Kinderdagverblijf De Kikker Utrecht

Kinderdagverblijf De Kikker Utrecht

Project
Door: Jacqueline Knudsen | 13-08-2007

Projectgegevens

OntwerpEvelien van Veen en Simone Drost
ProjectmedewerkerBernhard Jaarsma, Onno Groen, Jos Lafeber, Kees de Wit,Giusy Ricci
OpdrachtgeverSkohold, Utrecht (tegenwoordig: SKON)
Hoofdaannemer Bouwbedrijf v/d Engel, Maarssen
BouwmanagementStevens & van Dijck Zoetermeer
Adviseur constructie Bureau v/d Berg, Rotterdam
Adviseur installaties Adviesbureau Galjema, Rijswijk
Kunsttoepassing Dick Bruna
Start bouw Oktober 2005
OpleveringSeptember 2006
Bouwsom€1.182.000 incl. installaties, vaste inrichting en tuininrichting, excl. BTW
Bruto vloeroppervlakte 700 m²
Bruto inhoud 2400 m³
Leveranciers
Rigitone Quatro gipskartonplaten BPB Nederland, Vianen
WandprintFerry Quick Reklame, Utrecht
Houtfineer Leeuwenburg fineer, Raamsdonksveer
TekstJacqueline Knudsen
Foto'sJeroen Musch

Begin 2004 brandde boerderij De Uithof, met daarin kinderdagverblijf de Kikker, bijna geheel af. Besloten werd tot restauratie en herbouw van het rijksmonument. De nieuwbouw van kinderdagverblijf de Kleine Kikker, die Drost + van Veen architecten in 2003 naast de boerderij realiseerden, vormde aanleiding voor een nieuwe opdracht. Door enkele inventieve ingrepen heeft projectarchitect Evelien van Veen een veilige en fantasie prikkelende omgeving voor baby’s en peuters en een prettige werkomgeving voor de leidsters gecreëerd.

De van oorsprong 17e-eeuwse T-huisboerderij De Uithof, naamgever van het Utrechtse Universiteitsterrein, ligt aan de zuidkant van het gebied met uitzicht op weilanden. Na de brand resteerden van het achterhuis slechts de buitenmuren en ook het voorhuis was flink gehavend. De opdracht aan Drost + van Veen architecten luidde enerzijds het nauwgezet terugbouwen van de boerderij binnen de kaders van de monumentenwet- en regelgeving. Anderzijds moest het gebouw voldoen aan de eisen die aan een eigentijds kinderdagverblijf worden gesteld. Bovendien zat de schrik er na de brand goed in, dus aan de brandveiligheid werden de hoogste eisen gesteld.

Restauratie en herbouw
De monumentale elementen als gevel, gevelopeningen en dak zijn gehandhaafd of
vakkundig teruggebracht. De karakteristieke vensters, deuren en luiken zijn gereconstrueerd, zelfs de betonnen stalvensters uit de jaren ’50 zijn gerestaureerd. Het meest markant is de rieten kap. Hoewel de gebruiker een onbrandbaar pannendak prefereerde, hebben monumentenzorg en de architect gepleit voor een rieten dak. Om redenen van brandveiligheid is het riet geschroefd op een houten dakbeschot. Het rietdak is zo minder gevoelig voor brand omdat vuur in het rietpakket geen lucht van onderen aan kan zuigen, hetgeen bij de traditionele rietdekking wel het geval is. Bovendien is het dak voorzien van brandwerende panelen en een sprinklerinstallatie. Het silhouet van de kap is teruggebracht met lichtstraten in hetzelfde vlak als het riet.
In het interieur zijn vooral in het voorhuis enkele originele elementen behouden: de kaaskelder, de opkamer met houten vloerdelen en de kinderbalken in ossenrood en in de hal de originele plavuizen.

Schuur in schuur
In het achterhuis was het totale interieur verwoest. Hier was ruimte voor een nieuwe efficiëntere indeling. De houten constructie, die bijna geheel in vlammen was opgegaan is vervangen door een staalconstructie. In het midden van de voormalige stal is een nieuw ruimtelijk element geïntroduceerd, dat in vormgeving en materiaalgebruik verwijst naar de gevel van de Kleine Kikker (zie BOUW #06 2004). Het is een vrolijk gekleurde schuur, bekleed met houtfineer planken die behandeld zijn met een harde stootvaste laklaag. Hier en daar zijn speelhoekjes en doorkijkjes speciaal voor kinderen. Het object deelt de stal in twee gelijke groepsruimten. In de strook van het plafond grenzend aan het object zijn de stalen schoren en houten balken in het zicht gelaten. De rest van het plafond is wit Hierdoor komt het object optisch los te staan in de ruimte, en lijkt het een apart overstekend dak te hebben.
In het grote speelelement bevinden zich op de begane grond de slaapruimtes en het sanitair en bergruimte voor de leidsters en voor de kinderen . In de centrale hal zijn de trap, de garderobe en de opslag voor de buggy’s op een speelse manier in het volume opgenomen.

Speelzolder
Op de verdieping bevindt zich een multifunctionele ruimte, die in nu gebruik is als speelzolder, maar in de toekomst ook als extra groepsruimte gebruikt kan worden. Een lichtstraat voorziet deze ruimte van daglicht. Aan alle zijden bieden vensters doorzichten naar andere ruimten en naar buiten. De plafonds zijn bekleed met gipskartonplaten, gedeeltelijk met vierkante perforaties. De naden zijn onzichtbaar dichtgestuct, met een fraai en strak resultaat.

Plafonds en verlichting
In het hele pand is veel aandacht is besteed aan plafonds en lichtarmaturen, mede omdat de baby’s een groot deel van de dag op hun rug liggen en naar boven kijken.
De lichtarmaturen geven een zachter licht dan de tl-armaturen die doorgaans in kinderdagverblijven worden toegepast. De ronde armaturen zijn speciaal gemaakt voor de Kikker. Op veel wanden en plafonds is dezelfde gipsen bekleding aangebracht als op de zolder.

Veel ouders waarderen het dat het kinderdagverblijf van hun kind in een boerderij met een landelijke omgeving is gevestigd. Mede daarom is het uiterlijk nagenoeg hetzelfde gebleven. In het interieur zijn nieuwe kwaliteiten toegevoegd. Door de nieuwe indeling oogt het geheel veel ruimtelijker en is de werkomgeving voor de leidsters geoptimaliseerd. In veel aspecten is het interieur is nu beter op de belevingswereld van het kind afgestemd.

     

Gerelateerd

Tags:

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.