Pecci Center in Prato door Maurice Nio

Pecci Center in Prato door Maurice Nio

Door: Jacqueline Knudsen | 26-04-2017

Maurice Nio werkt in meerdere disciplines, waartussen de grenzen vaak vervagen: hij is architect, beeldend kunstenaar, filmmaker, schrijver en grafisch vormgever. In oktober 2016 heropende het Centro per l’Arte Contemporanea Luigi Pecci in Prato, na een verbouwing en uitbreiding naar ontwerp van Nio. Zijn goudkleurige gebogen vleugel met wuivende toren omarmt het bestaande orthogonale gebouw en maakt meerdere routings mogelijk. Wat is zijn ervaring als architect in Italië?

NIO architecten houdt kantoor net om de hoek van de trendy Witte de Withstraat in Rotterdam. Maurice Nio begon hier in 2000 zijn eigen bureau. Aanleiding voor dit gesprek is de heropening van het Centro per l’Arte Contemporanea Luigi Pecci in Prato: Hoe kwam hij aan deze opdracht? ‘Ik ben in het buitenland beroemder dan in Nederland, hier kent bijna niemand me. Vooral in Italië wordt mijn werk gepubliceerd en geëxposeerd. Dat is vreemd omdat ik verreweg de meeste opdrachten in Nederland realiseer. Ik ken Marco Brizzi goed, een publicist en curator op het gebied van architectuur. In 2005 heb ik geëxposeerd in zijn SESV galerie in Florence met de tentoonstelling Snake Space. Brizzi had contacten met het Pecci Center. Een jaar later werd ik gevraagd mij te presenteren voor de architectenselectie voor de uitbreiding van het Pecci Center. Waarom? Omdat ik goed ben in het oplossen van moeilijke situaties.’ Behalve dat hij raad weet met schijnbaar onmogelijke situaties speelde bij de selectie mee dat Nio zelf ook kunstenaar is en tentoonstellingen heeft gemaakt.

Voortvarende start

In 2006 presenteerde Nio zijn ontwerp Sensing the Waves en werd geselecteerd. ‘Het begin van het proces verliep heel voortvarend. Ik kon zelf een team samenstellen, we hebben keihard gewerkt en 3 maanden later was het definitief ontwerp af. Ze stonden werkelijk perplex in Prato. Het ontwerp werd goedgekeurd door mijn opdrachtgevers Elena Pecci en de president van het Centro Pecci. Daarna is het definitief ontwerp overgedragen aan de gemeente Prato, het bestaande gebouw inclusief alle medewerkers en de collectie werden al beheerd door de gemeente. En toen was de vaart er uit. Een eindeloos lang en heel bureaucratisch proces volgde. Het vergde veel geduld en inspanning om het project te realiseren.’

Tegenslagen en voordelen

In 2006 verwachtte men dat het centrum in 2010 of 2011 heropend zou worden, dat werd dus uiteindelijk oktober 2016. Nio: ‘In die 10 jaar had ik met steeds wisselende mensen te maken. Bijvoorbeeld drie opeenvolgende burgemeesters en drie wethouders. Aannemers gingen failliet. Opdrachtgever Elena Pecci [zus van de naamgever van het centrum dat in 1980 is opgericht door haar vader, ter nagedachtenis aan haar jong gestorven broer Luigi, red.] en Valdemaro Beccaglia, de president van het Pecci Center zijn beiden overleden en hebben de opening niet mogen meemaken. Die wisselingen zijn natuurlijk ook niet bevorderlijk voor de voortgang.’ Ondanks die tegenslagen heeft werken als architect in Italië ook goede kanten. ‘Je wordt daar gezien als echte architect, die een project helemaal van a tot z leidt, dat is in Nederland meestal anders. In Italië ben je als architect een echte autoriteit.’

