Opvangcentrum Omnizorg Apeldoorn

Opvangcentrum Omnizorg Apeldoorn

Project
Door: Redactie ArchitectuurNL | 01-04-2009

Projectgegevens

ProjectarchitectAntoni Folkers
Projectteam Opdrachtgever Gemeente Apeldoorn, dienst samenleving
HoofdaannemerKlaassen Groep, Dinxperlo
Adviseur constructie, installaties, bouwfysicaABT, Velp
Projectteam ABTFrans van Herwijnen, Hans Mecking
Adviseur bouwmanagement en bouwkostenABT, Velp
Tuinarchitect Copijn, Utrecht
Beeldend kunstenaarJan van den Dobbelsteen
Start bouwFebruari 2006
OpleveringJuli 2008
Bruto vloeroppervlakte4470 m2
Bruto inhoud15.900 m3
Programma stallinggarage, projectruimten, winkels, verstrekkingskliniek en gebruikersruimten, kantoren, grand café, atelier, bezinningsruimte, een-, twee-, vier- en tienpersoonsslaapkamers (85 bedden)
Bouwsom€ 7.000.000 incl. installaties (€ 2.000.000), excl. inrichting en BTW
Foto'sChristian Richters
Totale stichtingskosten€ 11.000.000
Leveranciers:
Metselsteen BentleyDaas baksteen, Azewijn
Stalen luiken Viets staalconstructie, Harskamp
TekstIndira van ’t Klooster

Kan een opvangcentrum voor daklozen en alcoholverslaafden té luxe zijn? De jury van de Apeldoornse Architectuurprijs vond onlangs van wel, en kende de prijs derhalve toe aan een brave villa in het groen. Toch resulteert juist de aandacht voor detaillering, kleur en materiaal, behalve in een vrolijke toevoeging aan het straatbeeld, in een gebouw waar een kwetsbare groep rust en geborgenheid vindt. En die is nodig om weer op eigen benen te kunnen staan.

“Enige terughoudendheid in detaillering en materiaalkeuzes was op zijn plaats geweest. Door teveel architectonische ambitie, zowel in het geheel als in de onderdelen en detaillering, is het eindresultaat naar het idee van de jury niet helemaal in balans,” aldus het juryrapport bij de Apeldoornse Architectuurprijs. Doelt de jury dan op de speciaal gecoate gevelbaksteen die licht reflecteert en daarmee een bijzondere gloed afgeeft?

Op het kleurschema van negen kleuren dat is verwerkt in de luiken in de gevel, de gordijnen in de ontmoetingsruimte, en de lockers die – om begrijpelijke redenen – 60 minuten brandwerend zijn? Denkt de jury aan de glazen vloer in het grand café op de eerste verdieping, waardoor het contact met de straat – voor junks en daklozen een vanzelfsprekendheid – wordt vergroot? Of aan het groenplan dat bestaat uit plantenbakken en klimgroen langs balustrades, dak en gevel, zodat de binnenplaats weelderig is begroeid?

Draagvlak en angsten
Wie al deze ruimhartigheid aanschouwt, kan zich moeilijk voorstellen hoe de situatie tien jaar geleden was. Toen verbleven daklozen en verslaafden op allerlei ad hoc locaties in de stad, in een garage, een kerk of een buurtcentrum. De overlast was groot en de aversie van de omwonenden ook. De gemeenteraad besloot tot de bouw van een permanent opvangcentrum, maar besefte tegelijkertijd dat een gebouw op zich de problematiek niet wegneemt. Het grootste deel van de afgelopen jaren besteedde de gemeente dan ook aan het creëren van draagvlak. Niet door bewoners te vertellen dat ze zich geen zorgen hoefden te maken, maar door cliënten (de gebruikers van de opvang dus), middenstanders en burgers met elkaar in contact te brengen. En door te luisteren naar wat precies de angsten zijn.

Passage en luiken
Een aantal van deze angsten is architectonisch opgelost. Zo is de overlast op straat voor een groot deel weggenomen door een passage onder het opvangcentrum. De diepe kavel maakt het mogelijk om op maaiveldniveau een doorgang te maken van de ene kant van het gebouw (de Stationsstraat) naar de andere kant (een toekomstig plein). Zelfs op een zonnige dag zijn de cliënten duidelijk herkenbaar in het straatbeeld, maar de passage leidt hen van de straat naar een meer omsloten, rijk beplante binnenhof met bankjes. Het rondhangen en dealen vindt nu plaats buiten het directe zicht van omwonenden en winkelende voorbijgangers.

