Ouderwets hip

Ouderwets hip

Door: Jeroen Junte | 03-02-2015

Het nieuwste gemeentekantoor in Amsterdam heeft een café en vintage kantoormeubilair, straatlantaarns aan het plafond en bureaus van sloophout – de kantoorklerk is definitief veranderd in de homo ludens. Blijft natuurlijk de vraag hoe efficiënt deze moderne kantoorspeeltuin is? Volgens een recent onderzoek hiernaar lijkt een combinatie van concentratieplekken en informele ontmoetingsplekken het best te werken. Vier recente casual offices bevestigen deze trend.

Aan de muur hangen twee echte baskets en over de groene vloer loopt het gekleurde lijnenpatroon van een gymnastiekzaal. Maar deze sportzaal in de voormalige Stadsdrukkerij in Amsterdam kan ook worden gebruikt voor presentaties of als informele vergaderzaal. Langs de muur staat een hoge tribune en onder de basket staan nu een verrijdbare tafel met stapelstoelen. ‘Ambtenaren die even wat willen bewegen kunnen hier nu een balletje gooien’, zegt architect Wouter Valkenier van Studio Valkenier. De speelse werkruimte is onderdeel van de voormalige stadsdrukkerij, die is getransformeerd tot een proeftuin voor het werken zonder vaste werkplek voor Amsterdamse gemeenteambtenaren. Daarnaast fungeert het complex als ontmoetingsplaats en horecagelegenheid voor de omliggende gemeentekantoren aan de Wibautstraat. ‘Burgers die een afspraak hebben met een ambtenaar kunnen nu ook hier afspreken onder het genot van een cappuccino, zodat de kloof tussen overheid en burger wordt verkleind. Tegelijkertijd hebben de gemeentelijke werknemers nu een dynamischer werkomgeving.’

Naast het creëren van een informele en flexibele werkomgeving wilde de architect ook een duurzaam concept neerzetten in dit innovatieve gemeentekantoor. ‘Het ontwerpproces begon met een inventarisatie van alle meubels in de gemeentelijke depots’, vertelt Valkenier. Dus staat in de ‘caféruimte’ op de plek van de voormalige drukpersen op de begane grond een stoere metalen tafel waaraan nog is gewerkt door de roemruchte wethouder Jan ‘in-geouwehoer-kunje- niet-wonen’ Schaefer; aan de tafel staan afgedankte stoelen uit andere gemeentekantoren, vaak nog in onberispelijke staat. Ook de overige hoge en lage zithoeken bestaan grotendeels uit hergebruikte gemeentemeubels. De kroonluchters zijn oude straatlantaarns ontworpen door Friso Kramer. Authentieke details als de tegelwanden, inktspatten en een defect schakelbord zijn niet verwijderd maar verwijzen maar de rijke grafische historie van het gebouw. Valkenier: ‘Ook de muren hebben een ruw en industrieel uiterlijk behouden. We hebben de historie van het gebouw willen uitvergroten.’

Hangmatten in de gameroom

De 80 flexwerkplekken van de Stadstimmertuin bevinden zich op de eerste verdieping. Het bestaande kantoor van de Stadsdrukkerij is volledig gestript van systeemplafonds en houten klapdeuren; de betonnen draagconstructie – bij de bouw in 1915 nog een unicum – is weer zichtbaar en de glazen deuren hebben een minimalistisch metalen portaal. ‘De werkplekken zijn vervaardigd van palethout. Werknemers die lange tijd op een plek werken voor een project kunnen zo een persoonlijke unit creëren door zelf fotolijstjes of een boekplankje op te hangen.’ Op een van de hoge werkplekken ligt een hamer met een zak ouderwetse nagels. De bureaulampen zijn eenvoudige led-buizen in een houten armatuur. ‘De houten kap is zo ontworpen dat ze precies uit een standaard houtplaat kunnen worden gezaagd zonder restmateriaal.’ Een gemeentehuis met cappuccino’s en vintage kantoormeubilair, straatlantaarns aan het plafond en bureaus van sloophout – er is veel veranderd in de Nederlandse kantoren. Wie had dat gedacht toen Adam Curry (destijds nog een gesjeesde Veronica-dj) in 1999 het experimentele internetbedrijfje Jamby opstartte. In een grachtenpand aan de Amsterdamse Keizersgracht werd een ‘kantoor’ ingericht met hangmatten, een gameroom en laptops. Vaste werkplekken waren er niet en elke dag kwam een traiteur langs om de lunch te bereiden. Van het Nieuwe Werken had nog niemand gehoord. Inmiddels spelen ook ambtenaren een potje basketbal in de pauze en timmeren ze hun eigen werkplek. De kantoorklerk is definitief veranderd in de homo ludens. Blijft natuurlijk de vraag hoe efficiënt deze moderne kantoorspeeltuin is?

