Stedelijke dierenverblijven van landschapsarchitect Thijs de Zeeuw

Platform jong talent

Stedelijke dierenverblijven van landschapsarchitect Thijs de Zeeuw

Door: Jeroen Junte | 01-11-2018

Landschapsarchitect Thijs de Zeeuw (1976) is een van de weinige ontwerpers voor dierenverblijven in Nederland. Zijn olifantenverblijf in Artis was genomineerd voor het Beste Gebouw van Amsterdam van 2018. Wat de dierentuin voor De Zeeuw interessant maakt als architectonische opgave, zijn de tegenstrijdigheden. ‘Het ontdekken en observeren daarvan moet leuk en spannend zijn voor bezoekers, terwijl het dier juist geborgenheid en veiligheid moet ervaren.’ Zijn droom? Een vrijwillige dierentuin, vrijwillig voor mens én dier.

De hoogoplopende discussie over hongerende dieren in Oostvaarderplassen van vorige winter heeft landschapsarchitect Thijs de Zeeuw met professionele interesse gevolgd. ‘De ophef over het verhongeren en al dan niet bijvoederen van het aanwezige grootwild roept de vraag op of we de natuur nog wel durven loslaten. We zijn zo gewend om natuur te reguleren dat we niet meer gewend zijn aan de dood. Wanneer zien we nou nog een dood paard of zelfs maar varkens, terwijl we die we dagelijks eten?’ Wat De Zeeuw intrigeerde was de achterliggende vraag: Welke risico’s zijn wij bereid te nemen om dieren terug te brengen in onze leefwereld? In de waterrijke nieuwbouwwijk Houthavens begeleidt de landschapsarchitect een ontwerpend onderzoek van WUR studenten naar het uitzetten van bevers. ‘Wat gebeurt er als de bever tuinen vernielt? Of bootjes kapot knaagt? Kun je nagaan als er straks weer wolven rondlopen in Nederland. Willen we dat eigenlijk wel?’

Artis en Armenië

De Zeeuw is een van de weinige ontwerpers voor dierenverblijven in Nederland. Zo ontwierp hij zes dierenverblijven in Artis en drie in de dierentuin van de Armeense hoofdstad Jerevan. Zijn olifantenverblijf in Artis was een van de tien nominaties voor het Beste Gebouw van Amsterdam van 2018. Wat de dierentuin interessant maakt als architectonische opgave zijn de tegenstrijdigheden, aldus De Zeeuw. ‘De moderne dierentuin is een kennisinstituut maar tegelijkertijd ook een plek om exotische dieren te zien. Het ontdekken en observeren daarvan moet leuk en spannend zijn voor bezoekers, terwijl het dier juist geborgenheid en veiligheid moet ervaren.’

Lokale vegetatie

Een dierentuin is feitelijk een park met daarin eilanden waarin verschillende diersoorten leven, is de opvatting van De Zeeuw. ‘Dat park moet een samenhang hebben maar elk eiland afzonderlijk heeft weer zijn eigen samenhang. Voor elk dierenverblijf ontwerp ik telkens een nieuw ecosysteem. In deze omgeving zit een dier dat samenleeft met andere dieren maar ook met verzorgers, bezoekers en de omgeving buiten zijn verblijf. Een dierentuin is opgebouwd uit diverse van deze kunstmatige maar zelfstandige functionerende ecosystemen, eigenlijk net als het hele Nederlandse landschap.’

Thijs de Zeeuw is opgeleid als landschapsarchitect aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. Zijn afstudeerproject was de transformatie van de parkeerplaats van Artis tot stadsnatuur met lokale vegetatie, als tegenwicht voor de exotische ecosystemen in de dierentuin. ‘Zo ben ik er min of meer in gerold.’ Al heeft hij daarvoor sommige ontwerpprincipes over boord moeten zetten. ‘Op de Academie van Bouwkunst leer je dat je een dialoog moet aangaan met de gebruiker. Dat kan niet met dieren. Bovendien past een dier zich niet aan, zoals mensen. Een dier is genadeloos. Als het leefklimaat niet deugt, bijvoorbeeld omdat er te veel licht is of de luchtvochtigheid te hoog, of door magnetische straling van de materialen of elektriciteit, dan wordt dat niet geaccepteerd.’ Door deze onvoorspelbaarheid blijft het ontwerp van een dierenverblijf vaak een ‘educated guess’, aldus De Zeeuw. ‘Hoe weet je wat de juiste zuurgraad is van het water in een olifantenbassin? Of op wat voor steen gemzen het liefste klimmen? Dat moet je zelf uitpuzzelen.’

