Verbinden van vraagstukken door Rademacher de Vries Architecten

Platform jong talent

Verbinden van vraagstukken door Rademacher de Vries Architecten

Door: Jeroen Junte | 14-08-2017

Een architect moet kunnen modereren tussen verschillende partijen en belanghebbenden. Het scherpstellen van de opgave en die koppelen aan een relevante oplossing is de grote kunst. Uiteindelijk is het echter de hoofdtaak van de architect om deze visies in concrete bouwbare objecten te vertalen.Dat is de beroepsopvatting van David Rademacher (1984) en Christopher de Vries (1985), die sinds 2014 samenwerken als de studio Rademacher de Vries Architecten.

Eigen initiatief: ENCI START

Een architect moet kunnen modereren tussen verschillende partijen en belanghebbenden. Het scherpstellen van de opgave en die koppelen aan een relevante oplossing is hier de grote kunst. Uiteindelijk is het echter de hoofdtaak van de architect om deze visies in concrete bouwbare objecten te vertalen.’ Dat is de beroepsopvatting van David Rademacher (1984) en Christopher de Vries (1985), die sinds 2014 samenwerken als de studio Rademacher de Vries Architecten (RDVA). Natuurlijk zijn materialisatie en context ook belangrijk, net als maatvoering en detaillering. Maar deze kwaliteiten zijn min of meer een vanzelfsprekendheid voor dit duo. ‘De toegevoegde waarde van onze architectuur is het verbinden van verschillende vraagstukken en belangen in één concrete opgave.’

Een meer praktische taakopvatting van RDVA is het zelf initiëren van opdrachten. ‘Onze projecten komen voort uit het koppelen van thematische interesses met maatschappelijke vraagstukken die wij zelf identificeren. Vervolgens formuleren wij een architectonische visie of misschien wel oplossing daarvoor.’ Zo raakte het duo al als student aan de TU Delft betrokken bij de herontwikkeling van het ENCI-terrein aan de voet van de Sint Pietersberg bij Maastricht. Ooit was dit de grootste cementfabriek van Nederland. Totdat rond 2000 zowel de economische noodzaak als het draagvlak onder de bevolking voor deze zware industrie afkalfden. In 2010 werd daarom besloten om de fabriek en de bijbehorende kalksteengroeve te ontmantelen. ‘Drijvende kracht daarachter was het burgerinitiatief ENCI STOP. Wij hebben toen een project, met de provocerende titel ENCI START, gelanceerd waarvoor we diverse plannen voor herbestemming hadden bedacht. Dat hebben we naar alle kranten en wethouders gestuurd. Dat raakte een gevoelige snaar en werd vervolgens beloond met de Groene Stadsprijs van Maastricht.’

Aardbevingen

Dat het duo zo goed op de hoogte was van de opgave rond het ENCI-terrein is min of meer toevallig. ‘We zijn geboren Maastrichtenaren en zijn zelfs klasgenootjes geweest op de basisschool. Al zijn we pas op de TU in Delft echt bevriend geraakt.’ Ook toevallig was dat vervolgens Jo Coenen werd gevraagd om een gebiedsvisie te ontwikkelen. Zowel De Vries als Rademacher hadden allebei bij diens kantoor stage gelopen. ‘Hij vroeg ons meteen bij zijn team. Zaten we opeens aan tafel met Coenen en onze eigen professoren. En wat bleek: wij wisten eigenlijk veel meer over het terrein dan zij. Wij hebben daar als kind al gespeeld.’

Maatschappelijke thema’s

Natuurlijk speelt toeval een rol in deze kick-off van hun loopbaan. Maar stel nou dat ze bijvoorbeeld in Groningen waren geboren? Rademacher: ‘Dan zouden we nu een project doen over gaswinning, aardbevingen en architectuur. Niet omdat we achter de actualiteit aanrennen maar omdat wij persoonlijk interesses verbinden met maatschappelijke thema’s.’ De Vries vult aan: ‘Wij zoeken voortdurend naar vraagstukken in het publieke domein. Is die maatschappelijke urgentie er niet, of is er geen mogelijkheid tot een realiseerbaar ontwerp, dan nemen wij niet zelf het initiatief. We zijn geen theoretische onderzoekers of praktische bouwmeesters pur sang. De meerwaarde van onze architectuur is juist de combinatie van beide.’
Na een voortvarende start verloor het ENCI-onderzoek momentum. Er moest tenslotte ook afgestudeerd worden. Aansluitend op de TU Delft deed Rademacher een master architectuur in Zürich, CH en De Vries een master Urbanism aan het prestigieuze MIT in Boston, VS. Na terugkeer uit het buitenland besloten ze in 2014 samen verder te gaan.

