Ondergronds bouwen in Nederland

Ondergronds bouwen in Nederland

Project
Door: Redactie ArchitectuurNL | 23-10-2012

Efficiënt grondgebruik, (bijna) onzichtbaar bouwen in een gevoelige omgeving, duurzaamheid: er zijn veel goede redenen om ‒ al dan niet gedeeltelijk ‒ ondergronds te gaan. Maar het blijft oppassen, getuige drie recente projecten. Het paviljoen Waterschild bij het Muiderslot van Buro3, de uitbreiding van villa Van Buchem in Rotterdam van Broekbakema en villa Dutch Mountain bij Huizen van denieuwegeneratie.

Dutch Mountain, Huizen

Architectenbureau denieuwegeneratie ging met hun eerste project Dutch Mountain, een duurzame villa in een natuurgebied bij Huizen, meteen halfondergronds. Een bijna logische keuze, lacht Thomas Dieben: ‘We zijn allemaal opgeleid in Delft en een soort van gebrainwasht door groene daken van de bibliotheek van de TU.’

De goede isolerende werking was een voordeel voor de gewenste duurzaamheid en door het huis deels in het landschap op te laten gaan werd de fraaie omgeving geen geweld aangedaan. Maar, vindt Dieben, ‘Het blijft ingewikkeld en is duurder.’ In Huizen viel dat nog mee omdat de woonruimte in een soort betonnen schoen is gemaakt, maar nu staat alweer een tweede ondergrondse project op het programma, Dunehouse, in Zeeland. ‘Daar maken we als het ware twee sneden in het landschap en onder dat opgetilde stuk plaatsen we het huis.’

Bouwgoeroe

Voor advies over afwatering, dakbegroeiing, ‘rare krachten’ en wat al niet meer, bracht het bureau een bezoek aan, aldus Dieben, ‘de enige ondergrondse bouwgoeroe die Nederland kent: Renz Pijnenborgh.’ Meer dan 40 jaar geleden al betrokken bij het halfbedekte gebouw van De Kleine Aarde in Boxtel. Inmiddels is ondergronds bouwen volwassen geworden, maar de opgaven rond afwatering, daglichttoetreding en grondwater zijn onveranderd. Dieben: ‘De NEN-normen qua daglichttoetreding zijn achterhaalde onzin en die haal je natuurlijk nooit met alleen maar dakramen. Dat vraagt dus om enige creatieve interpretatie van de regels.’

Puimsteen

In Huizen werd puimsteen gebruikt als dakbedekking, een veel lichter alternatief dan het daar aanwezige zand. ‘Scheelt de helft van het gewicht’. In Zeeland wordt het waarschijnlijk lavasteen: ‘Ook licht, beter qua drainage en alles groeit erop.’ Ze hebben de smaak van halfondergronds gaan inmiddels te pakken (project in Eilat). Dieben: ‘Je maakt gebouwen die maximaal integreren in hun omgeving, die er eigenlijk niet zijn.’

Villa Van Buchem, Rotterdam

Ook Broekbakema ging onlangs ondergronds bij een project, hier vanwege de ‘architectonisch gevoelige omgeving’. De Rotterdamse patiobungalow die de grondlegger van het bureau, Jaap Bakema, in 1961 ontwierp voor directeur Van Buchem van Ter Meulen Post is inmiddels een gemeentelijk monument. De bewoners die de villa in 2007 kochten wilden meer ruimte en klopten daarvoor aan bij het bureau van de oorspronkelijke architect. De vraag: extra slaapkamers voor de kinderen en een bibliotheek voor de uitgebreide (maar niet kwetsbare) voorraad boeken. Bovengronds een stuk aanbouwen lag niet direct voor de hand ‘daar doe je de compositie geen recht mee’ verklaart Siebold Nijenhuis, één van de architect-directeuren van het bureau.

James Bond

De optie om ondergronds uit te breiden kon direct rekenen op enthousiasme van de opdrachtgever die daar zelfs een ‘James Bond-achtige aanpak’ in zag. Het aanvankelijke plan om een ietwat opstaand glazen dak boven de nieuwe kelder te maken, stuitte op bezwaren van de welstandscommissie. In plaats daarvan zijn er nu een aantal lichtstraten gemaakt. Zo geplaatst dat ze bij een eventuele latere compartimentering van het ondergrondse deel (in totaal 90 vierkante meter), ook afzonderlijke ruimtes van prachtig strijklicht zullen voorzien. De nieuwe uitbreiding bevindt zich onder de ‒ niet gefundeerde ‒ patio. Het was de kunst om de noodzakelijke damwanden zo ver mogelijk naar buiten te plaatsen, tussen de bestaande fundering, zonder dat de bestaande bebouwing zou verzakken. Daarom werd ervoor gekozen om de dunst mogelijke damwanden voorzichtig en langzaam in te trillen.

