Meergeneratiewoningen

project in context

Meergeneratiewoningen

Door: Anka van Voorthuijsen | 25-06-2019

Met meerdere generaties dichtbij elkaar wonen komt terug van (bijna) weg geweest. Van een aangebouwde studio voor ouders die ver weg wonen en vaak op de kinderen passen, tot een losse mantelzorg-unit in de achtertuin. Een enkele architect kreeg al opdracht om een meergeneratiehuis op maat te ontwerpen. De essentie: ‘Dichtbij elkaar en toch maximale privacy.’

Zoveel mogelijk privacy

De opdrachtgevers die Lilith van Assem (bureau Lilith Ronner van Hooijdonk) benaderden wisten heel goed wat ze wilden, zegt Van Assem. ‘Geen gemeenschappelijke ruimtes, voordeuren zo ver mogelijk uit elkaar, geen doorgangen binnendoor naar elkaars huis. Zo min mogelijk inkijk in elkaars woning: ze hoefden van elkaar niet te weten wie er uitsliep, nog laat wakker was of tv zat te kijken. Omdat ze toch al heel dicht bij elkaar woonden, wilden ze allebei zoveel mogelijk privacy.’ Het driegeneratiehuis dat Lilith Ronner van Hooijdonk ontwierpen voor Michiel Heidenrijk, zijn gezin en zijn ouders was een prachtige opdracht, kijkt Van Assem terug. ‘Als architect vind ik het al interessant en leuk om voor een particulier te ontwerpen omdat het zo specifiek is. In dit geval werd de opgave uitgebreider, omdat je iets ontwerpt voor drie generaties. En het was weliswaar een particuliere opdracht, de vraag past wel in een maatschappelijk bredere context en is interessant om over na te denken.’

Meer behoefte aan woonruimte voor een- en tweepersoonshuishoudens

De rijksbouwmeester, woningcorporaties, de Branchevereniging van Nederlandse Architectenbureaus, gemeenten en projectontwikkelaars: veel partijen zijn op een of andere manier betrokken (geweest) bij onderzoek naar hoe ouderen langer in hun eigen huis kunnen blijven wonen. Architect Christel Smeets nam een paar jaar geleden het initiatief om samen met BNA-onderzoek in bestaande wijken van Breda te inventariseren en bekijken hoe mensen langer thuis zouden kunnen wonen. Het ging om bestaande woningtypes als een portiekflat, rijtjeswoning en twee-onder-een-kapper. De website langerthuisineigenhuis.com is daar het resultaat van. ‘Het onderwerp blijft actueel. Nederland staat vol met gezinswoningen terwijl er meer behoefte is aan woonruimte voor een- en tweepersoonshuishoudens.’ Senioren zijn terughoudend om een te groot beroep op hun kinderen te doen, vermoedt Smeets. ‘Onderling willen ze wel meer met elkaar doen.’ Ook daar zitten mogelijkheden, ziet zij: ‘Bouwen om een patio, een hofje. Dan zie je heel snel of de gordijnen wel of niet open gaan.’

Ontwerpen voor specifieke doelgroepen

Het fenomeen is terug van (bijna) weg geweest, zegt architect Auguste van Oppen. Door de naoorlogse aanbodgestuurde vastgoedontwikkeling, is het ontwerpen voor hele specifieke doelgroepen wat verloren gegaan in Nederland. ‘Maar op boerenerven wonen generaties al eeuwenlang vlakbij elkaar en daar gebeurt het ook nog steeds. Nu zie je ook andere vormen op andere plekken ontstaan, maar het staat allemaal nog in de kinderschoenen.’ Van Oppen: ‘We zijn een beetje teruggekomen van de verzorgingsstaat en de grote taak die de overheid qua zorg naar zich toe heeft getrokken. En er is natuurlijk ook veel kritiek op verzorgingshuizen.’ Van Oppen woont sinds een jaar met zijn schoonouders, vrouw en kinderen in een zelf ontworpen meergeneratiehuis in Amsterdam-Noord. ‘Is zo’n idee opschaalbaar? Hoeveel kinderen leggen lange afstanden af om hun ouders te ondersteunen en andersom? Het zou schelen in zorgkosten, in files. Het is interessant om breder over na te denken.’

