Circulaire stad BlueCity

Circulaire stad BlueCity

Door: Kirsten Hannema | 25-10-2017

Er zijn al heel wat circulaire paviljoens en proeftuinen gebouwd, maar is het nog niet gelukt de innovaties op grote schaal door te voeren. Architect Jan Jongert van Superuse Studios is ervan overtuigd dat die schaalvergroting wel lukt als je een kruisbestuiving faciliteert tussen gebouw, programma en stad, zoals dat gebeurt bij BlueCity in Rotterdam. Jongert is een van de drijvende krachten achter deze circulaire voorbeeldstad, waar op een slimme manier producten hergebruikt en diensten gekoppeld worden. ‘Eigenlijk zou elke stad een BlueCity moeten hebben.’

Het aqua op de muren van de wc’s herinnert nog aan de tijd dat zwemparadijs Tropicana aan de Rotterdamse Maasboulevard gevestigd was. Maar dat is niet het blauw waarnaar de nieuwe naam van het tot bedrijfsverzamelgebouw herontwikkelde complex BlueCity verwijst. ‘Het refereert aan de blue economy’, vertelt architect Jan Jongert van Superuse Studios, dat het ontwerp voor de verbouwing maakte en zelf gevestigd is in het pand. ‘Het concept is bedacht door de Belgische econoom en ondernemer Gunter Pauli, de naam is ontstaan uit het beeld van de aarde vanuit de ruimte: een blauwe planeet.’ Volgens Pauli is onze planeet een gesloten ecosysteem waarin alles met elkaar in verband staat; in de natuur is de uitscheiding van het ene organisme voedsel voor het andere. Zo zou het ook in onze wereldeconomie moeten gaan, en zo gaat het al in BlueCity.

Circulaire voorbeeldstad 

Het begon toen RotterZwam in 2013 in de kelder van het leegstaande gebouw trok. Het bedrijf kweekt oesterzwammen op koffiedik, afkomstig van Rotterdamse horecagelegenheden, waaronder het bovengelegen café Aloha. De paddenstoelen worden onder meer verwerkt in de vegetarische bitterballen die in Aloha op de menukaart staan. Wat er overblijft na de kweek van paddenstoelen wordt, samen met het organisch afval uit het restaurant, verwerkt tot compost. Dit wordt onder andere gebruikt voor de teelt van groente en fruit, bijvoorbeeld op het dakterras – waar ook een imker bijen houdt. Zijn honing wordt onder meer in het café verkocht. De was smelt hij met de restwarmte van de andere bedrijfjes, waaronder een bierbrouwerij en een producent van (gerecycled) plastic voor 3D-printers, en wordt gebruikt door de meubelmaker in kelder. ‘Die op zijn beurt deze bar maakte’, wijst Jongert op het meubel waaraan we zitten, in de centrale hal van het gebouw. Het hout is afkomstig van meerpalen langs de kade van de Maas, die vervangen moesten worden. Voor hun slimme samenwerking wonnen de betrokken bedrijven de Creative Heroes Award 2017 in de categorie architectuur. ‘Met veel lef gefinancierd, een voorbeeldstad op basis van de circulaire economie; BlueCity gaat niet over slopen maar over oogsten’, schrijft de jury. Maar wat is de oogst voor de architectuur? De afgelopen jaren zijn er al heel wat duurzame, circulaire en Cradle to Cradle paviljoens en proeftuinen gebouwd. Vooralsnog is het niet gelukt om de innovaties op grote schaal door te voeren. Waarom zou dit project wel daarin slagen? ‘Dat zit ’m in de naam alleen al’, zegt Jongert. ‘BlueCity is niet zomaar een broedplaats, maar wordt een ‘stad’ van 12.000 m2 met een groeiende gemeenschap van gebruikers en bezoekers, en is onderdeel van een wereldwijd netwerk waarbij duizenden bedrijven zijn aangesloten. We hebben in de regio inmiddels een intensief netwerk opgebouwd met de gemeente, ondernemers en bedrijven; er worden hier wekelijks meerdere evenementen en brainstormsessies georganiseerd over de circulaire economie. De ondernemingen die zich hier vestigen, hebben al iets bewezen; ze werken vanuit een business model en voorzien in hun eigen inkomsten. Hetzelfde geldt voor het gebouw als geheel. De begininvestering is door investeerder iFund gedaan, met het geld dat BlueCity met de huur uit de eerste fase verdient – de verbouwing van de kantoorvleugel – kunnen we het gebouw verder ontwikkelen.’ 

