Bosvilla, Heesch

Bosvilla, Heesch

Project
Door: Redactie ArchitectuurNL | 09-12-2010

Projectgegevens

ProjectarchitectGeert Bosch
Projectteam Annemariken Hilberink, Rolf van Boxmeer, Jaap Janssen, Joost Kolk, Jeroen Meuwissen (maquette)
Opdrachtgever Particulier
Adviseur constructieRaadgevend Ingenieursbureau van Nunen, Rosmalen
Adviseur installatiesVan Bakel Electro, Heesch
HoofdaannemerIn eigen beheer
Timmerwerken Bouwgroep Moonen, ’s-Hertogenbosch
Start bouwApril 2008
Oplevering September 2009
Bruto vloeroppervlakte410 m2
Bruto inhoud1350 m3
Leveranciers:
Houten gevel, dak en plafond Louro Preto Jongeneel, ‘s-Hertogenbosch
MetselwerkKolumba Petersen Tegl, Broager (DK)
TekstJan Bol
FotografieRené de Wit

Verscholen in een bos staat een opvallende villa. Een langgerekte L-vorm is de basis. Dwars daarop een fors houten volume, dat bovenaan op de stok van de L lijkt te balanceren. Een ruimtelijke ordening die architect Geert Bosch, gezien de plek, al van meet af aan voor ogen stond, met het beeld van een aarden wal en daaroverheen een omgevallen boom als referentie.

De zogenoemde bosvilla valt nauwelijks op aan de rand van het uitbreidingsplan van het Brabantse dorp Heesch, net onder Oss. Het stedenbouwkundige kader in dit deel van het plan werd landelijk genoemd, door de architect vertaald in: aansluiting zoeken bij de natuur.
Die natuur ter plaatse bestaat van oudsher uit een structuur van kleine agrarische percelen afgewisseld met kleine stukken bos en omzoomd met rijen bomen. In het overblijvende natuurgebied komen beschermde diersoorten zoals dassen voor, dus de omgevingseisen richtten zich vooral op terughoudendheid.

Dat de bosvilla ondanks zijn forse volume van totaal 1350 m3 nauwelijks opvalt in deze kleinschalige landelijke omgeving, is een verdienste van architect, opdrachtgever en stedenbouwkundige. Door de soberheid in materialisatie, door bijvoorbeeld de keuze van langzaam vergrijzend hout voor het volume van de verdieping en door het situeren van de woning aan de rand van het grote bouwperceel van zo’n 1600 m2, met een bomenrij als rugdekking, oogt de grote woning toch bescheiden.

Het ontwerp refereert aan een aarden wal met een omgevallen boom die daaroverheen ligt, respectievelijk de L-vormige basis en dwars daarop de met hout beklede verdieping. Zo oersimpel was het uitgangspunt voor de architectuur van deze bosvilla.

Licht en sober
De lange as van de bosvilla is nagenoeg oost – west georiënteerd. De overwegend van glas voorziene gevels aan de tuinzijde zijn dientengevolge vooral gericht op het zuiden. Dat betekent een overvloedige lichtinval in de woning op de begane grond. De opwarming door de inval van zonlicht wordt enigszins getemperd door een forse betonbalk op betonnen kolommen, als een soort fries op een colonnade, op een kleine afstand voorlangs de zuidgevel. Bovendien zorgt het meer dan 7 meter diepe overstek van de verdieping aan de tuinzijde voor een behoorlijke luifel, die de gevel en tevens het onderliggende terras beschermt tegen de zon en ook tegen neerslag. De voet van de L-vormige basis krijgt de volle zon.

Door het vele glas en door de lichte tinten van de materialen en de afwerkingen in het interieur is de woning van binnen helder. De ruimten lopen in elkaar over, zonder drempels, zonder zichtbare deuren. Daardoor ontstaan lange zichtlijnen, binnendoor en ook overhoeks buitenlangs. Het resulteert in een royale leefruimte, waarin onderling contact goed mogelijk is, of je nu in de keuken aan het werk bent, in de werkkamer of in de zitkamer bent, of op het terras.

Het ontbreken van deuren is overigens maar schijn, want bijvoorbeeld de zitkamer aan de westzijde van de begane grond is afsluitbaar door een schuifdeur die slim is weggewerkt in de scheidingswand.

Straatzijde
De bosvilla heeft aan de straatzijde, aan de noordrand van het perceel, een meer gesloten karakter, als een aarden wal die de bewoners beschermt en hen privacy biedt. De straat is doodlopend, de villa staat aan het einde.

Het volume van de verdieping dwars op de L-vorm is ook vanaf deze zijde manifest aanwezig met een overstek van bijna 10 meter. De balancerende verdieping wordt visueel en ook letterlijk constructief stevig aan de grond gehouden door een bosje scheef staande slanke kolommen onder het uiteinde. Slechts enkele kolommen leveren daadwerkelijk de nodige trekkracht voor de statica in de constructie. In een paar is ook de hemelwaterafvoer opgenomen voor de afvoer van het water dat van het dak en achterlangs de open houten gevelbekleding door kleine blind weggewerkte gootjes naar beneden komt.

