Platform Laurens Boodt

Platform jong talent

Platform Laurens Boodt

Door: Jeroen Junte | 06-11-2017

Hoe kunnen we gezinnen in de stad houden? Dat was de vraag van de gemeente Rotterdam bij een prijsvraag voor een innovatief woonconcept. Architect Laurens Boodt zag de oplossing in een semi-openbare brede straat rond een woongebouw. Een schilderij van de Toren van Babel vormde de inspiratie voor zijn winnend ontwerp. Het spel tussen binnen- en buitenruimte – tussen privaat en publiek – fascineert Boodt. ‘Of het nou gezinnen zijn die in de stad of juist ouderen die in een dorp moeten blijven wonen, het draait in mijn praktijk altijd om het vergroten van de leefbaarheid en gemeenschap.’

Toren van Babel op de Lloydpier Rotterdam

De locatie in Rotterdam is uitmuntend: een centrale plek op de Lloydpier met riant uitzicht op de Maas. Met een oppervlakte van ruim 600 vierkante meter is ook het bouwkavel alleszins ambitieus. In 2018 wordt hier begonnen met de bouw van een innovatief wooncomplex met 22 gezinswoningen, een centrale lift, een parkeergarage, een plein op de begane grond, privéterrassen en een collectieve straat. Afmetingen en indelingen van de woningen zijn in samenspraak met bewoners en ze kunnen ook zelf de vorm van de ramen kiezen. Bijzonder aan dit 33 meter hoge wooncomplex is de getrapte gevelopbouw, waardoor de bewoners een aanzienlijke openbare leefruimte delen. Dit innovatieve ontwerp is van Laurens Boodt (1983), die pas twee jaar zelfstandig werkt. Minstens zo bijzonder is dat de jonge architect vanaf het begin betrokken was bij de prijsvraaginzending, het ontwerp en het mede-realiseren van het gebouw. ‘Een droomkans.’ Het begon volgens Boodt allemaal met de vraag: hoe kunnen we gezinnen in de stad houden? Een vraag waar niet alleen Amsterdam maar ook andere grote steden mee worstelen. ‘Gezinnen dragen niet alleen bij aan een toekomstbestendige en diverse stad met diverse voorzieningen maar ook aan de sociale cohesie, doordat ze makkelijker contact met anderen maken. Gezinnen zijn meer betrokken bij een schone en veilige leefomgeving.’ Daarom had de gemeente Rotterdam een prijsvraag uitgeschreven voor een woonconcept dat in deze vraag voorziet. De eerste selectie geschiedde op basis van een woonvisie van slechts twee pagina’s tekst en een referentieblad. ‘Daarbij was de locatie nog niet bekend gemaakt. Het moest een ontwerp opleveren dat op meerdere plekken inzetbaar zou zijn.’ Aan de hand van deze gebouwvisie werden vijf architectenbureaus geselecteerd om een uitgewerkt ontwerpplan te presenteren. Daarvan kreeg de winnaar het kooprecht op de grond om het ontwerp zelf te realiseren. ‘De gemeente hoopt op deze manier nieuwe kansen te genereren voor gezinswoningen. Bovendien is de kans dat een bijzonder plan daadwerkelijk wordt gerealiseerd groter als je selecteert op een concept voor een gebouw. Daarmee krijgt de gemeente juist meer grip op het eindresultaat, was de gedachte.’

Pieter Bruegel

Boodt zag de oplossing van het Rotterdamse gezinsvraagstuk in het vergroten van een gedeelde semi-openbare buitenruimte. ‘Daar kunnen kinderen spelen en de ouders elkaar ontmoeten.’ Deze vermenging van publieke domein met de privéruimtes is op zich niets nieuws, beaamt Boodt, terwijl hij een foto laat zien van een gezellig woonstraatje in het historische stadshart van Delft. Voor de huizen staan bankjes, potplanten en zandbakken. ‘Daar kunnen mensen een praatje maken met de buren of elkaars kinderen in de gaten houden.’ De vraag is alleen: hoe combineer je deze leefkwaliteit met een verdichte woonomgeving als hoogbouw? Oftewel: hoe kun je straat en woning dichter bij elkaar brengen en toch stapelen? ‘Nou, zo dus’, zegt Boodt, wijzend op een foto van het schilderij van de Toren van Babel van de schilder Pieter Bruegel. Op dit schilderij loopt een brede straat buitenom langs de ronde toren omhoog en verbindt daarmee niet alleen de verdiepingen maar ook de aanliggende ruimtes.