Amsterdecks meten waterkwaliteit

Een van de eerste projecten was invulling van een oproep van de gemeente Amsterdam voor innovatieve ideeën voor de stad. ‘Door de verbeterde waterkwaliteit wordt er steeds meer in de stad gezwommen. We hadden een plan bedacht om nieuwe zwemlocaties te combineren met waterkwaliteitscontrole, zodat zwemmers ook meteen weten hoe schoon het water is. Daarvoor hebben we zwemvlonders ontworpen die tegelijkertijd een meetstation zijn.’ Het ontwerp begon met een analyse van het stroomgebied van de Rijn en het analyseren van de waterkwaliteit en daaraan verbonden internationale samenwerking. ‘Daarvoor hebben we digitale meettechnieken gebruikt. Dit spanningsveld tussen digitale en analoge ontwerpmethodes is ons dierbaar.’

Industrieel erfgoed

Als een van de winnaars mocht RVDA het idee van zwem- en meetplatforms pitchen bij belanghebbenden als de gemeente en Waternet.’ Na – alweer – een stroperig proces van overleg en planning opent deze zomer opent een pilotversie van deze Amsterdecks in de Nieuwe Meer in Amsterdam-Slotervaart. ‘We zijn begonnen met een analyse van de waterstroom in en rond Amsterdam. Vervolgens hebben we in kaart gebracht wat de strategische plekken voor deze zwemplatforms zijn.’ Uiteindelijk moet een netwerk van zwem- en meetvlonders groeien die real-time weergeven waar en wanneer je kunt zwemmen.’ Naast deze praktische functie verbeteren de Amsterdecks het bewustzijn van de stadsbewoners over de waterkwaliteit. ‘Dat is de maatschappelijke meerwaarde die we nastreven met onze projecten. Wij willen als architect middenin de samenleving staan.’

Gebiedsontwikkeling ENCI terrein

In 2014 raakten ze ook weer betrokken bij de ontwikkeling van het ENCI-terrein. ‘Gewoon door de stichting die belast was met de gebiedsontwikkeling een mail te sturen met onze interesse.’ Vast stond toen inmiddels al dat een deel van het complex in bedrijf blijft als klinker maalfabriek. De achtergelegen steengroeve van 100 hectare wordt ontsloten voor publiek als natuurgebied. De Vries: ‘De stichting vertegenwoordigt vijf stakeholders: natuurorganisaties, gemeente en provincie, omwonenden en de firma ENCI. Wij zijn als gebiedsarchitecten de spil in dit krachtenveld en wegen alle belangen af. Dat is een… euh delicaat proces.’ Rademacher, lachend: ‘We beheersen inmiddels zelfs het gebiedsjargon.’ Natuurlijk is het soms lastig om telkens weer alle voors en tegens af te wegen. ‘Maar dialoog is een vereiste bij ontwerpen in de publieke ruimte.’  Een uitdagende opgave was het definiëren van het landschap van de steengroeve. ‘Dit landschap is niet alleen enorm maar ook continu veranderd door de afgravingen. Is het een geologische veld voor wetenschappelijk onderzoek? Is het industrieel erfgoed? Een natuurpark? Of juist een divers recreatiegebied?’ Daarvoor werden drones en 3D-puntscans gebruikt. ‘Weer hebben we digitale en analoge ontwerpmethodes naast elkaar gebruikt.’ Daar rolde uiteindelijk een afgewogen mix van deze functies uit. Op een tafel in de antikraak-studio van RDVA in een voormalig ING-kantoor aan de Amsterdamse ring ligt een stapel memo’s, rapporten en ontwerpplannen. ‘Waar komt de entree naar het gebied? Welke publieke functies krijgt het? Welk landschappelijk ontwerp past daarbij? En wat voor gebouwen? Voor elke stap moeten wij eerst alle partijen op een lijn krijgen. Dat vergt zorgvuldige informatieoverdracht.’