Lekkage

Er was wel een tegenvaller: de samenstelling van het beton bleek achteraf niet homogeen genoeg, waardoor er lekkages optraden, die uiteindelijk via injecteren zijn verholpen. Bij ondergronds bouwen komt het op de details en aansluitingen aan, nog meer dan anders, waarschuwt Nijenhuis. ‘De glasvlakken zitten hier horizontaal in de waterkerende laag dus de dakbedekking moet echt heel goed zijn geplakt.’ Omdat het glazen opbouwtje niet werd uitgevoerd is de hoogte binnen iets minder dan aanvankelijk de bedoeling was, maar met 2.90 meter toch nog riant.

Waterschild Muiderslot

Een bezoeker brengt gemiddeld ruim twee uur door in Rijksmuseum Het Muiderslot. Voldoende om de highlights over de hoofdpersonen van het kasteel mee te krijgen: Floris V, die de waterburcht in 1285 liet bouwen en dichter P.C. Hooft, de beroemdste bewoner van het slot. Vanuit het museum was er de wens om de gemiddelde verblijfsduur te verlengen en tegelijkertijd meer bezoekers te trekken. Dat zou kunnen door vierkante meters tentoonstellingsruimte toe te voegen en een derde verhaal te vertellen, dat van het slot als belangrijk onderdeel van de Nederlandse waterdefensie. Dat laatste gebeurt sinds voorjaar 2012 in een nieuw halfondergronds paviljoen, het Waterschild, ontworpen door buro³ architecten.

Vestingwallen

Aangezien de ruimte binnen de dikke muren al volledig werd benut, moest de uitbreiding buiten de slotgracht worden gevonden. En deels ondergronds, om onder de omringende vestingwallen te blijven en vanaf het water onbelemmerd uitzicht op het slot te garanderen: een eis van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De gevoelige omgeving zorgde sowieso voor extra ‘uitdagingen’, vertelt Willemien van Duijn van buro³. Het kasteel wordt bijvoorbeeld ontsloten via een poortgebouw, een entree die te laag is voor een truck met betonmixer. De aanbesteding ‒ voor de helft gericht op de gunstigste prijs en voor de helft gericht op strategie en planning ‒ werd gewonnen door aannemer Mulckhuyse, die al 30 jaar werkzaamheden op het Muiderslot verricht. Van Duin: ‘Zij kwamen met het idee om platte boerenkarren om te bouwen tot kiepkar en die te gebruiken voor het transport van truck naar bouwplaats.’ Vanwege de afstand moest de samenstelling van het beton worden aangepast, zodat het niet zou verharden tijdens die 500 meter.

Onderwaterbeton

Meevallers waren er ook: aanvankelijk was gerekend met (duur) onderwaterbeton en kostbare bemaling, maar dat bleek ‒ na een tip van de aannemer en proeven op de exacte locatie ‒ niet nodig. Voilà: een ton extra budget. ‘Heel prettig om niet te hoeven bemalen in zo’n kwetsbaar gebied, met de houten palen van het kasteel. De kleigrond heeft ons goed geholpen!’ De financiële meevaller maakte het mogelijk om het paviljoen ondergronds uit te breiden met een keuken en opslagruimte waardoor externe verhuur mogelijk wordt en het museum wellicht meer eigen inkomsten kan genereren, zoals de overheid graag wil.

In het Waterschild komen de drie elementen van het Muiderslot nu samen. Het betonnen paviljoen oogt van buiten als een deels opgetild schild ‒ dat van Floris V. De uitbreiding staat in de pruimenboomgaard die ooit door P.C Hooft werd aangelegd. Hooft ondertekende zijn correspondentie graag met de toevoeging ‘tot in de pruimentijd’. Het schild werd, met uitsparing van een bloesemtakvorm, geïmpregneerd met antigraffiti vloeistof. Dat behandelde deel is minder poreus en blijft bij regen relatief lichtgekleurd, de bloesemtak verschijnt dan juist als donkerder tekening. Vanuit het slot goed te zien en dus juist bij regen een lokkertje om toch naar buiten te gaan en het paviljoen te bezoeken.

Ruisend water

Twee trappen leiden de bezoekers het Waterschild in, waarbij het geluid van ruisend water een extra trigger is om af te dalen. Beneden is een film te zien over water: als vriend en als vijand, het nieuwe, derde element van een bezoek aan het Muiderslot. Het Waterschild is in principe een buitenpaviljoen met dito klimaat en niet afsluitbaar. Om winterse gladheid te voorkomen is er wel vloerverwarming aangelegd. De kunstmatige verlichting binnen is subtiel aangepakt, maar er is ook natuurlijk licht. Een deel van het dak is niet van beton maar bestaat uit een met water gevuld glazen bassin: daardoor komt prachtig gefilterd licht binnen. Ook aan de kant waar het schild is opgetild stroomt daglicht via de trappen naar beneden. De grote attractie van het Waterschild openbaart zich ‒ in een loop ‒ steeds na de zeven minuten durende film: het paviljoen splitst zich dan als het ware in tweeën door een metersbrede stroom waterdruppels vanuit het plafond die allengs uitbundiger wordt en culmineert in een fantastisch ruisend scherm van water en indrukwekkende geluidseffecten. Een feest voor wie wil klooien met water, een mooie ervaring voor wie aan één van beide kanten (bijna) droog wil blijven.

Tekst Anka van Voorthuijsen

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL06 2012

Gerelateerd

Tags: , , , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.