Raad voor de Rechtspraak Den Haag

Raad voor de Rechtspraak Den Haag

Project
Door: Redactie ArchitectuurNL | 11-06-2007

Ontwerp een eigentijds kantoor in een oud bankgebouw voor een nog niet bestaande organisatie. Dat was de opdracht die Marc van Roosmalen van de Rijksgebouwendienst kreeg in 2001. De nieuwe behuizing voor de Raad voor de Rechtspraak is inmiddels een feit en het resultaat mag er zijn. Een transparant en communicatief gebouw waarin heden en verleden samenkomen.

De Raad voor de Rechtspraak is in 2002 in het leven geroepen als een onafhankelijke organisatie die de gerechten informeert en adviseert, toezicht houdt en de financiële middelen verdeelt. In 2001 werd het voormalige bankgebouw van de Nederlandsche Handel-Maatschappij (later ABN AMRO-Bank) in Den Haag aangekocht om er de toekomstige Raad te huisvesten. Het gebouw was in 1924 ontworpen door de gebroeders Van Nieukerken in een historiserende stijl op een van de fraaiste locaties in de stad, op de hoek van de Kneuterdijk met zicht op de Hofvijver. Refereerde de historiserende aankleding aan voorbije tijden, het casco was uiterst modern met een betonnen constructie van vloer tot dak. Ook andere elementen verraadden de bouwtijd, zoals het geavanceerde ventilatiesysteem.

Ei van Columbus
Het oorspronkelijke bankgebouw was samengesteld uit een groot centraal atrium met relatief weinig kantoorruimte eromheen. Aan Van Roosmalen de taak om meer kantoorruimte te creëren, zonder al te veel in te grijpen in de monumentale onderdelen. Naast kantoorruimte moest er veel vergaderruimte komen, aangezien de Raad hét centrale vergader- en adviescentrum zou worden voor de totale rechterlijke macht.

Dit leek aanvankelijk een onoplosbare opgave. De dwingende plattegrond nam te veel van de ruimte en de historische staat stond drastische ingrepen niet toe. Na heel wat hoofdbrekens, kwam Van Roosmalen met het ei van Columbus. Met het atrium als ruimtelijke verbinding kon de eigenheid van de verdiepingen behouden blijven en konden er drie nieuwe sferen ontstaan. De eerste wereld, de onderwereld, besloeg twee verdiepingen in het souterrain, waar de oorspronkelijke depotruimtes zoals kluizen en couponkamers nog bewaard waren. De monumentale wereld lag erboven, op de begane grond en de eerste verdieping. Dit waren de van oorsprong representatieve ruimtes van de bank. Ten slotte was er de bovenwereld. Deze besloeg de bovenste verdiepingen, waar zich de voormalige klerkenkamers en archiefzolders bevonden. Deze niet-representatieve ruimtes waren in de loop der jaren aan het zicht onttrokken door een plafond van gekleurd glas boven het atrium.

Tijdens de verbouwing werden deze drie werelden zorgvuldig vormgegeven en op elkaar aangesloten. Resultaat is een indrukwekkend en transparant gebouw dat historie en status respecteert.

Projectgegevens

Projectarchitecten Marc van Roosmalen en Frank van der Vecht
OpdrachtgeverRijksgebouwendienst Directie Projecten
HoofdaannemerBAM Nelissen Van Egteren
Adviseur constructie Advies- en Ingenieursbureau voor bouwconstructies van de Laar, Eindhoven
Projectleider RGD Koos Speksnijder en Aimee Krommenhoek
Adviseur installaties Nelissen ingenieursbureau, Eindhoven
Adviseur bouwfysica en akoestiek Peutz, Zoetermeer
Bouwhistorisch onderzoek Advies & Architecten Rijksgebouwendienst
Bouwhistorisch archiefonderzoek Henk Hovenkamp
Bouwkundige uitwerking Inbo Adviseurs Bouw, Woudenberg
Binnenhuisarchitect Stephanie Gieles, Delft
InterieurbouwerVan der Plas, ’s-Hertogenbosch
Start bouw 2003
Oplevering Mei 2006Mei 2006
Bruto vloeroppervlak 11.000 m2
Bruto inhoud 40.000 m3
Bouwkosten € 19.000.000 incl installaties, excl. BTW
Leveranciers:
Tapijt EGE Carpets, Denemarken
TransportmiddelenLodige, ’s-Hertogenbosch
Air-E-duct ontwikkeling Well-design, Utrecht
Air-E-duct bouw Lindner Nederland, Ede
TekstIris Knapen
Foto'sLevien Willemse, Rob Hoekstra

Kraak gezet
In het vernieuwde souterrain is de oorspronkelijke depotfunctie voelbaar gebleven. De Raad had een grote vergaderzaal nodig waarvoor elders in het gebouw geen plaats was. In het souterrain werd daarvoor een oplossing gevonden. Ter hoogte van het atrium werden beide kelderniveaus naar de begane grond toe doorgezaagd. Hierdoor ontstond er een ruime vide waarin een centrale vergaderzaal met 40 vergaderplaatsen werd ondergebracht.

Het plafond van de zaal is voorzien van beloopbaar glas waardoor vanuit het atrium op de vergaderzaal kan worden gekeken en er vice versa licht van boven komt. Rondom de zaal loopt een galerij met een balustrade van transparant glas. Aan de muren bevinden zich, fraai aangelicht, de vroegere depotkluisjes.

