Van aquapunctuur tot plastic soep – Dingeman Deijs

Architect, Platform jong talent

Van aquapunctuur tot plastic soep – Dingeman Deijs

Door: Jeroen Junte | 23-12-2014

Een terugkerend element in de ontwerpen van Dingeman Deijs is water. Een berg wordt  getransformeerd tot waterrijk recreatiegebied, een waterreservoir in een kantorenpark.  Voor Deijs is de architect die zoekt naar oplossingen voor vraagstukken die traditioneel  buiten zijn vakgebied liggen – afval in zee, klimaatverandering – een nieuwe realiteit.  ‘Waarom zou de architect niet de rol van activist kunnen vervullen en actuele vraagstukken  op de agenda plaatsen met radicale ontwerpen of juist praktische oplossingen?’ 

Waterbergen Zuidas Amsterdam

Onrust op de Zuidas deze zomer. Na een tropische regenbui was de  verlaagde doorgang onder het NS Station Amsterdam-Zuid veranderd  in een rivier. Er kon niemand in of uit. Ook elders in het kantoorgebied  vormden zich grote plassen die het voetgangersverkeer belemmerden.  Ondanks deze extreme wateroverlast was de reactie luchtig: dit was  een incident. Hoe vaak viel er immers zo veel regen in één keer? Steeds  vaker, meent architect Dingeman Deijs. ‘Deze piekneerslag zal de  komende jaren in verdichte stadsgebieden als de Zuidas in Amsterdam  structurele wateroverlast veroorzaken, omdat het regenwater nergens  heen kan.’ Daarom heeft Deijs (i.s.m. architecten Jeroen Atteveld en  Karin Christof) een systeem van ‘aquapunctuur’ ontwikkeld, waarbij op  strategische plekken op de Zuidas waterreservoirs worden gecreëerd.  ‘Deze Waterbergen worden in de stedenbouw geïntegreerd door ze  van een functie te voorzien, zoals een sporthal of een parkeergarage.  Alleen bij extreme wateroverlast worden ze ingezet als waterreservoir.  Tegelijkertijd blijven deze waterbergen zichtbaar, zodat mensen zich  bewust worden van het waterprobleem.’

Tuin VUmc

Dit ontwerpend onderzoek in opdracht het NAi, het Mondriaan Fonds  en het Ministerie van Infrastructuur & Milieu in de Studio for Unsolicited  Architecture heeft uiteindelijk geleid tot een opdracht van VUmc, Dienst  Zuidas en het Ministerie van Infrastructuur & Milieu en zal uitmonden in  de realisatie van een binnentuin voor het VU Ziekenhuis aan de Zuidas.  ‘Het project is nog de ontwerpfase maar uitgangspunt is een permanent  waterbassin dat kan overlopen. Het is een verblijfsgebied met horeca  waar ook al het water van de daken van de omliggende VU-gebouwen  wordt verzameld bij piekneerslag. Dat water wordt natuurlijk gezuiverd  met planten en vervolgens weer gebruikt voor koeling en spoeling van  bijvoorbeeld wc’s in deze gebouwen. Zo wordt het regenwater op een  duurzame manier weer opgenomen.’

Onderzoekend ontwerpen

Een omvangrijk probleem – klimaatverandering in dit geval – wordt  onderzocht en vervolgens uitgewerkt in een concreet architectonisch  ontwerp. Dat is kenmerkend voor de werkwijze van Dingeman Deijs.  ‘Feitelijk is mijn huidige ontwerppraktijk een optelsom van mijn ervaring:  stedenbouw, landschap, onderzoek en architectuur.’ Die ervaring  vergaarde Deijs via de traditionele route. Na de HTS Bouwkunde deed  hij ervaring op bij een groot en gerenommeerd kantoor, Erick van  Egeraat Architecten. ‘Niet echt mijn stijl maar ik vond de internationale  uitstraling van het bureau interessant.’ Vervolgens deed hij de Academie  van Bouwkunst in Amsterdam. Tegelijkertijd werkte hij bij Bureau B+B,  gespecialiseerd in stedenbouw en landschapsontwerp. Om zich meer  op ‘echte architectuur’ te richten, stapte hij over naar Bastiaan Jongerius  Architecten, waarna hij na zijn afstuderen in 2010 voor zichzelf begon.