Tijdelijk en verplaatsbaar

Nieuw ontworpen meergeneratiehuizen zijn in Nederland nog op de vingers van één hand te tellen. Prefab zorg-units en zorgwoningen die in de achtertuin van een woning kunnen worden geplaatst, blijken al wel een gat in de markt te vullen. Peter Veldhuijzen, directeur van PasAan (‘thuiswonen met zorg’) schat dat er al ruim 3500 van zulke kangoeroewoningen in achtertuinen staan. ‘Een tuin van 80 m2 is al groot genoeg.’ PasAan levert een standaard model van 6 bij 9 meter, opgebouwd uit een stalen frame, gefundeerd op beton. ‘Dit is echt geen chaletje.’ In principe zijn de woningen tijdelijk en verplaatsbaar. De buitengevel kan elke gewenste uitstraling krijgen. Is dat niet een mooie opgave voor architecten, dit is toch een soort tiny house? Veldhuijzen: ‘Ik heb er weleens met architecten over gepraat, maar hier zien ze niks in. Een tiny house is natuurlijk een leuk dingetje, hier gaat het vooral om functionaliteit. Esthetica komt pas helemaal achteraan. We werken nauw samen met ergotherapeuten bij het ontwerp en de inrichting. Je moet hier echt van binnen naar buiten denken. Het huis moet een helpende omgeving zijn.’ Ook DomusCura uit Veenendaal heeft al zo’n 150 zorgwoningen her en der in het land geplaatst. Het bedrijf is in overleg met diverse gemeenten en zorginstellingen over ‘hofjes’ van prefab huizen, waar starters en ouderen bijvoorbeeld bij elkaar kunnen wonen.

Kangoeroewoning in tuin van villa

AG Architecten uit Haarlem ontwierpen een energie-neutrale kangoeroewoning in de tuin van een monumentale villa (bouwjaar 1905) in Zandvoort. Door gebruik te maken van hoogteverschillen en de nieuwe woning op het duin en de tuin te oriënteren is er voor alle bewoners veel privacy, ook bij de buitenruimtes. De twee woningen zijn verbonden door een bestaande poort, op de plek waar vroeger schuren stonden. De ontwerpers spreken van een ‘tiny house’, met een woon-slaapgedeelte op de begane grond. Op de verdieping is een atelier gemaakt. Op het dak van de villa bevinden zich 28 PV-panelen die voorzien in de volledige energiebehoefte van de nieuwe woning. Deze is goed geïsoleerd, luchtdicht, uitgevoerd met driedubbele beglazing en voorzien van balansventilatie met warmteterugwinning. De zonneschermen zijn geïntegreerd in het ontwerp en voorkomen opwarming. Het huis is voorzien van domotica, zodat de bewoner alle voorzieningen met een druk op de knop kan bedienen.

In Duitsland veel gebruikelijker

In Duitsland is meergeneratiewonen veel gebruikelijker dan hier, zegt Tako Postma, architect en partner bij Inbo. ‘Dat heeft vooral met financiering te maken. Je moet daar echt sparen voor je een huis kunt kopen. Dat betekent dat families langer bij elkaar blijven.’ De oosterburen vormen de inspiratiebron voor het project Kas & Co in Utrecht. In opdracht van Hegeman Ontwikkeling ontwierp Inbo 12 appartementen en 20 woningen voor de nieuwbouwwijk Veemarkt, die deze zomer worden opgeleverd. In één geval komen zowel grootouders als kleinkinderen in dit project te wonen: in afzonderlijke huizen. Het project is vooral een ‘meergeneratie-hof’, zegt Tako Postma, de verschillende generaties hoeven niet per se familie van elkaar te zijn. Er is een gezamenlijke kas (150 vierkante meter), een gezamenlijke binnentuin en een gedeeld dakterras. Potentiële kopers werden geselecteerd op grond van een motivatiebrief: wat konden ze bieden en wat hoopten ze te halen bij hun medebewoners. ‘Het zijn allemaal mensen die bewust kiezen voor meer sociale cohesie en daar ook iets extra’s voor willen betalen. Het idee is dat je iets voor elkaar kunt betekenen, niet vanwege je familieband, maar vanwege de plek waar je woont.’ Het levert een hof op die qua leeftijd gemêleerder van samenstelling is dan gebruikelijk in een nieuwbouwwijk. Postma: ‘Door ons ontwerp stimuleren we, en geven we de gelegenheid om als bewoners samen dingen te doen. Maar we dwingen niets af.’ Hij kan zich voorstellen dat in de kas gemeenschappelijke maaltijden plaatsvinden, dat er uiteindelijk bakfietsen voor gemeenschappelijk gebruik in de kelder zullen staan: ‘Maar dat is allemaal aan hen.’ Hij wilde ook aan de buitenkant graag laten zien dat deze woningen bij elkaar hoorden, zegt Postma, en kreeg toestemming om af te wijken van het beeldkwaliteitsplan, dat diversiteit in breedte, hoogte en kleur baksteen voorschreef. ‘Wij maken zichtbaar dat het verschillende woningen zijn, maar ze hebben wel in dezelfde kleur baksteen. We hebben de voegen in kleur laten variëren.’ De grote kas is zichtbaar door de voorgevel heen heen, zodat je de gezamenlijke binnentuin kunt zien. Inbo werkt op verschillende plekken in Nederland aan vergelijkbare opgaven, zegt Postma.