Aangezien de oorspronkelijke tegelvloer te veel geluidsoverlast zou geven, werd gezocht naar een alternatief. Dit werd gevonden in een tapijt bovenop de tegelvloer, dat met het oorspronkelijke tegelmotief werd bedrukt. Wie van boven neerkijkt op de vloer, ziet vrijwel geen verschil.

In het souterrain herinnert nog veel aan de oorspronkelijke depotfunctie, zoals kluisdeuren van enorme afmetingen en de voormalige couponhal. De laatste doet nu dienst doet als toiletruimte met in de afzonderlijke kamertjes (waar men vroeger het dividend van de aandelen kon verzilveren) de toiletten.

Ronduit indrukwekkend is de kraak die de architect even verderop heeft gezet. Aan de achterzijde van de vergaderruimte is namelijk een tweede doorbraak gemaakt. Dwars door de dikke kluismuur is een verbinding gemaakt tussen de buiten de kluis gelegen nieuwe liften en de omloop van de vergaderzaal in de kelder. Nadrukkelijk is de muuropbouw in het zicht gelaten: dikke gewapende betonnen muren met ingestorte stalen spoorstaven, die elke bankovervaller en iedere brand buiten de deur hielden. De breek- en brandsporen zijn nog te zien en zijn een tastbaar bewijs voor het zware werk dat hier moest worden geleverd.

Monumentale wereld
In de monumentale wereld is de allure geheel behouden. In het atrium herinneren het samenspel van houten lambriseringen, marmeren vloeren en de classicistische vormentaal aan de status van de vroegere bank. Daar waar aanpassingen moesten worden gedaan, is Van Roosmalen in dezelfde sfeer gebleven. De entreebalie is uitgevoerd in bruin leer, passend bij de kleurstelling en de rijkdom van de omgeving. Het restaurant is modern en sober, zodat het niet afleidt van de monumentale ruimte. De houten draaideur van de entree is tot in detail nagemaakt, maar zodanig dat deze voldoet aan alle eisen van brandveiligheid. Om dezelfde reden is het bestaande trappenhuis, aan de linkerzijde van de entree, van een nieuw portaal voorzien. Hiervoor is het tegenoverliggende natuurstenen portaal nauwgezet in sierbeton gekopieerd en een brandwerend valscherm volledig geïntegreerd.
Voor de verbouwing werd het atrium afgesloten door een verhoogd plafond van gekleurd glas. Van Roosmalen herstelde het plafond op het oorspronkelijke niveau en voorzag het van kleurloos glas, zodat er een zichtrelatie ontstond met de kantoorverdiepingen erboven. Voor extra licht en zicht kan het plafond worden opengeschoven.

De twee vergrote liftschachten op de kop van het atrium sluiten aan op de monumentaliteit van het gebouw en zijn voorzien van stucwerk en lambriseringen. Rondom het atrium liggen, achter de gaanderij op de verdieping, de van oudsher representatieve kantoren. De stijlkamers zijn intact gelaten en doen nu dienst als moderne kantoor- en vergaderruimtes.

Bovenwereld
De bovenste drie verdiepingen herbergden vroeger de klerkenzalen en archiefzolders. Door op nokhoogte de twee daken door een groot glazen dak met elkaar te verbinden, is de vroegere buitenruimte, die boven het plafond van het atrium lag, nu bij het gebouw ingelijfd. Het glazen dak bolt licht, zodat er geen regenwater op blijft staan. Door het nieuwe dak is er veel extra vloeroppervlak gecreëerd en is de Raad voorzien van comfortabele, lichte en transparante kantoren. Hiermee is beantwoord aan een belangrijk speerpunt van de organisatie: een volledige gelijkwaardigheid van alle ruimtes, van de stijlkamers tot de nieuwe kantoren in de kap. Door het vele licht en de talrijke doorzichten vormen de verdiepingen als het ware de belichaming van de transparantie van de rechtspraak.

Op dit niveau werd vrijwel alles gestript. Dakkapellen en leien werden verwijderd waardoor het dakbeschot in het zicht kwam, alsmede de oorspronkelijke goten en schoorstenen. De nieuwe galerijen en de loopbrug, beide van staal en glas, leiden naar de kantoren. Deze hebben aan de atriumzijde erkers, enerzijds ter vergroting van het oppervlak, maar meer nog om de transparantie, lichtinval, de betrokkenheid en het zicht op het gebouw te vergroten. Door ook elders strategische doorbraken te maken zijn lange zichtlijnen ontstaan.

Voor de indeling van de grote zalen in afzonderlijke kantoorruimtes is air-E-duct ontwikkeld, een totaalpakket aan leidingen en kanalen, dat is ondergebracht in een ellipsvormige goot in de gangwanden. Van daaruit worden de leidingen en kanalen verder geleid naar de tussenwanden. Zodoende zijn alle leidingen en kanalen (ook die van de ventilatie) uit het zicht en kunnen op elke gewenste plaats tussenwanden worden aangebracht. Tevens is hierin meteen de indirecte plafondverlichting opgenomen. Glas boven de goot laat het zicht op de plafonds vrij. Heel toepasselijk zijn prints van de Eerste Democratische Grondwet van Thorbecke uit 1848 op de glazen schuifdeuren aangebracht, ter beperking van de inkijk vanaf de gangen.

Gerelateerd

Tags:

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.