De Nieuwe Liefde in Amsterdam, Wiel Arets Architecten

De Nieuwe Liefde in Amsterdam, Wiel Arets Architecten

Door: maurice | 24-08-2011

Een monumentaal wijnpakhuis aan de Amsterdamse Da Costakade is opengewerkt en strakgetrokken van binnen om ruimte te bieden aan cultureel centrum De Nieuwe Liefde, geleid door theoloog en dichter Huub Oosterhuis. Het zijn twee functies die op het eerste gezicht moeizaam samengaan.

Een pakhuis is in principe diep, donker en gericht op de opslag van spullen, terwijl een cultureel centrum een plek is waar mensen elkaar ontmoeten in een aangename ambiance. Wiel Arets Architecten heeft dan ook flink moeten ingrijpen in het rijksmonument uit 1904 om daglicht en overzichtelijkheid in het pakhuis te krijgen.

Het gebouw waar nu De Nieuwe Liefde is gevestigd, is opgeleverd in 1904 als wijnpakhuis met proeflokalen op de verdieping. Dat paste goed in dat deel van Amsterdam Oud-West, waar zich sinds de negentiende eeuw naast de vele woningbouw ook allerlei bedrijvigheid gevestigd had. Zo bevonden zich in de directe omgeving een bouwmaterialenhandel, een bierbrouwerij en een lettergieterij.

Architect L.J. Neumeyer paste een sobere Jugendstil architectuur toe waarin hij diverse stijlinvloeden verwerkte. De betonconstructie van het systeem Monier, in vorm vergelijkbaar met een houten spantconstructie, was destijds nog behoorlijk nieuw. In de loop van de twintigste eeuw is het gebouw een aantal keren ingrijpend veranderd. Begin jaren dertig is het verbouwd tot parochiehuis van de katholieke kerk De Liefde, in de jaren vijftig werd het een bioscoop. De laatste jaren had het pand verschillende gebruikers die er kantoren, balletzalen en andere functies in vestigden. Daarbij raakte het onvermijdelijk uitgewoond: inbouwwanden, verschillende vloeren en systeemplafonds maakten het pand gefragmenteerd en onoverzichtelijk.

Gevarieerd programma

Opdrachtgever van de renovatie was Alex Mulder, die met zijn privé stichting AM Foundation de activiteiten van De Nieuwe Liefde steunt. Zo kon Huub Oosterhuis, die lange tijd in de binnenstad had gewerkt, zijn lezingen, debatten en muzikale activiteiten samen met zijn kantoor hier onderbrengen. Na renovatie is het gebouw voor De Nieuwe Liefde bijzonder compleet uitgerust voor de nieuwe functie. Het pand bevat niet alleen een grote zaal voor 230 mensen, maar ook een vergaderzaal voor zestig mensen, repetitieruimte voor een koor, bibliotheek, café, professionele keuken, ruime foyer en kantoorruimte. Ook heeft het gebouw twee monumentale trappenhuizen en een dakterras.

Overzicht en helderheid

De aanpak van Arets was gericht op het brengen van helderheid in het gebouw. Omdat het een gebouw zou zijn waar mensen elkaar treffen, was het belangrijk dat er visuele relaties binnen het gebouw geschapen werden. De meest structurele ingreep in het pand is dan ook het maken van een vide. Bij binnenkomst staat een bezoeker vrijwel direct in een hoge ruimte met overvloedig daglicht en zicht op een monumentale trap. Tegen de voorgevel aan is een ontvangstbalie geplaatst, maar de blik wordt naar achteren getrokken, door het gebouw heen naar kleurige glas-in-loodramen in de achterwand en op een lager niveau door het café heen op een glazen achterpui. Zo trekt de architectuur de mensen als het ware het gebouw in en biedt het een één klap overzicht. Eenmaal midden in de vide is er naar boven toe eveneens zicht op alle verdiepingen.

