Tweede Natuur van landschapsarchitect Hannah Schubert

Platform jong talent

Tweede Natuur van landschapsarchitect Hannah Schubert

Door: Jeroen Junte | 10-07-2018

‘Nederland mist plekken waar de ordening is losgelaten. Elke centimeter heeft een bestemming, die ook nog eens is vastgelegd in regels en besluiten. Er is geen ruimte voor het onbestemde, voor de ruige natuur die ongebreideld zijn gang kan gaan’, zegt landschapsarchitect Hannah Schubert (1982). Met haar project Tweede Natuur wil ze niet alleen natuur meer ruimte geven, ze geeft ook gefaalde gebouwen een tweede kans. Daarnaast transformeert ze – soms nauwelijks gebruikte – openbare ruimte in avontuurlijke speellandschappen.

‘Nederland mist plekken waar de ordening is losgelaten. Elke centimeter heeft een bestemming, die ook nog eens is vastgelegd in regels en besluiten. Er is geen ruimte voor het onbestemde, voor de ruige natuur die ongebreideld zijn gang kan gaan’, zegt landschapsarchitect Hannah Schubert (1982). Met haar project Tweede Natuur wil ze niet alleen natuur meer ruimte geven, ze wil ook gefaalde gebouwen een tweede kans geven. ‘Een gebouw dat zijn functie verliest, wat in de praktijk vaak betekent dat het niet meer rendabel is, wordt nu gesloopt. Maar wat als we dat gebouw langzaam maar zeker overgenomen laten worden door het landschap? Dan ontstaan er nieuwe bijzondere plekken van schoonheid en verwondering.’

Aanklacht tegen het rendementsdenken

Het zal niet verbazen dat deze opmerkelijke visie op natuur en leegstand is ontstaan in de jaren van economische crisis. Schubert studeerde er in 2014 mee af aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam, als sluitstuk van een meerjarig onderzoek. ‘Maar’, benadrukt ze, ‘het gaat mij er dus níet om gebouwen te laten vervallen. Ik wil alleen dat we het lot aanvaarden van een gebouw dat zijn functie verliest. Wat doen we dan? Dan poetsen we het weg. Nederland moet opgeruimd en netjes zijn.’ Tegelijkertijd komt natuur steeds verder in het gedrang in Nederland. Vandaar dus haar voorstel om afgedankte gebouwen – geregisseerd – te laten overwoekeren. ‘Met slimme ingrepen kan de natuur vat op een gebouw krijgen. Wat de natuur daarna en daarméé doet, is maar tot op bepaalde hoogte te voorspellen. Het wordt geen gecultiveerde tuin.’
Meer nog dan een ontwerpprincipe om architectuur en landschap te verweven is Tweede Natuur een manifest, zegt Schubert. ‘Het is een aanklacht tegen het rendementsdenken. We hebben niets geleerd van de crisis. We bouwen weer als gekken, waarbij er geen enkele mogelijkheid wordt opengelaten voor plekken die onbestemd zijn. Waarvan we niet weten hoe ze eruit gaan zien. We praten over landschap en natuur in termen van economische waarde. Zelfs een boom moet een geldwaarde vertegenwoordigen! Waar hebben het over?’, zegt Schubert, met onverholen verontwaardiging. Het heeft dan ook iets romantisch, haar combinatie van wildernis, ruïnes, de schoonheid van verval, vergankelijkheid. ‘Het ene vergaat, terwijl het andere tot leven komt. Dat is een poëtische gedachte.’

