkeurig verkavelen van het andere lokaal creëerde Nauta een reeks ruimten voor slapen en wassen. De opdrachtgever wilde zoveel mogelijk opslagruimte zonder hiervoor leefruimte op te offeren. Daarom is berging door het gehele appartement gebruikt als een ruimte verdelend element.

Cedric Price – Memory Bank, een interactieve documentaire over de Britse architect Cedric Price (1934-2003). Het project construeert een portret van de invloedrijke denker door het interviewen van zijn netwerk. De interviews zijn thematisch gecodeerd. De codes leggen inhoudelijke verbanden tussen de verschillende fragmenten. Op basis van de interesse van de kijker wordt per sessie een unieke verhaallijn geactiveerd.

Woonblok in Groningen. Transformatie van panden aan de Prinsenstraat en de Barakken tot 31 appartementen, in oppervlakte variërend tussen de 55 en 95 m2. De compositie, programmering en materialisatie van de bestaande context vormen de hoofdingrediënten voor het ontwerp. Waardevolle historische fragmenten worden gerestaureerd en opgenomen in het nieuwe ensemble. Het oude ritme wordt teruggebracht in het gevelbeeld en door voort te bouwen op de kwalitatieve elementen uit de omgeving wordt het verscheurde straatbeeld van de Prinsenstraat hersteld.

Questionnaire

Favoriet historisch gebouw? Ik hou van gebouwen die nauw verbonden zijn met hun omgeving. Villa Almerico Capra ‘La Rotonda’ van Andrea Palladio en het Louisiana Museum of Modern Art van Vilhelm Wohlert zijn voor mij de perfecte voorbeelden.

Favoriet hedendaags gebouw? Het Centre Pompidou van Richard Rogers en Renzo Piano blijft me fascineren. Geweldig hoe op alle schalen wordt geëxperimenteerd; materialen, techniek, organisatie en vorm.

Favoriet Nederlands gebouw? De Van Nelle Fabriek van Brinkman & Van der Vlugt nadert een soort volmaaktheid; een fantastische symbiose van ideologie en technologie.

Favoriete architect? Hoewel Cedric Price nauwelijks gebouwd heeft is hij voor mij het ultieme rolmodel. Hij was het die zei: No one should be interested in building bridges, they should be interested in how to get to the other side. Zijn moraalfilosofische houding wordt met de dag belangrijker.

Favoriete hedendaagse architect? Rem Koolhaas. Hij blijft onnavolgbaar.

Favoriete Nederlandse architect? Idem dus. Laat ik als tweede Brinkman & Van der Vlugt noemen.

Wanneer niet in Nederland, vanuit welk land zou je dan willen werken? Ik ben wel een sucker voor Scandinavische maakbaarheid: Zweden.

Wat zou je nooit ontwerpen? Het ligt voor de hand om hier gevangenis te zeggen. Maar eerlijk gezegd zou ik dat best willen doen. Ik zou geloof ik alles wel ontwerpen. De vraag is voor wie.

Wat irriteert je het meest in het vak? Hardcore marktdenken. Zoals Koolhaas in 1994 al zei: ‘this century has been losing a battle with the issue of quantity’.

Wat is je droomopdracht? Het lijkt me fantastisch om een school te ontwerpen.

Belangrijkste inspiratiebron buiten architectuur? Kunstenaars, koks, filmmakers, fotografen en set-designers … veel te veel om op te noemen. Direct denk ik dan aan Ken Adam, Fergus Henderson, Stanley Kubrick, Gerhard Richter, Jacques Tati, Olafur Eliasson, David Lynch, Yves Klein, Ellie Uyttenbroek & Ari Versluis, James Turrell, Piet Oudolf, Thomas Demand, David Hockney, Yotam Ottolenghi, Sue Rogers, Klaas Gubbels, Wes Anderson, Alfred Hitchcock, Madelon Vriesendorp, Bernd en Hilla Becher, Joep van Lieshout, Bas Princen en Frank van der Salm.

Meest waardevolle advies ooit? Kill your darlings en Life is too short

Studio Nauta

Dit artikel is verschenen in ArchitectuurNL 02 2017

Gerelateerd

Tags: , ,

    Schrijf een reactie