Eigenwijs conformisme in IJsselstein

Eigenwijs conformisme in IJsselstein

Door: Redactie ArchitectuurNL | 14-11-2015

Architect Walter van Meijl en ontwikkelaar/aannemer Arie de Wit sloegen de handen ineen toen een mooi plan voor stedelijke vernieuwing in IJsselstein dreigde te mislukken. Samen realiseerden ze nieuwe aantrekkelijke winkelruimte en gewilde appartementen voor nieuwe stadsbewoners. Met respect voor de historische omgeving, maar ook aandacht voor de gebruiker, hebben ze het oude verheven en een nieuwe toekomst gegeven.

Het zal niemand ontgaan zijn dat de winkelbranche het moeilijk heeft. Naast de opkomst van internetwinkels is er sinds 2008 een economische tegenwind opgestoken die de branche in het oog van de storm deed belanden. Steeds meer winkels gingen failliet, met als gevolg een toenemende leegstand. Grote steden als Amsterdam, Den Haag en Utrecht hebben in mindere mate last van leegstand in het stadshart omdat zij door de hoge concentratie winkels in allerlei sectoren een magneet blijven voor de funshopper. Winkelstraten zijn het kloppend hart van een stad en van vitaal belang. Voor een kleine provinciestad als IJsselstein onder de rook van Utrecht is het niet eenvoudig de oude stad levensvatbaar te houden.
De problematiek moet op allerlei fronten aangepakt worden. De aantrekkelijkheid van het stadshart moet verhoogd worden door een meer passend aanbod. Dit betekent naast diversiteit ook meer horeca; funshoppers moeten tenslotte ook een terrasje kunnen pikken. Er moeten ook meer mensen in de oude stadskern komen wonen. Een hogere concentratie bewoners zorgt voor meer passanten en meer omzet.
De laatste jaren ligt de focus in steden op grootschalige herontwikkeling van bestaande gebieden in of nabij het centrum. Een provinciestad is meestal aangewezen op kleinschaliger herontwikkeling. Een mooi voorbeeld hiervan is de transformatie van een leegstaand winkelpand in de hoofdwinkelstraat in IJsselstein door aannemer Arie de Wit en architect Walter van Meijl.

Plan met een aanloop

Apotheek Lamberts was een bekend adres in IJsselstein. Sinds de jaren vijftig was de zaak gevestigd in het karakteristieke Benschopperstraat 16 en later werd het belendende pand nummer 14 daarbij getrokken. In 2007 benaderde de apotheker architect Walter van Meijl, zelf woonachtig in IJsselstein, om plannen te maken voor het verwaarloosde pand omdat de apotheek verplaatst zou worden naar een medisch centrum. Meer en betere winkelruimte op de begane grond en op de leegstaande verdiepingen moesten appartementen komen, evenals op het deels lege achterterrein dat aan de Koningshof grensde. De steeg links van Benschopperstraat 16 zou ook overbouwd moeten worden. Doordat de verhuizing langer duurde werden de plannen in de ijskast gezet. Nadat de verhuisplannen concreet waren geworden, werd het pand te koop gezet. Aannemer De Wit die oorspronkelijk het werk zou gaan uitvoeren, kocht het pand en vroeg in 2013 Walter van Meijl de bestaande plannen uit de kast te halen en aan te passen. Het aantal appartementen werd verhoogd door de gemiddelde vloeroppervlaktes terug te brengen.

Bouwhistorie

Hoewel Benschopperstraat 16 en 14 geen monumenten zijn, maken ze wel onderdeel uit van het beschermd stadsgezicht. Nummer 16 heeft een monumentale trapgevel die in 1955 de originele zeventiende-eeuwse gevel verving. Nummer 14 is een eenvoudige woning uit 1922. De commissie Welstand en Monumenten was nieuwsgierig naar de oude functie van het pand nummer 16 en vroeg zich af wat er nog aan originele elementen aanwezig was. Via Walter van Meijl werd bureau Archimedia ingeschakeld om een bouwhistorisch onderzoek verrichten. Archimedia haalde flink wat historie naar boven en gaf verklaring voor sommige merkwaardige constructies in het pand. Zo bleek achter de brede gevel van Benschopperstraat 16 anderhalve woning schuil te gaan met verschillende balklaagrichtingen.
Voor de architect was het onderzoeksrapport een leidraad om nog overgebleven historische interieurelementen te integreren in het ontwerp. Bij een verbouwing van een pand in een historisch gebied maakt Van Meijl gebruik van de kwaliteiten in en om het gebouw. Dat betekent niet tot elke prijs conserveren, maar oud en nieuw laten samensmelten. Welstand drong echter aan op behoud van beide panden, vanwege de waarde voor het totaalbeeld van de straat. Dit verzoek werd gehonoreerd maar leverde de architect wel veel pas- en meetwerk op door de verschillende verdiepingshoogtes van de twee panden.

