Renovatie Museum De Lakenhal Leiden

Renovatie Museum De Lakenhal Leiden

Door: Kirsten Hannema | 10-09-2019

Een gewaagde restauratie, waarbij verf van een 17e-eeuwse gevel is gekrabd en een monumentale trap verplaatst, gecombineerd met markante nieuwbouw, gemetseld in ‘muizentandverband’. Met de renovatie van Museum De Lakenhal in Leiden, toont Happel Cornelisse Verhoeven zich een meester in het bouwen op ‘beschreven blad’.

Tabula Scripta

‘Op het moment dat er iets ‘in de weg staat’, slaan wij aan’, zei architect Ninke Happel van bureau Happel Cornelisse Verhoeven in een recent interview in het Zwitserse tijdschrift Modulor, gewijd aan The New Dutch. Een groep architecten, waaronder Hans van der Heijden, Monadnock en Office Winhov, die – anders dan de Superdutch-generatie die in de jaren negentig en nul de wereld veroverde met hun radicale concepten en iconische (‘fuck context’) gebouwen – met veel gevoel voor de context te werk gaat, en daar nu internationaal aandacht mee trekt. Happel Cornelisse Verhoeven, opgericht in 2007, is in de juiste tijd geboren. We bevinden ons immers in de conditie van de tabula scripta, zoals architect Floris Alkemade zijn – bijna voltooide – lectoraat aan de Amsterdamse Academie van Bouwkunst doopte: het beschreven blad. Het merendeel van de bouwopgaven betreft vandaag de dag transformaties van bestaande gebouwen en stukken stad. Het zijn de ‘puzzels’ waar Happel en haar kompanen Floris Cornelisse en Paul Verhoeven van smullen.

Renovatie en uitbreiding Lakenhal

De renovatie en uitbreiding van de Lakenhal, het museum voor kunst, kunstnijverheid en geschiedenis van de stad Leiden, was zo’n breinbeker. Het gebouwencomplex, bestaand uit de ‘Laecken-Halle’ aan de Oude Singel uit 1641 (architect Arent van ‘s-Gravesande), de Harteveltzaal (1890) en de Papevleugel (1921), was sinds de laatste verbouwing vergaand verrommeld. De voorhof was in de jaren negentig provisorisch overkapt als entreehal, de binnenhof volgebouwd met gangen, de zolder stond vol met – inmiddels afgeschreven – installaties; het museum barstte uit zijn voegen, en was tegelijkertijd nauwelijks zichtbaar. Toen Meta Knol in 2009 aantrad als directeur, besloot ze eindelijk werk te maken van de langgekoesterde wens voor een nieuwbouwvleugel met educatieruimte, (wissel)expositieruimte en kantoren; vanaf de jaren vijftig waren daartoe diverse panden aan de Lammermarkt aangekocht. Knol wilde meer dan een restauratie en extra vierkante meters: een plan dat de collectie naar de 21e eeuw zou katapulteren. Die collectie omvat ook 350 aard- en nagelvaste stukken zoals ramen, deuren en gevelstenen, wat Knol deed besluiten om het hele 17e eeuwse pand tot ‘collectiestuk nul’ te benoemen.