Pietersberg uitgemergeld

Onderzoekend ontwerpen deed Deijs al met zijn afstudeerproject, een  verkenning van de herbestemming, verduurzaming en ontsluiting van de  Pietersberg bij Maastricht waarmee hij de Archiprix won. ‘Dit landschap is  door de vele steengroeven letterlijk uitgemergeld. Overal in de berg zijn  gapende gaten en veel van de achterliggende gangen staan op instorten.  Tegelijkertijd heeft het gebied een enorme potentie voor bijvoorbeeld  recreatie. Ik heb in de berg betonnen kolommen geplaatst om instorting  van de zwakke mergelkolommen te voorkomen. Deze kolommen krijgen de  functie van overnachtingkamers.’ Aan de rand van de open groeve plaatst  Deijs eetgelegenheden waar wordt gekookt met lokale ingrediënten. De  kolommen voor de onderaardse recreatie worden door beeldhouwers  vormgegeven en vormen openbare kunstwerken. Een natuurlijk zwembad  met regenwater wordt verwarmd door de bergwand op het zuiden. ‘Het is  een ontwerpend onderzoek, grootschalig van opzet, maar uiteindelijk met  een concrete architectonische interventie als uitkomst.’

Energieopwekkende dijken

Een terugkerend element in Deijs’ architectuur op het snijvlak met  landschapsontwerp – een berg die wordt getransformeerd tot  verblijfsgebied, een waterreservoir in een kantorenpark – is water. Met  het onderzoek Rijkere Dijken (i.s.m. Delva Landscape Architects) buigt de  Amsterdamse architect zich over de vraag: kan een dijk meer zijn dan een  controleerbare waterkering? Dit resulteert in dijkwoningen, een energieopwekkende  dijk en een vloeiende dijk die twee natuurgebieden verbindt.  Natuurlijk is zijn achtergrond van invloed op deze waterarchitectuur. ‘Ik ben  opgegroeid aan het water als de eerste generatie polderjeugd in Almere-  Haven. Ik heb een fascinatie voor dat weidse uitgestrekte landschap dat wordt omringd door water. Daar heb ik altijd gesurft en gezeild.’

Brug Artis

Die fascinatie voor de grenzen tussen water en land heeft zich letterlijk  vertaald in het ontwerp voor de brug door het nieuwe olifantenpark in  dierentuin Artis (i.s.m. landschapsarchitect Ulrike Centmayer). De bouw  start in 2016. Uitgangspunt is dat het water niet moet worden beheerst maar dat de architectuur meebeweegt met het water. ‘Het bestaande  looppad wordt verlengd door het nieuwe olifantenverblijf en daar  verlaagd. Als de olifanten in het water gaan, stroomt het water van de  vijver over de randen van het pad. Als er drie olifanten te water gaan,  geeft dat een compleet ander effect dan bij slechts een. Zo kunnen  bezoekers letterlijk de dynamiek van de dieren ervaren. Ook grote  bureaus werden uitgenodigd voor een visie. Uiteindelijk is gekozen voor  ons ontwerp omdat we geen icoon hebben bedacht maar juist een bijna  onzichtbare ingreep.’

Plastic soep

Ook kenmerkend voor ontwerppraktijk van Deijs is ‘een actuele opgave’.  ‘Er is een probleem en dat moet worden opgelost. De architectuur als  noodzaak, zoals Ole Bouman het noemde.’ Dat betekent dat er soms  niet gewacht kan worden op een opdracht. Een voorbeeld van deze  unsolicited architecture is een onderzoek dat Deijs deed (i.s.m. Ramon  Scharff) naar de plastic soep in de Stille Oceaan, een drijvende berg afval.  ‘Ik heb een radicaal voorstel gedaan. Platforms worden op strategische  locaties in zee geplaatst om het plastic te verzamelen en vervolgens  om te zetten in energie. De arbeid op deze platforms wordt verricht  door gevangenen.’ Natuurlijk zal dit provocerende project nooit worden  gerealiseerd, weet ook Deijs. ‘Het is meer bedoeld als een agenderend  ontwerp. Het project is veel gepubliceerd op internet. Het bewustzijn over  het oceaanplastic wordt zo vergroot.’