Stadspleintje op niveau

Herontwikkelaar Arie de Wit wilde op de begane grond twee winkels, elk achter zijn eigen gevel. De winkels moesten qua oppervlakte aanzienlijk uitgebreid worden ten opzichte van oude situatie. Het achterhuis van Benschopperstraat 16, schuurtje en garage op het achterterrein werden gesloopt, evenals het schuurtje op de binnenplaats achter Benschopperstraat 14. Deze vrijgekomen ruimtes werden op de begane grond bij de winkels getrokken. In de nieuwbouw aan de Koningshof zijn daarboven nieuwe appartementen gerealiseerd. Vrijwel het gehele perceel werd overdekt met een nieuwe, enorme betonnen plaat ter hoogte van de oude verdiepingsvloer van Benschopperstraat 14. Alleen in het voorhuis van Benschopperstraat 16 werd de oude hogere verdiepingshoogte aangehouden, waardoor de historische moerbalken in zicht bleven.
Waar zich de voormalige steeg bevond, kwam de ingang naar de appartementen met schuurtjes en trappenhuis. Op de betonnen vloer werd in het midden pleintje open gehouden. Via dit gemeenschappelijke gedeelte kunnen de bewoners hun appartement bereiken. Het is als een soort stadspleintje gedacht waar mensen elkaar ontmoeten en gezamenlijk buiten kunnen zitten, ter bevordering van de sociale cohesie. Navraag bij de bewoners laat horen dat dit inderdaad het geval is. Echter de architect erkent ook de behoefte aan meer private buitenruimte en heeft bij de meeste appartementen een balkon of terras gerealiseerd. De appartementen die dit niet hebben, hebben op het ‘stadspleintje’ een grasstrook als visuele scheiding gekregen. In de gevels aan het stadspleintje zijn gemêleerd, zo heeft elk deel een eigen gezicht gekregen door het gebruik van verschillende soorten baksteen en hout.

Ruimteschip

Architect Van Meijl moest een creatieve oplossing verzinnen voor de verschillende verdiepings- en kaphoogtes van de twee oude panden. De woonkwaliteit moest verbeteren en hij wilde naast extra ruimte ook een extra dimensie aan de ruimte toevoegen. Vooral de kap van Benschopperstraat 14 waar een heel appartement in moest komen, vroeg hierom. Het antwoord was een soort dwarsschip dat als nieuw element de daken van Benschopperstraat 14 en 16 doorboort. Hierdoor werd ruimte gewonnen, terrasjes en grote dakkapellen mogelijk gemaakt. Het geheel vervlecht de twee panden en is onderscheidend vormgegeven. Door het wezensvreemde effect van het dwarsschip en de moderne vormgeving – Oud-Hollandse pannen versus zinken bekleding – ziet de architect deze ingreep ook figuurlijk als een ruimteschip dat hij in de kap heeft laten landen. De entrees van de appartementen in Benschopperstraat 16 hangen als twee blokken in de hoge winkelruimte. In die blokken overbrugt een trap het niveauverschil tussen de eerste verdiepingsvloeren.
Licht en zicht
Walter van Meijl wil, zoals vermeld, de kwaliteit van de omgeving benutten om het wonen in de stad aantrekkelijker te maken. Een voorbeeld hiervan is een woonkamer die alleen aan het ‘stadspleintje’ gevelvensters heeft. Voor een goede lichtopbrengst en uitzicht met stadsbeleving bedacht hij twee oplossingen. Daklichten in het achterste gedeelte van de kamer geven mooi diffuus licht. En door een hoek van het platte dak op te tillen en tussen muur en dak glas te zetten, krijgt de bewoner zicht op de kerktoren en heeft hij tot laat zonlicht in de kamer. Ook de terrassen in het oude Benschopperstraat 16 zijn bewust aan de zuidwestkant gesitueerd waar zich een breed stadspanorama openbaart met katholieke kerk en molen.
De oude vensters in de zijgevel van Benschopperstraat 16 wilde Van Meijl behouden en door een lichtstraat in de overbouwing van de steeg te maken tegen de zijgevel aan, valt er daglicht in de winkel en in de overbouwde steeg.

Eigenwijs conformisme

Op het achterterrein van Benschopperstraat 14 en 16 is volledige nieuwbouw gerealiseerd. De nieuwe gevel aan de Koningshof 5 is ingeklemd tussen twee eigentijdse blokken. Ook hier heeft Van Meijl verbinding gemaakt met de omgeving. De puntgevel is niet alleen een afgeleide van de achtergevel van Benschopperstraat 16, maar refereert ook aan het buurpand. De hap uit de gevel refereert aan de vormentaal van nummer drie. In de keuze voor verblendsteen is een link gelegd met buurpand 7. Om de grijze monotonie te doorbreken zijn deuren, enkele vensters en de wanden van de inpandige balkons oranje gekleurd. Door deze kleurstelling eist het pand, ondanks zijn invoeging in de omgeving, zijn aandacht op.

Projectgegevens

Architect:Walter van Meijl, WAS architectuur & design.
Projectleider:Bas Obbink.
Opdrachtgever en aannemer:Arie de Wit/ Bouwbedrijf De Wit.
Bouwhistorish onderzoek:Archimedia, Zelhem.
Programma:550 m2 winkelruimte en 7 huurappartementen.
Bruto vloeroppervlakte:1400 m2.
Start bouw:Maart 2014.
Oplevering:September 2015.
Tekst:Fred Gaasbeek.
Fotografie:Eike Michler en Fred Gaasbeek.

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 7 van 2015.

Gerelateerd

Tags: , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.