Tussen de kolommetjes is een berging gemaakt met rondom een transparante gevel van Reglit-glas. ’s Avonds brandt licht in deze berging, waardoor hij een soort baken wordt aan het einde van de straat. De open ruimte tussen berging en woonhuis dient als carport en ook voor een droge entree van de bijkeuken.

De materialisatie van de noord- en westgevel van de basis is van een bijzondere baksteen, type Kolumba van Petersen Tegl uit Denemarken. Het is een donkere, heel platte baksteen. De stenen zijn niet strak, vaak niet recht van vorm. In close up levert dat een levendig beeld op. In het grote geheel benadrukt het metselwerk zonder stootvoegen de horizontale belijning. De platte metselstenen, als plakken klei die volgens architect Bosch weer verwijzen naar de aarden wal als uitgangspunt, zijn er in verschillende breedten. Door regelmatig bredere stenen op te nemen, krijgt het metselwerk een extra dimensie. Eén metselaar heeft eraan gewerkt, zodat het metselwerk één stijl vertoont.

Aan de westzijde is een lange tuinmuur opgetrokken uit hetzelfde metselwerk, hetgeen het gevelbeeld van de L-voet aan de tuinzijde versterkt. De gevel van de L-voet, waarin de zit-/eetkamer zich bevindt, is doorgetrokken tot ruim boven het dakvlak. Daardoor wordt dit bouwvolume iets hoger dan de schakel tussen dit gebouwdeel en de eveneens noord – zuid georiënteerde verdieping.

Verdieping
Het valt op dat de dakranden zonder beëindiging zijn. Noch het mestelwerk, noch het beton, noch de houten gevelbekleding van de verdieping zijn voorzien van afdekranden of daktrimmen, waardoor de volumes meer autonoom blijven.

Op de verdieping zijn de meer privévertrekken van de bosvilla, de slaapkamers voor ouders en kinderen, elk voorzien van eigen sanitaire ruimten.

De ouderslaapkamer is op het zuiden, met een royaal balkon over bijna de volle breedte. Het balkon sluit aan op een galerij voor de glasgevel aan de westzijde. De glasgevels op zuiden en westen liggen terug ten opzichte van de dakrand, die daardoor de zon weert wanneer die hoog staat in de zomer. Balkon en galerij zijn aan de rand afgescheiden met een baluster met veiligheidsglas. Door de spiegeling van deze balusters is de kans op inkijk minder, terwijl het zicht naar buiten niet wordt belemmerd.

De houten bekleding rondom de verdieping is gemaakt van Louro Preto met FSC keurmerk. Bouwgroep Moonen uit ’s-Hertogenbosch heeft zich echt in het timmerwerk kunnen uitleven. Omdat het bouwvoorschrift een minstens licht hellend dak voorschreef, bedacht de architect een spannende vorm van twee gelijkvormige, niet-gelijkzijdige piramides naast elkaar, waarvan de ene 1800 gedraaid is ten opzichte van de andere. Een geknikte nok verbindt de twee piramides.

Ook aan de onderzijden van verdiepingsdoos, aan de straat- en aan de terraszijde verloopt het vlak met schuiningen. De snijlijnen van dak-, gevel- en ondervlakken zijn strak en scherp. Het zijn ontmoetingen zonder verkenningen. Dergelijke ontmoetingen van gelijksoortige of diverse materialen koud op elkaar komen in exterieur en interieur verschillende keren voor. De gevel- en binnenkozijnen hebben geen afdeklatten en de stenen liggen zonder stootvoegen tegen elkaar. De architect schuwt lijstjes en omlijstingen.

De draagconstructie van de verdiepingsdoos is opgetrokken uit een prefab stalen vakwerk, waarvan de onderdelen deels gelast en deels genageld zijn op het werk.

De hele constructie is bouwfysisch ingepakt. De houten gevelbekleding is vrij van deze ingepakte constructie, behoudens het stijl- en regelwerk voor de bevestiging. Daardoor kan het hout goed ventileren aan de achterkant. Doorslaand hemelwater en eventueel condens wordt afgevoerd via blind verwerkte gootjes onderaan de achterkant van de gevelbekleding.

Open naar buiten
Afgezien van het afschermende karakter van de bosvilla aan de straatzijde, is de woning erg open van opzet. De al genoemde in elkaar overlopende ruimten zorgen voor dat beeld. De grote glaspuien op de begane grond die grenzen aan het terras en de glaspuien aan de zuid- en westzijde van de verdieping betrekken binnen- en buitenruimte aan de leef- of privacykant van de woning nadrukkelijk op elkaar. Het terras, op nagenoeg hetzelfde niveau als de begane grondvloer, is een platform binnen de contouren van de beschermende U-vorm van de plattegrond. Het terras kreeg daarom ook een beëindiging aan de oostzijde met een wand van metselwerk.

 

Gerelateerd

Tags:

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.