Observatieplatform en trap

De eerste bouwfase is in 2015 afgerond in de vorm van een observatieplatform met een trap langs de steile wand van de groeve. ‘Deze trap is feitelijk het herstel van een de oude entreeweg tot dit gebied van voor de afgraving.’ De tweede bouwfase is de overgangszone die het natuurgebied afschermt van de fabriek. Dat is een verhoogde landstrook aan de rand van de groeve en biedt uitzicht op het hele gebied; daarvan wordt dit voorjaar de eerste helft opgeleverd. ‘Het bestaat uit een ontmoetingscentrum, een terras en andere publieke functies. In de tweede helft, die nu nog in de ontwerpfase zit, komt ook ruimte voor bedrijvigheid die gerelateerd is aan de activiteiten van de ENCI.’

Ontmoetingscentrum ENCI

Voor het ontmoetingscentrum heeft RDVA een bijna afgerond ontwerp. ‘Het leuke aan de betrokkenheid bij het ENCI-terrein is dat we alle schalen van architectuur beslaan. Van landschapsontwerp en infrastructuur tot een puur architectonisch ontwerp als het ontmoetingscentrum. Dat zijn ook precies de disciplines waarin wij ons willen begeven.’ Dat deze vermenging van expertise veelal is voorbehouden aan grote, gerijpte bureaus, daarvan zijn ze zich terdege bewust. ‘Onder vakgenoten bemerken we ook scepsis. Maar wij geloven dat die vermenging juist betere ontwerpen oplevert. Daarvoor moet je dus goed de grenzen van je eigen expertise kennen en weten wanneer je versterking nodig hebt. Wij werken daarom veel samen in teamverband. De opgave zou niet beperkt moeten worden door een dogmatische definitie van je vak, maar je moet ook bescheiden en realistisch zijn over de werkzaamheden van een architect.’

Spin-off

Het ENCI-project genereert ook spin-off projecten voor RDVA – uiteraard zelf geïnitieerd. Zo meldde zich een uitvaartcentrum als geïnteresseerde bouwpartij. Een voorstel dat meteen werd afgeschoten door alle partijen, terwijl dat eigenlijk best logisch is, aldus De Vries. ‘Mensen willen steeds vaker in de natuur worden verstrooid. Tegelijkertijd is er in Zuid- Limburg een tientallen kilometers lang gangenstelsel in voormalige steenafgravingen die wachten op een herbestemming. Wij werken nu aan een plan dat deze twee opgaves verbindt.’ Zoals dat gaat bij RDVA is dat eerste plan vooralsnog nauwelijks meer dan een gesprek met alle stakeholders: in dit geval de regionale uitvaartbranche, de politiek en de gebiedsbeheerders. ‘De uiteindelijk invulling van dat plan kan een ondergrondse bijzettingsplek worden maar ook een meer publieke herdenkingsruimte. Ook de locatie is nog onzeker. Dat hangt namelijk af van de overeenstemming tussen alle partijen. Dat is voor ons altijd het eerste uitgangspunt.’

