Transformatie weverij de Ploeg in Bergeijk

Transformatie weverij de Ploeg in Bergeijk

Door: Redactie ArchitectuurNL | 06-07-2017

Begin dit jaar, dat in het teken staat van De Stijl, is in Bergeijk de renovatie van de enige door Rietveld ontworpen fabriek opgeleverd en een nieuw bezoekerscentrum geopend. De voormalige weverij de Ploeg met het omringende park behoort tot de 100 topmonumenten van wederopbouw. Bij de renovatie zijn opvallend veel parallellen te trekken met het oorspronkelijke bouwproces en het gedachtegoed van de oprichters.

Moderne idealen

De Ploeg begon in de jaren twintig als coöperatieve weverij en textielhandel. Begin jaren vijftig wenste het bedrijf, dat inmiddels vermaard was om zijn moderne interieur- en modestoffen, een nieuw fabrieksgebouw met een ruime overspanning, een vrij indeelbare plattegrond en goed en veel licht om kleurconstante stoffen te kunnen vervaardigen. Voor de constructie werd in 1954 bureau Beltman aangetrokken, dat naam had gemaakt met de bouw van textielfabrieken met brandbestendige betonconstructies. Beltman ontwierp het opvallende betonnen schaaldak van het systeem Zeis-Dywidag waardoor noorderlicht de werkruimtes kan binnenvallen. Naast praktische eisen waren ook de socialistische idealen van de onderneming bepalend. De Ploeg kwam voort uit een landbouwkolonie gebaseerd op de progressieve Reform beweging. Behalve een aangename werkomgeving voor de arbeiders wenste de directie ook een representatief gebouw om met een bezoekerscentrum en tentoonstellingen van stoffen, kleding en modelwoningen bij te kunnen dragen aan Goed Wonen. Om het avant-garde imago te laten weerspiegelen in het gebouw koppelde de opdrachtgever de ervaren bouwer van fabrieken aan de kunstzinnige pionier Gerrit Rietveld.

De hand van Rietveld 

Rietveld richtte zich vooral op de ruimtewerking. Zijn opvallendste ontwerpkeuzes waren de zaagtandbeëindiging van de westgevel en de bekleding ervan met modulaire betonplaten. Een eenvoudig schetsje uit 1958 toont de verspringing van de schaaldaken, waardoor de opvallende coulissengevel ontstond. De lange noordgevel van de fabriek kreeg een doorlopende glaswand met stalen profielen voor de lichttoetreding van de reeks achterliggende ateliers. De architectonische uitgangspunten van Rietveld werkten het zoeken naar functionele oplossingen in de hand. Door een nieuwe ketelinstallatie, het zogenaamde ‘Steambloc’, konden een ketelhuis en schoorsteen achterwege en het strakke uiterlijk van het schaaldak onverstoord blijven. Een productietechnische primeur was het gesloten systeem van roestvrijstalen leidingen voor de afvoer van verfbaden, die in eerdere fabrieken door open kanalen werden geleid. Ook de rest van de leidingen werd weggewerkt in de ondergrondse kanalen. Voor de materialisatie koos Rietveld het liefst eenvoudige oplossingen. De buitenmuur van het zuurmagazijn bestaat uit Bredero- of B2 blokken, die Rietveld ook toepaste bij zijn beroemde tentoonstellingspaviljoen (Sonsbeek 1955). Van het oorspronkelijke ontwerp werd uiteindelijk maar tweederde uitgevoerd. Aan de oostzijde, op de plaats van het beoogde entreegebouw, werd een tijdelijke loods gebouwd en ontwierp Rietveld een eenvoudige, vrijstaande luifel met een demontabele stalen constructie.


Bouwdagboek

In 2007 sloot weverij de Ploeg hier haar poorten. Drie jaar later werd het complex aangewezen als rijksmonument. Een nieuwe eigenaar diende zich aan; het Bergeijkse Bruns, een internationaal familiebedrijf op het gebied van tentoonstellingsbouw en inrichting van musea, nam de renovatie ter hand en vestigde hier zijn kantoor, engineering en productie. Bruns nam ook de Polynorm loods en daarmee de volle 11.000 vierkante meter van het hele complex in gebruik. De Ploeg had zich geen betere eigenaar en passender functie kunnen wensen. Ook de benadering van de renovatie sluit aan bij de ideeën en ontwerpkeuzes van de toenmalige directie van de Ploeg, waarover we door een nauwgezet bijgehouden bouwdagboek een schat aan informatie hebben. Naast alle mooie idealen vormden vooral het binnen de perken houden van de kosten en de flexibiliteit van de fabrieksruimten belangrijke uitgangspunten van de directie. De Ploeg trad zelf op als aannemer wat 10% materiaalkosten scheelde. Ook Bruns organiseerde zijn eigen onderaannemers. Voor de renovatie werd diederendirrix architectuur & stedenbouw gekozen. Net zo als de medewerkers van de Ploeg werden geraadpleegd over voorzieningen in het gebouw, zijn ook de werknemers van Bruns nauw bij beslissingen over de inrichting betrokken.