Tweede Natuur in Scheringa museum

Deze verontwaardiging heeft landschapsarchitect  Hannah Schubert voor haar afstuderen aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam in 2014 doelbewust omgezet in een concreet ontwerp. ‘Uiteindelijk ben ik toch meer landschapsarchitect dan activist.’ Haar keuze voor het leegstaande Scheringa Museum voor Realisme in het West-Friese Opmeer is op z’n minst beladen te noemen. Al ging daar wel een lange zoektocht aan vooraf. ‘Tweede Natuur is geen oplossing voor leegstand. Niet elk gebouw is geschikt. Ik zocht een gebouw waarvan de leegstand pijn doet. Een gebouw dat een zinvolle nieuwe betekenis nodig heeft. Een inwisselbaar kantoorgebouw langs de A10 bijvoorbeeld wordt niet gemist.’ Allengs vormden zich de criteria: gebouwen die te groot zijn, die genegeerd worden en op een verkeerde plek en misschien ook wel in de verkeerde tijd staan. Lang dacht ze aan een kerk. ‘Dat was ooit het middelpunt van een gemeenschap en veel kerken staan er ongebruikt bij.’ Totdat ze ergens las over het leegstaande Scheringa Museum – hét icoon voor falen, rendementsdenken, gebouwde grootheidswaanzin en aftakeling. ‘Een gebouw met dezelfde voetprint als het Rijksmuseum in een dorpje met amper 12.000 inwoners. Het is zelfs nooit gebruikt. Geen enkele Opmeerder is er ooit in geweest. Alsof het was gemaakt voor Tweede Natuur.’
Ook niet onbelangrijk: het Scheringa Museum heeft een constructie en plattegrond die geschikt kan worden gemaakt om diverse flora te laten woekeren. Hoewel de natuur zijn gang moet kunnen gaan, is het Schubert die als een regisseur de voorwaarden daarvoor schept. ‘De kleigrond kent een bescheiden vegetatie. Het Scheringa Museum kan een mini-oase worden waar verschillende micro-habitats ontstaan die zich er thuis voelen.’ Daar zit een helder ontwerp achter, waardoor er plekken met verschillende vegetatie en dus sferen in het gebouw ontstaan, verbonden met een cirkelvormig wandelpad. Een van die paden is maar één dag per jaar open. ‘Zie het als dat neefje dat je maar eens per jaar ziet. Juist dan zie je hoe hij verandert.’ Fase één in het ontwerpproces is bewoners uitnodigen voor een plunderparty. ‘Niet alleen vergroot dit de acceptatie van de nieuwe ruïne, ook wordt het gebouw zo gestript van dakplaten, kozijnen en andere obstakels voor natuurlijke vegetatie. Deze ingrepen worden betaald uit de opbrengsten van de hergebruikte materialen.’ In fase twee wordt de vloer opgengedrild in verschillende lengtes en breedtes voor diversiteit in begroeiing. De buitenmuren worden op een paar plaatsen doorgebroken en dakdelen worden verwijderd voor daglicht en regenwater. Na een zorgvuldige inzaaiing wordt het gebouw ten slotte met rust gelaten. ‘Juist die onvoorspelbaarheid en veranderlijkheid maken deze plek zo bijzonder. Het is nooit af.’

Zoektocht naar moderne ruïnes

Landschapsarchitect Hannah Schubert wordt gedreven door een fascinatie voor hoe tijd de interactie tussen de mens en zijn omgeving beïnvloedt. Er zit zelfs een verkapte aanklacht tegen haastige architectuur in Tweede Natuur. ‘De gebouwen van nu kunnen nooit goede ruïnes opleveren. Daarvoor wordt te veel beton, staal en kunststof gebruikt, waarop planten niet kunnen groeien. Het verraadt een obsessie van architecten met vlekkeloze schoonheid. Elke imperfectie wordt weggepoetst. Maar levert dat ook betere gebouwen op?’ Met een talentbeurs van het Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie bouwt Schubert verder aan dit intensieve en gelaagde onderzoeksproject.
Maar haar zoektocht naar ‘moderne ruïnes’ begon opvallend genoeg met één helder beeld. ‘Ik zat in een grand café in een industriële loods een koffie te drinken en besefte in één keer hoe gaaf het zou zijn als ik daar tussen bomen en planten zou zitten en niet meer zou kunnen zien waar het gebouw eindigt en de natuur begint. Ik zag dat letterlijk voor mij.’ Vervolgens was het befaamde kinderboek Where the wild things are een belangrijke inspiratiebron; Schuberts beide ouders maken kinderboeken. ‘Daarin fantaseert een jongetje over een jungle in zijn slaapkamertje. De spijlen van zijn bed worden bomen, aan de muren groeit klimop, de vloer wordt gras en struiken, hij komt in een andere wereld. Dat beeld, de ultieme kinderdroom, je vertrouwde kamertje dat transformeert in een landschap, is me altijd bijgebleven.’ Eenzelfde transformatie van iets bestaands in een nieuwe plek die uitnodigt tot dromen is het uitgangspunt van Tweede Natuur. ‘Alleen laten wij die magie niet toe in Nederland.’

