Westfries Archief Hoorn

Westfries Archief Hoorn

Project
Door: Redactie ArchitectuurNL | 15-11-2007

Projectgegevens

Ontwerp Henk Pouw en Emile Witlox
Opdrachtgever Gemeente Hoorn
Hoofdaannemer Heijmans (BBF Bouwbedrijf Friesland, Leeuwarden)
Adviseur Constructies Pieters Bouwtechniek Haarlem
Adviseur installaties Grontmij Technical Management, Amersfoort
Adviseur w-installaties Kropman Installatietechniek, Alkmaar
Adviseur e-installaties GTI Utiliteit Noordwest, Uitgeest
Adviseur bouwmanagement Bouwprojectmanagement Weijzen, Hoofddorp
Beeldend kunstenaar (glaszeefdruk) Ton Zwerver
Start bouw December 2004
Oplevering Januari 2006
Ingebruikname Oktober 2006
Bruto vloeroppervlakte 1990 m²
Bruto inhoud 8537 m³
Bouwsom €3.360.000 incl. installaties (€ 836.000), excl. inrichting en BTW
Leveranciers
Gezeefdrukt glas Lieftink Ramenfabriek, Alphen aan den Rijn
Tapijten EGE Carpets Onstein Textiel Agenturen, 's-Graveland
Balie, rookwand, diverse kasten Interieurbouw Opmeer, Spanbroek
Hekwerken Constructiebedrijf Visser, Veenwouden
Tekst Paul Groenendijk
Foto’s Christian Richters

Midden jaren zeventig werden de archieven van een aantal Westfriese gemeentes samengevoegd. Door deze samenwerking werd het mogelijk één goede accommodatie te betrekken en een archivaris aan te stellen. Het gezamenlijke archief van de dertien gemeentes werd in 1977 in de kelder van het nieuwe stadhuis van Hoorn gehuisvest. Rond de millenniumwisseling bleek deze locatie te klein en enkele jaren geleden werd deze afgekeurd door de Archiefinspectie. Het Westfries Archief kreeg een nieuw gebouw op een prominente plaats in Hoorn. Het gebouw biedt voldoende plaats voor de komende twintig jaar en is bovendien gemakkelijk uitbreidbaar. De publieksfaciliteiten zijn volledig up-to-date.

Het nieuwe archiefgebouw is gesitueerd nabij een oud missiehuis in een groenstrook net buiten het centrum van Hoorn. Het gebouw ligt op een zichtlocatie naast de doorgaande provinciale weg, op loopafstand van het station. De opdrachtgever wilde een eigentijds, toegankelijk gebouw om het wat stoffige imago van het archiefwezen te doorbreken. Voor de architectenkeuze werd verder gekeken dan de regio; een drietal architecten werd uit de publicatie Nederlandse architecten geselecteerd en voor een presentatie uitgenodigd. Er zijn in Nederland geen architecten gespecialiseerd in archiefgebouwen; wel bestaan er architectenbureaus die een dergelijke opgave eerder tot een goed einde hebben gebracht. ONX architecten werd gekozen vanwege de onbevangen en flexibele wijze waarmee de opgave werd benaderd. Voor architecten Henk Pouw en Emile Witlox vormde de stringente regelgeving voor archiefgebouwen wat betreft veiligheid en klimaat een belangrijke invalshoek; deze ziet hij niet als belemmering maar als inspiratiebron.

Belangrijkste onderdeel van het nieuwe gebouw is het archiefdepot. Dit is niet weggestopt in de grond, maar vormt als een betonnen bunker de kern van het gebouw. De architecten hebben getracht de omvang van het archief (4,5 strekkende kilometer) zichtbaar te maken. Het depot is verdeeld over drie lagen en heeft een sculpturale vorm. Over dit geheel betonnen bouwdeel is een glazen ‘stolp’ gezet, waarbij in een zone aan de westkant de kantoorvertrekken zijn gesitueerd. Aan de noordkant zijn de publieksfuncties geconcentreerd. De aangevraagde originele archiefstukken krijgen daar zo min mogelijk zonlicht en de bezoekers hebben geen hinder van licht en geluid van de provinciale weg. Bovendien is deze ruimte goed zichtbaar wanneer men het gebouw vanaf het parkeerterrein benadert. Aan de zuidkant is een smalle gangzone gecreëerd vanwege de zoninval.