Brede straat rond woontoren

‘Eigenlijk is het enige verschil dat in ons gebouw BABEL elke verdieping een eigen straat heeft, die met de andere verbonden is via brede trappen.’ Ook is om redenen van privacy van de bewoners gekozen voor woningen met twee lagen. ‘De slaapkamers op de tweede laag liggen dus niet aan een straat maar hebben vrij uitzicht. De ramen van deze kamers zijn ook kleiner.’ Door deze eigenzinnige uitstraling is BABEL een nieuw icoon voor de stad en tegelijk een aangename plek om samen te wonen. Dat vond ook de unanieme jury, die sprak van ‘een huis in de stad’ dat zelfs kan uitgroeien tot ‘een nieuwe woontypologie’. Al moesten daarvoor nog wat kleine aanpassingen worden gedaan. ‘De straten zijn verbreed van twee naar 3,2 meter, waarvan nu slechts 1,20 meter straat is en 2,00 meter privéstrook van bewoners. ‘De collectieve straat is nu feitelijk smaller al wordt dat niet zo beleefd.’ Voor de realisatie werkt Boodt samen met ontwikkelaar AM. ‘De praktische uitvoering van mijn ontwerp is echt een uitdaging’, zegt hij in alle eerlijkheid. Deze samenwerking verloopt goed, al moet de architect soms voor zijn ontwerp staan. ‘Een ontwikkelaar kijkt ook heel terecht naar de kosten en haalbaarheid van een project.’ Zo is om energieverbruik te verlagen de gevel minder open. Ook bleken de gezellige straatklinkers die Boodt voorstelde ingewikkeld toe te passen, omdat het dakpakket te dik wordt. ‘Nu zijn we naar alternatieve materialen op zoek.’ Al vallen de concessies in de praktijk reuze mee.

Kwaliteit van straat en stad

Door het straatleven om het gebouw heen naar boven te wikkelen, versterkt BABEL de verbinding tussen de stad en de woningen. Dit spel tussen binnen- en buitenruimte – tussen privaat en publiek ook – is bepalend voor Boodts fascinaties voor architectuur. ‘Betere woon- en werkplekken verbeteren ook de kwaliteit van de straat de daarmee de stad als geheel. Omgekeerd profiteert ook de binnenruimte van een betere openbare leefomgeving.’ Nadat hij zich in 2015 vestigt als zelfstandig architect – na acht jaar als architect/ontwerper te hebben gewerkt bij het stedenbouwkundig bureau Artgineering – komt daar een fascinatie bij: woningbouw. ‘Dat is een van de belangrijkste actuele thema’s in grootstedelijke architectuur. Er zijn veel te weinig woningen. Bovendien dragen betere woningen bij aan een betere publieke ruimte en dus aan een betere stad.’ Vanuit deze dienende functie van architectuur buigt Boodt zich vervolgens over esthetiek, verhalende waarde of materialiteit. Want ook dat zijn belangrijke kwaliteiten voor een betere leefomgeving, weet hij ook. ‘Maar deze volgen uit de maatschappelijke opgave.’

Lege garageboxen weg uit straatplint

Zijn eerste project was een zelf geïnitieerd onderzoek in zijn eigen Rotterdamse buurt naar vele leegstaande garageboxen en opslagruimtes in de straatplint. ‘Hierdoor zijn woningen en straat zeer gescheiden, wat de sociale cohesie in een straat ondermijnt. De meeste zijn bovendien eigendom van woningcorporaties, zij hebben hiermee de kans om hun eigen beleid voor betere buurten te versterken.’ Nadat hij het onderzoek uitbreidde over de gehele Rotterdamse binnenstad bleek dat meer dan tweehonderd van deze plekken onverhuurd zijn en leegstaan. Boodt bedacht een ontwikkelplan voor deze ‘gaten in de straat’ waarmee hij langsging bij de wooncorporaties. ‘De reacties waren positief.’ Lachend: ‘Ook omdat ze inzagen dat ze hiermee de waarde van hun vastgoed konden vergroten.’ Daarop volgde de opdracht van de corporatie Woonstad voor een studie naar de transformatie van opslag- en bedrijfsruimte naar woningen in de plint van de Bellevoysstraat. ‘De gevels zijn nu gesloten op straatniveau. Mijn voorstel is om die open te breken. Daarmee wordt de vermenging van binnen- en buitenruimte versterkt. Mensen gaan voor hun huis zitten en kinderen kunnen op straat spelen. Dit idee heb ik ook toegepast bij BABEL.’

