Gebouw in de stad – stad in het gebouw

Gebouw in de stad – stad in het gebouw

Door: Redactie ArchitectuurNL | 19-04-2011

Projectgegevens

OntwerpteamBart Mispelblom Beyer, Charlotte ten Dijke
OpdrachtgeverStadswonen, Kristal Projectontwikkeling, Rotterdam
HoofdaannemerBallast Nedam, Capelle a/d IJssel
Adviseur constructiesVan Rossum Raadgevende Ingenieurs, Amsterdam
Adviseur installaties (ontwerp)DWA installatie en energieadvies, Bodegraven
Adviseur installaties (uitvoering)Klimax Installatie - T.I.B. International, Haarlem
Adviseur akoestiekPeutz, Zoetermeer
OpleveringDecember 2010
Bruto vloeroppervlakte 33.0000 m2
Programma 494 appartementen (233 van 30 m2, 200 van 45 m2 en 61 van 60 m2), 400 m2 collectieve ruimtes, 1240 m2 kantoorruimte, 1490 m2 commerciële voorzieningen, 135 parkeerplaatsen
Totale stichtingskosten € 77.000.000
Bouwkosten€ 36.000.000 incl. installaties excl. inrichting en BTW
TekstPaul Groenendijk
Foto’s John Lewis Marshall, Leo van Velzen (8)

Woongebouw Cité voor starters en studenten vormt tezamen met de hogeschool Inholland een levendige enclave temidden van de woningbouw en kantoren op de Kop van Zuid. Met 750 bewoners met 60 nationaliteiten heeft de populatie de omvang van een klein dorp. Ze ontmoeten elkaar in het gemeenschappelijke atrium op de begane grond. Daar zijn ook bedrijfsruimtes, logeerkamers, een wasserette en binnenkort een fitnessruimte en een horecagelegenheid te vinden. “Op het maaiveld gebeurt te weinig in Rotterdam, een algemeen probleem,” stelt architect Bart Mispelblom Beijer van Tangram Architekten. “Door op de goede plek kwaliteit te maken willen we de mensen hier binden.”

De contour van het gebouw met twee torens van 84 en 75 meter stond al vast in het stedenbouwkundige masterplan van Erick van Egeraat. De verspringingen in de bouwmassa zijn vanuit de stedenbouwkundige verschijningsvorm bepaald, net als voor het naastgelegen gebouw voor het UWV (ontwerp Wouter Zaaijer). Aanvankelijk was op deze locatie ook een kantoorgebouw gedacht, maar daar bleek geen behoefte meer aan te zijn. De Rotterdamse woningcorporatie Stadswonen, voortgekomen uit de Stichting Studentenhuisvesting, zag hier mogelijkheden voor een woongebouw met studentenflats, hotelkamerachtige short stay-appartementen en starterswoningen.

Het project past verder goed in het gemeentelijk beleid hoger opgeleiden aan de stad te willen binden. Door binnen de sculpturale gebouwenveloppe zo compact mogelijk te ontwerpen lukte het Mispelblom Beijer en partner Charlotte ten Dijke een kwart meer woningen in het gebouw te krijgen dan aanvankelijk gedacht. Met bijna 500 in plaats van 400 woningen bleek het mogelijk op deze bijzondere locatie rendabel te bouwen voor de onderkant van de markt. En dat met de door het quality team gewenste internationale uitstraling.

De bijzondere locatie kende ook nog enkele technisch lastige randvoorwaarden. Zo loopt er vlak langs het gebouw een metrobuis. Ook was het de bedoeling dat de uitbreiding van de hogeschool van Erick van Egeraat, een overbouwing van die metrobuis, zou worden opgelegd op het gebouw. Mispelblom Beijer: “Door een wisseling van aannemers tijdens de bouw werden aanvankelijk alleen de parkeerkelder en de onderbouw gerealiseerd. De stalen kruizen waar de hogeschool op rust zijn vervolgens eerst geplaatst, waarna de rest van Cité kon worden afgebouwd. Het eindresultaat oogt weer logisch.”

In de gegeven volumes zijn bijzonder compacte plattegronden ontwikkeld. De drie woningtypes zijn globaal 30, 45 of 60 vierkante meter groot. De woningen van 30 en 60 vierkante meter zijn onderling veranderbaar. Ze zijn zodanig gegroepeerd dat de toren met woningen van 60 vierkante meter via een eigen entree ook apart te exploiteren is. De in twee richtingen uitkragende volumes zijn zonder storende kolommen gerealiseerd. De constructie van gewapend beton met dragende wanden en dwars hierop stabiliteitswanden is als tunnelgietbouw uitgevoerd. Op de begane grond is een meer open structuur met kolommen en schijven toegepast.

