Kroon op de wijk

Kroon op de wijk

Project
Door: Redactie ArchitectuurNL | 23-08-2012

Het befaamde Justus van Effencomplex van architect Michiel Brinkman in de Rotterdamse wijk Spangen is een icoon van de volkshuisvesting in Nederland. Rond de millenniumwisseling was het geen pretje om een kijkje te nemen in dit rijksmonument. Spangen kampte met criminaliteit en drugstoeristen en het complex was bovendien behoorlijk gehavend uit de stadsvernieuwing gekomen. In 2012 staat het Justuskwartier er dankzij de restauratie weer tiptop bij!

Alleen oog voor fysieke woonkwaliteit

Bij de renovatie van 1988 waren de woningen vergroot door samentrekking en technisch verbeterd met douche en aluminium kozijnen. Vanwege grote kleurverschillen in de baksteengevels was de binnenkant volledig witgekalkt, een noodgreep die al snel een shabby effect had. De betegelde trappenhuizen waren meer op hun plaats in een abattoir en het binnenterrein was rommelig en onaantrekkelijk. Het complex was inmiddels rijksmonument en eigenaar Gemeentelijk Woningbedrijf (thans Woonstad Rotterdam) besloot in 2000 tot een nieuwe renovatie, die tussen 2010 en 2012 is uitgevoerd.

Eric Smulders verantwoordelijk voor de communicatie bij Woonstad Rotterdam rond de restauratie: ‘Toen de kwantitatieve woningnood in de jaren tachtig was opgelost, gingen we werken aan de kwalitatieve woningnood. De woningen hadden geen douche en de bewoners moesten nog steeds naar het badhuis. Bovendien waren de woningen erg klein en ze werden slecht verhuurd. De renovatie moet in die context worden gezien. Er was alleen oog voor het volkshuisvestingsvraagstuk en de fysieke woonkwaliteit, niet voor de architectuur of de cultuurhistorische waarden. Bovendien was er een minimaal budget.’

Reddingsplan Spangen

Al gauw bleek het effect van de renovatie beperkt. De sociale en maatschappelijke problemen van de wijk Spangen waren ook groter dan in veel andere oude wijken. Smulders: ‘Spangen was de slechtste wijk van Rotterdam, van Nederland. De overlast van drugs en prostitutie was zo groot dat de wijk door bewoners en gemeente is schoongeveegd en er een reddingsplan is opgesteld. Met een aantal nieuwbouwprojecten langs de Schieoever, de renovatie van enkele blokken en de kluswoningen van het Wallisblok en de Dichterlijke Vrijheid is weer een aantrekkelijke wijk ontstaan. Het Justus van Effencomplex is daarop de kroon.’

Na de prijsvraag van 2000 lag het project vijf jaar stil. De geesten waren nog niet rijp. Vanaf 2008 is begonnen met het uitverhuizen van de bewoners. Hoewel veel mensen erg gehecht waren aan het complex, is van het terugkeerrecht nauwelijks gebruik gemaakt. Smulders: ‘Er woonden veel oudere mensen. Twee keer verhuizen is niet aantrekkelijk. Als je eenmaal goede herhuisvesting hebt is de drang om terug te keren klein. De nieuwe woningen zijn ook duurder. In de praktijk wordt er weinig gebruik gemaakt van het terugkeerrecht. Toen dit eenmaal duidelijk was hebben we een nieuwe doelgroep gebaseerd op lifestyles gedefinieerd. Het zijn jonge, actieve mensen met een hoge mate van gemeenschappelijkheid.’

Emotionele waarde

De architectenselectie tussen drie bureaus werd gewonnen door de samenwerkende bureaus Molenaar & Van Winden en Hebly Theunissen. Architect Joris Molenaar heeft inmiddels een flinke reputatie opgebouwd als restaurateur van het werk van Van der Vlugt. ‘Ons bureau had enige aarzeling toen we werden gevraagd om een visie op de restauratie van het Justus van Effencomplex te geven. We wilden niet teveel in de restauratiehoek terecht komen. Ik vind het heel verfrissend om deels met restauratie en deels met nieuwbouw bezig te zijn. De confrontatie met een andere tijd biedt weer inspiratie voor de eigentijdse opgave.