Blauwe economie

Hoe werkt het concept? ‘De blauwe economie is de opvolger van de groene economie’, legt Jongert uit. ‘Het idee daarachter was om de schade voor het milieu te beperken door de productie te ‘vergroenen’ en hernieuwbare energie te gebruiken. De groene economie richt zich op één eindproduct, bijvoorbeeld een windmolen. Dat product wordt geoptimaliseerd voor de energiewinning, maar dat geldt niet voor het proces als geheel; denk aan de omzetting en opslag van windenergie in batterijen, waarbij veel energie verloren gaat, of wieken die na tien jaar vervangen moeten worden; dat levert veel afval op. Bij de blauwe economie is het the journey that counts; daarmee ga je je inkomsten binnenhalen. Het hele proces ga je ontrafelen: elke schakel in de keten moet positieve waarde opleveren, zowel voor de leefomgeving als de economie. Je gaat niet regenwoud kappen om met het hout een energieneutraal gebouw te maken.’

Dynamisch proces

Dat brengt een heleboel dynamiek met zich mee; afhankelijk van het proces kunnen bijzaken ontstaan, die weer invloed hebben op het eindresultaat. Dit vraagt ook om een andere benadering van architectuur. De precieze invulling van het gebouw is niet van tevoren vastgelegd. Superuse Studios heeft een structuurplan gemaakt, waarin alle veiligheidsaspecten zijn meegenomen. In overleg met de welstandscommissie is een aantal principes geformuleerd voor de omgang met het gebouw. Uitgangspunt is om het bestaande pand zo veel mogelijk te gebruiken, waarbij gezocht wordt naar een mix van functies die elkaar aanvullen. De inrichting wordt gemaakt met hergebruikte materialen, die zodanig zijn geassembleerd dat ze later weer gerecycled kunnen worden. Het plan is om in 2020 alle ruimtes benut te hebben. ‘Maar bedrijven die groeien, kunnen ook naar elders in de stad verhuizen, terwijl nieuwe instromen’, zegt Jongert. ‘We werken niet vanuit een eindbeeld. Doel is om de energie- en materialenstromen sluitend te krijgen; dat is het proces dat wij faciliteren. En ja, we zijn ervan overtuigd dat dit concept economisch rendabel is, omdat er op veel meer momenten waarde gecreëerd wordt.’

Afval

Als voorbeeld noemt hij de geperforeerde staalplaten die gebruikt zijn voor de scheidingswanden in zijn kantoor. Het is een restproduct uit de industrie; de schrootwaarde is zo’n 25 eurocent per kilo. Vanwege die lage waarde kan de afvalverwerker maar een kleine marge heffen. Vervolgens wordt het staal omgesmolten, wat veel energie en transport vergt. Vergelijk dat met het pad dat het staal met Superuse Studios aflegt: ‘Wij nemen de platen als snijresten direct af, en betalen er twee keer zo veel voor. Zo wordt afvalverwerker Van Gansewinkel ineens leverancier op de bouwplaats. Wij als architect rekenen als ‘materialenbemiddelaar’ een bepaald percentage en de klant is toch 20 tot 30% goedkoper uit dan wanneer hij nieuwe staalplaten zou kopen van een leverancier. De bewerking die nodig is om de platen op de wanden te bevestigen worden gedaan door een bedrijfje dat hier in de kelder zit; zo levert het de lokale economie ook wat op.

