Woongebouw de Valk, Apeldoorn

Woongebouw de Valk, Apeldoorn

Project
Door: Redactie ArchitectuurNL | 28-12-2010

Projectgegevens

ProjectarchitectHarry Sipkens
ProjectteamCoert Verkuijl, Theo Peekstok, Ed van Laten
OpdrachtgeverWoningstichting Ons Huis Apeldoorn
Adviseur constructie Groosman Partners constructie
Adviseur bouwfysica Adviesburo Nieman
Adviseur akoestiek, bouwmanagement en kostenGroosman Partners architecten
Hoofdaannemer Aannemingsbedrijf Draisma
Beeldend kunstenaarTirza Verrips
Start bouwMei 2007
Oplevering Oktober 2008
Bruto vloeroppervlakte12.525 m2
Bruto inhoud35.070 m3
Programma100 appartementen
Totale stichtingskosten€ 11.532.500
Bouwsom € 10.032.500 incl. installaties, excl. inrichting en BTW
Installatiekosten€ 2.006.500 excl. BTW
Leveranciers:
Verankering betonelementenNormteq Hengelo
Puien Solarlux Nederland, Nijverdal
Tekst Anka van Voorthuijsen
Foto’s Jan de Vries (nieuw) en Theo Peekstok (oud)

Wooncorporatie Ons Huis vergelijkt dit project met de metamorfose van een rups die vlinder wordt: niemand ziet dat deze flat nog een deel van het oude gebouw in zich draagt. De Valk werd Prelude/Nocturne. Een ‘lompe betonnen kolos’ werd een elegant gebouw. Een probleemwijk in wording werd een geliefde woonbuurt. Eén flat kreeg twee gezichten.

De Valk was één gebouw in een serie van zes tienhoog-flats, die eind jaren zestig van de vorige eeuw werden neergezet in de Apeldoornse uitbreidingswijk Zevenhuizen. Die wijk was nodig omdat Apeldoorn de ambitie koesterde om een soort overloop annex buitenpost van bestuurlijk Den Haag te worden. De stad verwachtte een grote toestroom van ambtenaren en bedrijven en ook in de residentie was men ervan overtuigd dat Apeldoorn ‘de tweede schrijftafel van Nederland zou worden.’ Bedrijven en instellingen als TNO, Centraal Beheer, Philips, het Rijkskadaster en de Belastingsdienst vestigden zich alvast op de Veluwe.

De gemeente Apeldoorn wilde zorgen voor een adequaat woningaanbod. De zes Tannhäuserflats (alle straten dragen opera-namen) waren in het begin erg populair. Een woonoppervlakte van 100 vierkante meter, drie slaapkamers en zelfs een uitgekiend verhuurbeleid: de woningen werden diagonaal aan werknemers van dezelfde bedrijven verhuurd om te voorkomen dat je eventueel overlast van een collega direct boven, naast of onder je zou hebben.

Neerwaartse spiraal
Binnen een paar jaar veranderden de flats in doorgangshuizen: wie het kon betalen trok weg naar een huis met een tuintje in de aanpalende wijk, de waardering voor de vele hoogbouw in de buurt (er kwamen nog meer flats bij) nam sterk af, in de Tannhäuserflats woonden 40 verschillende nationaliteiten. Halverwege de negentiger jaren gaf de woningbouwvereniging de flats nog een boost door te investeren en revitaliseren. Maar het toevoegen van meer kleur, het pimpen van de centrale ruimtes en het aanstellen van extra huismeesters kon de neerwaartse spiraal niet meer stoppen.

Uiteindelijk ontstond er een plan om vijf van de zes flats te slopen, en de monofunctionaliteit in het buurtje te doorbreken door op de vrijgekomen kavels kleinschaliger appartementengebouwen en grondgebonden koopwoningen te bouwen. De zesde flat – die het dichtst bij een winkelcentrum stond – moest onherkenbaar getransformeerd worden.

Complete metamorfose
Dat is dus gelukt. De Valk werd Prelude/Nocturne. Die namen geven deels al aan wat er is gebeurd: de eenzijdige oriëntatie van de woningen (op het oosten) is veranderd in een deel dat ochtendzon heeft en een deel dat vanuit de huiskamer de zon kan zien ondergaan. Het grote complex (100 woningen) veranderde in twee delen met 50 woningen. Eén deel kreeg de galerij aan de oorspronkelijke balkonzijde, het andere deel kreeg daar juist de woonkamers over de volle breedte. Galerijen die voorheen 10 woningen ontsloten, geven nu nog maar toegang tot vijf huisnummers: dat zorgt zowel voor meer onderling contact als meer sociale controle.

Ook de bergingen in de plint werden gecompartimenteerd. Het opvallende trappenhuis met liften, zo nadrukkelijk centraal aan de buitenkant aanwezig in het oude gebouw, werd in de nieuwe situatie onzichtbaar, want in de kern van het complex ondergebracht. Het speelt in de gevel geen rol meer, zodat van een driedeling geen sprake meer is, maar van twee in expressie enorm uiteenlopende, gebouwdelen.