We hebben de emotionele waarde van het complex als uitgangspunt genomen. Monumentenzorg is tegenwoordig meer geïnteresseerd in instandhouding door hergebruik dan in een Heemschut-achtige, strikt restauratieve benadering. Dat is voor zo’n project een realistische benadering.

Heel lang is het complex alleen erkend als belangrijk stedenbouwkundig concept. Volgens ons is de architectuur minstens zo belangrijk. Architectuur en stedenbouw zijn een eenheid, en dat wordt nu weer zichtbaar. Brinkman was vooral in de utiliteitsbouw actief. Het complex zit daarom heel logisch in elkaar. We hebben die logica zoveel mogelijk teruggebracht.’

Terug naar de oorsprong

Bij de restauratie is getracht zoveel mogelijk terug te keren naar de oorspronkelijke opzet. De meeste ingrepen uit de stadsvernieuwingsrenovatie zijn weer teniet gedaan. Alleen de toen vernieuwde betonnen galerij is gehandhaafd; de kunststof plantenbakken zijn vervangen door prefab beton. Joris Molenaar: ‘De gevels aan de binnenhof waren eerst gehydrofobeerd en vervolgens witgekeimd. De witte verf kon er dus weer gemakkelijk worden afgestoomd zodat de zachte gele baksteen weer te voorschijn kwam. De wisselende partijen baksteen zijn weer zichtbaar geworden. Het oude voegwerk is eruit geslepen en er is opnieuw gevoegd. De gevels zijn gereinigd en daarna opnieuw gehydrofobeerd. Hierdoor is de kwaliteit van de oorspronkelijke architectuur weer zichtbaar. Met hele eenvoudige middelen wist Brinkman een monumentaal bouwblok een verfijnde detaillering en gelaagdheid te geven.

Er zijn weer houten kozijnen toegepast en de oorspronkelijke kozijnindeling is teruggebracht, met een schuifraam onder en een roedeverdeling boven. De kozijnen droegen een deel van de gevel erboven. Door het aanbrengen van een stalen latei is de bovendorpel ontlast en werd het mogelijk hier een ventilatierooster in aan te brengen.’

Er is niet alleen gerestaureerd. ‘Van de negen trappenhuizen waren er nog twee in oorspronkelijke staat. De zeven gerenoveerde hebben we volledig gesloopt en vervangen door een eigentijdse invulling. De twee oorspronkelijke hebben we helemaal gestript waardoor er een ruwe elementaire basis rest. We accepteren de pokdaligheid van de baksteen en de verwering van de oorspronkelijke trapelementen.’

Grote variëteit aan woningtypes

In de woningplattegronden is ook aangesloten bij de oorspronkelijke opzet en zonering. Entree, keuken en sanitair zijn weer aan de binnenkant van het complex geconcentreerd en de trap staat weer op zijn oude plek. Binnen het tamelijk kleine grondvlak van 4 x 6,35 meter zijn verschillende woningtypes gecreëerd. Door het noodzakelijke isolatiepakket van 18 centimeter aan de binnenzijde zijn de binnenmaten nog eens kleiner geworden.

Oorspronkelijk waren er 264 woningen in het complex. Na de renovatie waren het er nog 164 en nu zijn er 154. Binnen de hoofdstructuur is een grote variëteit aan woningtypes gerealiseerd: kleine compacte studio’s, drie- en vierkamerwoningen en zelfs enkele herenhuizen, waarbij twee maisonnettes boven elkaar zijn gecombineerd tot woningen van vier lagen. Oorspronkelijk was het idee om de helft koop en de helft huur te realiseren. Alle woningentrees liggen aan de binnenhof. De twee grote poorten zijn ’s avonds afgesloten met een hek en de acht entrees met collectieve trappenhuizen zijn afgesloten met een glazen pui. Hierdoor is een heel overzichtelijke en goed beheersbare situatie gecreëerd. De woningen hebben een videofoon om te kijken wie er aanbelt. Twee huismeesters completeren het beheer.