 Graffiti pieces

Het Eindhovense bureau KNOL nam in 2014 de proef op de som. In het prominente Philips- gebouw De Witte Dame in Eindhoven werd Out Of Office geopend, een hippe flexplek voor zzp-ers met een ligbed, konijnenhok, schommels en echte rommelkeuken. Jamby 2.0, zeg maar. Maar over een periode van een maand werd deze hangout heel geleidelijk getransformeerd in een klassikale kantooropstelling, waarbij gewerkt werd in bureauhokjes die strak in het gelid stonden. Er was zelfs een big brother-achtige chef die de flexwerkers vanaf een groot videoscherm in de gaten hield en aanspoorde minder lawaai te maken of door te werken. Na een maand werden de nietsvermoedende gebruikers geïnterviewd over hun werkervaringen. ‘Wat bleek was dat de inspirerende elementen als het keukentje en vooral het konijntje werden gemist ‘, zegt Jorien Kemerink van KNOL. ‘Kantoorwerknemers hechten blijkbaar enorme waarde aan vrijheid en informaliteit. Tegelijkertijd gaven de proefpersonen aan dat de productiviteit hoger was in de formele setting. Het gevoel van onrust was veel minder en de concentratie was hoger.’ Conclusie: ‘Optimaal was een opstelling met zowel concentratieplekken als informele ontmoetingsplekken.’

Beetje speels, beetje saai dus. Oftewel: ouderwets hip – zo ziet het optimale kantoor eruit. Natuurlijk is Out of Office geen keihard wetenschappelijk onderzoek maar meer een kunstzinnige verkenning van het optimale kantoor. Niettemin worden de uitkomsten van dit experiment onderbouwd door diverse kantoorinterieurs die recent zijn opgeleverd. Uitgangspunt in het ontwerp van het Amsterdamse ontwerpbureau D/Dock voor het Nederlandse hoofdkantoor van Google in de Viñoly-toren aan de Zuidas is de garage waar Larry Page en Sergey Brin ooit Google oprichtten.  Speelse elementen verwijzen naar dit tijdperk – van graffiti pieces op de muren en armaturen in de vorm van kartonnen dozen tot de industriële open plafonds. Juist heel ouderwets is de prominente afwezigheid van projecties en beeldschermen. ‘We wilden dat mensen met elkaar kunnen praten zonder dat ze afgeleid worden door beeldschermen’, is de verklaring van D/Dock. Verder is vooral een rustige werkomgeving gecreëerd; de 150 werkplekken zijn verdeeld over 3000m2 op vier verdiepingen. Geen spoor van binnentuintjes met konijnen maar gewone werkplekken met veel zonlicht. Net iets meer dan de helft van de kantoorruimte van Google heeft nog een reguliere kantoortuininrichting.

Bakfiets en caravans

Opvallend is dat er geen flexplekken zijn. Alle ‘googlers’ hebben een eigen bureau. Maar als werknemers willen kunnen ze hun werkhouding afwisselen; van achterover leunend tot rechtop zittend of zelfs fietsend. Naast de Wii-room (het blijft wel Google tenslotte) is er ook een inpandige gym en meditationroom. ‘Onderzoek heeft aangetoond dat daglicht en uitzicht veel bijdragen gelukkige werknemers en dus voor efficiëntie en minder ziekteverzuim. Ook van belang zijn een goede luchtkwaliteit en de toepassing van gifvrije materialen’, is de toelichting van D/Dock. Dus hebben de werkplekken en informele ontmoetingsplekken een onbelemmerd uitzicht op Amsterdam. Hiervoor zijn de facilitaire ruimtes, zoals vergaderzalen, videokamers en keukentjes in de kern van de vloer geplaatst bij de liften en het trappenhuis. Het meubilair is voor driekwart afkomstig uit het oude interieur, aangevuld met meubilair uit andere Google kantoren, zoals uit Ierland. Het is verwant aan de aanpak van architect Valkenier in de Stadstimmertuin. Zelfs de speelse twist is opvallend alledaags.