Project rond gezamenlijke moestuin

In Rijswijk staat een cpo-project rond een gezamenlijke moestuin (‘Geworteld Wonen’). In Zwolle was Inbo betrokken bij een zogeheten Knarrenhof. Postma: ‘Er is behoefte aan differentiatie in de manier waarop wij wonen. Het gaat steeds om projecten waar mensen iets specifieks voor elkaar willen betekenen of willen doen. Dat betekent voor de architectuur dat we de mate van gezamenlijkheid ontwerpen en zichtbaar maken.’ In Utrecht hebben alle huizen een ‘binnendoor’ naar de gemeenschappelijke hof. Het enige huis dat dat niet heeft, is als laatste te koop. Postma: ‘Verschillen in het ontwerp van buurten ontstaan bij zulke projecten niet door de gebruikte steen of een laagje verf, maar door het diverse gebruik. Het zijn buurten die zijn ontworpen vanuit de wens hoe die mensen met elkaar willen wonen, wat ze met elkaar willen doen.’

Gelijkwaardigheid belangrijk uitgangspunt voor ontwerp

Wie als architect een meergeneratiehuis gaat ontwerpen voor particulieren, is voor de ideeënvorming nu nog vooral op zichzelf en de toekomstige bewoners aangewezen, zegt Lilith van Assem. ‘Welke typologie past bij kangoeroewonen? Kun je een soort architectuur benoemen die bij zo’n opgave past? Daar is nog niet veel over nagedacht.’ Van Assem: ‘Wij hebben het huis ontworpen als een soort dorpje. Stedelijkheid binnen één woning, door stapeling van verschillende volumes en terrassen op verschillende plekken. Op het dak staat een soort tuinhuisje, dat ook in de tuin terugkomt. Het is allemaal open en wit en licht naar de tuin toe. Een soort mediterrane stegenstructuur. Daaromheen staat een bakstenen muur, die dit dorpje als het ware omarmt en beschermt en alles bij elkaar houdt.’ De slimme stapeling, overstekken en terugvallende terrassen leiden ertoe dat de bewoners boven, vanaf hun terrassen, niet bij de benedenburen naar binnen kunnen kijken. Deze opdrachtgevers wisten goed wat ze wilden, zegt Van Assem. ‘Het was van het begin af aan helder dat de ouders op de begane grond zouden gaan wonen. Je denkt in eerste instantie: jong gezin met drie kleine kinderen, die nemen natuurlijk de tuin, maar zo wilden zij dat niet. De vader kon in zijn oude huis nauwelijks naar buiten omdat elke drempel een enorm obstakel is, dus wilden ze dat hier anders.’ Gelijkwaardigheid was een belangrijk uitgangspunt voor het ontwerp, zegt Van Assem. ‘Er is een lift. Er zijn brede gangen en geen drempels, ook boven niet. Zodat de ouders ook makkelijk boven kunnen komen.’

Wet en regelgeving

In dit geval was wet- en regelgeving geen probleem, zegt van Assem, want op deze grote kavel mochten twee huizen met twee woonvergunningen worden gerealiseerd. Van Assem: ‘De overheid wil dit soort woonvormen/mantelzorg wel stimuleren, maar er wordt nog niet erg op gestuurd. Vanuit wet- en regelgeving kan je bijvoorbeeld denken aan voorrang op postcode. Een mantelzorger kan dan voorrang krijgen voor een woning in de buurt van degene waar je voor zorgt. Of het versoepelen van de regels voor het verkrijgen van een tweede woonvergunning. Een mantelzorgconstructie zou een serieuze aanleiding kunnen zijn om zo’n woonvergunning af te geven. Op dat niveau wordt er nog niet goed over nagedacht.’

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 3 van 2019

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags:

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.