Nachtarchitectuur

project in context

Nachtarchitectuur

Door: Anka van Voorthuijsen | 11-07-2017

Rotterdam en Amsterdam hebben sinds enige tijd een verlichtingsstrategie: ook ’s nachts moet de stad er aantrekkelijk uitzien en architectonische iconen verdienen extra aandacht. ‘Het idee dat je een gebouw in een hele sloot licht zet, is volslagen achterhaald.’ Internationaal gezien loopt Nederland achter als het gaat om de ‘beautification’ van architectuur, vindt een verlichtingsexpert.

Bijna twee jaar lang werd er gewerkt aan de ingrijpende renovatie van de karakteristieke Hefbrug (1877) in Rotterdam. Eind maart was de oplevering. Sindsdien is de brug ook ’s nachts in volle glorie en in zijn originele ‘NS-groene’ kleur te zien, zegt Willem Reedijk, senior adviseur buitenruimte bij de gemeente Rotterdam. ‘Vroeger stonden er gewoon een paar grote spots op. Nu hebben we ledverlichting op de brug geplaatst. Veel subtieler, zodat de bijzondere stalen constructie en de scherpe hoeken in het donker veel beter uit komen.’ De nieuwe verlichting zit niet aan de brug vast geklonken, maar is met magneten bevestigd, om het monument niet aan te tasten.

Iconen van Rotterdam

De Hef behoort samen met de Willemsbrug en de Erasmusbrug tot de ruim 50 iconen van de stad, die in het Rotterdamse lichtplan worden vermeld omdat de aanlichting subtieler en beter kan. Het lichtplan is een onderdeel van ‘De Rotterdamse Stijl’, het handboek voor de openbare ruimte. Naast een beeldkwaliteitsplan voor overdag, is er nu dus ook zo’n zelfde plan voor ’s nachts. Het nadenken hierover zou je onder ‘nachtarchitectuur’ kunnen scharen, vindt Reedijk. ‘De buitenruimte werd tot voor kort vooral voor het dagbeeld ontworpen. Nu kijken we ook hoe het er ’s nachts uitziet. We willen natuurlijk geen lichtkermis zoals in Singapore, maar door uitgekiende verlichting kun je zelfs gebouwen die overdag niet zo opvallen, ’s nachts heel mooi uit laten komen.’ Het gaat om een combinatie van functionele en sfeerverlichting, op de schaal van de hele stad. ‘Zo waren de kades bijvoorbeeld veel te fel aangelicht, waardoor je het water en de tegenoverliggende oever niet kon zien. Nu dat is aangepakt is de ‘beleving van de rivier’ ook ’s nachts aanwezig.’

Erasmusbrug

De nieuwe ledverlichting van de Erasmusbrug, hét icoon van de stad, werd eind maart in gebruik genomen. Dat betekent een energiebesparing van 70% vergeleken met de oude situatie. De nieuwe technische installatie maakt het mogelijk om de brug bij bijzondere gelegenheden relatief eenvoudig in bijzonder licht te zetten. In overleg met architect Ben van Berkel is ervoor gezorgd dat ook uitbundige feestverlichting niets af doet aan het karakter van de brug. Aan de nieuwe verlichting van de Willemsbrug wordt nog gewerkt. In plaats van de felle witte spots die de rode kleur volgens Reedijk ‘helemaal dood sloegen’, worden de rode pylonen en het brugdek nu subtiel met warm rood ledlicht aangelicht, zodat de kleur goed uitkomt. Al eerder werd ook het Wereldmuseum in nieuw licht gezet. ‘Dat stond in grote oranje spots, het zag er niet uit’, vindt Reedijk. Nu staat het historische pand (‘zoveel hebben we er daar niet meer van in het centrum van de stad’) er ook in het donker prachtig bij, vindt hij. Datzelfde geldt voor het stadhuis aan de Coolsingel en Het Witte Huis, ooit de eerste wolkenkrabber van Europa. Ledlampen bieden natuurlijk veel meer mogelijkheden dan het oude type verlichting waar je het vroeger mee moest doen, zegt Reedijk. ‘Als je vroeger iets aanstraalde had je erg veel strooilicht en omwonenden hadden daar nog weleens last van. Bij led kun je veel scherper kaderen.’ Binnenkort komt in Rotterdam ook Het Kasteel van Sparta aan de beurt. Voorheen waren er felle grondspots die ‘een zee van licht’ tegen het gebouw aangooiden. ‘Straks is er sprake van subtiele en energiezuinige verlichting die zo’n gebouw ook ’s nachts veel beter tot z’n recht laat komen.’ Op het verlanglijstje staat natuurlijk ook Hotel New York: ‘Dat wordt nu oranje aangelicht, helemaal niet wat je zou willen.’ Binnenkort wordt de Maastunnel gerenoveerd. Reedijk: ‘Daar zorgen we juist wel dat het oranje licht blijft, dat past goed bij het ontwerp en de tijd waarin de tunnel werd ontworpen. Maar we gaan de verlichting wel vervangen door led: energiezuiniger en dimbaar.’ Het lichtplan van Rotterdam kwam tot stand met inbreng van Ulrike Brandi Licht, uit Hamburg, een fenomeen op dit gebied. De aanpassing van de verlichting wordt, vanwege het ontbreken van extra budget, meestal gecombineerd met gepland onderhoud. De implementatie van het complete plan zal naar verwachting zo’n 20 jaar duren.

