Sloopmateriaal wordt kantoorinterieur

Sloopmateriaal wordt kantoorinterieur

Door: maurice | 27-07-2011

Sloopmateriaal van nabij gelegen locaties metamorfoseerden Doepel Strijkers Architects tot het interieur van kringloopkantoor HAKA-gebouw in Rotterdam. Dit project moet duidelijk maken welke effecten hergebruik van sloopmateriaal en bijkomende vervoer- en verwerkingsprocessen hebben op de CO2-footprint en de kosten per object.

Voorlopige opbrengst is een interieur waarin daklatten, balken, deuren, textiel, en voormalige kassen transformeerden in een pantry, podia, zitelementen, akoestische scheidingswanden en vergaderruimtes. Een even interessante als ongebruikelijke toepassing van bouwmateriaal dat anders rechtstreeks op de schroothoop belandt.

Het HAKA-gebouw is gebouwd in 1932 als het hoofdkantoor van de coöperatieve groothandelsvereniging ‘De Handelskamer’, naar ontwerp van architect Hermann Friedrich Mertens (1885-1960). Het markante gebouw aan de Vierhavensstraat in Rotterdam staat nu nog in de steigers, maar biedt straks onderdak aan een campus voor clean tech bedrijvigheid. Een ‘living lab’ voor bedrijven, instellingen en overheden die op het terrein van water en energie hun kennis en onderzoek bundelen. Voor deze ontwerpopgave heeft Doepel Strijkers Architects uit Rotterdam de mogelijkheid en potentie onderzocht van materiaalkringlopen op gebied- en stadschaal.

Meer concreet is het sloopmateriaal waaruit het interieur is samengesteld grotendeels afkomstig van vier slooplocaties die op minder dan 10 kilometer van het HAKA-gebouw liggen. Sloopmateriaal afkomstig van de kassenbouw komt uit Monster dat op 28 kilometer van de campus ligt. Otto Friebel van afvalverwerkingsbedrijf Van Gansewinkel en Cor Luijten van de gemeente Rotterdam waren partners in het onderzoeksteam. Otto Friebel bracht kennis over slooplocaties en de beschikbaarheid van materialen in Cor Luijten deed de CO2-emissie berekeningen per interieurobject.

Programma van eisen

Om de potentie van vrijgekomen sloopmateriaal als bouwsteen voor een (kantoor-) interieur maximaal te benutten, stelde Doepel Strijkers een programma van eisen op waaraan niet viel te tornen. Zo moest de hoeveelheid sloopmateriaal waaruit de interieurcomponenten werden samengesteld tot een minimum beperkt blijven. Ook de technische bewerkingen, nodig om bijvoorbeeld een zitelement van oude balken te maken, dienden minimaal te zijn en zo min mogelijk restafval te genereren. Daarnaast moest assemblage van de interieurelementen uit sloopmateriaal uitgevoerd kunnen worden door niet geschoold personeel.

Wie door het HAKA-gebouw loopt, snapt direct dat hier een architect bezig is geweest die mogelijkheden ziet in materiaal dat anderen geen blik waardig keuren. Zo doet de vergaderruimte denken aan het gedicht ‘Volkstuintjes langs de spoorbaan’ (1987) van Jan Eijkelboom. Hierin schrijft de dichter: ‘Vreemd, dat ik in het voorjaar, als ze zijn omgespit en aangeharkt, terwijl er bonenstaken klaarstaan, tegen het schuurtje van privaatformaat, vervaardigd uit vier oude deuren, waarvan er eentje opengaat, moet denken aan de stervende chrysanten.’ Andere mogelijkheden zien in voormalige deuren is dus niet nieuw, maar in het HAKA-gebouw is het allemaal grootschaliger en structureler aangepakt. De vergaderruimte is een rechthoek, samengesteld uit 24 deuren.

Het ‘zien’ geldt ook voor de showblokken, samengesteld uit aluminium frames afkomstig uit de kassenbouw. Een originele stapeling die een nieuw leven geeft aan in onbruik geraakt materiaal. Ronduit imposant zijn de akoestische scheidingswanden, gemaakt van op kleur gesorteerd textiel. Het materiaal is behandeld met een brandwerende vloeistof. De wanden hebben een museale uitstraling en waren volgens interieurarchitect Eline Strijkers nodig om tegenover het dominante HAKA-gebouw een groot gebaar te maken.

