Een afgeschuinde, afgeknotte piramide is toegevoegd aan de enorme Bankside Power Station in Londen, waarin sinds 2000 het Tate Modern is gevestigd. Architectenbureau Herzog & de Meuron ontwierp zowel de transformatie uit 2000 als de uitbreiding die in 2016 is geopend. De geperforeerde bakstenen huid van de nieuwbouw verbindt de verschillende delen en geeft plasticiteit aan de gevel, die ’s nachts lijkt te schitteren, door het licht dat van binnenuit naar buiten schijnt.
Met de uitbreiding, het zogenaamde Switch House, heeft het Tate Modern 60 procent meer ruimte voor exposities, performances, installaties en educatieve activiteiten. De uitbreiding telt 11 verdiepingen en is 64 meter hoog. De footprint is medebepaald door de drie olietanks in de grond, geplaatst in de vorm van een klaver, die nu ook als bijzondere expositieruimten worden gebruikt.
Een verticale boulevard leidt langs alle tentoonstellingsruimten naar een restaurant op 10e niveau en op niveau 11 een observatiedek met 360 graden panoramisch uitzicht over Londen. Horizontale sleuven in de bakstenen huid brengen veel daglicht in ruimten waar dat gewenst is. Daarnaast zijn er delen halfopen metselwerk waar licht en lucht door kan.
De gevel krijgt zijn bijzondere plasticiteit door het tandpatroon in het metselwerk, de bakstenen van 215x215x69 mm, die zijn geassembleerd in modules van twee stenen. De bakstenen gevel wikkelt rond het gewapend betonnen skelet als een sluier, met een nauwkeurig vervaardigd gatenpatroon.
Tekst Jacqueline Knudsen