Projectgegevens

ProjectteamWiel Arets, Bettina Kraus, Gwendolyn Kerschbaumer, Julius Klatte, Dennis Villanueva, Marie Morin, Bas van der Pol, Natali Gagro
OpdrachtgeverAmerborgh Monumenten, Amsterdam
Adviseur constructieZonneveld, Rotterdam
Adviseur installaties, adviseur op het gebied van brandveiligheid en akoestiekWRI, Maastricht
Start bouwApril 2010
OpleveringFebruari 2011
Bruto vloeroppervlakte1960m2
ProgrammaKantoor, cultureel centrum, theater
Bouwsom€ 1.700.000 incl. installaties, excl. inrichting en BTW
TekstDorine van Hoogstraten
Foto’sSjaak Henselmans

Contrast tussen oud en nieuw

Het pand was opgebouwd uit twee delen die in de voorgevel te onderscheiden zijn, het linker deel wat breder dan het rechter. Tegelijk heeft het pand duidelijk een voorhuis dat iets hoger ligt dan het achterhuis. Deze structurerende verdeling is op hoofdlijnen benadrukt door de kern als het ware uit te hollen. De centrale vide is afgewerkt in strak wit stucwerk. Door de moderne detaillering is ook inzichtelijk wat nieuw is en wat oud, op sommige plekken is een duidelijk contrast tussen die twee werelden ontstaan. Zo kwam de nieuwe vloer van de vide lager te liggen dan de oude vloer van het trappenhuis. Het hoogteverschil is overbrugd met enkele brede treden in nieuw marmer, waarna de oude trap van gelig natuursteen begint.

Daglicht in grote zaal en café

De grote zaal is op de begane grond rechts geplaatst, waar sinds de bouw al een grote zaal gevestigd was. Voor de akoestische isolatie is een doos-in-doosconstructie gemaakt. Het plafond is voor een groot deel verwijderd, zodat een balkon is ontstaan en een passende hoogte is bereikt voor een dergelijk grote zaal. Ook hier is daglicht overvloedig aanwezig dankzij hoge ramen in de achtergevel. Het café is gevestigd in een eenlaagse aanbouw aan de achterzijde. Deze aanbouw bestond al, maar de architect wilde ook hier meer openheid in de beleving.

Hoewel op enkele meters van de pui een blinde muur staat, is de achtergevel toch geheel van glas gemaakt. Voor de blinde muur is klimop geplant. Het zicht naar buiten aan die zijde heeft meerwaarde omdat het doorzicht en oriëntatie biedt, wat bij een gesloten wand ontbrak. Via een ingewikkelde route, ingegeven door het historische karakter van het gebouw, is er toegang tot een professionele inpandige keuken.

Door verschillende plafondhoogtes in de lobby op de verdieping is subtiel gerefereerd aan de oude structuur van voorhuis en achterhuis, slechts leesbaar voor de oplettende kijker. Oosterhuis’ organisatie heeft kantoren en een bibliotheek op de tweede verdieping, alle met grote raampartijen zodat er steeds een zichtrelatie is tussen de diverse ruimtes. De repetitieruimte voor het koor in het voorhuis van de bovenste verdieping had een aardige kapconstructie, maar door de dikte van het akoestische isolatiepakket verdween deze uit het zicht.

Vrijmoedige en radicale renovatie

De meubels die Wiel Arets Architecten voor het gebouw heeft ontworpen, zoals de garderobe in de vide, de bar van het café en een keukenblok in de lobby dat geheel achter een schuifwand verborgen kan worden, is zo strak mogelijk gedetailleerd met hoogglans witte panelen. Ook hierin is het contrast met het oude pand optimaal opgezocht. Doordat de ingrepen in het pand radicaal zijn, is van de ouderdom van het pakhuis na het passeren van de elegante voorgevel in feite niet veel meer te merken.

De gebruikelijke oproep vanuit monumentenzorg om terughoudend en bescheiden met het interieur van een rijksmonument om te springen, is hier niet ter harte genomen. In de jaren dertig en vijftig was al zoveel aan het pand veranderd, dat van originele materialen of structuren nauwelijks meer sprake was. Daarom heeft de architect er voor gekozen de renovatie groots en vrijmoedig op te zetten. De onderdelen die nog over zijn van het oude wijnpakhuis hebben daar als oude relikwieën een plek gekregen, zoals de voorgevel, het glas in lood, en de trappen. Zo voegt de architect een krachtige hedendaagse laag toe aan de geschiedenis van een rijksmonument.

Gerelateerd

Tags:

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.