Recycling

Esthetiek speelt zeker ook een rol in het bouwen met afval, zegt Jongert. ‘Neem deze houten kozijnen’, wijst hij op de binnenwanden die de kantoorruimtes van de hal scheiden. ‘Om ze binnen de draagconstructie van kolommen te passen, moesten we ze schuin plaatsen, waardoor de kenmerkende puntvorm ontstond. Dat ziet er spannend uit, maar is ook akoestisch gunstig, en zorgt ervoor dat het daglicht gereflecteerd wordt en je nooit helemaal naar binnenkijkt in de kantoren. Het geeft een veel gelaagder kwaliteit dan puur het vintage beeld, en dat is ook ons uitgangspunt: recycling is alleen goed als het meerdere positieve neveneffecten heeft.’

Belangstelling uit China

Superuse Studios (voorheen 2012Architecten) heeft al twintig jaar ervaring met deze manier van ontwerpen. Het bureau werd bekend met hun Villa Welpeloo in de Enschedese wijk Roombeek, realiseerde de huisvesting van WORM in Rotterdam en ontwikkelde de Oogstkaart, een marktplaats voor gebruikte materialen. Vorig jaar heeft het bureau de sprong naar China gemaakt, waar een aantal grote projecten op stapel ligt. Het gaat om een scheepsterminal in de haven van Huanghua, waar ook afvalolie gezuiverd wordt en een industriegebied in Guangzhou, waarvoor de architecten een instrument ontwikkelen om de materiaal- en energiestromen van bedrijven in kaart te brengen en aan elkaar te koppelen.

Hergebruik

De interesse vanuit China zegt iets over de potentie van BlueCity. Wat is nodig om de transformatie naar een blauwe economie verder te brengen in Nederland? Jongert: ‘Je ziet al dat de overheid duurzaamheid veel meer stimuleert dan twintig jaar geleden. Zo wordt bij sommige aanbestedingen al een hoog percentage hergebruik vereist. En ook ontwikkelaars zetten in op meer transformatie. Maar het is nog redelijk marginaal, omdat het zelden duurzaam profijt oplevert; de kosten zijn in het gunstigste geval gelijk aan die van nieuwbouw. Dat komt omdat het hergebruiken van materialen veel meer dure arbeid vraagt; het is een gevecht dat we continu leveren in onze projecten. De allerbelangrijkste omslag die daarom gemaakt moet worden, is de instelling van een belasting op grondstoffen in plaats van op arbeid. Geen Belasting op Toegevoegde Waarde, maar BOW: Belasting op Onttrokken Waarde. Deze stap is broodnodig maar het heeft zulke grote gevolgen voor de economie dat Nederland dit niet in z’n eentje durft.’

Kruisbestuiving

Wat kan Nederland wel doen? ‘Ik denk dat het vooral belangrijk is dat we niet in onze duurzame bubbel blijven zitten. Er zijn veel mooie voorbeelden van particulieren, bedrijven en overheden die een circulair gebouw maken. Maar om een revolutie te ontketenen is meer nodig: de volgende stap is om een kruisbestuiving tot stand te brengen tussen het gebouw en het programma dat je daarin onderbrengt. Daarom is het belangrijk om de uitwisseling met de stad te faciliteren: stel het gebouw open voor activiteiten uit de omgeving, toon showcases, nodig ondernemers uit, laat mensen zelf aan de slag gaan. Dat is wat we hier doen. Daarom zou eigenlijk elke Nederlandse stad een BlueCity moeten hebben.’

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 5 van 2017

Projectgegevens

Naam projectBlueCity
LocatieMaasboulevard 100, Rotterdam
ArchitectenbureauSuperuse Studios
ProjectarchitectFloris Schiferli  
Projectteam

Jan Jongert, Jeroen Wassing, Maartje Kool, Elsebeth te Kiefte, Iris de Kievith, Margot van Bekkum

 
Opdrachtgever(s)

BlueCity, Sabine Biesheuvel

 
Start bouwEerste fase herontwikkeling 2015-2017
TekstKirsten Hamnema
BeeldSuperuse Studios

Gerelateerd

Tags: , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.