Museum MORE Gorssel

Museum MORE Gorssel

Door: Jacqueline Knudsen | 27-08-2015

Architect Hans van Heeswijk bewees eerder in de Hermitage en het Mauritshuis hoe oud en nieuw goed kunnen samensmelten tot een ruim en overzichtelijk museum. Zijn minimalistische architectuur voegt zich goed in een historische context en is dienstbaar aan bezoekers en collectie. Zo ook in het nieuwe museum MORE in Gorssel. In een uitbreiding aan het oude raadhuis heeft de kunstcollectie van Hans Melchers een prima plek gevonden.

Het kan snel gaan: vermogend zakenman Hans Melchers, die al een collectie schilderijen van Carel Willink bezit, koopt in maart 2012 in een klap ruim duizend werken van Nederlandse realisten uit de collectie van Dirk Scheringa. In april 2012 sluit hij met de gemeente Lochem een overeenkomst om in januari 2013 het voormalige gemeentehuis in het Achterhoekse Gorssel te kopen voor zijn nieuwe museum. Overeengekomen wordt dat het oudste deel, het raadhuis uit 1914 van gemeentearchitect A.J. Jansen, behouden blijft en dat de latere aanbouwen plaatsmaken voor nieuwbouw. In november 2012 presenteert architect Hans van Heeswijk zijn ontwerp voor het museum. Eind 2013 kan, na sloop en bouwrijp maken, de bouw starten. En op 2 juni 2015 opent het museum zijn deuren. Van Heeswijk wijt die snelheid aan de korte lijnen tussen hem en eigenaaropdrachtgever Melchers.

Less is MORE

Hans van Heeswijk bewees eerder in de Hermitage in Amsterdam en het Mauritshuis in Den Haag hoe oud en nieuw goed kunnen samensmelten tot een ruim en overzichtelijk museum. Zijn minimalistische moderne architectuur voegt zich in de bestaande context en is dienstbaar aan bezoekers en collectie. Ook in Gorssel is dat goed gelukt. Vanaf de Hoofdstraat oogt de nieuwbouw bescheiden en domineert het oude raadhuis, in werkelijkheid is de nieuwbouw bijna zes keer groter in vloeroppervlakte als de oudbouw. Door de massa in vijf rechthoekige volumes van 10 en 12 meter breed te verdelen rond een centrale passage, sluit Van Heeswijk aan bij de kavelgrootte van de omliggende bebouwing. De nieuwbouw onderwerpt zich aan de goothoogte van het oude raadhuis, ook hierdoor oogt het minder massaal. De parkachtige inrichting van het terrein rondom het museum is ontworpen door Michael van Gessel. Er zijn 30 bomen bijgeplaatst op het terrein en gazons aangelegd. Het parkeren heeft een plaats gekregen achter het museum.

Frans kalksteen en glas

Een hoge slanke zorgvuldig gedetailleerde glazen pui met een ronde hoek markeert de entree van het museum. Vanuit de 9,5 meter hoge entreehal, met kaartverkoop en museumwinkel, kan men links naar de nieuwbouw met de museumzalen, en rechts naar de oudbouw met brasserie en daarboven een evenementenzaal. De oudbouw en entreehal zijn publiek toegankelijk zonder entreebewijs. Solide en duurzame materialen creëren een rustige ambiance: natuursteen, staal, hout en glas. De gevelbekleding van de nieuwbouw, een beige kalksteen uit de Bourgogne (Beaunotte/ Beauval), loopt door in de entreehal en in de passage tussen de noord- en zuidvleugel van de nieuwbouw. Deze passage ligt in het verlengde van de middenas van het oude raadhuis. Je wordt er vanuit de oudbouw en vanuit de entreehal bijna automatisch naar toe getrokken door het overvloedige daglicht dat via de lichtstraat in het dak en het grote venster aan het uiteinde naar binnen stroomt. De transparantie wordt versterkt door de toepassing van glazen traptreden en balustrades en zelfs een glazen lift zonder liftkoker.

Zeven zalen

Vanuit de centrale vide zijn de zeven ruime museumzalen bereikbaar, vier op de begane grond en drie op de verdieping. De museumzalen zijn vrij gesloten, immers dichte wanden zijn gewenst voor de schilderijen. Horizontale en verticale stroken glas bieden hier en daar doorkijkjes naar buiten, en tussen de zalen onderling bieden wandopeningen ook doorzichten. Op de hoeken van de zalen zijn de doorgangen naar de passage, dit maakt de zalen niet hokkerig maar ruimtelijk. In de zalen staan ook enkele lagere tussenwanden, die de ruimte meer kleur geven en bij expositiewisselingen verplaatst kunnen worden. Verder staan er sobere zwarte bankjes en enkele sculpturen in de zalen. De zalen op de verdieping hebben gewelfde akoestische plafonds met lichtstroken, waardoor gefilterd daglicht binnenvalt, dat met zonwering is te regelen.

Tien geboden

Hans van Heeswijk heeft voor zichzelf tien criteria opgesteld waaraan het ontwerp van een museum moet voldoen en die hij ook in dit museum heeft toegepast:

1 Zorg voor lange zichtlijnen, met licht op het eind
2 Maak ten minste één grote, open ruimte
3 Zorg voor een logische route die intuïtief te vinden is
4 Maak rondgaande routes, geen doodlopende einden
5 Gebruik natuurlijke en solide materialen die lang mee gaan
6 Creëer mogelijkheden voor flexibel gebruik
7 Ontwerp de winkel en het restaurant in het publieke deel
8 Hou het gebouw licht, open, uitnodigend en ruimtelijk
9 Ontwerp uitbreidingen in een contrasterende architectuur
10 Onthoud, het succes zit in de details

Scherp kijken

Tot eind 2015 toont de openingsexpositie Scherp kijken 100 jaar realistische kunst in 200 werken van 34 kunstenaars op chronologische wijze geordend in zes zalen. De tuinzaal op de begane grond aan de zuidzijde, is geheel gewijd aan Carel Willink. In 2017 zullen de Willinks verhuizen naar Kasteel Ruurlo dat Melchers nu laat verbouwen tot museum.

Projectgegevens

ArchitectHans van Heeswijk architecten
LandschapsarchitectMichael van Gessel
Adviseur installaties en bouwfysicaNelissen ingenieursbureau
AannemerKoopmans | TBI, Enschede
Glazen puien en daklichtenKeers, Mijdrecht
InterieurbouwStooff Interior Projects, Eibergen
NatuursteenKroon Projecten in Steen, Meerkerk
PanoramaliftMitsubishi Elevator Europe
Trappen en staalconstructieHofman Constructies
Bruto vloeroppervlakte4.800 m2 (raadhuis 700 m2 nieuwbouw 4.100 m2)
Uitvoering bouw2013-2015

Gerelateerd

Tags: , , , , , ,

    Schrijf een reactie