Fundatie Zwolle: In de wolken

Fundatie Zwolle: In de wolken

Door: Jacqueline Knudsen | 08-07-2013

Toen Ralph Keuning, de ambitieuze directeur van de Fundatie in Zwolle, in 2010 architect Hubert-Jan Henket benaderde voor advies over de uitbreiding van zijn museum, vroeg hij hem om een transparante uitbouw à la Boijmans van Beuningen. Na kort beraad concludeerde Henket dat het anders moest en stelde een bolvormige uitbreiding op het dak voor. Met dit lumineuze idee en veel enthousiasme wisten ze samen in recordtijd alle gremia te overtuigen en mobiliseren zodat de uitbreiding al in mei 2013 kon worden geopend. 

‘Het is een razend snel proces geweest, een bijna Chinees bouwtempo’ noemt Ralph Keuning het. Hij kreeg heel iets anders dan hij had gevraagd, maar is er zeer gelukkig mee. ‘Dit is veel beter!’ verzekert Keuning. De architectuur van Hubert-Jan Henket is vaak ingetogen van karakter. Hij heeft de naam een architect te zijn die goed kan luisteren, naar de opdrachtgever, naar de locatie en, in geval van uitbreiding of renovatie, naar het bestaande gebouw. Maar als een opdrachtgever iets voor ogen staat, waarvan Henket denkt dat dat niet optimaal is, dan gaat hij ertegen in en komt met iets beters. In dit geval een bolvormig volume op het dak met twee zalen boven elkaar, en dwars door het midden van het gebouw een vide met transparante lift. De rest laat hij ongemoeid. Geen ingetogen uitbreiding, maar een zeer opvallende verschijning, waar iedereen wel een mening over heeft.

De lucht in

Toch houdt Henket wel degelijk op verschillende niveaus rekening met het bestaande, met de context. Henket: ‘Toen Ralph Keuning mij belde met de vraag om de haalbaarheid te toetsen van een glazen uitbreiding aan de achterzijde van het gebouw, heb ik het gebouw en zijn omgeving geanalyseerd. Het neoclassistische gebouw aan de rand van de oude binnenstad is rond 1840 als Gerechtshof ontworpen door architect Eduard Louis de Coninck. Het kent een alzijdige symmetrie en heeft aan twee zijden een monumentale entreepartij. Het is een mooi solitair geheel, de architect liet het iets terugspringen in de gevelwand van de Blijmarkt, aan de achterzijde steekt het juist vooruit in het singelpark, dat in de Engelse landschapsstijl werd ontworpen op de plek van de gesloopte stadsmuren. Zo’n sterk geheel moet je niet aantasten met een aanbouw of vleugel eraan. Wat kun je dan? Ondergronds kon ook niet, want onder het museum liggen allemaal historische funderingen en ondergronds achter het museum zou een onoverzichtelijke routing tot gevolg hebben. Dus er was maar één oplossing: er boven op! En als je dat doet moet je een vorm en materialisering kiezen die zó afwijkt van het oude, dat het geen concurrentie aangaat, dat oud en nieuw allebei hun eigen waarde hebben.’

Betegelde ellips

De gekozen vorm ligt voor de hand, een volume met twee symmetrieassen en elliptische doorsneden, dat twee meter vanaf de gootrand van de oudbouw terugspringt, 33 meter lang en 22 meter breed. De ronde vorm contrasteert met de orthogonale oudbouw. De opbouw heeft al vele namen gekregen, het oog, de wolk, de ufo, de rugbybal. Henket en de Fundatie opteren nu voor de Wolk, omdat de opbouw optisch zou zweven boven het neoclassicistische gebouw. Maar over dat luchtige zwevende effect valt te twisten, het staat er wel degelijk stevig op, ook optisch. Het stalen skelet van de nieuwe opbouw rust op acht stalen kolommen die langs de twee grote zalen op boorpalen gefundeerd zijn.

In de wolken

De kleur van de gevelbekleding moet het luchtige versterken, aldus Henket: ‘Als bekleding is in eerste instantie gedacht aan goud, als classicistische bol, en aan zilver voor een meer moderne uitstraling. Uiteindelijk kozen we voor driedimensionale tegels in verlopende kleuren van wit naar lichtblauw, zodat de opbouw lichter en luchtiger zou zijn, en soms zelfs optisch bijna weg zou vallen tegen de lucht. Ik wilde kleine reliëftegels, zodat regenwater warrelig naar beneden stroomt, zonder dat er na verloop van tijd vuilstrepen ontstaan. Ook moest er in de betegeling niet een patroon herkenbaar zijn, want dan gaat het vervelen. Het moet ook over 50 jaar nog een ding zijn waar men van houdt.’ Met de Koninklijke Tichelaar uit Makkum ontwierp Henket een nieuwe driedimensionale keramische tegel in twee kleine vierkante formaten, 10x10cm en 20x20cm. De reliëftegel heeft een asymmetrische doorsnede en kan dus op vier manieren worden geplaatst. Samen met de twee formaten en de kleurverschillen kan er eindeloos gevarieerd worden.

