Eindelijk af

Eindelijk af

Project
Door: Redactie ArchitectuurNL | 12-11-2012

Na een traject van tien jaar, drie directeuren en vele relletjes en vertragende incidenten staat het er nu. Op 23 september 2012 ging het nieuwe Stedelijk Museum Amsterdam open. Het iconische gebouw van Benthem Crouwel Architekten heeft zeker veel kwaliteiten, maar de vraag of het een goed idee was aan dit project te beginnen is echter een tweede. Immers zoveel expositieruimte komt er niet bij, terwijl het daar toch om begonnen was.

De nieuwbouw is gebaseerd op een programma van eisen uit 2004, dat voorziet in nieuwbouw en herziening van het bestaande gebouw. Belangrijkste doelstelling: toename van expositieruimte. Benthem Crouwel Architekten wint de uitgeschreven prijsvraag met een ambitieus wit kunststof gebouw. Voor alles moet gezegd worden dat het ontwerp, ook nu het gerealiseerd is, op een aantal punten echt geslaagd is. Een uitbreiding van een bestaand gebouw is nooit geheel vanzelfsprekend. Het extreme contrast tussen het neorenaissance gebouw van A.W. Weissman en ‘de Badkuip’ van Mels Crouwel lost dit probleem overtuigend op. Terwijl voor de buitenkant een contrast gezocht is, merkt een bezoeker binnen geen enkel verschil. De expositieruimtes van nieuwbouw en oudbouw gaan onmerkbaar in elkaar over.

Het gebouw gaat ook knap om met de complexe uitgangssituatie aan het Museumplein, met pal naast het Stedelijk een dominant geplaatst Albert Heijn-filiaal in een opstaande driehoek, ontworpen door de Zweedse architect Sven-Ingmar Andersson. Het programma van eisen schrijft: ‘Wanneer het Stedelijk zich meer en face op het museumplein richt […] vormt het ‘ezelsoor’ […] een obstakel. Het moet mogelijk zijn om deze naar het museum toe afkerende houding van het tuinlandschap, op esthetisch verantwoorde wijze betaald te zetten.’ Door de trotse, uitstekende luifel heeft het Stedelijk ook hier waar voor zijn geld gekregen. De vraag of het nu alles bij elkaar een goed idee was aan dit project te beginnen is echter een tweede.

Smoes

Allereerst dat rampzalig verlopen ontwikkelingsproces. De realisering van het gebouw duurde uiteindelijk acht jaar, twee keer de geplande tijd. Door budgettaire problemen start de bouw pas in augustus 2007. Bouwkundige problemen zorgen daarna opnieuw voor vertraging. Naast het faillissement van aannemer Midreth is een belangrijke oorzaak de aanleg van de museumkelder. Ook bij de bouw van de staalconstructie worden rekenfouten gemaakt. Volgens Crouwel is een groot deel van de berichtgeving over de oorzaken van de vertraging onjuist. Zo wordt in krantenartikelen de vertraging deels toegeschreven aan problemen bij het graven. De bodem zou onverwachts van klei en niet van zand zijn gebleken. Dit verhaal, vermoedt Crouwel, is in de wereld gekomen als smoes voor de vertragingen en kostenoverschrijdingen.

Projectgegevens

LocatieMuseumplein, Amsterdam
OpdrachtgeverGemeente Amsterdam
ArchitectBenthem Crouwel Architekten
Start bouw2007
AannemerMidreth (failliet in 2011) daarna Volker Wessels
TekstJens van ''t Klooster
FotografieJohn Lewis Marshall, Petra Starink

Een merkwaardig eerste hoofdstuk van de verbouwing is de feitelijke sloop van de door de legendarische directeur Willem Sandberg gebouwde Sandbergvleugel. Directeur Gijs van Tuyl rijdt gehelmd op een shovel het pand in. Wethouder Carolien Gehrels die toevallig langs fietst, gooit een steen door de ruit. Het beeld van een steenwerpende wethouder in mantelpak haalt zelfs De Telegraaf. Later wordt het meermaals aangehaald als tekenend voor de bestuurlijke hybris van het nieuwbouwproject.