Zwerm-On: Migratiestromen

Het revitaliseren van ongebruikt woon- en werkpotentieel inspireerde Boodt ook tot een inzending aan A Home Away From Home, de prijsvraag van het Atelier Rijksbouwmeester om de opvang van migratiestromen te koppelen aan leegstaand vastgoed. Boodt ontwikkelde (i.s.m. Elisabeth Boersma) Zwerm-On, flexibele units die letterlijk en figuurlijk aan bestaande leegstaande gebouwen kunnen worden gehaakt. ‘Deze units kunnen worden gebruikt als badhuis, naaiatelier maar ook een specifieke woonfunctie als bad- of slaapkamer hebben, net waar een specifieke context om vraagt.’ De units zijn flexibel in vorm en afmeting maar hebben een herkenbare uitstraling. ‘Migranten krijgen daarmee een zichtbare plek in de samenleving.’

Ruilverwoning: dynamische wooncyclus

Transformatie, woningbouw en architectuur als sociaal bindmiddel – deze thema’s in Boodts praktijk komen samen in de Ruilverwoning in Weststellingwerf. ‘Dit is een gemeente met diverse dorpen met in het midden Wolvega. Het probleem is dat ouderen uit de dorpjes weg trekken naar Wolvega, waar de zorgvoorzieningen zijn geconcentreerd. Tegelijkertijd zijn er veel jongere dorpsbewoners die geen woonruimte kunnen vinden, omdat deze te duur of gewoon niet voor handen is. De dorpskernen mogen niet uitbreiden ten koste van het open landschap en landbouwgrond. Door deze mismatch dreigt onnodige krimp.’ Daarom bedacht Boodt (weer i.s.m. Elisabeth Boersma) de ‘Ruilverwoning’, een inventarisatie van de woonwensen van verschillende dorpsbewoners. Vervolgens wordt gezocht naar een dynamische wooncyclus waarin individuele wensen worden gecombineerd. ‘Oudere mensen geven bijvoorbeeld aan dat er op hun erf nog plek is voor een starterswoning. De nieuwe bewoners kunnen dan meteen een oogje in het zeil houden op de zorgbehoefte van hun buren. Maar je kunt ook denken aan klusboerderijen of collectieve zorgposten en energievoorziening.’ In tegenstelling tot het samenwerken binnen een bouwteam van het gebouw BABEL begeeft Boodt zich op dit Friese platteland in een proces van overleg met verschillende betrokkenen. Al ziet hij zelf vooral overeenkomsten. ‘Of het nou gezinnen zijn die in de stad of juist ouderen die in een dorp moeten blijven wonen, het draait in mijn praktijk altijd om het vergroten van de leefbaarheid en gemeenschap.’

Questionnaire

Favoriet historische gebouw? De Neue Wache in Berlijn, van Karl Friedrich Schinkel, is een heel krachtig gebouw maar er zijn ook intieme ruimtes in gemaakt, zoals de binnenruimte met de ronde opening in het dak en de arcade die samen met het ‘voorplein’ een sequentie vormt.
Favoriet hedendaags gebouw? Bij de Kunsthal van Rem Koolhaas verwonder ik mij elke keer weer over hoe het gebouw inspeelt op de omgeving (en andersom) en hoe dit van binnen terug te zien is.
Favoriet Nederlands gebouw? Nederlandse molens, burchten, boerderijen, etc. en hoe deze zijn opgenomen in het landschap.
Favoriete architect? Andrea Palladio.
Favoriete hedendaagse architect? Rem Koolhaas.
Favoriete Nederlandse architect? Jan David Zocher.
Wanneer niet in Nederland, vanuit welk land zou je dan willen werken? In Italiaanse steden en kleine dorpjes zijn de straten, het landschap, de gebouwen één en kun je de lagen van de tijd zien.
Wat zou je nooit ontwerpen? Als er een klik met een opdrachtgever is, neem ik graag een opdracht aan.
Wat irriteert je het meest in het vak? Het vak begin ik steeds leuker te vinden.
Wat is je droomopdracht? Bijna elke opdracht is een droomopdracht, ik probeer geen onderscheid te maken tussen grote of kleine ontwerpopgaves. Het is altijd leuk om te proberen iets te maken waar anderen verder mee kunnen.
Belangrijkste inspiratiebron buiten architectuur? Schilderijen, tekeningen, standbeelden van paarden, prentenboeken, polders, Nick Cave.
Meest waardevolle advies ooit? Carel de Reus: ‘Bij elke stap tel je je knopen’, ik denk dat hij ermee bedoelde dat je soms moet relativeren.

Tekst Jeroen Junte
Gepubliceerd in ArchitectuurNL 05 2017

Gerelateerd

Tags: , ,

    Schrijf een reactie