Textielmuseum en Regionaal Archief Tilburg

Textielmuseum en Regionaal Archief Tilburg

Project
Door: Redactie ArchitectuurNL | 14-07-2008

Projectgegevens

ProjectarchitectRonald Schleurholts
ProjectteamRonald van Houten, Irold van der Sar, Robert Adema, Paddy Sieuwerts, Christiaan de Wolf
OpdrachtgeverGemeente Tilburg / Audax Textielmuseum, Tilburg
Adviseur ConstructieABT, Velp
Adviseur installaties Sweegers en de Bruijn, Den Bosch
Adviseur akoestiek Cauberg-Huygen, Den Bosch
Adviseur bouwmanagement en bouwkosten Schrevens Bouwkostenadviesbureau - Weert, Hoofdaannemer BVR Bouw - Breda
Tuinarchitect Petra Blaisse, Inside Outside Amsterdam
Binnenhuisarchitect Studio’s Müller en van Tol, Amsterdam
Beeldend kunstenaar Urban Alliance (led-scherm)
Start bouw Maart 2007
OpleveringApril 2008
Bruto vloeroppervlakte 1.397 m² entreegebouw 620 m² archief
Bruto inhoud 4.469 m³ entreegebouw 2.666 m³ archief
Bouwsom€ 4.912.424 euro incl. installaties (€ 1.025.395), excl. inrichting en BTW
Leverancier gevelconstructie entreegebouw (staal + glas) BRS, Moerkapelle
Leverancier spanwanden + spanplafonds en bespanning archiefgevel Polyned, Steenwijk
VloerenBolidt, Hendrik-Ido-Ambacht
SysteembinnenwandenUnispace Ulft
Foto’sFas Keuzenkamp
TekstAnka van Voorthuijsen

Architectenbureau cepezed zorgde voor uitbreiding en renovatie van het Audax Textielmuseum in Tilburg. Ook kreeg de fusiepartner − het Regionaal Archief Tilburg − een passend onderkomen. Dit Mommerscomplex laat het industriële verleden van het 19e eeuwse fabrieksterrein weer schitteren, en maakt met een eigentijdse glazen nieuwbouw meteen duidelijk dat textiel tegenwoordig niets meer met het begrip stoffig te maken heeft.

Eind mei ging na een ingrijpende uitbreiding en verbouwing, waarvoor de deuren driekwart jaar dicht waren, het Textielmuseum in Tilburg weer open. Vanaf de openbare weg springt de eigentijdse nieuwbouw, een groot groenig volume van glas en staal, direct in het oog. Eindelijk is nu ook van buitenaf te zien dat het museum haar stoffige imago allang achter zich heeft gelaten, constateren de medewerkers tevreden. Insiders wisten dat al: trendy ontwerpers als Scholten & Baijings, Hella Jongerius, Fransje Killaars en Pieke Bergmans werkten de afgelopen jaren al graag in het bij het museum behorende atelier. Dat zogeheten textiellab beschikt over een keur aan historische machines, maar ook over ultramoderne computergestuurde weef- en brei-apparatuur. Ervaren medewerkers geven er hun kennis door aan jonge designers, die op hun beurt weer de mogelijkheden van nieuwe materialen en onbegrensde ideeën op de oudere generatie vakmensen overbrengen. Die samenwerking heeft al tot veel opvallend nieuw textieldesign geleid, dat uiteraard ook in de museumwinkel te koop is.

Wolstoffenfabriek
Het museum is gehuisvest in een voormalige textielfabriek, waarvan Tilburg er meerdere had. Deze, de vroegere wolstoffenfabriek van C. Mommers en Co, ligt langs de Goirkestraat, een onopvallende uitvalsweg met lintbebouwing. Langwerpige bakstenen gebouwen liggen als lamellen naast elkaar op het vroegere fabrieksterrein. Ook twee hoge bakstenen schoorstenen zijn bewaard gebleven en maken deel uit van het ensemble. Aan de straatkant staat nog de voormalige directeursvilla. Het buitengebied wordt deskundig onder handen genomen en over enige tijd zal er sprake zijn van een eenheid, een fraai samenhangend museumerf.

Het gebied, dat bekend staat als het Mommerscomplex, is nu nog niet klaar. In één van de langgerekte voormalige fabrieksgebouwen huist nu nog de Tilburgse dans- en muziekschool, maar die zal binnen een paar jaar naar het centrum verhuizen, en plaatsmaken voor een stadsmuseum, leeszalen en kantoren van het regionale archief. Dat archief fuseerde een aantal jaren geleden al met het museum en het depot heeft al wel een plaats gekregen op het terrein langs de Goirkestraat. Het bevindt zich in een betonnen doos die is omspannen met zwart pvc gecoat doek en ‘als een schatkist’ op stalen poten bovenop de voormalige damastweverij (nu expositiegebouw) is geplaatst. Het doek is in de woorden van architect Ronald Schleurholts ‘als een regenjas’ om het beton heen getrokken volgens een systeem zoals we dat van vrachtwagenzeilen kennen: aangespannen door middel van banden en stalen klemmen, en bij de hoekkolommen met een veter dichtgeregen.