Ruimtewerking  

Uiterlijk lijkt er nauwelijks iets aan de fabriek veranderd. Het gebouw staat er vooral een stuk frisser bij. Op basis van kleuronderzoek zijn de subtiele grijsnuances in de stalen kozijnen en het cement putz op de betonplaten teruggebracht. De luifel is vrijwel geheel gereconstrueerd en het eerste generatie Thermopane isolatieglas is vervangen door dun dubbel restauratieglas. De belangrijkste ingreep van diederendirrix is het herstel van de ruimtelijkheid. De latere kalksteen inbouwwanden zijn verwijderd, zodat de vrije plattegrond gebruikt kan worden als open werkplaats. Een nieuwe ‘productiestraat’ volgt de oorspronkelijke oost-west georiënteerde productielijn van het weefproces.   De verlaagde plafonds zijn weggehaald waardoor de imposante ruimte en de onbehandelde sheddaken weer in het zicht zijn. Alleen bij de koudebrug tussen de aansluiting van betonnen sheddaken op de glaspuien is nieuwe beplating aangebracht. Opnieuw is veel aandacht uitgegaan naar modern technisch vernuft. Als een industrieel kunstwerk hangt de nieuwe luchtinstallatie vrij in de ruimte, slechts bevestigd aan het hergebruikte ophangsysteem in de schaaldaken. De rest van de installaties is in de kanalen onder de vloer weggewerkt. De oorspronkelijke, demontabele wanden van Pascoliet, met dubbelglas, isolerende blokjes zachtboard en een eternietafdekking, lees asbest, konden alleen behouden blijven in de voormalige opzichterskamer. Ook het Steambloc stond bol van de asbest. Delen ervan zijn hergebruikt op een plek waar ze het nieuwe productieproces niet in de weg staan.

Kantoortuin en showrooms

Het voorstel van diederendirrix om de kantoorruimte een centrale plek in het gebouw te geven en niet, zoals binnen het bedrijf de voorkeur genoot, langs de glazen noordzijde, heeft belangrijke ruimtelijke consequenties. De voormalige opzichterskamer kijkt uit over deze centrale kantoortuin, eronder zijn nieuwe concentratieruimtes ingericht. De balie is verplaatst naar de centrale kern, die opnieuw is opgebouwd, nu met getint glas, dat zowel het secretariaat enige mate van privacy biedt als een mooi doorzicht naar de tuin. In de showroom zijn twee presentatieruimtes ingebouwd. Om de nieuwe ruimtes te markeren is een opvallende, noord-zuid georiënteerde scheidingswand aangebracht. Bruns heeft hiervoor een jonge regionale ontwerper van naam aangetrokken, Aart van Asseldonk. Samen met de architect ontwierp hij een fors raster van diagonaal geplaatst bekistinghout dat in de verschillende ruimtes van gedaante wisselt, dan weer bekleed met mos, ingericht als kastenwand of voorzien van doorkijkjes naar het atelier. Een houten klok wijst de werknemers op het verstrijken van de tijd. Ook de indrukwekkende houten lampen in de kantine aan de noordzijde zijn uitgevoerd in de herkenbare stijl van Van Asseldonk.

Tuinen van Mien Ruys

Het terreinontwerp van Mien Ruys was grotendeels ingegeven door haar idealistische doelen: de arbeiders in contact laten komen met de natuur en een aangenaam werkklimaat creëren in de fabriek door zicht op het groen. In antwoord op de architectuur is de aanleg strak en formeel rondom de fabriek met architectonisch opgebouwde plantenvakken, verwant aan het idioom van De Stijl. Verderop is het park meer organisch en landschappelijk. Via een slingerpad tussen solitaire bomen in glooiende gazons gingen de fabrieksarbeiders destijds te voet of met de fiets naar hun werk. Een fabriek op een ruim terrein met een mooie aanleg was niet alleen ingegeven door de wens van de directie voor een inspirerende omgeving voor de arbeiders, al vatte Mien Ruys haar ontwerp wel zo op. De Ploeg vond dat ‘de industrie die verantwoordelijk is voor zoveel lelijkheid in de wereld moet trachten een positieve factor ten opzichte van het landschap te zijn’ en wilde met de landschapsverzorging een deel van de functie van de landgoedbezitter overnemen. Bruns heeft zich ook ontfermd over de bijzondere groenaanleg. Het renovatieplan is opgesteld door het nog altijd werkzame Bureau Mien Ruys. Helaas is het archief van Mien Ruys jaren geleden volledig door brand verwoest. Wat rest zijn enkele foto’s van vlak na de aanleg en een tekening uit 1959 met de terreinsituatie. Hieruit blijkt dat de indeling ook een pragmatische kant had; er was voorzien in een bluswatervijver en een vuilwaterbassin.

Met hart en ziel

Bruns ziet de vestiging in het rijksmonument van een wereldberoemde architect, eigenlijk net als de Ploeg, als een bekrachtiging van hun internationale status als technisch creatief bedrijf. De showroom vervult daarbij de functie die de Ploeg ook voor ogen had: een bezoekerscentrum waar naast eigen creaties ook tentoonstellingen worden ingericht. Er valt eigenlijk maar een belangrijke conclusie te trekken. De oorspronkelijke fabriek is met hart en ziel gerenoveerd in de geest van de Ploeg en met respect voor de hand van Rietveld.

Tekst: Mascha van Damme
Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL 3/ 2017

Projectgegevens

Naam projectWeverij de Ploeg
LocatieRiethovensedijk 20, Bergeijk
Programma/functieBedrijfs en expositieruimte
Architectenbureaudiederendirrix architectuur & stedenbouw
Opdrachtgever(s)Bruns
LandschapsarchitectBureau Mien Ruys
InterieurontwerperAart van Asseldonk
Oplevering2016
Bruto vloeroppervlakte8.000 m²

Gerelateerd

Tags: , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.