Questionnaire

Favoriet historisch gebouw? Eiffeltoren en Casa Malparte. Alhoewel totaal verschillende objecten (publiek/privaat, constructie/woning, stedelijk/landschappelijk) staan beide gebouwen met een bepaalde vanzelfsprekendheid in hun context zonder dat ze ermee assimileren.
Favoriet hedendaags gebouw? Het Olifantendorp van Rahul Mehrotra in Jaipur en Tippet Rise van Ensamble Studio. In deze projecten verbindt de wisselwerking tussen bouwkunst en landschap een programmatische opgave en een maatschappelijk vraagstuk.
Favoriet Nederlands gebouw? Openluchtschool van Jan Duiker en Museum Beelden aan Zee van Wim Quist. Beide gebouwen belichamen een getemperde progressieve houding: Modern maar met kennis van traditie.
Favoriete architect? Mies van der Rohe. Zijn houding en oeuvre vormen een soort architectonisch geweten.
Favoriete hedendaagse architecten? Alberto Ponis en Smiljan Radic. Na de extreme conceptarchitectuur van de jaren ’90, tonen deze praktijkbeoefenaars een nuchter maar poëtisch alternatief.
Favoriete Nederlandse architect? H.P. Berlage en H. Maaskant. Hun gebouwde nalatenschap blijft beeldbepalend en productief in de discussie over Nederlandse steden.
Wanneer niet in Nederland, vanuit welk land zou je dan willen werken? In de bergen van Zwitserland en Chili. Werken op een van de hoogste punten van wereld heeft een waardevol psychologisch effect. Daarnaast wordt in beide landen op het moment gepassioneerd en geëngageerd door onze beroepscollega’s op hoog niveau gewerkt.
Wat zou je nooit ontwerpen? Over de relatie tussen architectuur en ideologie is natuurlijk oneindig te debatteren. Toch is het een horrorscenario dat één van je gebouwen het symbool wordt van een verwerpelijke politieke beweging.
Wat irriteert je het meest in het vak? De vorm van extreme commercialisering rondom innovatie die niks toevoegt voor de gebruiker of aan de gemeenschap maar uiteindelijk wel beeldbepalend is voor de architectuur.
Wat is je droomopdracht? Een begraafplaats of een transnationale brug. We werken op conceptuele wijze aan beide met de hoop ze te vertalen in een echte opdracht. Hoewel totaal anders, bevinden beide opgaves zich op het brandpunt van bredere culturele omwentelingen.
Belangrijkste inspiratiebron buiten architectuur? Beeldende kunst en sociologie. Beeldende kunst ervaren geeft ons vaak weer het vertrouwen terug in het creatieve proces bij het vinden van antwoorden en oplossingen bij complexe opgaven. Sociologie is een soort kompas: in ons vak gaat het tenslotte om mensen.
Meest waardevolle advies ooit? Maak een begin, doe je best, hou vol / Blijf nieuwsgierig, niets is vanzelfsprekend.

Projectbeschrijvingen bij afbeeldingen:

De expositie Exploitatie landschap ENCI onderzocht de alsmaar veranderde relatie tussen de mens en natuur. Reliëfs van geologische, ecologische en industriële processen zijn geselecteerd die ten grondslag lagen aan intense maatschappelijke discussies. Om de juiste reliëfs en verhaallijnen te koppelen is een combinatie van analoge en digitale technieken gebruikt. Expositie in Bureau Europa 2016 en Dominicanenkerk 2017.

Amsterdecks zijn openbare waterkwaliteit metende vlonders die toegang tot het water bieden en actuele informatie over de kwaliteit van het water tonen. Door ook de oorsprong van verontreinigingen toe te lichten, wordt betrokken burgers handelingsperspectief getoond om te participeren in een schonere stad. RDVA heeft een netwerk van strategische plekken voor de Amsterdecks geselecteerd. De eerste Amsterdeck is in aanbouw en opent in de zomer van 2017.

Luikerweg en platform ENCI groeve. Op de rand van de ENCI groeve waar het Pieterpad eindigt, heeft RDVA met simpele middelen de kwaliteiten van deze unieke locatie benadrukt. Door middel van hellende paden, betonnen wanden en bossages is de plotselinge ontdekking van het immense groeve landschap geënsceneerd. In de losse zand- en grindlagen is beton gebruikt en in de stabielere kalksteen staal. De stalen trap loopt langs een steile wand waar fossielen van een 60 miljoen jaar oude zeebodem zichtbaar zijn. De trap opende in april 2017 en werd twee maanden later weer gesloten, vanwege vandalisme.

Overgangszone ENCI groeve. In 2018 stopt de ENCI (Eerste Nederlandse Cement Industrie) met het delven van mergel uit de Sint Pietersberg in Maastricht. De immense groeve wordt getransformeerd in een natuurgebied. Het bedrijventerrein wordt een innovatieve cementcampus. In een overgangszone komen de tegenstrijdige werelden van industrie en natuur bij elkaar. RDVA ontwierp hiervoor een landschapspark. De basis is gelegd door de graafmachines van de ENCI in te zetten om hoogteverschillen te creëren die de vlakte van 3.5 hectare organiseren en diversificeren. Deze landschappelijke gravure vormt een route, die imponerende vergezichten afwisselt met intiemere verblijfsplekken.

Dit artikel is verschenen in ArchitectuurNL 03 2017

Gerelateerd

Tags: , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.