Museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam

Museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam

Project
Door: Redactie ArchitectuurNL | 24-08-2009

Projectgegevens

Projectarchitecten Joris Molenaar en Jan Willem Walraad
Projectteam Jan Paijmans en Rienke Jansen
Opdrachtgevers OntwikkelingsBedrijf Rotterdam en Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam
Aannemer Geeve Bouw, Rhoon
Adviseur constructies en bouwkosten IOB Ingenieursburo, Hellevoetsluis
Adviseur installaties Deerns raadgevende ingenieurs, Rijswijk
Adviseur bouwfysica Climatic Design Consult, Nijmegen
Adviseur bouwmanagement ToornendPartners, Haarlem
Interieur prentenkabinet Marieke Van Diemen, Amsterdam
Interieur entreegebied Ted Noten, Bertjan Pot, Wieki Somers, Frank Bruggeman, Simon Heijdens, Studio Makkink & Bey
Start bouw Mei 2008
Oplevering September 2008
Bruto vloeroppervlakte 4.000 m2
Bruto inhoud 18.000 m3
Programma Kelder: werkplaats, grafisch atelier en opwaarderen enkele dienstruimtes: 620 m2. Begane grond: Entreehal en omliggende expositieruimtes met voorzieningen inclusief nieuw café: 3380 m2
Totale stichtingskosten € 2.600.000
Bouwsom € 890.000 excl. installaties (€ 610.000), excl. inrichting en BTW
Leveranciers Tourniquet Boon Edam Nederland, Edam
Balie en Museumwinkel Gert Jan Bok meubelmakers, Rotterdam
Tekst Catja Edens
Foto's Daniel Nicholas, Hans Wilschut

In september 2008 werd de nieuwe entree van Museum Boijmans Van Beuningen in gebruik genomen. De Haunting dogs full of grace, een gelegenheidscollectief van ontwerpers, maakte een reeks objecten en ruimtes die de entreezone transformeren tot een feestelijk forum. Ook kregen het prentendepot en –kabinet een nieuw onderkomen, ontworpen door kunstenaar Marieke van Diemen. Dit alles maakt deel uit van een veel groter project voor restauratie en renovatie van het complete museum.
Molenaar & Van Winden architecten raakte in 2004 betrokken bij de plannen voor Museum Boijmans Van Beuningen. Directeur Sjarel Ex, in dat jaar aangetreden, wilde het oorspronkelijke museumgebouw laten restaureren en meteen de ruimtelijke organisatie van het totale museum verbeteren. Door diverse uitbreidingen en aanpassingen, was een architectonisch complex ontstaan waarvan inrichting en routing niet overal even logisch en consequent waren.

Ontwikkeling van het museumgebouw
Het oorspronkelijke museumgebouw uit 1935 is een ontwerp van architect Van der Steur in samenwerking met directeur Hannema (1921-1946). Het is een opvallend bakstenen gebouw in een Scandinavische variant van de Amsterdamse School, voorzien van een hoge toren. Opvallend waren de destijds hoogwaardige expositieruimtes, voorzien van revolutionaire witte wanden, linoleum vloeren en een uitgekiend daglicht verlichtingssysteem.
Onder directeur Ebbinge Wubben (1948-1978) werd in de jaren zestig het belichtingsplan gemoderniseerd en kwam er in 1972 een uitbreiding voor de wisselende tentoonstellingen. Architect Bodon, een oud-medewerker van Van der Steur, ontwierp een lichte, moderne vleugel die door middel van twee glazen traverses met de oudbouw werd verbonden. Met zijn grote overspanningen was het een veelzijdige ruimte, zeer geschikt voor moderne kunst.
Daarna deed directeur Beeren (1978-1985) verschillende aanpassingen in het interieur en liet zijn opvolger Crouwel (1985-1993) aan de parkzijde een paviljoen realiseren door Hubert Jan Henket. Onder directeur Dercon (1996-2003) kon uiteindelijk de lang gewenste uitbreiding in de richting van de Westersingel plaatsvinden. Het Belgische bureau Robbrecht en Daem ontwierp een volume rondom de uitbreiding van Bodon en verlengde de straatgevel met een opvallende façade van beton, staal en glas. Ook kwam er een nieuwe entree aan het binnenplein, terwijl de oorspronkelijke entree onder de toren werd afgesloten.

Het Van der Steurgebouw was ooit specifiek voor de collectie oude kunst en kunstnijverheid ontworpen en directeur Ex was ervan overtuigd dat het ook in de toekomst uitstekend zou kunnen voldoen. Daarom wilde hij het gebouw in zijn oude luister herstellen en tegelijkertijd een aantal andere problemen oplossen. Zo was hij ontevreden over de entreezone en zocht hij naar een manier om de vaste en wisselende collecties direct te ontsluiten. Bovendien moest er iets gebeuren met de prentencollectie, het meest waardevolle bezit van het museum, die – geheel tegen de voorschriften in – in een ruimte onder grondwaterniveau was ondergebracht.