Schaalloos
De glazen nieuwbouw contrasteert op alle punten met de bestaande bebouwing. Bureau cepezed heeft bewust een schaalloos object willen maken: noch de verdiepingshoogte, noch de maatvoering verwijst op enige manier naar de omringende gebouwen. Door de nieuwbouw in het verlengde van de oude fabrieksgebouwen te plaatsen voegt het zich wel in de bestaande, langgerekte lamellenachtige stedenbouwkundige structuur van het terrein.

Er is gekozen voor een doos-in-doos-constructie waardoor zelfs de verdiepingsvloeren in de nieuwbouw niet doorlopen tot aan de buitengevel, en er dus op geen enkele manier een referentie is naar de bakstenen oudbouw. De glazen nieuwbouw, waarin de entree, museumwinkel, twee vergaderzalen en een wondermooi ontvangstplatform zijn gehuisvest, geeft het textielmuseum echt smoel en fungeert in de routing als spin in het web. Op de begane grond is al een glazen corridor gemaakt, die de twee langwerpige gebouwen van het Textielmuseum met elkaar verbindt. Als de dans- en muziekschool over een paar jaar verhuist en het belendende pand eveneens door het Regionaal Archief Tilburg in gebruik wordt genomen, zullen er op hoogte ook glazen koppelstukken tussen deze gebouwen worden gecreëerd.

Het ontwerp is typerend voor het oeuvre van cepezed: het is technisch vernuftig maar oogt in eerste instantie bedrieglijk eenvoudig. De stalen draagconstructie met ruitstructuur is helemaal driedimensionaal doorgezet en verwijst enigszins naar de weeftechniek van schering en inslag. De watervoerende leidingen ten behoeve van de convectoren aan de constructie zijn geheel in het frame geïntegreerd. ’s Avonds zorgt de ledverlichting ervoor dat het volume als een lampion oplicht. Een geweven netscherm achter de glazen voorgevel zal aangelicht de exposities duidelijk zichtbaar aankondigen. Vanuit elke ruimte in de nieuwbouw is er fantastisch zicht op de omringende oudere industriële architectuur, en bij sommige overgangen kun je de oude bakstenen buitengevel en muurijzers zelfs gewoon aanraken.

Spanplafonds
Binnen is er veel met kunststof gaasdoek gewerkt: de binnenste doos van de nieuwbouw is er aan de voor- en achterzijde mee bespannen. Er zijn witte en zwarte (akoestische) spanplafonds aangebracht en elders gaat er een tussenwand met techniek achter zo’n semi-transparant doek schuil: door het fijnmazige weefsel zijn nog net allerlei knoppen en metertjes te zien zonder dat er een enorme technische installatie in het zicht is. Een zelfde soort kunststof weefsel zie je terug in de stoelen van de vergaderzalen.

Op allerlei manieren laat het museum zien wat het aan textieltechniek in huis heeft, er is bijna sprake van een gesamtkunstwerk. Buizen voor luchtverversing zijn van een witte stoffen hoes voorzien, de balustrades in het trappenhuis kregen een doorvalbeveiliging van gevlochten staaldraad, en op diverse plaatsen bevindt zich toegepaste textielkunst. Bas van Tol ontwierp bijvoorbeeld prachtige zonwering voor de vergaderzalen. Simpele verticale lamellen voorzag hij van rondgebreide gekleurde hoezen en dikke gedraaide koorden en dat levert prachtige maar ook gewoon functionele zonwering op.

Bertjan Pot ontwierp het meubilair voor museumcafé Mommers en ook hij ging helemaal los met prachtig gekleurde stoffen voor de bekleding. Wieki Somers maakte een feestelijk slingerobject voor de entreehal: een archetypische uitrekbare slinger in felle kleuren, ditmaal gemaakt van met de computer gelaserde schijfjes van dun zeildoek. Het is een object dat hebberig maakt, maar helaas te kostbaar is om in productie te nemen en in de museumwinkel te verkopen.

Popnagels
De balken in het café zijn versierd met glinsterende druppels, die bij nader inzien ook met de textielgeschiedenis van het pand te maken hebben: het zijn zilver- en goudkleurige popnagels zoals die worden gebruikt bij het bekleden van meubels. Architectenbureau cepezed heeft zich, zoals gebruikelijk, neutraal opgesteld in het gekozen kleurenpalet en de materialisatie. Zwart, wit, zilvergrijs, antraciet, metaal, glas, leisteen en rubber: er is sprake van een rustige onderligger. De bezoekers, en zeker ook het tentoongestelde textiel zorgen voor de levendigheid en kleur.

     

Gerelateerd

Tags:

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.