Breipatroon
De opvallende groengrijze betonnen gevels van Cité zijn het gevolg van een aantal rationele overwegingen. Het gebouw moest aansluiten op verschillend gekleurde gebouwen in de omgeving. Metselwerk en steigers waren veel te duur en geprefabriceerde betonpanelen lagen voor de hand. Mispelblom Beijer: “Een woongebouw heeft een andere verdiepingshoogte dan kantoren en we wilden die schaalsprong maskeren door een gevel met verticale accenten en minder goed leesbare lagen. Een soort breipatroon, compleet met kleine foutjes. Omdat er ontzettend veel verschillende woningtypes achter de gevel zitten is een paneel ontwikkeld dat iedere indeling mogelijk maakt.”

De opdrachtgever had een voorkeur voor een rode gevel om aan te sluiten op de bakstenen gebouwen in de omgeving. Mispelblom Beijer:”Rode beton is niet kleurecht te krijgen en zou een slap aftreksel opleveren. Mede door de kopergroene daken van Kollhoff kwamen we op het idee het voor beton ongebruikelijke groen toe te passen. Met chroomdioxide in de beton is het kleurecht. Het grootste deel van de panelen heeft een op gekreukeld papier lijkende textuur. Daardoor wordt de vervuiling gelijkmatig verdeeld en ontstaat bij strijklicht een natuursteenachtige uitstraling. De glazen schermen van de Franse balkons hebben een digitale print van de kreukel.”

De paneelnaden zijn niet te zien omdat er meerdere lijnen over de gevel lopen. Diepliggende ramen, Franse balkons en dichte vlakken zijn in dezelfde systematiek gerealiseerd. Opvallende uitzonderingen in het breipatroon vormen de verticale sleuven met fel gekleurde zijwanden, die ’s avonds verlicht zijn. Hiermee heb je vanaf elke verdieping de mogelijkheid een blik over de stad te werpen. Een welkome afwisseling in de uiterst compacte verdiepingsplattegrond met minimale collectieve ruimte. Minimaal om het gebruikelijke en onvermijdelijke stapelen van lege bierkratten en het plaatsen van fietsen en kasten in de gangen bij de studentenflats te voorkomen.

Duurzaamheid
Het atrium is een kruising tussen een hotellobby en een stadsplein. Ondanks alle digitale media willen mensen elkaar nog steeds fysiek treffen. Op de begane grond zijn een gespecialiseerde winkel en een horecagelegenheid voorzien. Via een bijzonder vormgegeven luie trap is het hoofdontsluitingsniveau met de liften en een gemeenschappelijke ruimte met kantoorruimtes op de eerste verdieping te bereiken. Er komen zitelementen en beeldschermen voor digitale informatie of projectie. Op termijn is een directe verbinding met Inholland mogelijk. Tussen de uitkragende vormen van de hoogbouw brengt een glasdak zonlicht tot diep in het gebouw. Om dit overgangsgebied tussen binnen en buiten te benadrukken zijn hier dezelfde betonpanelen als in de gevel gebruikt. De gekreukelde betonpanelen contrasteren met het gladde stucwerk van de overige wanden en plafonds.

Het atrium vormt tevens een klimaatbuffer en beschermt tegen de windhinder van de omringende hoogbouw. Behalve ontwerpuitgangspunten als de compacte plattegronden, de flexibiliteit en de situering nabij een knooppunt van openbaar vervoer, zorgen diverse technische maatregelen voor een buitengewoon duurzaam gebouw. Het gebouw maakt gebruik van betonkernactivering, waarbij de betonconstructie ’s nachts wordt ‘geladen’ met koude of warmte. Door samenwerking met het nabijgelegen gebouw van Inholland wordt een optimaal rendement bereikt: de capaciteit die overdag maar beperkt wordt gebruikt bij de woningen kan worden ingezet voor het onderwijsgebouw. Warm water wordt centraal opgewekt met zonnecollectoren. Omdat studenten en jongeren vaak slordig omgaan met energie worden verwarming en ventilatie geregeld op basis van aanwezigheidsdetectie.

Gerelateerd

Tags:

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.