Integraal KinderzorgCentrum Máximaal

Integraal KinderzorgCentrum Máximaal

Door: Redactie ArchitectuurNL | 09-02-2017

Het Integraal KinderzorgCentrum (IKC) Máximaal clustert reguliere kinderopvang, voorzieningen voor dagbesteding, zorg en onderwijs voor kinderen van 0 tot en met 20 jaar met een geestelijke beperking. Hiermee is Máximaal het eerste zorgcentrum in Rotterdam waarbinnen dermate veel functies zijn gecombineerd. Architect Simone Drost maakte het ontwerp voor het gebouw in de vorm van een boomblad.

 

Voorafgaand aan het bouwproject passeerden diverse locaties de revue. Uiteindelijk werd gekozen voor de groene omgeving vaan de Aleyda van Raephorstlaan in de deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek. De kavel is rijkelijk voorzien van lover en biedt een rustige omgeving, waar de kinderen verbinding voelen met de natuur. ‘De jeugd die zijn dagen in Máximaal doorbrengt, is erg prikkelgevoelig,’ vertelt architect Simone Drost. ‘Daarom was het van belang het centrum in een prikkelluwe omgeving te situeren.’

Boomblad

Eerst is renovatie van en eventuele bijbouw aan een oud schoolgebouw op deze locatie stond overwogen, maar dit werd onhaalbaar beschouwd. Daarom vond er voorafgaand aan de bouw van Máximaal sloop plaats. Dit bood Drost de gelegenheid geheel naar eigen inzicht een nieuw onderkomen te ontwerpen. Het gebouw bestaat uit drie vleugels rond een hart. De plattgerond doet denken aan een drielobbig boomblad. Drost: ‘De verkeersgebieden van de vleugels vormen als het ware de nerven van de bladeren. Met dien verstande dat nerven in werkelijkheid een einde hebben aan de uiteinden van boombladeren. Hier hebben we ervoor gekozen de verkeersroute rondom een binnengebied te laten lopen, zodat mensen vanzelf weer bij de entree uitkomen.’

Kleur en vorm ter oriëntatie  

De voorzieningen voor de jongste kinderen bevinden zich op de begane grond, daar sieren lichtgroene en lichtgele kleurelementen met rondingen de binnenwanden. Op de verdieping met ruimten voor de oudere jeugd zijn vormen met rechte lijnen en scherpe hoeken toegepast in lichtpaarse en lichtblauwe tinten. Zo is er voor kinderen en personeel een eenvoudige routing aangebracht. Ogenschijnlijk zijn de wanden en plafonds zijn uitgevoerd in een uniform witte kleur, in werkelijkheid is er sprake van liefst twaalf verschillende tinten wit, om de juiste sfeer te creëren voor de kinderen.

Constructie als handvatten 

De constructieve kolommen zijn doelbewust niet weggewerkt in de wanden, maar in het zicht gelaten. ‘Dat is een meer functionele dan esthetische oplossing. Kinderen kunnen zich daardoor oriënteren,’ verklaart Simone Drost. Door te voelen waar de pilaren staan, weten de kinderen waar ze zich bevinden. Hoewel haar uitleg in eerste instantie wellicht theoretisch aandoet, blijkt tijdens de rondleiding door Máximaal onmiddellijk haar gelijk: een kindje weet haar weg te vinden door zich van pilaar na pilaar voort te bewegen. De kolommen staan in een rechte lijn, maar doordat de wanden allemaal krommingen hebben, ontstaat de indruk dat de pilaren niet recht achter elkaar staan. De gekromde binnenwanden dienen ook als hulpmiddel voor de kinderen om zich te oriënteren. Door zich op gevoel langs de wanden voort te bewegen, weten zij waar ze zich bevinden.