Renovatie buitenruimte

Een belangrijk uitgangspunt bij de vernieuwing betreft het gebruik van de binnenhoven. Er is geen oplossing voor het parkeren binnen het bouwblok; er wordt buiten het complex in de wijk geparkeerd. Volgens de huidige normen is er op wijkniveau genoeg parkeerruimte. Alle privétuinen zijn verdwenen; wel is er een zone langs de huizen onder de galerij die als privé buitenruimte werkt. Met verhoogde grasvlakken enkele gespaarde bomen en plantenbakken is een groene oase in deze steenachtige omgeving ontstaan.

Energiehuishouding

Ook bij de energiehuishouding is teruggegrepen op de oorspronkelijke uitgangspunten. De blokverwarming vanuit het centrale bad/ketelhuis kreeg een eigentijdse herinterpretatie met een WKO (warmte/koude opslag) installatie, die gebruik maakt van aardwarmte, zonnewarmte en warmtepompen. Deze staat in de kelder van het badhuis. De woningen zijn goed geïsoleerd, voorzien van dubbel glas en hebben vloerverwarming. Ventilatie reageert via een sensor op de aanwezigheid in de woning.

Trots

Bij alle betrokkenen overheerst trots en optimisme over het project. Smulders: ‘Woonstad en de gemeente hebben 30 miljoen geïnvesteerd. Nu de koopmarkt is ingestort moeten we veel meer gaan verhuren. Dat betekent een veel langere terugverdienperiode, maar ook het beheer wordt anders. We hadden gerekend op een sterke vereniging van eigenaren, waarin de meeste beheersvragen zouden worden opgelost. Voor het badhuis zoeken we nog een nieuwe gebruiker. Toch staat Woonstad nog steeds achter het besluit om te investeren in een monument met daarin mooie eigentijdse woningen en bedrijfsruimte.’ Daarin kun je als woningcorporatie beter geld investeren dan in schepen of derivaten.

Op Open Monumentendag, zaterdag 8 september 2012, vindt de publieksopening plaats. Op die dag worden er rondleidingen georganiseerd door het complex en zijn restauratiearchitecten Molenaar & Co en Hebly Theunissen Architecten aanwezig om de ingrijpende restauratie toe te lichten. In het badhuis wordt een expositie geopend over de geschiedenis van het Justus van Effencomplex. www.justuskwartier.nl

Projectgegevens

Oorspronkelijk ontwerp 1918-1922 Michiel Brinkman
Ontwerp gevelrestauratie en badhuis Molenaar & Co architecten
Projectarchitecten Joris Molenaar, Siem Goede, Willem-Jan Paijmans
Ontwerp woningplattegronden en trappenhuizen Hebly Theunissen architecten
Ontwerp binnenterrein Michael van Gessel landschapsarchitect
Opdrachtgever Woonstad Rotterdam
Adviseur concept Han Michel concepts & projects, Amsterdam
Adviseur uitvoering en inrichting binnenterrein SmitsRinsma, Zutphen
Adviseur constructie Raadgevend ingenieursbureau Van Dijke, Alphen aan den Rijn
Adviseur bouwfysica en installaties W/E Adviseurs, Tilburg
Adviseur kosten Bureau Bouwkunde, Rotterdam
Hoofdaannemer Aannemingsbedrijf H.J. Jurriëns, Utrecht
Warmte- en koudeinstallatie Cofely Nederland, Bunnik
Aanleg buitenruimte Kroes Aannemingsbedrijf, Maassluis
Vooronderzoek reiniging gevels ir. E.J. Nusselder, TNO
Kleurenonderzoek Lisette Kappers, Rotterdam
Bruto totaaloppervlakte 18.082 m²
Bruto inhoud 54.250 m³
Bouw september 2010-september 2012
Totale stichtingskosten ca. € 30.000.000 incl. BTW
Bouwsom casco ca. € 17.000.000 excl. BTW

Tekst: Paul Groenendijk, fotografie: Bas Kooij

Dit artikel is verschenen in ArchitectuurNL 5-2012. 

Gerelateerd

Tags: , , , , , , , , ,