Gevel gemetseld in muizentandverband

Happel Cornelisse Verhoeven, dat voor dit project samenwerking zocht met de Britse restauratiearchitect Julian Harrap, won de prijsvraag in 2013 met een ontwerp dat Knol omschrijft als een ‘teletijdmachine’. Ze ontwierpen een nieuwe route die de 17e, 19e, 20e en 21e-eeuwse bouwdelen vernuftig aan elkaar rijgt, terwijl de nieuwbouw met zijn grijs-groene baksteen gevel, gemetseld in puntig ‘muizentandverband’, het complex een herkenbaar gezicht geeft aan de Lammermarkt. Je komt vanaf de Oude Singel binnen op de voorhof, die is teruggebracht in de oorspronkelijke staat. De glaskap is verwijderd, de zandstenen sierlijsten van de voorgevel ontdaan van later aangebrachte verflagen; als je door de poort stapt, sta je ineens in de oude Lakenstad waar wevers hun lakense doeken lieten keuren en verhandelen. Vanuit deze ruimte loop je via de entreehal met de museumwinkel naar de achterhof, die de architecten knap hebben vrijgespeeld. De monumentale Joristrap die in 1874 hier was gebouwd om de Lakenhal als museum te ontsluiten voor publiek, is een paar meter opzij in de nieuwbouw geschoven, de installaties zijn weggewerkt in de stalen liggers van het nieuwe glasdak en de gemetselde wand voor de Harteveltzaal. Deze centrale, lege ruimte, waarin je de geschiedenis aan de hand van dichtgemetselde ramen en deuren kunt aflezen, is misschien wel de mooiste van het museum.

Tentoonstellingsruimten voorzien van schaaldaken

Vanuit het achterhof vindt de bezoeker zijn weg naar de zalen met de vaste collectie en de nieuwe tentoonstellingsruimtes, voorzien van fraaie betonnen schaaldaken en een enorm boograam dat zicht biedt op de Lammermarkt. Het is een raam dat brutaal de stad in blikt, passend bij de gedurfde nieuwbouw. Toch past die wonderwel op zijn plek. Op zoek naar een evenwicht tussen nieuw en bestaand, hebben de architecten goed gekeken hoe architect Van ’s-Gravesande destijds de grote Lakenhal inpaste tussen de grachtenpandjes, door met een laag bouwdeel daarop aan te sluiten. Happel Cornelisse Verhoeven doet iets soortgelijks: het puntige metselwerk volgt de puntdakvorm van de aangrenzende huisjes, en gaat vervolgens over in een reeks puntvormige erkers. De keuze voor baksteen sluit aan bij de bestaande, gemetselde panden, de groengrijze kleur bij het natuursteen in de voorgevel. Het blinde boograampje, ingevuld met een siersteen met het lakenloodje – logo van het museum – is een moderne variant op de siersteen in de voorgevel.

Liefde voor materiaal

Met Museum De Lakenhal toont Happel Cornelisse Verhoeven de potentie van het beschreven blad: hoe je voortbouwend op het bestaande tot iets nieuws – iets beters – kunt komen. Daarbij spelen kennis van de geschiedenis en tradities een rol, maar ook hun liefde voor materiaal en het maken. Van de speciaal voor dit project vervaardigde handvormsteen tot de eikenhouten lockers, met slotjes in de vorm van lakenloodjes; aan elk detail is gedacht, en het ontwerpplezier spat ervan af. Een museum ontwerpen, tot en met de maatwerk meubels: het is de ultieme kans om als jong bureau te laten zien wat je in huis hebt, maar dan moet je hem ook benutten. Happel Cornelisse Verhoeven heeft dat voor de volle honderd procent gedaan, en laat zien dat het klaar is voor het grote werk.

Projectgegevens

Locatie: Oude Singel 32 en Lammermarkt 21 t/m 37, Leiden
Opdrachtgever: Gemeente leiden
Programma: Restauratie van de historische Laecken-Halle (1640), uitbreiding met een nieuwe tentoonstellingsvleugel, verbetering publieksvoorzieningen (ontvangstruimten, museumhoreca), verbetering kantoorhuisvesting en logistiek, vervanging (klimaat) installaties.
Architecten: Happel Cornelisse Verhoeven i.s.m. Julian Harrap Architects
Adviseur installaties en brandveiligheid: ARUP
Adviseur bouwfysica: LBP Sight
Adviseur constructie: Van Rossum Raadgevende Ingenieurs.
Bouwperiode: maart 2017 – december 2018.
Heropening: juni 2019
Tekst: Kirsten Hannema
Fotografie: Happel Cornelisse Verhoeven Architecten, Karin Borghouts

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 4 van 2019

Gerelateerd

Tags: ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.