Om het feel good karakter te versterken is gekozen voor een Nederlandse knipoog. Bij de entree staat een oversized bakfiets als ontvangstbalie. Een informele vergaderruimte is een originele Otten caravan. In het restaurant hangen akoestische panelen met stroopwafelopdruk en verlichting in de vorm van kneuterige theepotjes. Er is zelfs een hergebruikte Febo automatiek; werknemers ‘trekken’ daar geen kroketten uit, maar digitale kantoorspullen als snoertjes en opladers. ‘Dit principe van een healing office stimuleert communicatie maar het biedt tegelijkertijd ruimte voor concentratie en afzondering’, aldus D/Dock.

Verkaveling in tapijten

Niet alleen het kantoor maar zelfs het ontwerpproces was informeel bij het kantoorinterieur van de Utrechtse ontwerper René Mensink voor vervoersbedrijf AMP Logistics. ‘Er was geen programma van eisen maar het basisidee is opgesteld in langdurige gespreken met de opdrachtgever’, aldus Mensink. ‘De uitkomst was een informeel maar gastvrij kantoor. Dus geen strakke entreebalie maar een gastvrouw die je bij de deur ontvangt.’ Om deze onbevangen blik op het ontwerp te bewaren, maakte Mensink bewust geen strakke computertekening van het casco bedrijfsvloer van 1300m2. ‘Ik ben met een ruimtelijk plan en wat materiaalideeën door het pand gaan lopen en heb zo een schets gemaakt.’

Het casual office van AMP Logistics combineert een industriële look en intieme huiskamerambiance met traditionele kantoorefficiëntie. Dit vertaalde zich in veertig werkplekken die op ouderwetse vloerkleden op de betonnen vloer staan. In de kantine is gebruik gemaakt van vintage schoolstoeltjes en de rustige zithoekjes voor informeel overleg zijn opgebouwd uit vintage schemerlampen en een ratjetoe aan luie fauteuils en een gymnastiekbok. ‘De meubels zijn op Marktplaats gekocht en vervolgens door de werknemers opgepikt. Ter compensatie koos Mensink voor industriële materialen die benadrukken dat het een werkomgeving is. ‘De wanden zijn afgewerkt met bouwplaten en er is van houten pallets een zithoek gebouwd.’ Maar achter dit stoere, huiselijke interieur gaat een traditioneel kantoor schuil. ‘De ruimte is verkaveld in afdelingen met vaste werkplekken. De vrolijke tapijten zorgen ook voor de zonering van de verschillende afdelingen. Blauw is administratie en rood is verkoop.’

Stilte in de bedstee

Van de nood een deugd maken, dat was het devies van Eckhardt Leeuwenstein Architecten bij de inrichting van het nieuwe kantoor van Warchild in Amsterdam. De non-profit organisatie wilde een zo goedkoop mogelijk interieur. De 75 werkplekken (oppervlakte 1200m2) zijn flexibel maar verdeeld in verschillende zones voor concentratie of juist ontmoeting. Deze zones zijn te herkennen aan dominante kleuren, een handzame routing die vooral in industriële omgeving als fabriekshallen wordt gebruikt. Evenals bij AMP Logistics is de zonering hier ook aangegeven met gekleurde tapijten. Blikvanger in het ingetogen en toch vrolijke interieur zijn grote muurkasten geassembleerd uit tweedehands buffetkasten, dressoirs en boekenkasten. Deze zijn ogenschijnlijk lukraak aan elkaar gelijmd tot één wandvullend opbergmeubel en vervolgens in een dekkende kleur geverfd. In vrijstaande kasten zijn intieme zithoekjes gecreëerd en er is een bedstee-achtige stilteruimte – allemaal eenvoudig maar stijlvol uitgevoerd. Als een reminder voor wie het geld echt is bedoeld, zijn overal in het kantoor levensgrote portretten van kinderen in oorlogsgebieden opgehangen. Het Warchild kantoor is ingetogen en toch informeel – precies wat het onderzoek van KNOL al voorspelde. Wetenschappelijk is ook dit bewijs niet. Maar statistisch gezien staat vast: het casual office zet de trend.

Tekst: Jeroen Junte
Fotografie: Corneel de Wilde, Evelyn Sanders, Alan Jensen, Chris van Koeverden, Marjolein Blom.

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 1 van 2015

Gerelateerd

Tags: , , , , , , , ,