Stadsilluminatie Amsterdam  

Ook Amsterdam werkt met een lichtvisie. Begin dit jaar werd besloten om een half miljoen euro te besteden aan geleidelijke vervanging van de stadsilluminatie: het aanlichten van bijzondere gebouwen, bruggen en monumenten in de stad. Hans Akkerman, senior adviseur openbare verlichting en stadsilluminatie voor de gemeente Amsterdam: ‘Het aanlichten gebeurt om dingen te vieren en omdat we vinden dat de stad er baat bij heeft, zowel toeristen als bewoners.’ Op dit moment worden er 350 objecten aangelicht, en dat betekent ook 350 technische installaties. Het beeld van Anne Frank wordt met één spotje aangelicht, terwijl het Paleis op de Dam en het Centraal Station een uitgebreide installatie hebben. Die maakt het ook mogelijk om sommige gebouwen af en toe in speciale kleuren te zetten, zoals in veel steden bijvoorbeeld na de aanslagen in Parijs gebeurde. ‘De kijk op licht is de afgelopen 60 jaar aanzienlijk veranderd’, zegt Akkerman. ‘Vroeger was de opvatting dat het per definitie mooi was om ergens een hele sloot licht tegenaan te gooien. Nu liggen veel plekken er iets minder nadrukkelijk belicht, sfeervoller en toch nog sociaal veilig bij.’ Niet alleen esthetiek speelt een rol, het gaat ook om het verminderen van lichtvervuiling en energiebesparing. De Magere Brug bijvoorbeeld is tegenwoordig van ledlicht voorzien, een besparing van 70%. Akkerman: ‘De veranderde opvattingen over aanlichting zijn goed te zien bij de 14e-eeuwse kerk op het Oudekerksplein: heel bescheiden. Heel anders dan de manier waarop de Montelbaanstoren nu nog wordt aangelicht, die staat nog vol in het licht, dat idee stamt uit een ander licht-tijdperk. Binnenkort komt hier een nieuw lichtontwerp voor: subtieler en maximaal energiezuinig.’

Beautification  

Bij het aanlichten van architectuur loopt Nederland internationaal gezien achter, vindt Remco van der Wijk, country-manager Nederland bij Zumtobel, een bedrijf dat lichtmaterialen levert, lichtadviezen verstrekt en vooral samenwerkt met architecten. Nederland zou wat hem betreft een voorbeeld moeten nemen aan Frankrijk, Engeland en Oost-Europa op dat gebied. ‘We pakken het hier nog heel conventioneel aan, met een paar spotjes. Dat heeft niets te maken met beautification, het versterken van de architectuur met licht, zoals je óók kunt doen.’ Goede aanlichting van iconen is natuurlijk een marketinginstrument, ‘maar het zorgt ook voor helderheid: je ziet waar de entree zit in een gebouw, de contouren worden duidelijk.’ Van der Wijk: ‘Je moet de sterke punten van een gebouw benadrukken. Dus de mooie raamkozijnen aanlichten en niet de hele wand.’ Hij is geen voorstander van uitbundig kleurgebruik ‘maar door te werken met het kleurverschil tussen warm-wit en helderwit kun je ook al veel bereiken.’ Het vervangen van oude verlichting door led scheelt veel in energiekosten maar vooral de onderhoudskosten zijn natuurlijk véél lager bij led. Dat tikt aan. Van der Wijk: ‘Goede verlichting stipt de architectonische karakteristieken van een gebouw aan, het maakt een gebouw nóg mooier.’

