Buitencentrum De Kemphaan

Buitencentrum De Kemphaan

Door: Peter Visser | 27-10-2015

De laatste jaren heeft Evelien van Veen, voorheen binnen het bureau Drost & Van Veen architecten en sinds het najaar van 2014 met haar eigen bureau Van Veen Architecten, een drietal markante plekken gemaakt van waaruit mensen de natuur in kunnen trekken. De meest recente, Buitencentrum De Kemphaan, sluit in opzet en materialisering perfect aan bij Staatsbosbeheer.

Eerst was er het stoere Natuurbelevingcentrum in de Oostvaardersplassen uit 2008. Eind 2014 werden kort na elkaar het bezoekerscentrum Brambergen van Natuurmonumenten in ’s-Graveland en het Buitencentrum in Boswachterij Almeerderhout opgeleverd. Die laatste, gebouwd aan de oostkant van Almere, is duidelijk familie van de andere twee natuur-bezoekerscentra maar heeft een eigen karakter. De context is ook anders: het ligt net ten oosten van het stedelijk gebied, bij het Almeerder stadslandgoed De Kemphaan, dat bedoeld is als groen hart en actief natuurrecreatiecentrum voor Almere. Er zijn nabij het Buitencentrum tal van voorzieningen die raken aan natuurbeleving en buitenspelen, zoals een klimbos en wandelgebied. Het Buitencentrum heeft vier heel verschillende gevels dankzij hoogteverschillen in het dak en een variëteit in de gevelindeling, maar ook door een contrast in de terreininrichting, die de overgang van stadslandgoed naar bosterrein begeleidt. Het Buitencentrum toont zich op het eerste gezicht als een houten gebouw, hoewel er ook metselwerk is toegepast en het flauw hellende dak met bronskleurig aluminium is bekleed. Toch lijkt alles van hout te zijn gemaakt, zowel in het interieur als aan de buitenzijde. Een groot deel van de gevels is bekleed met houten delen met de schors er nog aan en balken lopen van het interieur door de gevel in de overstek door naar buiten.

Bospad

In het hele ontwerp wordt op die manier op verschillende niveaus een link gelegd met de core business van de eigenaar: bos beheren. Van Veen vatte het gebouw in de hoofdopzet op als een bospad dat door een omgeving loopt die door hout wordt gedomineerd, om een gevoel van herkenning teweeg te brengen. Een knik in het pad maakt de wandeling spannender, net als hoogteverschillen in het dak en hoge ramen die op verschillende plekken onverwacht daglicht binnen laten stromen. Omdat het meeste hout vrij ruw is gehouden, wordt de associatie met bos nog versterkt.

Het Buitencentrum moest ruimte bieden voor zowel bezoekers als boswachters die er hun kantoorruimte kregen. Aan weerszijden van het ‘bospad’ bevinden zich enerzijds de besloten werkruimten van de mensen van Staatsbosbeheer en anderzijds de meer publieke ruimten als het voorlichtingscentrum, de winkel en de horeca. Door de organisatie van de ruimten rondom het bospad is er ruimte gecreëerd voor een ‘toevallige’ ontmoeting tussen de bezoekers en de boswachter, iets wat bezoekers leuk vinden en waarmee informatie-uitwisseling op een alledaagse, informele manier plaats kan vinden. Mensen kunnen de boswachter in de wandelgangen even een vraag stellen.

Hout uit eigen bos

De constructie van het Buitencentrum is van hout gemaakt (Douglas) dat van de bossen van Staatsbosbeheer afkomstig is. Dit was voor Staatsbosbeheer een kans om te laten zien dat hout uit de Nederlandse bossen op heel verschillende manieren toegepast kan worden. Want Staatsbosbeheer oogst jaarlijks veel meer hout dan de meeste mensen denken. Er komen vrachtwagens vol hout uit de Nederlandse bossen gereden, waarmee ook een deel van het eigen budget verdiend wordt. Wat gekapt wordt, wordt uiteraard ook weer ruimschoots aangeplant, zodat per saldo het aantal bomen toeneemt. Voor de constructie van het Buitencentrum moesten grote, rechte bomen gezocht worden waaruit balken van soms wel veertien meter lang gezaagd konden worden. Maar ook vloeren, kozijnen, vensterbanken, meubels en wandbekleding werden van verschillende soorten Hollands hout gemaakt. Dit houten interieur zorgt niet alleen voor een warme ‘levende’ atmosfeer maar ook voor een herkenbare geur en een goede vochthuishouding.

Bij het ontwerp van de installatietechniek van het Buitencentrum waren duurzaamheid en energiebesparing belangrijke thema’s voor de opdrachtgever. De warmtepomp die is toegepast, met de daarop aangesloten energiebron, speelde daarbij een grote rol. De bron van die warmtepomp is een horizontaal buizensysteem van een kilometer lang dat onder het terrein is aangelegd en dat met water gevuld is. In de winter wordt warmte aan de bron onttrokken en in de zomer wordt de bron gebruikt om het gebouw te koelen. Dankzij dit systeem is een energiebesparing van vijftig procent bereikt ten opzichte van vergelijkbare gebouwen. Ook zijn er zonnepanelen toegepast. Daarnaast wordt nog negentig procent van de warmte uit de lucht gehaald voordat die naar buiten wordt geblazen en is het gebouw qua energiebeheer in zones verdeeld. Door de combinatie van deze en nog andere energiebesparende maatregelen is het Buitencentrum heel energiezuinig geworden. Het gebouw past in vorm en functie bij zijn eigenaar: houtachtig en duurzaam.

Projectgegevens

Opdrachtgever:Staatsbosbeheer
BVO:610 m2
Architect:Evelien van Veen
Oplevering:12-2014
Tekst:Dorine van Hoogstraten
Fotografie:Ben te Raa

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 4 van 2015.

Gerelateerd

Tags: , , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.