Expositie in kasteel Groeneveld

Dus toen Hannah Schubert vorig jaar werd uitgenodigd voor een expositie in Kasteel Groeneveld in Baarn, maakte zij een verkenning van hoe dit zorgvuldig opgeknapte Rijksmonument eruit zou hebben gezien als het was vervallen tot een ruïne, overgenomen door natuur. Klimop langs de gelambriseerde muren, mos op het ornamentele plafond en onkruid tussen het parket. ‘Ik denk dat er meer geschikte plekken zijn dan dit mooie kasteeltje. Maar het was een uitgelezen mogelijkheid om te prikkelen.’ Schubert maakte in de kasteelkamers installaties, waarin bezoekers met een kijkdooseffect tegelijkertijd naar het gebouw en naar een verbeelding van de ruïnes over twintig, veertig of tachtig jaar konden kijken. ‘Ik wilde laten zien dat door iets níet te doen – slopen, renoveren, cultiveren tot tuin – ook een magische plek kan ontstaan. Er gaat veel troost uit van plekken die ons herinneren aan onze vergankelijkheid. Dat je als mens ondergeschikt bent aan de hogere natuur. Zelfs, of misschien wel júist in deze tijd, ín Nederland.’
Inmiddels heeft de provincie Noord-Brabant interesse in de ‘Tweede natuur aanpak’. Er wordt een pilot gestart met enkele onbewoonbaar verklaarde dienstwoningen bij de leegstaande Dongecentrale in Geertruidenberg, een voormalige elektriciteitscentrale die een totale metamorfose zal ondergaan. ‘De provincie wil verkennen of dit type gebouwen toch nog een volgend leven kunnen krijgen in het kader van een circulaire economie. Een nieuwe bestemming als natuur past daar heel goed in. Ik ga het experiment Tweede Natuur toepassen op drie dienstwoningen.’

Vlaamse mijnbouw

Naast Tweede Natuur werkt landschapsarchitect Hannah Schubert  bij Carve, een Amsterdams ontwerp- en ingenieursbureau gespecialiseerd in ‘bijzondere bespeelbare openbare ruimtes’, veelal voor kinderen en jongeren. Na een lange studieweg vol omzwervingen – Schubert rondde eerst een bachelor Planologie en een master Metropolitan Studies aan de Universiteit van Amsterdam af – maakte ze de strategische afweging om zich hier te bekwamen tot een landschapsarchitect die in een stedelijke context werkt. ‘Ik ben geen landschapsarchitect die zich buigt over dijken of het Groene Hart. Carve is bovendien een klein team, waardoor ik alles kan doen – van eerste concept tot definitief ontwerp.’
Haar meest ambitieuze project voor Carve en in samenwerking met het Belgische bureau Omgeving, is de transformatie van een zestig meter hoge steenpuinberg in het Belgische mijndorpje Beringen naar een avontuurlijk speellandschap annex monument voor het mijnverleden van de streek. Tegen de heuvel is een betonnen vlak gedrapeerd waarin een glijbaan, een klimlandschap, speeltunnels en een trap zijn verwerkt. ‘Het is een robuust bouwwerk dat de kinderfantasie prikkelt om te spelen. Hoe hoger je komt, hoe zwaarder het beklimmen wordt, doordat de traptreden steeds hoger worden, een speelse verwijzing naar hoe de kompels elkaar naar boven toe moesten helpen.’ Het beton heeft een geometrisch reliëf en wordt geflankeerd door een veld van houten palen dat de komende jaren steeds groener zal worden. ‘Net als mijn individuele ontwerpen is het verbonden met de natuur.’