De onzichtbare architect aan het werk
Het bureau Molenaar & Van Winden besloot zich voor deze opdracht te liëren aan bureau Walraad dat over aanvullende expertise beschikte. Uit hun onderzoek bleek dat het Van der Steurgebouw bouwtechnisch in vrij goede conditie verkeerde. Als een reeks wijzigingen in het interieur ongedaan kon worden gemaakt en beschadigingen werden hersteld, zouden de oorspronkelijke kwaliteiten weer geheel tot hun recht komen. Daarnaast moesten voorzieningen en installaties worden aangepast aan de nieuwste eisen.
De ruimtelijke visie voor het totale museum maakte een flinke ontwikkeling door. In eerste instantie had de museumdirectie een sterke voorkeur voor een nieuwe entree in de Serrazaal aan de straatzijde, waar de kaartverkoop en museumwinkel een plaats konden krijgen. De ruimte daarachter zou dan worden ingezet voor tijdelijke tentoonstellingen, terwijl de entreezone moest worden omgebouwd tot museumcafé met terras aan het binnenplein. Lockers en garderobe werden in het oostelijke deel van de uitbreiding van Robbrecht en Daem ondergebracht. Voor het prentendepot en –kabinet was een wat krappe ruimte bedacht op de eerste verdieping.
Hoewel deze visie ver werd uitgewerkt, kwam uiteindelijk toch een omslag in het denken. Het neutrale daglicht van de Serrazaal werd gezien als een zeer waardevolle kwaliteit voor een tentoonstellingszaal zodat een entree op deze plek eigenlijk niet wenselijk was. Ook bleek de begane grond van de oostelijke uitbreiding van Robbrecht en Daem veel beter geschikt voor het prentendepot en –kabinet. Uiteindelijk werd daarom besloten de entree aan het binnenplein te handhaven en de ontvangstruimte te vergroten.
Met de nieuwe ruimtelijke organisatie vielen allerlei zaken op hun plek. Zo kon de heldere structuur van het bouwdeel van Bodon worden hersteld: van een donker dwaalcircuit met het inmiddels achterhaalde digitale depot, werd het een lichte en heldere ruimte, zonder scheidingswanden. Storende elementen werden weggewerkt en de glazen puien aan de oostkant, die bij de uitbreiding van Robbrecht en Daem waren dichtgezet, werden ten behoeve van het nieuwe prentenkabinet en –depot weer opengewerkt, zodat de verschillende bouwfases hier afleesbaar zijn.

Haunting dogs full of grace
Voor de inrichting is samengewerkt met kunstenaars en ontwerpers. Zo ontwikkelde kunstenaar Marieke van Diemen een nieuw prentendepot met kabinet waarin de prentencollectie van het museum optimaal zichtbaar en beschikbaar is. In een langgerekte ruimte is een keuze van prenten te zien terwijl de rest van de collectie kan worden bekeken op computers die de prenten projecteren en direct de mogelijkheid bieden ze op te vragen. Het depot bevindt zich in de aanpalende ruimte achter de oorspronkelijke glazen gevelwand van Bodon zodat depot en medewerkers zichtbaar zijn voor de bezoeker.
Voor het entreegebied werden de Haunting dogs full of grace ingeschakeld, een gelegenheidscollectief van ontwerpers Frank Bruggeman, Ted Noten, Wieki Somers, Jurgen Bey, Simon Heijdens en Bertjan Pot. Opvallend is de nieuwe garderobe van Somers, een carrousel van trektouwen waarmee jassen hoog kunnen worden opgetakeld, geïnspireerd op een systeem dat gebruikelijk is in de mijnen. Aangevuld met een stelsel van draadstalen lockers voorzien van TL-buisverlichting vormen de jassen en andere bezittingen een continu veranderende ‘garderobetentoonstelling’.
Ticketverkoop en informatiebalie zijn ondergebracht in een glanzende blauwe kunststof B van Frank Bruggeman, terwijl sieradenontwerper Ted Noten toegangskaartjes ontwierp in de vorm van een kunststof lettersieraad. Zijn mobiele periscoop, een goudkleurig wagentje, projecteert beelden van achter de schermen van het museum. Bertjan Pot ontwierp voor de nieuwe museumwinkel een flexibele alzijdige constructie en Jurgen Bey ontwikkelde een educatieruimte aan de zuidkant van het entreegebied. De langgerekte ruimte heeft een werkzone, een speelzone en een studiezone waarbij lijnen op de grond een handreiking bieden voor alternatieve manieren van inrichten. Simon Heijdens richtte een nieuwe espressobar in naast de poort van het museum. Camera’s boven de tafels scannen het leesvoer van de bezoeker en verwerken deze in cirkelvormige projecties op het plafond. Deze tijdsafhankelijke, gefragmenteerde poëzie komt ook terecht op de kassabon, een uniek souvenir voor de bezoeker. Het vrolijke en uitnodigende karakter van de nieuwe entreezone wordt nog versterkt door intervention #7 Apollo op het binnenplein. Olaf Nicolai ontwierp voor deze plek een glimmende voetbalkooi op een grondvlak beschilderd volgens de huisstijl van Thonik.

In al deze uitbundigheid blijven Molenaar & Van Winden Walraad architecten vrijwel onzichtbaar. Zij kozen er bewust voor geen nieuwe architectonische laag toe te voegen maar vakkundig, dienend en bescheiden op te treden om zo orde te scheppen en alle kwaliteiten tot hun recht te laten komen. Dat is het belangrijke werk van de onzichtbare architect.

     

Gerelateerd

Tags:
0 Reacties Schrijf een reactie

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.