Aristocratisering

De sloop van de Sandbergvleugel bleef omstreden en leidt zelfs tot oprichting van actiegroepen. Hans Ibelings schreef: ‘Als [de sloop] doorgaat dan worden een wezenlijk stuk museografische geschiedenis uit de periode Sandberg en een niet onbelangrijk bouwwerk van het naoorlogse modernisme weggevaagd’. De grote glazen ruiten die het gewone publiek van buiten in het museum lieten kijken stonden ook symbool voor het ideaal van de democratisering van de kunst. Zoals Van Tuyl in zijn nieuwjaarstoespraak van 2007 toegaf: ‘Van het idee van een onmiddellijk visueel contact tussen de mens op straat en de kunst in het museum, hoe mooi ook, heeft het Stedelijk met de sloop van de Sandbergvleugel afscheid genomen’. De nieuwbouw wordt volgens het Plan ‘aristocratische architectuur’ die ‘zowel de kunst als het publiek met egards ontvangt’.

Beperkte ruimtewinst

Over esthetische redenen voor die sloop bestaan nog steeds grote meningsverschillen. Het belangrijkste bestuurlijke argument vóór is het tekort aan expositieruimte. Dit roept los van het bouwproces de vraag op hoeveel ruimte er nu onder de streep echt bijkomt. Die vraag blijkt moeilijk te beantwoorden. In het wervingsmateriaal van het Stedelijk is sprake van verschillende getallen. Zo zou het nieuwe Stedelijk Museum 8000 m² totale tentoonstellingsruimte bevatten. Ook andere getallen suggereren een grote toename: ‘2x zoveel ruimte, waarvan 70% meer tentoonstellingsruimte’ (flyer open huis, mei 2012) en ‘3400 m² tentoonstellings- en programmaruimte’ in de nieuwbouw (Factsheet Architectuur, 2012). In een reactie op een eerdere berekening voor dit artikel komt Benthem Crouwel op 64% toename naar 6896 m2 en 2267 m2 tentoonstellingsruimte in de nieuwbouw. In die cijfers is het auditorium in de oudbouw niet meegerekend.

Wanneer ook gekeken wordt naar de ruimte die door de sloop verloren is, ontstaat een ander beeld. In het oude pand komt inderdaad meer ruimte vrij voor exposities doordat functies naar het nieuwe gebouw zijn verplaatst. De oude bibliotheek en het restaurant zijn nu samen één expositieruimte (272 m²). De garderobe is als expositieruimte te gebruiken (76 m²). Daartegenover staat het verdwenen prentenkabinet (–150 m²) dat zich op een nu verwijderde tussenverdieping bevond. Dit levert netto 198 m² toegevoegde expositieruimte op. In de nieuwbouw zijn de belangrijkste nieuwe ruimten de kelder van 1092 m² en de ‘nieuwe erezaal’ van 442 m². Naast vier kleinere expositieruimten (totaal 520 m²) komt er een naar sponsor Teijin vernoemd auditorium (213 m²). Met de in de oudbouw toegevoegde expositieruimte levert dit een totaal van 2465 m² toegevoegde ruimte. Dat is natuurlijk wel een aanwinst maar minder dan de cijfers die het Stedelijk communiceert.

Het alternatief voor het huidige nieuwbouwproject was een verbouwing met behoud van de Sandbergvleugel. Deze was ten tijde van de nieuwbouw in slechte toestand en voldeed niet aan de strenge eisen die nu aan klimatisering en belichting gesteld worden. De vleugel had echter wel gerenoveerd kunnen worden. Wanneer de Sandbergvleugel (1120 m²) als nettoverliespost wordt meegerekend blijft er maar 1345 m² feitelijk gerealiseerde toename over. Tegenover de 5551 m² expositieruimte in 2003 een toename van 24%. Het argument dat toename van de expositieruimte nodig was is daarom terugkijkend niet erg overtuigend.

Gerelateerd

Tags:

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.