Praktische oplossingen
Het depot is zo functioneel mogelijk ontworpen. Er zijn korte looplijnen tussen depot, studieruimte en kantoren. De drie depotverdiepingen zijn vanwege de koppeling met de kantoorvloeren even hoog als de kantoorruimtes. Daardoor zijn de depotruimtes iets hoger dan strikt praktisch noodzakelijk. Door de stellingkasten van een extra achtste legbord te voorzien is die extra hoogte benut, wat een extra opslagcapaciteit van 12,5% betekent. Omdat deze legborden eigenlijk te hoog zijn voor de dagelijkse praktijk zijn hier alleen reeds gedigitaliseerde en dus zelden als origineel geraadpleegde archiefstukken opgeborgen. Ook andere originele en praktische oplossingen zijn uit de precieze interpretatie van eisen en voorschriften ontstaan. Zo zijn de meeste archiefdepots voorzien van hoge drempels, zodat het bluswater bij een calamiteit geen schade in het depot kan veroorzaken. Hier zijn bij de deuren kleine verdiepte, met roosters afgedekte bakken aangebracht, zodat de lastige drempels achterwege kunnen blijven. De toegangsdeuren bestaan uit één zware stalen buitendeur in combinatie met een automatische binnendeur.

Grote uitkragingen
Het depot is vanwege de klimaat- en veiligheidseisen opgebouwd uit dertig centimeter dikke massief betonnen wanden en vloeren. Daardoor was het vrij eenvoudig grote overstekken te realiseren. Eén zo’n uitkraging bevat de atlas, de schatkamer van het depot met de belangrijkste stukken. Deze grenst op de entresol in de grote studiezaal aan de open bibliotheekopstelling met veelgevraagde boeken, dubbele exemplaren en een tijdschriftenhoek. Hierdoor wordt het archief beter zichtbaar, iets wat overigens ook in de vorm van een grote vitrine en een bescheiden expositieruimte gestalte krijgt.
De grote uitkraging van het bovenste depot zorgt voor een natuurlijke begrenzing van de studiezaal. Twee betonnen ‘puisten’ die aan de kern zijn toegevoegd bevatten bijzondere functies. Aan de zijkant een quarantaineruimte met laadplateau waar nieuwe archieven worden geselecteerd en gecontroleerd op schimmels. Op het dak ligt een imposante installatieruimte; de kosten voor installaties om de depots op constante temperatuur en luchtvochtigheid te houden bedragen een derde deel van de bouwsom.

Materialen en kleuren
De centrale betonnen kern is knalrood van kleur. Wanden en plafonds zijn bekleed met vaste vloerbedekking. Dit bleek de meest praktische oplossing voor een naadloze, flexibele bekleding, die ook nog eens goed is voor de akoestiek. Waar extra brandwerendheid is vereist is rood noppenvinyl toegepast. Overige binnenwanden zijn zoveel mogelijk van glas, voorzien van lamellen voor tijdelijke afscheiding. Op de vloeren ligt parket en balies en kasten zijn van houtpanelen.
Het gebouw oogt door de rechthoekige glazen stolp op het eerste gezicht weinig spectaculair. Door de inbreng van beeldend kunstenaar Ton Zwerver is toch een intrigerend en spectaculair gevelbeeld gecreëerd. In de gevel zijn open en dichte glazen panelen toegepast met daarop een zeefdrukprint met geabstraheerd, vervormd oud-Hollands schrift. Twee keer zes panelen zijn voorzien van een abstracte print, samengesteld uit elementen van de gemeentewapens van de samenwerkende gemeentes; bij de bouw waren het er nog dertien, na een gemeentelijke herindeling, zijn het er nu nog negen.

     

Gerelateerd

Tags:
0 Reacties Schrijf een reactie

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.