Moreelsebrug, Utrecht  

Ook in andere steden zijn recente inspirerende voorbeelden waar licht een extra dimensie geven aan architectonisch projecten. De technische vernieuwingen op het gebied van verlichting geven architecten veel nieuwe mogelijkheden, zegt Jochem Paauwe, architect bij bureau Cepezed. Dat is bijvoorbeeld te zien bij de Moreelsebrug in Utrecht, een voetgangers-fietsbrug die vlakbij het station over de sporen, de binnenstad met de westkant van de stad verbindt. Een slanke brug die als een verhoogde esplanade boven het spoor ligt. Cepezed wilde geen losse armaturen of lichtmasten op de brug hebben, zegt Paauwe, onder meer in verband met vandalisme en om te voorkomen dat mensen er fietsen aan vast gaan zetten. ‘We wilden de brug zuiver en schoon houden. Van de brug zelf een armatuur maken.’ Dat de brug bijna op het Centraal Station van Utrecht ligt, maakte het ingewikkeld. ‘Het licht op de brug mocht de machinisten natuurlijk niet verblinden, maar tegelijkertijd moet je voldoen aan de eisen voor het verlichtingsniveau van de openbare ruimte, ook in verband met sociale veiligheid.’ In samenwerking met Arup werd ervoor gekozen om de verlichting in de balustrade te verwerken ‘om zo visuele onrust van lichtmasten en armaturen te voorkomen. Geen losse punten maar een gelijkmatig en evenwichtig beeld. Nu is het een doorlopende flexibele ledlijn in de balustrade, die de kromming van de brug volgt.’ De voeding werd weggewerkt in speciaal voor dit doel ontworpen dubbele balusters en valt daardoor helemaal niet op. Het uitgangspunt was om vanuit de balustrade de hele brug te verlichten en dat is prima gelukt. Paauwe: ‘We hebben wel vaker met lichtlijnen in een handregel gewerkt, maar dan ging het om sfeerverlichting terwijl het hier functionele verlichting moest zijn, ook voor het fietspad en voetganger.’ Op de brug is een aantal bomen (in bakken) geplaatst. Die worden van onder aangelicht. ‘Dat zorgt echt voor een verrassingseffect, vanuit de stationshal zie je een rij oplichtende bomen zweven boven het spoor. De bomen worden zo een integraal onderdeel van de brugverlichting.’

Tapis roulant, Enschede

In Enschede gebruikte Atelier PRO kunstlicht om heel nadrukkelijk een bijzondere en prettiger sfeer te creëren bij een ondergrondse tunnel tussen een parkeergarage en de entree van een ziekenhuis, Medisch Spectrum Twente. Een paar jaar geleden ontwierp het bureau de parkeergarage onder het Van Heekplein. Na ingebruikneming bleek er sprake van een flinke ‘overmaat’, een gedeelte van de plekken bleef permanent leeg. Dorte Kristensen, architectdirecteur Atelier PRO: ‘Het ziekenhuis wilde die parkeerplaatsen graag gebruiken voor bezoekers. De gemeente had bedacht om daarvoor een tapis roulant te maken van de garage naar het ziekenhuis, en benaderde ons om dat te ontwerpen.’ Kristensen vond dat de opgave eigenlijk op een ander vlak lag, zegt ze. ‘Wij vonden dat niet het tapis roulant de opgave was, maar de reis van je auto naar de entree van het ziekenhuis. Die duurt drie minuten. Vanuit de auto stap je op de rolband en daarmee wordt dát eigenlijk de voordeur van het ziekenhuis en daarom verdient die ontwerpaandacht.’ Kristensen: ‘We hebben erover nagedacht: in welke state of mind zijn mensen daar, onder de grond? De meeste mensen waarschijnlijk niet erg prettig. Misschien is het alleen de vader die net een gezond kind heeft gekregen, die zich daar goed voelt. Voor de rest hebben mensen zorgen, angst en zijn ze zenuwachtig, gedurende die drie minuten op dat tapis roulant.’ De tunnel tussen parkeergarage en ziekenhuisentree is een lineaire en abstracte ruimte, waarbij de zwarte wanden worden onderbroken door glimmende witte panelen, waardoor je als bezoeker een soort cadans ervaart. ‘Om een extra laag toe te voegen leek het ons goed om kunst toe te voegen.’ De Duitse kunstenares Claudia Wissmann kwam met een voorstel en nu zorgt ledverlichting voor een sequentie van wisselende kleuren. Kristensen: ‘Er is een ritme, maar dat verandert steeds. De ene keer is alles oranje, de volgende keer blauw en soms volgt dat elkaar snel op, soms ook niet. Het is subtiel. Als je vaak terug moet naar het ziekenhuis denk je misschien: Huh? Vorige keer was het toch blauw? Het zorgt voor verrassing in die tunnel.’