Voor Deijs is de architect die zoekt naar oplossingen voor vraagstukken die  traditioneel buiten zijn vakgebied liggen – afval in zee, klimaatverandering  – een nieuwe realiteit. ‘Waarom zou de architect niet de rol van journalist of  activist kunnen vervullen en actuele vraagstukken op de agenda plaatsen  met radicale ontwerpen of juist praktische oplossingen?’ Volgens Deijs is deze maatschappelijke rol van de architect helemaal niet zo nieuw als  deze lijkt. ‘Architecten hebben altijd al speculatieve toekomstscenario’s  geschetst, denk aan Le Corbusier of collectieven als Archizoom en  Superstudio in de jaren zestig. Maar de afgelopen tien, vijftien jaar lag de  focus binnen architectuur vooral op het realiseren van iconen.’

Persoonlijke drijfveer

Zijn speculatieve onderzoeksprojecten hebben ook een praktisch nut:  hij verruimt er zijn architectonische blik mee. De kennis over waterafval  bijvoorbeeld komt van pas bij een prijsvraag voor een nieuwe gevel van  een kunstenaarscentrum P/////AKT in Amsterdam. ‘Dat gebouw staat aan  het water in Amsterdam. Voor deze gevel heb ik de schaal van waterafval  verkleind van de Stille Oceaan naar de grachten van Amsterdam. Hier  wordt ook al 550 ton drijfafval per jaar opgevist. Daarom heb ik een gevel  ontworpen van plastic flessen die in een metalen raster worden geplaatst.  Door het verschil in kleur en formaat vormen deze flessen een levendig  mozaïek. Tegelijkertijd versterkt het ontwerp de bewustwording van  stadsafval.’ Met dit gevelontwerp won Deijs dit najaar de eerste ronde van  de Jonge Architectenprijs 2014.

Deijs lijkt een schoolvoorbeeld van de nieuwe generatie ondernemende  en crisisbestendige architecten die theoretisch onderzoek combineren  met een praktisch uitwerking. ‘Maar’, zo bezweert hij, ‘ik heb me  nooit aangetrokken gevoeld tot het klassieke businessmodel van  prijsvraag, opdrachtgever, woningbouw, aanbesteding en oplevering.  Al mijn projecten zijn gebaseerd op een persoonlijke drijfveer. Ik moet  gefascineerd zijn door een vraagstuk, wat resulteert in een onderzoek.  Uit dat onderzoek komt vervolgens een architectonische oplossing voort.’  Oftewel: ‘Ook zonder crisis had ik op deze manier gewerkt.’

Warmsterdam

Na vier jaar krijgt zijn bureau een herkenbaar profiel. ‘Momenteel verdiep  ik mij in de klimaatbestendige stad. Onder de noemer Warmsterdam  heb ik met architect Jeroen Atteveld onderzoek gedaan naar hoe de  restwarmte in de stad kan worden gebruikt. Deze energie, genoeg om  de hele stad Amsterdam te verwarmen, wordt nu nog geloosd op het  oppervlaktewater. De noodzaak tot hergebruik is er nu nog niet maar  dat zal in de toekomst veranderen als het gas schaars wordt. Na een  inventarisatie van de plekken waar deze warmte vrijkomt, zoals het  energiebedrijf, de vuilverbranding maar ook de Albert Heijn en grote  kantoorcomplexen, hebben we een netwerk ontwikkeld om deze warmte  naar woningen te transporteren. Op strategische plekken in de stad  wordt deze energiestroom zichtbaar gemaakt met hotspots, verwarmde  banken en thermosflessen waaraan mensen zich kunnen warmen.’ Ook  Warmsterdam is een cumulatie van de ervaringen van Deijs. ‘Water,  landschap en stedenbouw en een grootschalig onderzoek, het zit er  allemaal in. Met als eindresultaat natuurlijk concrete architectuur.’  Favoriet historisch gebouw? De Neue Nationalgalerie, Berlijn, van Mies  van der Rohe.

Questionnaire

Favoriet hedendaags gebouw? Leça da Palmeira, zwembad van Álvaro Siza.

Favoriet Nederlands gebouw? Commissariaat voor de Media in Hilversum, Koen van Velsen.

Favoriete architect? Lina Bo Bardi.