‘Die wand biedt met zijn kleur en stevigheid goed tegenwicht aan de monumentale leegte van de ruimte. De wanden staan in het auditorium op planken met zwenkwielen. Dat maakt de ruimte vrij indeelbaar. De hoeveelheid kleding die erin verwerkt is, tempert de echo en maakt dat het auditorium akoestisch in orde is.

Projectgegevens

OntwerpteamDuzan Doepel, Eline Strijkers met Chantal Vos, Stefan van der Weele en Lieke Genten
Projectteam onderzoekDoepel Strijkers Architects i.s.m. Cor Luijten (Ingenieursbureau Gemeentewerken Rotterdam), Otto Friebel (Van Gansewinkel)
Opdrachtgever ontwerpEstrade Rotterdam
Opdrachtgever onderzoekStadshavens Rotterdam
ExploitantWalas Concepts, Rotterdam
HoofdaannemerDura Vermeer
Uitvoering objectenReïntegratie en reclassering, Rotterdam
ProgrammaAuditorium, wisseltentoonstelling, vergaderruimte, horeca, tijdelijke werkplekken
OpleveringJanuari 2011
Bruto vloeroppervlakte1000m2 begane grond
TekstPeter de Winter
Foto’sRalph Kämena

Mogelijkheden zien

Het podium in het auditorium is uiteraard ook samengesteld uit sloopmateriaal. Houten panlatten in dit geval. Het vernuft zit in de twee opklapbare katheders. In de basisopstelling is het een vlak podium, door één of twee katheders op te klappen, ontstaat een lezingen- of een debatopstelling.

Ook de banken tegenover het podium bestaan uit sloophout. Over het zitcomfort verschillen de meningen. De eerste associatie met de strakke opstelling is die van een kerkinterieur. Het meubilair in dergelijk gebouw – zo weet eenieder die ooit ter kerke ging – is ook niet ontworpen op zitgenot.

Hetzelfde geldt voor de zitelementen, die zijn samengesteld uit in de lengterichting doorgezaagde deuren. Weinig comfortabel en slecht voor de panty’s, maar daar gaat het niet om. Het gaat ook hier om mogelijkheden zien in afval.

Overigens zijn de meeste objecten onder professionele begeleiding gemaakt door een team van mensen uit de Werk- en Leerfabriek en de Reclassering. Achterliggend idee is vanuit achterstand toe te treden tot de arbeidsmarkt. Dit uitvoeringstraject met goedkope, niet geschoolde krachten houdt in dat Doepel Strijkers haar ontwerpen eenvoudig met een repeterende detaillering moest uitvoeren zonder dat complexe technische bewerkingen nodig waren. ‘Dat is de sociale winst van dit project’, meent Strijkers. ‘Het geeft jongeren een zinvolle bezigheid. Bovendien hebben we een nieuwe, betaalbare ambachtelijkheid met een rijke detaillering mogelijk gemaakt. We leveren hier een vormentaal en kwaliteit die in het conventionele ontwerptraject niet meer mogelijk is.’

Nieuwe kringlopen

Volgens Eline Strijkers gaat het bij het recycle kantoor niet primair om het eindresultaat, maar om het proces. Centraal stond de vraag of je als architect überhaupt iets kunt uitrichten met sloopmateriaal. Is er bijvoorbeeld een link te leggen met leegstand? ‘Het meubilair dat in het HAKA-gebouw staat’, zegt Strijkers, ‘willen we onderbrengen in een toolbox. Komende jaren gaan we die vullen met nog meer objecten die zijn samengesteld uit de materiaalstromen die vrijkomen bij sloop. Doel van die toolbox is onderzoek naar de toepasbaarheid van dergelijke objecten zijn bij de inrichting van gebouwen. Aldus kunnen we nieuwe kringlopen creëren. Een circulaire economie op poten zetten. Dat past bij de verantwoordelijkheid die je als architect moet nemen. De fossiele brandstoffen raken op en wij kunnen daarop antwoorden formuleren vanuit onze professie en persoonlijke betrokkenheid.’

Gerelateerd

Tags:

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.