Marstunnel, Zutphen

Herman Kuijer werkt al meer dan 30 jaar als lichtkunstenaar. Eén van zijn meest recente projecten is te zien in de Marstunnel in Zutphen, een tunnelbak van 120 meter lang en 20 meter breed. Het ontwerp kwam tot stand in nauwe samenwerking met de constructeur en de ontwerper van de tunnel. Het kunstwerk moest tevens het functionele licht zijn en zowel een belevenis zijn als kunstwerk, als ook bijdragen aan het gevoel van veiligheid en voldoen aan de eisen van de wegenverkeerswet. Door de ribbel-structuur van de wanden, het plafond en de kolommen in de tunnel ontstaan er vlakken die op een verschillende manier ‘reageren’ op het licht dat erop straalt. In de oksels van de dieper liggende delen in deze structuur zijn lichtbronnen geplaatst. Kuijer: ‘De wand is een soort sculptuur waarin het licht wordt gevangen.’ De afstand tussen deze ribbels, de diepte ervan, het aantal, de plek van de kolommen in de tunnel: ze hebben allemaal invloed op het uiteindelijke lichteffect, dat bovendien dynamisch is. Kuijer: ‘Er is sprake van een volledige integratie van een lichtkunstwerk en een civiel tunnelontwerp. Door mijn lichtkunst heb ik hier vergaande invloed gehad op de architectuur van de tunnel.’

Willem II-passage, Tilburg

De verlichting in de Willem II passage in Tilburg (die de spoorzone met de binnenstad verbindt) is op diverse manieren interactief, zegt architect Ingrid van der Heijden van Civic architects. ‘De verlichting reageert op wind, het tijdstip van de dag, de hoeveelheid licht die al aanwezig is, de temperatuur en of er iets of iemand passeert.’ Achter speciaal voor deze locatie gefabriceerde glazen bakstenen die in een rvs-frame zijn gevat, werden tienduizenden ledlampen gemonteerd. Elke steen is apart aanstuurbaar. ‘De software wordt aangestuurd door camera’s en sensoren en het algoritme biedt eindeloos veel mogelijkheden.’ Het programma kan op alle manieren variëren in kleur, intensiteit en patroon. ‘Het fungeert als een soort boekenkast met mogelijkheden. Alles wat je verzint, kun je erin opslaan en er weer uithalen of aanpassen als je dat wilt. Op de roze maandag van de Tilburgse kermis was de tunnel uiteraard roze. En op Koningsdag overheerste het oranje.’ Van der Heijden: ‘De tunnel is een soort interface. Je kunt ’m steeds aanpassen en voor veranderingen zorgen. Hard licht, zacht licht, alles op keihard wit als er een noodsituatie is.’ De verlichting kwam van Philips Lighting, de glazen bakstenen zijn speciaal hiervoor ontwikkeld door Van Tetterode. ‘Een mooie manier van samenwerken’, vindt Van der Heijden ‘Zo dicht tegen de makers aan zitten en samen iets nieuws ontwikkelen.’ De tunnel werd dit voorjaar onderscheiden met een iF design award. ‘Als je er bent dan merk je dat Tilburgers het mooi vinden. Er is altijd wel iemand die even aan die stenen voelt, zo van: wat is dat nou. Tilburg heeft deze tunnel echt al omarmd.’

Tekst: Anka van Voorthuijsen
Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 3/2017

Gerelateerd

Tags:
0 Reacties Schrijf een reactie

    Schrijf een reactie