Groosman Partners Architecten uit Rotterdam was meer dan 40 jaar geleden de ontwerper van deze flats. Nu werd het bureau uitgekozen uit vier kandidaten om de metamorfose te doen. Die is zondermeer gelukt. Van een grootschalig, identiteitsloos en saai gebouw is een karakteristiek, rank en intrigerend ensemble gemaakt. Dat kostte wel een paar centen: ongeveer evenveel als sloop en nieuwbouw. De flats werden volledig –en voorzichtig – gestript. Alle herbruikbare materialen zoals wc-potten, deuren en wastafels kregen elders een tweede leven. Alleen het casco bleef staan.

Constructieve oplossingen
Op een oude foto ontdekte projectarchitect Harry Sipkens dat het centrale trappenhuis geen constructieve rol speelde: de karkassen van de flats in aanbouw stonden op dat plaatje los van elkaar. Dat maakte het mogelijk om het stijgpunt, dat zo dominante derde element in de gevel, te slopen en naar het centrum van het gebouw te verplaatsen. De organisatie van de liften zelf werd ook veranderd: er zijn er nog steeds twee, maar één regelt de ontsluiting voor de noordelijke vijf woningen op een etage, de andere biedt de bewoners aan de zuidkant toegang tot hun voordeur.

Tijdens de zoektocht naar een adequate constructie werd een nieuw product van Normteq uit Hengelo ontdekt. In het bestaande betoncasco werden gaten geboord om nieuwe prefab betonelementen aan te kunnen brengen. Zo is de overgang tussen oud en nieuw thermisch onderbroken en onzichtbaar geworden. Met dat zogeheten heli-systeem won het Overijsselse bedrijf vorig jaar de Nederlandse Bouwprijs.

In de helft van het gebouw hebben de vroegere balkons nu plaatsgemaakt voor een nieuwe galerij: geen lompe betonnen plaat, maar dunne schijven beton met transparante glazen borstweringen. Dat de betonnen platen nog 30 centimeter uitkragen versterkt de elegante, horizontale, belijning: ze lijken bijna te zweven. Die elegantie wordt ook versterkt door de scherpe contrasten: het beton is behoorlijk wit, door de toevoeging van titaan-oxide aan de witte cement. Het oogt minder vlekkerig en zou op de lange duur ook schoner moeten blijven. De consoles aan de onderkant zijn zwart en ogen tegen die witte vlakken als pianotoetsen.

Betere gevels en plattegronden
De andere helft van het gebouw heeft een opvallend betonnen raster gekregen: een puur cosmetische ingreep, uitsluitend decoratief, bedoeld om een fraai grafisch beeld van de gevel te creeëren. Het raster zit aan beide zijden van het gebouw aan de woonkamerkant van de appartementen. De vlakverdeling loopt over meerdere bouwlagen en is richtingloos: Mondriaan-achtig, een schuifpuzzel, aldus een boekje dat ter gelegenheid van de oplevering verscheen. Daarachter een gepoedercoate antracietkleurige aluminiumpui waarvan de bovenzijde helemaal open kan, zodat bewoners bijvoorbeeld ook van binnenuit hun ramen kunnen wassen. Het oorspronkelijke idee om daar een serre te maken moest vanwege de te hoge kosten vervallen.

Niet alleen de buitenkant werd aangepakt, ook de plattegronden van de 100 woningen zijn veranderd. De appartementen zijn nog even ruim met 100 vierkante meter, maar het zijn in plaats van vier, nu driekamer-appartementen geworden. Wie wil kan de woonkamer overigens nog steeds opdelen. De huiskamer was vrij smal, maar door de woon en slaapbeuk te wisselen is die nu breder en groter geworden. Bovendien is het kleine balkon van vroeger nu bij de woonkamer getrokken.

Stedenbouwkundig is er natuurlijk ook een compleet nieuwe situatie ontstaan. Voorheen maakte De Valk deel uit van een ensemble van zes flats van tien lagen hoog. Nu is het gebouw het hoogste en meest dominante punt van de wijk, dat bovendien op twee zijden is georiënteerd. De architect: “Een grafisch spel in 3D, een spel van klare lijnen, optische illusie, vlakverdelingen, verhoudingen, ritmiek en weerspiegelingen.”

Gebruikte literatuur: Hoogbouw komt voor de val en Nocturne/Prelude, een prachtig koekoeksjong. Twee boekjes die werden uitgegeven door de gemeente Apeldoorn en wooncorporatie Ons Huis.

     

Gerelateerd

Tags:
  1. Salverda

    Prachtig gebouw geworden mannen. Altijd even kijken als ik er langs rij.

    Gr

    Salverda

    Reageer

Schrijf een reactie