De vrees dat de tijdelijke bewoners vanuit hun kamers bij de overkant naar binnen kijken, is opgelost door de ramen van het opvangcentrum af te schermen. Luiken van geperforeerd staal zijn in verschillende standen aan de gevel gemonteerd. De mate waarin deze openstaan, is bepaald door de bewoner die er recht tegenover woont. Zo wordt rekening gehouden met de (gevoelsmatige) inkijk vanuit het opvangcentrum. En de hap uit de westgevel komt voort uit de wens van een invalide buurman die vanuit zijn raam vrij uitzicht heeft op de kerk. De hangende tuin in de westgevel garandeert zijn panorama.

Toekomstige ontwikkelingen omgeving
De locatie van het opvangcentrum is afgestemd op de natuurlijke looproutes van de gebruikers ervan: tussen station en binnenstad. De hoofdvorm (gevelhoogte, passage) is geënt op de toekomstige stedenbouwkundige situatie. Over een paar jaar zal een groot deel van de bebouwing rondom het gebouw zijn gesloopt en vernieuwd. Omnizorg zal dan aan een plein staan.

Tactisch slim is dat deze voorziening daarmee één van de eerste in het gebied is, latere vestigers worden zo niet onverwacht geconfronteerd met een gevoelige functie als daklozen- en verslaafdenopvang. In die context zijn ook de voorzieningen in het gebouw kansrijk. Aan de drukke Stationsstraat is onlangs een cadeauwinkel geopend, aan de pleinzijde is een wasserette, en in de toekomst ook een tearoom en een uitzendbureau. Het personeel verblijft ’s avonds in het opvangcentrum.

Werkplaats, bezinningsruimte en slaapvertrekken
Overigens is het opvangcentrum wel degelijk ingericht op zware gebruikers. Er is een heroïne-unit, een gebruikersruimte, een methadon- en heroïnekliniek. De balie, die aanvankelijk geheel open was, is inmiddels provisorisch afgedicht met houten schotten. Het personeel wil nu graag iets bescherming wanneer de soms verwarde of agressieve cliënten zich melden. Dieper in het gebouw wordt de omgeving vriendelijker. Er is een handwerkplaats/atelier en een bezinningsruimte. In deze taps toelopende ruimte over drie bouwlagen zijn nissen aangebracht waarin foto’s van gestorven dierbaren kunnen worden opgehangen. De slaapkamers bevinden zich op de tweede tot de vijfde verdieping.

Het meest onrustig is het op de tweede verdieping, waar slaapzalen voor maximaal tien personen zijn, vooral bedoeld voor kort verblijf. Op de bovenste verdieping bevinden zich de eenpersoonskamers in een bijna huiselijke setting, waarvan maximaal een jaar gebruik gemaakt mag worden. In totaal kunnen er 85 mensen overnachten. Ook in het interieur is veel moeite gedaan om de associatie met een zorggebouw te vermijden. De kamers hebben eigen meubilair en de deuren van de units zijn bekleed met prints van Afrikaanse textielkunst. De gedachte is dat de abstracte patronen die geometrisch lijken te kloppen, maar dat niet doen, een mooie parallel trekken naar het leven zelf, dat ook zo vaak niet klopt, al lijkt het soms van wel.

Voor een dergelijke opgave bestaat geen blauwdruk. De opdrachtgevers, zorginstellingen en de architecten hebben op veel plaatsen gekeken en inspiratie opgedaan. De grootste inspiratiebron trof het gezelschap uiteindelijk in Frankrijk, in het Cité de Refuge naar ontwerp van Le Corbusier. Zijn moderne en open gebouw is eenvoudig in middelen, maar biedt daklozen en alcoholisten een zorgvuldig ontworpen en duidelijk herkenbaar gebouw om in te verblijven. De glazen bouwstenen van de Cité representeren de ambivalentie die toen en ook nu nog een belangrijke rol speelt bij dit soort gebouwen: wel zichtbaar, maar liever niet al te herkenbaar in beeld. Met een combinatie van robuustheid en fijnzinnigheid, transparantie en beslotenheid heeft Omnizorg die ambivalentie overtuigend en effectief in architectuur gegoten. Niet in de laatste plaats vanwege een duidelijke architectonische ambitie en veel zorg voor architectonische details en materialisering.

     

Gerelateerd

Tags:

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.