Nationaal Glasmuseum in Leerdam heropend

Nationaal Glasmuseum in Leerdam heropend

Project kort
Door: Redactie ArchitectuurNL | 21-06-2010

Het Nationaal Glasmuseum in Leerdam is schatkamer, laboratorium en kenniscentrum van het Nederlandse glas. In 1953 werd het glasmuseum ingericht in het woonhuis van Cochius, de grondlegger van het Leerdamse glas. In de afgelopen 55 jaar is de villa nooit structureel verbouwd.

Vijf jaar geleden voldeed de huidige huisvesting niet meer aan de eisen van het Nationaal Glasmuseum. Een renovatie was hard nodig. Verwerving van het naastgelegen pand op de Lingedijk 30, in 1916 gebouwd als woonhuis van financieel directeur Bunge van de glasfabriek, bood geweldige mogelijkheden het museum met kantoren weer op kwalitatief hoog niveau te brengen. Koningin Juliana opende in 1953 het Glasmuseum en op 22 juni 2010 wordt het verbouwde en uitgebreide Glasmuseum heropend door koningin Beatrix.



Opdracht: renovatie twee villa’s
In 2007 kreeg architect Peter van Assche van bureau SLA de opdracht beide gebouwen te renoveren voor de huisvesting van het Nationaal Glasmuseum. Daarbij werd voorgesteld om het oude woonhuis van Cochius te restaureren tot tentoonstellingsruimte, en de nieuw verworven villa te gebruiken voor kantoor, depot en kantine. Dat leek Peter van Assche een onzinnig idee. Het eindbeeld zou ongeveer hetzelfde zijn als wat er al was. Het museum is wel groter, maar dat zie je niet. Een gemiste kans volgens Van Assche: de potentie van de twee gebouwen wordt niet benut.



Maximale toegankelijkheid
De architect stelde voor beide gebouwen volledig toegankelijk te maken voor publiek en met elkaar te verbinden. Het personeel zou kunnen eten in het restaurant, het depot zou door het publiek gezien mogen worden, de administratie zou in de bibliotheek gedaan kunnen worden. Door vier lange loopbruggen te ontwerpen kwam alles op een elegante manier samen. Bezoekers kunnen door lange zalen lopen, er is maar één lift nodig en je krijgt er veel ruimte bij. De bruggen lenen zich uitstekend voor de opslag van het depot, dat door de speciaal ontworpen vitrines van Piet Hein Eek maximaal toegankelijk wordt.


Het idee van Van Assche werd met open armen ontvangen door Arnoud Odding, directeur van het Glasmuseum. Hij wil het museum omvormen tot levendige broedplaats rond glas, met behalve expostieruimte ook ruimte voor ontmoeting van glasliefhebbers en -kunstenaars, een laboratorium en kenniscentrum. Dat (bijna) de volledige collectie nu opgesteld kan worden en daarnaast veel ruimte is voor tijdelijke exposities, is natuurlijk geweldig. De uitbreiding was financieel mogelijk doordat de renovatie van de villa’s tot een minimum is beperkt.



Contrast tussen oud en nieuw
In de villa’s zelf was relatief weinig meer nodig, aldus Van Assche: ze zijn al mooi van zichzelf. Daar waar nodig is gerepareerd en zijn latere toevoegingen verwijderd. Vloerbedekkingen, verflagen en later aangebrachte tussenwandjes zijn weggehaald en kale vloeren en trappen zijn in het zicht gelaten. Een fraaie ruwe achtergrond voor de glasexposities. De loopbruggen zijn vormgegeven met meerdere lagen polycarbonaat en een huid van grijs strekmetaal. Hierdoor zijn ze overdag abstract en contrasterend met de verfijndheid, vormgeving en materialsering van de oude woonhuizen. ‘s Avonds lichten de bruggen op en laten een gloed zien van de 9000 stuks glas die er in worden tentoongesteld. Van Assche heeft met opzet geen glazen loopbruggen gemaakt, dit ligt teveel voor de hand, en bovendien komt het geëxposeerde glas dan minder goed uit: glas in glazen vitrines tegen een achtergrond van glazen gevels zou te veel transparantie betekenen.



Open depot loopbruggen
De stalen loopbrugconstructie is in de gevels omkleed met wanden van polycarbonaat. De constructie is daarmee zowel van binnen als van buiten alleen vaag zichtbaar, terwijl een diffuus licht naar binnen wordt gelaten. Ook het plafond bestaat uit panelen polycarbonaat, waarachter de lichtarmaturen zijn weggewerkt. Hiermee hebben de vier bruggen een beleving van een abstracte, lichtgevende ruimte.

De vitrinekasten met 9.000 stuks glas, de collectie van het museum, zijn door Piet Hein Eek met dezelfde gedachte vormgegeven: strakke elementen van glas en aluminium, naadloos aansluitend aan vloer en plafond. De polycarbonaat binnengevel vormt de achterwand van de vitrinekasten.



De buitenzijde van de loopbruggen is rondom omkleed met grijs gemoffeld strekmetaal van aluminium. Hiermee wordt de abstractiegraad nog verhoogd: er is geen verschil tussen dak, gevel en onderzijde en de aansluiting met de bestaande villa’s is messcherp. Door het halftransparante strekmetaal fungeert de gevel als zonwering en als opening voor daglicht.

Aanvullende gegevens

OpdrachtgeverKleurrijk Wonen, Deil
Gebruiker Nationaal Glasmuseum, Leerdam
Architect bureau SLA architectuur en stedenbouw, Amsterdam
OntwerpteamSLA Peter van Assche, Mathijs Cremers, Mick van Essen, Gonçalo Moreira, Gražina Bendikaite, Tereza Novosadová
InterieurontwerpPiet Hein Eek, Geldrop
ProjectmanagementBloeii Advies en Ontwikkeling, Deil
Adviseur constructies Sineth Engineering, Schiphol
Adviseur bouwkosten WM Consult, Oss
HoofdaannemerAannemersbedrijf J. van Daalen, Gorinchem
Tekst en foto’s Jacqueline Knudsen
Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.