Favoriete hedendaagse architect? Vandaag: Olafur Eliasson.

Favoriete Nederlandse architect? Koen van Velsen.

Wanneer niet in Nederland, vanuit welk land zou je dan willen werken? Wat zou je nooit ontwerpen? Architectuur zonder noodzaak.

Wat irriteert je het meest in het vak? Maatschappelijke relevantie in het vak is nihil!

Wat is je droomopdracht? Klimaatbestendige stad ontwerpen.

Belangrijkste inspiratiebron buiten architectuur? Natuur en kunst.

Meest waardevolle advies ooit? Ongevraagd advies.

Dingeman Deijs is opgeleid op de HTS Bouwkunde en de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. Hij werkt bij EEA, Bureau B+B en Bastiaan Jongerius Architecten voor hij in 2010 zijn eigen ontwerpen onderzoeksbureau begint, dat werkt op het raakvlak tussen architectuur en landschap.

Projecten

WaterBergen is een ontwerpend onderzoek naar nieuwe strategieën voor verwerking van overtollig regenwater in stedelijk gebied en de toepassing van multifunctionele (regen)waterbergingen in de openbare ruimte. De voorgestelde strategie ‘aquapunctuur’ biedt kansen om de kwaliteit van de openbare ruimte en van gebouwen te vergroten en meer economische waarde te creëren. De projectie van deze strategie op de Zuidas in Amsterdam, maakt inzichtelijk dat aquapunctuur een alternatief kan bieden voor de huidige aanpak van watermanagement. Onderzoek i.s.m. Jeroen Atteveld en Karin Christof.

Pietersberg bij Maastricht Deijs’ afstudeerproject op de Academie van Bouwkunst is een verkenning van de herbestemming, verduurzaming en ontsluiting van de Pietersberg bij Maastricht. Betonnen kolommen voorkomen instorting van de zwakke mergelkolommen en krijgen de functie van overnachtingkamers. Verder zijn er horeca en een natuurzwembad geïntegreerd in dit ontwerp, waarmee Deijs in 2009 de Archiprix wint.

Brug olifantenverblijf Artis Uitgangspunt van de ‘verdiepte’ brug voor het nieuwe olifantenverblijf in Artis is een balans tussen terughoudendheid in vormgeving en materiaalgebruik en het spektakel van het water dat over de brugrand loopt, wanneer de olifanten baden. Daarmee wordt ingezet op één helder thema voor de brug: de beweging van het water. Ontwerp i.s.m. landschapsarchitect Ulrike Centmayer, de bouw start in 2016.

Warmsterdam is een warmtenetwerk voor gebruik van restwarmte. Dit netwerk laat op strategische plekken in de stad zijn functie en waarde zien aan het grote publiek met hotspots. Koppeling van publieke functies aan het netwerk brengt de betekenis ervan voor het voetlicht. Door het aantrekkelijk maken van warmtebuffers, warmtecentrales en warmteleidingen transformeert warmte van onzichtbaar en abstract naar een trots onderdeel van een moderne urbane, duurzame samenleving. Onderzoek i.s.m. Jeroen Atteveld.

Second sun, prijsvraagontwerp 2013 i.s.m. Ramon Scharff. Ontwerp voor een Afval Energie Gevangenis in de plastic soep in de Stille Oceaan, die jaarlijks 1.4 miljoen ton afval kan verbranden. Het gebouw zorgt voor een schonere zee en is verplaatsbaar, de nieuwe energie wordt doorgegeven aan het vaste land. (20.000 woningen). De structuur van de gevangenis refereert naar een olieplatform. Het ronde volume met een straal van 30 meter is gebaseerd op de koepelgevangenistypologie. De schil van de gevangenis bestaat uit gerecycled gebogen plastic.

PLASTIC P/////AKT, inzending Jonge Architectenprijs 2014. Het plastic afval uit de Amsterdamse wateren (550 ton in 2013) wordt zichtbaar gerecycled als nieuwe duurzame schil voor het Platform voor hedendaagse kunst P/////AKT in Amsterdam. Doel is bewustmaking van de enorme hoeveelheid plastic afval.

Tekst Jeroen Junte

Dit artikel is verschenen in ArchitectuurNL 08 2014

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: , , , , , , , , , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.