Foetelarij

Maar dan ben je er nog niet. Als je tegels gewoon naast elkaar plaatst, ontstaat een spie door de ellipsvorm, zowel in horizontale als verticale richting, dat wordt een onbeheersbaar proces. Hoe krijg je dat dan voor elkaar? Daarvoor riep Henket de hulp in van bevriende wiskunde-experts: ‘Kunnen jullie niet een of andere formule bedenken, die we kunnen toepassen voor de betegeling. Dat zou je wel verwachten met zo’n geometrische vorm, maar nee, zo’n formule bleek onmogelijk. Dus moesten we empirisch onderzoeken hoe we de tegels moesten laten zetten. Met proefstukken op ons bureau zijn we gaan experimenteren.’ Op basis daarvan heeft Henket een paar spelregels geformuleerd voor de tegelzetter: ‘Alle tegels moeten de horizontale en verticale lijnen respecteren. De tegelzetter werkt in vlakken van twee bij twee meter telkens vanuit de randen naar het midden. Er mogen nooit meer dan vier tegels hetzelfde achter elkaar worden geplaatst, om lijnvorming te vermijden, patronen moeten worden vermeden en de voeg mag nooit meer dan 10 mm zijn. Om dit te bereiken, moet hier en daar gefoeteld [Limburgs voor gesjoemeld red.] worden. Naast de tegels van 20×20 en 10x10cm, is er ook een platte tegel toegepast die door-en-door wit is en daarom op maat gezaagd kan worden – de andere tegels zijn rood van binnen – om de reststukjes op te vullen. Door de enorme geschakeerdheid van de gevel vallen die stukjes niet op.’ Veel lof zwaait Henket tegelzetter Andries Planting toe, die de klus heeft geklaard door eerst zichzelf te bekwamen in het ongebruikelijke zetwerk en vervolgens andere tegelzetters aan te sturen. ‘Het is lastig om enerzijds heel rationeel te werken, volgens de regels, en anderzijds een quasichaos te creëren. Maar het is gelukt. De rafelige reptielachtige rand van de gevel hadden we niet voorzien, dat is een bonus.’

Oog op de stad

Nog zo’n cadeautje: ‘Het grote raam op noorden is precies zo geplaatst, dat er geen zonlicht naar binnen kan vallen. Die plaatsing geeft een prachtig uitzicht op mooiste kerk van Zwolle, de Grote of Sint-Michaëlskerk, en de rest van de oude binnenstad. Maar dat is puur toeval!’ Op de twee open tentoonstellingsvloeren komt alleen via dit grote venster daglicht binnen. De plafonds zijn voorzien van dunne dimbare tl-buizen in rijen naast elkaar, in de onderste zaal achter een transparant doek, boven niet, daar is de koepel geheel zichtbaar. Tijdens de openingstentoonstelling van Pieter Henket – de zoon van Hubert-Jan – waren in de bovenzaal de lichten uit, in verband met videoprojecties. De ronde ruimtevorm is hierdoor wel goed ervaarbaar – geen recht lichtplafond – maar het was wel behoorlijk donker. Ook als je vanaf de begane grond door de vide naar boven kijkt, verwacht je licht bovenin, maar dat is er nu nauwelijks.
In die vide is een nieuwe transparante lift die alle niveaus ontsluit, behalve de tweede verdieping, het niveau van het oorspronkelijke dak van de oudbouw. Waar nieuw en oud elkaar raken, loopt op dit niveau rond het hoger opgetrokken middendeel van de oudbouw, je loopt hier tussen de rechte gevels van de oudbouw en de nieuwe ronde gevel. Vanaf de gang leiden twee gebogen trappen naar de derde verdieping, de onderste nieuwe zaal.
De gebogen muren zullen vrij blijven, wellicht een enkele sculptuur daargelaten die wel de wand raakt, de kunstwerken worden opgehangen aan verticale glazen panelen die in vierkante betonnen voeten zijn geklemd. Een fraaie oplossing, overgenomen van de Braziliaanse architecte Lina Bo Bardi, die het ontwierp voor haar Museu de Arte de São Paulo uit 1968. Kunstenaar Wendelien van Oldenborgh paste dit systeem in 2010 toe in het Van Abbemuseum bij een expositie over Bo Bardi.
Bijzonder is het feit dat er een bar is in de onderste zaal in de bol, in dezelfde ruimte als de kunst. Je kunt hier met een drankje genieten van het uitzicht en even uitrusten. Bezoekers mogen niet met hun beker gaan rondwandelen tussen de kunstwerken, ze moeten bij de bar blijven. De drank wordt geschonken in wegwerpbekers, omdat een spoelinstallatie te veel vocht in de ruimte zou brengen.  Voor openingen van exposities en andere gelegenheden is dit zo een prachtige ruimte.

Waar nieuw en oud raken

De Fundatie is een van de drie grote museale projecten die BiermanHenket architecten dit jaar opleveren in Zwolle, Leeuwarden en Den Bosch. Henket heeft een grote staat van dienst op cultureel gebied en in transformaties en uitbreidingen van bestaande gebouwen. Over het verbinden van oud en nieuw, het verweven van houdbare moderne architectuur in een historische context, heeft Henket onlangs een aanbevelenswaardig boek geschreven: Waar nieuw en oud raken – Een pleidooi voor houdbare moderniteit in architectuur. Met houdbare moderniteit doelt Henket op een architectuur die antwoord geeft op de vragen van zijn eigen tijd, maar tegelijk een blijvende poëtische lading heeft, die er voor zorgt dat mensen van een gebouw houden en zich inzetten voor het behoud ervan.

Projectgegevens

LocatieBlijmarkt 20, Zwolle
ArchitectBiermanHenket architecten
OpdrachtgeverMuseum de Fundatie / Gemeente Zwolle
AdviseursABT bv, Huisman & van Muijen, Climatic Design Consult
HoofdaannemerBAM Utiliteitsbouw Regio Oost
Start bouwJanuari 2012
opleveringMei 2013
Bruto vloeroppervlakte uitbreiding1000 m2
Bouwsom€ 6.000.000
Leverancier tegelsKoninklijke Tichelaar Makkum
TekstJacqueline Knudsen
FotografieJacqueline Knudsen, Pedro Sluiter

Gerelateerd

Tags: , , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.