Kleurwerking

Aan de buitenzijde valt Máximaal op door de kleurrijke gevelbekleding in verticale stroken verduurzaamd Douglas sparrenhout. De houten latten verwijzen door hun schaal en kleur naar de functies die zich achter de gevel bevinden. De meeste zijn grijsgroen getint, refererend aan de boomstammen op het terrein. Deze groengrijze kleur wordt afgewisseld door rode, oranje, lichtgroene en gele planken of balken die daarmee een reliëf vormen. Daar waar gekleurde balken voor de groengrijze gevelvlakken uitsteken, ontstaat het optische effect dat schuin langs de gevel kijkend deze geheel rood of geel lijkt, terwijl loodrecht bezien deze juist grotendeels groengrijs is. ‘Zo weten de kinderen als ze buiten in de tuin zijn waar ze zich bevinden,’ verklaart Drost. ‘In de tuinen staan hekken bij de afdelingen van de jongste jeugd het dichtst bij de gevel. Dit voorkomt dat er bij hen vervreemding onstaat. De nabijheid van de gekleurde gevels zorgt voor een gevoel van vertrouwdheid.’ De directeur van de school wil een verbinding aangaan met de omgeving en vroeg aan de architect een school ‘met een eigen smoel’ omdat ‘deze kinderen er ook bij horen’. Daarom verbijzonderde Drost het entreegebied met een beeldmerk. Het optische effect is hier omgedraaid: grijsgroene balken springen naar voren vanuit een geeloranje gekleurd veelhoekig ‘speelgoedachtig’ element. Drost ontleende haar kleurkeuze aan herfstbladeren: ‘Je zou misschien van oordeel zijn dat die tinten vrij vaal of dof zijn, maar als je ze analyseert zijn ze in werkelijkheid juist fel.’

Menging en scheiding

Links en rechts van de centrale receptie bevinden zich twee entrees. Zo kunnen de jonge kinderen van het reguliere kinderdagverblijf Bijdehand en van kinderdagcentrum Myosotis voor kinderen met een verstandelijke beperking naar de linkervleugel van het gebouw. Inmiddels is er in deze vleugel daadwerkelijk sprake van een menging van de kinderen. Zeer moeilijk opvoedbare en lerende kinderen, zogenoemde ZMOLK’ers, kunnen via de rechterentree onmiddellijk via een trap naar boven. Met het oog op de veiligheid, is hun ruimte is meer afgezonderd van de overige ruimte binnen Máximaal. ZMOLK’ers hebben vaak moeite met het beteugelen van hun agressie. Daarom is hun afdeling vandalismebestendig uitgevoerd. Ramen in de gangen bevinden zich op hoogte in de wanden. ‘Dat is overigens te verkiezen boven blinde muren,’ vertelt Drost, terwijl zij in de gymzaal een raamstrook van de ZMOK-afdeling op de verdieping aanwijst. De gymzaal beslaat twee bouwhoogtes en bevat onder meer een klimwand. De entree naar de zaal ligt naast de receptie.

Brasserie

In de brasserie achter de receptie doet een deel van de jongeren horecaervaring in de keuken op. De brasserie wordt niet slechts bezocht door mensen die direct met Máximaal te maken hebben; ook ouderen uit het iets verderop gevestigde appartementencomplex komen er nu en dan een hapje eten. ‘Hoewel het eerst de bedoeling was dat het personeel van Máximaal over een eigen, afgesloten personeelsruimte zou beschikken, is in de praktijk gebleken dat ze voor gezamelijke bijeenkomsten en lunches juist liever de brasserie benutten,’ stipt Drost aan. Een houten podium in de brasserie is afsluitbaar door een gordijn en toegankelijk vanuit de geluidsluwe muziekruimte in de vleugel erachter.

Contact met buiten

Naast de keuken in de brasserie beschikt elke gebouwvleugel ook over een keuken voor de groep. Daarnaast bevindt zich op de verdieping onder meer een wasserette. Drost: ‘Kinderen leren hier hun eigen was te draaien en netjes op te vouwen. Deze voorziening vloeit voort uit het onderwijsconcept en het duurzame ontwerpuitgangspunt. De was hoeft niet te worden verzorgd door een externe partij.’ Alle ruimten die op minder langdurig verblijf zijn gericht, zoals de wasserette, maar ook snoezelruimten, de keukens en therapieruimten bevinden zich in het binnenste van de vleugels, waaromheen de lusvormige verkeersruimte loopt. De ruimten waar de kinderen veel langduriger verblijven bevinden zich aan de buitenzijden van de vleugels. Zo hebben de kinderen over het algemeen steeds visueel contact met de lommerrijke omgeving.

Tekst: Stefan van Hoek
Fotografie: Roos Aldershoff

Dit artikel is geplaatst in ArchitectuurNL nummer 1 van 2017.

Projectgegevens

Naam projectIntegraal KinderzorgCentrum IKC Maximaal
LocatieAleyda van Raephorstlaan 243, Rotterdam
ArchitectenbureauSimone Drost Architecture
Opdrachtgever(s)Gemeente Rotterdam, Stadsontwikkeling
HoofdaannemerVan Deelen, Veenendaal
Start bouwmei 2014
Opleveringvoorjaar 2016
Bruto vloeroppervlakte7.000 m²
Bruto inhoud28.378 m³
Bouwsom incl. installaties, excl. inrichting en BTW€ € 6.700.000.
TekstStefan van Hoek
BeeldRoos Aldershoff

Gerelateerd

Tags: , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.