Amateur-bioloog

Naast landschapsarchitect is De Zeeuw inmiddels ook amateur-bioloog. Wat wil de olifant? Over deze curieuze vraag moest hij zich buigen bij het ontwerp van het olifantenverblijf. Daarvoor las hij natuurboeken, soms wel meer dan honderd jaar oud. Ook sprak hij uitvoerig met de dierverzorgers van Artis. Zo leerde hij bijvoorbeeld dat de olifant zijn huid moeten schuren. ‘Daarom heb ik betonplaten met oppervlakten met verschillende ruwheid geplaatst, want elke olifant heeft zo zijn eigen voorkeur. De platen zijn geplaatst op de middagzon en hebben verschillende kleuren, zodat ze meer of minder warmte vasthouden, zodat ze gebruikt kunnen worden voor verwarming of verkoeling. De formatie van de platen zorgt voor luwte, ongeacht de windrichting. De afstand tussen de betonplaten biedt ruimte voor begroeiing. Wist je dat het plant- en boomafval in Artis aan de dieren wordt gevoed?’

Verzorgers en bezoekers

Behalve met de eindgebruiker – de olifant – moet De Zeeuw ook rekening houden met de eisen van de verzorgers, van wie hij de meeste inmiddels kent, afgaande op de vele begroetingen die hij maakt tijdens een wandeling door Artis. ‘Zij zijn weliswaar grotendeels onzichtbaar maar essentieel. Als zij hun werk niet goed kunnen doen, dan functioneert de hele dierentuin niet meer.’ Ten slotte moet zijn architectuur in dienst staan van de bezoekers. ‘Bij het krokodillenbassin had ik een kleine drempel geplaatst tussen de betonvloer en het glazen hek. Daar kon de krokodil precies zijn bek op leggen. Daar schrokken de bezoekers af en toe erg van, zo’n vier meter lang roofdier met zijn bek bij je voeten.’
De beleving van de bezoekers weegt zwaar in het ontwerp. Voor het olifantenverblijf bedacht De Zeeuw een verlaagd looppad door het waterbassin. ‘Bezoekers kijken nu tegen de dieren op, wat ik heel belangrijk vind. Bovendien zitten ze letterlijk met de neus op de savanne, terwijl de andere bezoekers alleen wat hoofdjes boven het water zien, waardoor het dierenverblijf optisch veel groter wordt.’ Het waterpad zelf is overigens een ontwerp van architect Dingeman Deijs. ‘Door een ragfijne damwand van cortenstaal met een overlopende waterspiegel is de ingreep van een afstand nauwelijks zichtbaar. Een onzichtbare barricade in het water voorkomt dat de olifanten naar de verdiepte brug zwemmen.’

Ambachtelijk experiment

De inrichting van dierentuinen is voortdurend in verandering onder invloed van nieuwe inzichten over veiligheid en dierenwelzijn maar ook door vernieuwingen in de ethische kijk op de verhouding tussen mens en dier. ‘De gebouwen uit de negentiende eeuw in Artis hebben een koloniale uitstraling. Ze zijn gebouwd uit een soort trots op de exotische dieren uit de overzeese gebieden van Nederland. De dieren werden echt tentoongesteld.’ Vervolgens ontwikkelde de dierentuin zich tot kennisinstituut gericht op onderzoek en educatie. ‘De natuurlijke habitat van het oorsprongsgebied werd nauwgezet nagebootst. Maar een leeuw in een groot verblijf heeft alleen maar zin als hij er ook kan jagen.’ De dierentuin is complex en belast met een beladen symboliek. ‘Vaak is een nabootsing van de oorspronkelijke habitat van een diersoort er vooral om een romantisch verlangen van de bezoekers te bevredigen.’