12 vragen aan landschapsarchitect Hannah Schubert

Favoriet historisch landschap? Bagh-e-Fin in Kashan, Iran, en de ‘Potager du Roi’, de moestuin van Versailles
Favoriet hedendaags landschap? Museum Insel Hombroich, Landschaftspark Duisburg-Nord, Alter Flugplatz Frankfurt am Main en ULAP Square in Berlijn. Projecten die allemaal op hun eigen manier een besef van tijd en veranderlijkheid in zich dragen. In het geval van Insel Hombroich is het de versmelting van kunst, architectuur en landschap die me elke keer weer opnieuw raakt.
Favoriet Nederlands landschap? Dicht bij huis: het Westerpark in Amsterdam, dat jarenlang op mijn dagelijkse route naar werk lag. Mooi voorbeeld van hoe verschillende zones, van natuur tot cultuur, van intiem tot open, met elkaar verweven zijn. Een goed functionerend park is van onschatbare waarde voor een stad.
Favoriete architect? Erwin Heerich, misschien niet de meest voor de hand liggende of zelfs beste architect, maar hij zal voor mij altijd de eerste architect blijven die me met de eenvoud en vorm van zijn werk ontroerde; de versmelting van architectuur, kunst en landschap zijn meesterlijk in Insel Hombroich.
Favoriete hedendaagse landschapsarchitect? Junya Ishigami en Latz und Partner. Om heel verschillende redenen een inspiratiebron; Ishigami om de lichtvoetige schoonheid en jaloersmakende poëzie van zijn projecten, Latz und Partner om hun visionaire ontwerpen als het gaat om postindustriële landschappen.
Favoriete Nederlandse architect? Anouk Vogel; de verfijning van haar projecten vind ik on-Nederlands.
Wanneer niet in Nederland, vanuit welk land zou je dan willen werken? Het zijn niet zozeer landen, maar vooral steden die me trekken. Ik heb in Berlijn gestudeerd, en deze stad blijft mijn tweede ‘Heimat’ met zijn rauwe randen. Dezelfde interessante rauwheid en onafheid zie ik trouwens ook in Gent of Antwerpen, waar voor landschapsarchitecten een grote opgave ligt.
Wat zou je nooit ontwerpen? Iets waardoor nog meer toeristen naar Amsterdam zouden komen.
Wat irriteert je het meest in het vak? Het rendementsdenken. Daar moeten we echt vanaf. Het is bizar dat waarde vrijwel altijd in geld wordt uitgedrukt, en dat daar uiteindelijk al onze keuzes vanaf hangen.
Wat is je droomopdracht? Tweede Natuur in de praktijk brengen en testen of het echt ‘werkt’.
Belangrijkste inspiratiebron buiten landschapsarchitectuur? Eigenlijk alles wat zich op het snijvlak van kunst, architectuur, grafisch ontwerp en illustratie bevindt. Van het werk van Krijn de Koning tot Louis le Roy, Christoph Niemann, Studio Weave, Hiroshige, Noguchi, Bofill tot Zumthor.
Meest waardevolle advies ooit? Een docent zei ooit tegen me dat ik mijn intuïtie moet koppelen aan scherpte, en dat het dan wel goed zou komen. Dat zinnetje is altijd blijven hangen.

Dit artikel is geschreven door Jeroen Junte en gepubliceerd in ArchitectuurNL 3 2018

Gerelateerd

Tags: , ,

    Schrijf een reactie