De St@art Apeldoorn

De St@art Apeldoorn

Project
Door: Redactie ArchitectuurNL | 09-11-2010

Het ontwerp van gebouw De St@art voegt zich met veel toegepast hout in de bosrijke omgeving van primatenpark Apenheul te Apeldoorn, in natuurgebied Berg & Bos. Milieuvriendelijke technische installaties en betonkernactivering dragen onder meer bij aan de duurzaamheid van De St@art. Zelfs dermate ver dat het gebouw geheel CO2-neutraal is, naar de wens van de opdrachtgevers.


Het door RAU Architecten ontworpen gebouw De St@art herbergt kantoorruimte voor Apenheul en het Natuurhuis, het Apeldoornse Centrum voor Natuur- en Milieueducatie. Daarnaast bevinden zich er een expositieruimte, behandelkamers voor dierenartsen, een auditorium en twee vergaderzalen die ook door derden te huren zijn.

Hoogteverschillen

Op de begane grond grenst een overkapte buitenruimte aan de zaal. Dit maakt de gelegenheid bij uitstek geschikt voor bijeenkomsten met warmer weer. Het dak van de buitenruimte is geheel in het totale ontwerp geïntegreerd. Omdat De St@art met zijn kronkelende vorm als één geheel in het landschap staat, is het verschil tussen binnen- en buitenruimte van bovenaf onzichtbaar. Waar het terrein afloopt, verlaagt het dak van het 150 meter lange gebouw zich ook telkens iets. Zo wordt het hoogteverschil in het landschap gradueel overbrugd, zonder dat dit duidelijk waarneembaar is.

Spanten van inlands lariks

Het dak kraagt aan de kant van de publiekstoegankelijke buitenruimte van Apenheul een stuk over de ter plaatse opengewerkte gevel uit en werkt zo mede als zonnewering. Negenentwintig gelamineerde spanten van inlands lariks dragen de dakdelen. Inpandig bevinden de spanten zich prominent in het zicht. Aan de publiekskant eindigen ze bovenin circa 1,5 meter voor de gevel; aan de andere zijde lopen de gekromde spanten tot op het maaiveld. De lengte van de spanten is dusdanig – de langste meet zelfs 30 meter en is 3 ton zwaar – dat het transport naar het bouwterrein alleen ’s nachts mocht plaatshebben. Ronde, grijze dwarsbalken verbinden iedere twee naast elkaar liggende spanten onderling. Op plaatsen waar de verbinding in de bovenhoek van het lagere en in de benedenhoek van het hogere spant is aangebracht relativeren de dwarsbalken het hoogteverschil optisch.

Open en gesloten

Kenmerkend voor De St@art is het verschil in open- en geslotenheid van de twee langsgevels. De op de parkzijde gerichte gevel heeft op beide verdiepingen – de begane grond en eerste etage – glas van vloer tot plafond, gevat in larikshouten kozijnen. Horizontale kozijndelen verspringen in hoogte. Voor deze horizontale delen bevinden zich aan de gevel eveneens op diverse hoogten aangebrachte zonweringen van vurenhout. De gevel staat iets uit het lood en helt naar voren. Ook dit beperkt de zonlichtinval. De opengewerkte gevel biedt werknemers en bezoekers panoramisch uitzicht op de bomen ertegenover en een grote vijver, die zich wat verderop in het lagere deel van het park bevindt.

Diepe raamkaders

De langsgevel aan de andere zijde is veel meer gesloten, al bevinden zich er wel in omvang variërende, vierkante raamuitsparingen in. Aan de buitenzijde steken de uitsparingen iets uit de gevel en zijn de raamkaders voorzien van zink. Binnen, in de kantoorruimte, valt op dat de raamkaders opvallend diep zijn. Dit is een direct gevolg van de wens een klimaatneutraal gebouw te ontwerpen: ten behoeve van isolatie bevindt zich hier een dik gevelpakket. Het gesloten deel van de achtergevel is bekleed met horizontale vurenhouten latten. De latten zijn – telkens tussen twee staanders – ietwat bollend op de gevel aangebracht. Dit accentueert de ronding van De St@art. Waren de latten geheel vlak gemonteerd, dan zou de gevel de indruk hebben gewekt wat door te knikken. Doordat de gevel bovenaan is afgerond en de latten, waar het dak vlakker wordt, aan het oog zijn onttrokken, wekt het gebouw aan deze zijde de indruk een hoge rug naar zijn omgeving op te zetten.