Geen slappe imitatie van savanne of oerwoud

Culturele verschillen tussen dierentuinen in bijvoorbeeld Brazilië, Japan of Zweden zijn er daarentegen nauwelijks. ‘Dierentuinen kopiëren alles van elkaar, dat geven ze zelf ook toe.’ Ter illustratie toont De Zeeuw foto’s van dierenverblijven met gecamoufleerde deuren, aftandse speeltoestellen en minutieuze nagebouwde rotspartijen ‘van al gauw anderhalve ton’. Met als triest dieptepunt een slee in een ijsbeerverblijf. ‘Dat kun je dus bijna overal tegenkomen.’ Het olifantenverblijf van De Zeeuw is geen slappe imitatie van een Afrikaanse savanne of een Indiaas oerwoud. ‘Ik heb in eerste instantie gekeken naar wat de olifant nodig heeft. Het is ontworpen voor olifanten die leven in een stad, die vaak zelfs hier zijn geboren.’ Hierdoor werd het ontwerp ook een architectonische uitdaging. ‘Ik had geen referentiekader, want zo’n eigentijds dierenverblijf bestond nog niet.’ Zelfs het maakproces was een ambachtelijk experiment. ‘Voor de betonplaten is een nieuw proces van beton gieten in houten mallen ontwikkeld.’

Natuur-inclusief bouwen

Na vijf jaar hoofdzakelijk architectuur voor dieren te ontwerpen, tast De Zeeuw af of hij deze specifieke kennis kan toepassen in reguliere stedenbouw. Hij heeft onlangs ingeschreven op een tender voor natuur-inclusief bouwen, waarbij de stadsnatuur een vanzelfsprekende en gelijkwaardige rol speelt in een nieuwbouwplan, denk aan vogelhuizen en vleermuiskasten. ‘Hierbij maak ik gebruik van reguliere ontwerpprincipes als enrichment en affordances. Een verrijkte leefomgeving is essentieel voor dieren, want bij verveling krijgen ze stress.’ Daarnaast moet een menselijke bebouwing voldoende mogelijkheden bieden om door dieren te worden toegeëigend tot leefomgeving.’ De Zeeuw ziet hierbij overeenkomsten tussen mensen en dieren. ‘Voor het verblijf van de prairiehonden heb ik een zandheuvel ontworpen waar ze hun eigen holen kunnen graven.’ Lachend: ‘Een zelfbouwkaveltje eigenlijk. Mensen willen eenzelfde keuzevrijheid in het creëren van de eigen leefomgeving. Door jarenlang dieren te observeren heb ik ook veel geleerd over het menselijk gedrag.’

Aapjes kijken

De vraag of de dierentuin een achterhaald instituut is, is aan De Zeeuw dan ook niet besteed. ‘Het wérkt’, zegt hij, terwijl hij zijn armen spreidt naar de drommen vrolijke families en enthousiaste schoolklassen op de wandelpaden. ‘Zeker nu wij steeds meer in steden wonen en nauwelijks nog met dieren in aanraking komen, vervult de dierentuin een wezenlijke menselijke behoefte aan natuur. De vraag is alleen: wat is de juiste manier om mensen met dieren in contact te brengen?’ De meeste dierentuinen hebben een traditionele verdeling in diersoorten, waardoor een bezoek als snel het spreekwoordelijke aapjes kijken wordt. ‘Dat gaat voorbij aan de complexiteit van de natuur. Misschien moeten we daarnaast af van het idee elke dierentuin zo veel mogelijk verschillende dieren moet tonen. Waarom bijvoorbeeld geen dierentuin met uitsluitend dieren die passen in het lokale klimaat. Of met dieren die enigszins in verband met elkaar staan.’

ZOOOF: Zoo of the Future

Ook zet De Zeeuw een vraagteken bij de nieuwe rol van dierentuin in de preservatie van diersoorten. ‘Je kunt je afvragen hoe zinvol het is om een diersoort te behoeden voor uitsterven, als de enige beschikbare leefomgeving een dierentuin is waar ze worden tentoongesteld?’ Hoe moeten mens en dier met elkaar omgaan? Voor het antwoord op deze fundamentele vraag is De Zeeuw Zoo of the Future (ZOOOF) gestart, een meerjarig onderzoeksprogramma. ‘Staat de mens wel boven het dier? Iemand die zijn hond uitlaat, loopt eigenlijk slaafs achter zijn huisdier aan, raapt zijn stront op en geeft het een hondenkoekje zodra het blaft. Dus wie is hier eigenlijk de baas?’ Onder de noemer ‘Preparing the Ark’ buigt de Zeeuw zich over de theoretische vraag: wat als we naar een andere planeet vertrekken. ‘Welke dieren en beplanting nemen we dan mee?’ Vooralsnog een theoretische vraag, weet ook De Zeeuw. ‘Maar het opent een zoektocht naar welke waarde we aan natuur toedichten.’