Geen museum

Ondanks dat het een grote collectie moderne kunst bezit, wil het Pecci uitdrukkelijk een centrum zijn, geen museum. Het is niet elitair, maar juist laagdrempelig voor een breed publiek. Naast de tentoonstellingsruimtes is er een archief, een bibliotheek, een openluchttheater met 1000 zitplaatsen, een bioscoop/ auditorium met 140 zitplaatsen, een theater met 400 zitplaatsen, een bibliotheek, een café, een restaurant en ruimten voor educatie, workshops en vergaderingen. Het centrum is elke dag geopend tot 11 uur ’s avonds en wordt druk bezocht, in de eerste 4 maanden al 50.000 bezoekers.

Sensing the Waves

‘Elk project geef ik een naam, deze Sensing the Waves. Het gebouw is een sensor die de huidige en toekomstige stromingen aanvoelt, absorbeert en uitstraalt. Mijn eerste ontwerp had, net zoals een insect twee voelsprieten. Een Italiaanse medewerker van mijn bureau zei me destijds al: dat gaat echt niet lukken, met twee voelsprieten, dat is in Italië een ongepast gebaar. Ik nam 5 maquettes mee bij eerste presentatie: 4 met twee voelsprieten. En inderdaad, er werd gekozen voor het model met 1 voelspriet. Het ontwerp is bijna exact zo uitgevoerd, als ik toen ontworpen heb, bij de opening liet de museumdirecteur nog die maquette zien.’ Die antenne is ook een baken naar de omgeving, al van ver – ook vanuit Florence – zichtbaar.

Nieuw omarmt oud

Het bestaande gebouw van architect Italo Gamberini is een structuur van rechthoekige zalen met schuine glasdaken op het noorden gericht. De nieuwbouw van Nio staat in contrast daarmee in vorm en materiaal. Nio: ‘De nieuwbouw omhelst de oudbouw uit 1988, het respecteert het bestaande gebouw en raakt het enkel op die plekken die nodig zijn voor een logische routing door het complex. De bestaande routing was lineair, dus de bezoeker moet heen en terug dezelfde weg lopen. Dit probleem heb ik opgelost door op de eerste verdieping – met alle oude expositiezalen – een circuit te creëren, zodat bezoekers verschillende routes kunnen maken.’
Het andere mankement van het bestaande centrum was dat niemand de ingang kon vinden, dit heeft Nio opgelost door alle publieke functies op de begane grond te situeren en de hoofdentree pontificaal op het kruispunt te oriënteren. Vanaf de ingang kan men dwars door de oudbouw het buitentheater zien.

Gouden schil

De buitenschil is gemaakt van aluminium platen, die gecoat zijn in Roermond. ‘In 4 uur zijn bij Euramax alle gevelplaten van het Pecci gecoat, daar ben ik bij geweest om de kleur te controleren. Ik heb gekozen voor goud, dat past mooi bij het zonnige Toscaanse licht.’ Behalve de ronde plattegrond is de gevel ook bollend. ‘Ik wilde de beeldentuin minimaal bezetten met de nieuwbouw. Daarom is het grootste deel van het programma in de kelder en op de eerste verdieping geplaatst.’ In de kelder is het depot, op de begane grond publieke ruimtes en op de eerste verdieping tentoonstellingsruimte. Met de nieuwbouw is de tentoonstellingsruimte verdubbeld. Doordat het dwarsprofiel van de tentoonstellingsverdieping overal verschillend is, biedt de nieuwe uitbreiding ruimtes met een diversiteit aan sferen, en dus ook met verschillende expositiemogelijkheden. Het interieur is eerst helemaal wit geschilderd. Pas daarna heeft Nio kleur ingebracht en enkele onderdelen zwart laten maken. Het interieur van de museumwinkel is ook ontworpen door Nio. Bijzonder vormgegeven composiet panelen van 80 mm dik, afgezoomd met goudkleurig band, vormen afgewisseld met perspex kokers de constructie van het winkelmeubilair.

Dit artikel is geschreven door Jacqueline Knudsen en verschenen in ArchitectuurNL 02 2017

Gerelateerd

Tags: , , , , ,
0 Reacties Schrijf een reactie

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.