Betonnen en larikshouten kolommen

Het plafond van het kantoor op de eerste verdieping is om akoestische redenen iets bollend uitgevoerd en geperforeerd. Slanke kolommen schragen de constructie van De St@art. De kolommen staan inpandig aan de parkzijde, op de plaats waar de afstand tussen vloer en spanten het grootst is. Een stalen verbindingsstuk koppelt de spanten met de kolommen, een zuiver esthetische ingreep. In de publiekstoegankelijke ruimten staan – relatief dure – larikshouten kolommen. De kolommen in de kantoren zijn uitgevoerd in budgettair voordeliger beton. Saillant is het verschil in uitvoering tussen de kantoorruimte op de begane grond en de eerste verdieping, een gevolg van de gebruikerskeuze.

Tegelvloeren en glazen vloeren

Op de eerste etage is er sprake van een, bijna het gehele vloeroppervlak beslaande kantoortuin. Op de begane grond liggen cellenkantoren en lesruimten aan weerszijden van een met het gebouw meekrommende gang. Op de vloer van de begane grond en de trappen liggen lichtgrijze Mosa-tegels. Op een aantal plaatsen zijn de tegels taps uitlopend gezaagd om de kromming van de plattegrond te kunnen volgen. Ze zijn vervaardigd van hergebruikt materiaal, hetgeen aansluit bij het uitgangspunt om waar mogelijk een cradle-to-cradle gebouw te maken. In diverse ruimten op de begane grond van het Natuurhuis zijn achter beloopbaar glas de leidingen van de betonkernactivering in het zicht gelaten.

Energievoorziening

Om een CO2-neutraal gebouw te bewerkstelligen, zijn betonkernactivering en warmte-koudeopslag toegepast. Hierdoor zijn radiatoren en airconditioning overbodig in De St@art. Ten behoeve van de warmte-koudeopslag zijn 32 leidingen naar een bron op 200 meter diepte in de bodem geslagen. Een warmteterugwininstallatie hergebruikt de overtollige warmte die mensen en apparatuur – vooral computers – afstaan.

Uitgekiend verlichtingssysteem

Vanzelfsprekend zijn er in het gebouw geen gloeilampen aanwezig, maar wordt gebruik gemaakt van zuinige LED-verlichting. Via het door onder meer Philips Lighting ontwikkelde DALI-systeem, Digital Adressing Lighting Interface, is iedere lamp niet slechts daglichtafhankelijk ingeregeld. ’s Ochtends geven de lampen minder licht en verbruiken dus minder energie dan ’s middags. De reden is dat werknemers wat vermoeider zijn als een deel van de werkdag erop zit en ’s middags dus iets meer behoefte aan licht hebben. Verder is er in het interieur vooral sprake van witte wanden en meubilair. Dit verlaagt de behoefte aan kunstlicht.

Ondergronds auditorium

Bijna geheel onzichtbaar bevindt zich een ondergronds auditorium met een capaciteit van 350 bezoekers. Het auditorium strekt zich uit tot een diepte van zes meter. De ondergrondse situering ontziet de natuur in de omgeving en benadrukt zo het duurzaam karakter van De St@art. Het sprekersgedeelte bevindt zich onderin het auditorium. Boven dit deel bevindt zich een glasstrook waardoor daglicht kan binnenvallen. Hierdoor is een intieme sfeer gecreëerd. In een omgeving waar sprake is van slechts kunstlicht staat een spreker maar al te vaak tegen het licht in te kijken, zonder veel zicht op het publiek. Toch is de lichtstrook desgewenst ook geheel te verduisteren. De auditoriumbrede, witte wand achter het sprekersdeel is geschikt voor projectie.

 

Dit artikel is verschenen in ArchitectuurNL 6 2010

Projectgegevens

Projectarchitect Thomas Rau
Opdrachtgever Apenheul, Apeldoorn
Adviseur constructieAronsohn, Amsterdam/Rotterdam
Adviseur installatiesValstar Simonis, Rijswijk
Adviseur bouwfysica en akoestiekDGMR, Arnhem
Hoofdaannemer Draisma, Apeldoorn
Tuinarchitect Gemeente Apeldoorn
Start bouwSeptember 2008
Oplevering April 2010
Bruto vloeroppervlakte3.550 m2
Programmakantoor, educatief centrum, bezoekerscentrum, auditorium
Bouwsom € 5.465.000 incl. installaties (€ 1.475.000), excl. inrichting en BTW
Leverancier spantenDe Groot Vroomshoop, Vroomshoop
Leverancier warmtepompAlpha-InnoTec, Kasendorf (D)
TekstStefan van Hoek
Foto'sBen Vulkers

Gerelateerd

Tags: , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.