Questionnaire

Favoriet historisch landschap? De linie-landschappen; de Stelling van Amsterdam, de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Enorme kunstwerken die toch ingepast waren in het landschap vanwege hun functionaliteit. De omvang en (misschien daardoor) de onzichtbaarheid zijn fenomenaal.
Favoriet hedendaags landschap? L’île Derborence in het Parc Matisse, Lille, door Gilles Clement; het ruwe betonnen eiland dat de wildernis de vrijheid geeft.
Favoriet Nederlands landschap? De Zandmotor. Deze opgespoten zandplaat voor Kijkduin versterkt het strand op een natuurlijke manier met aanspoelend zand. Heel fijne antropocene poging om op landschappelijke/natuurlijke processen in te zetten voor ons kunstmatige landje. Daarnaast heerlijk onbehaaglijk en veranderlijk.
Favoriete ruimtelijk ontwerpers? Gunther Vogt en Alice Foxley, die in staat waren een enorme kennis van natuur en natuurlijke processen om te zetten in een buitengewoon zorgvuldig ontwerp.
Favoriete hedendaagse ruimtelijk ontwerper? De werkwijze van RAAAF, het koppelen van wetenschap en intuïtief ontwerp tot projecten die je van tevoren niet had kunnen voorstellen, vind ik bijzonder inspirerend.
Favoriete Nederlandse ruimtelijk ontwerper? Bureau Vista maakt met enige regelmaat projecten waar ik bewondering voor heb. Op verschillende schaalniveaus zijn zij in staat met en aan natuur te ontwerpen. Zonder een geforceerde esthetiek.
Wanneer niet in Nederland, vanuit welk land zou je dan willen werken? Nieuw-Zeeland; daar is een rivier tot rechtspersoon uitgeroepen. Dat is zo een ander natuurperspectief dan het onze, het lijkt mij enorm interessant vanuit dat perspectief aan landschap en natuur te ontwerpen. Wat zou je nooit ontwerpen? Twee keer hetzelfde.
Wat irriteert je het meest in het vak? Het belang dat men aan een vormentaal hecht. Wat mij betreft mag vorm veel meer functie, of aard of het wezen of hoe je het wilt noemen, volgen.
Wat is je droomopdracht? Een vrijwillige dierentuin. Vrijwillig voor mens én dier. En toch een dierentuin.
Belangrijkste inspiratiebron buiten architectuur? De natuur en gelijk daaraan de kunst. Die beiden blijven verbazen.
Meest waardevolle advies ooit? Ishi no kowan ni shitagahite. Oftewel: luister naar de wens van de steen. Wanneer je met en aan natuur ontwerpt, is het lastig bepalen wanneer het beeld goed is. Deze uitspraak helpt mij vrij te voelen daar intuïtief een besluit in te nemen.

Dit artikel is geschreven door Jeroen Junte en gepubliceerd in ArchitectuurNL 5 2018

Toelichting projecten Thijs de Zeeuw

Het prairiehondenverblijf Artis 2016. Bij het ontwerp is het principe van toe-eigening leidend geweest. De prairiehonden kunnen hun eigen verblijf vormgeven: de juiste bodemsamenstelling voor het graven van gangen en kamers, en niet alleen een zo groot mogelijk oppervlak maar ook een zo groot mogelijk grondvolume. De omliggende tuin refereert aan de Mid-West en is samen met Climmy Schneider ontworpen. De omringende muur is een in lagen gestorte stampbetonnen muur. De horizontale gelaagdheid is een verwijzing naar het prairielandschap en geeft de besloten plek toch een gevoel van weidsheid.

Buitenverblijf Aziatische Olifant Artis 2017. Het verblijf is ‘affordances based’ ontworpen, vanuit het natuurlijk gedrag de olifant: het zoeken naar voedsel, de eigen huidverzorging en het goede geheugen dicteerden de vormgeving. Het volledig nieuwe landschap bootst de natuurlijke habitat niet na, maar anticipeert zo veel mogelijk op het welzijn van de dieren in hun huidige, stedelijke leefomgeving. De rotspartij die het terrein structureert is opgebouwd uit 158 unieke betonslabs en herbergt veel gedragsverrijkende elementen voor de dieren. Verschillende ruwheden van het beton worden gebruikt voor het schuren van de huid, de losse platen zorgen voor uiteenlopende hoeken en gaten waar de dieren naar voedsel kunnen zoeken.

Gerelateerd

Tags: , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.