ArchitectuurNL 01 2016 – pag. 13

ArchitectuurNL 01 2016 – pag. 13

Door: | 29-04-2021

Bijenarchitectuur
Architect Frank Marcus van marcus architecten uit Leeuwen woont en werkt in een

oude fruitboomgaard in het Land van Maas en Waal. Vanuit verbondenheid met deze

plek is hij naast architect en erfgoeddeskundige, ook fruitboer en imker. In zijn kwaliteit

als ontwerper realiseerde hij in opdracht van de gemeente Nijmegen een biobased

bijenpaviljoen in Volkspark de Goffert.

Vanuit de combinatie architect, fruitboer en
imker leeft en werkt Frank Marcus vanuit een
sterk besef van de wisselende seizoenen en
tijd. Dat besef komt ook tot uitdrukking in het
biobased ontwerp dat hij maakte voor het
bijenonderkomen in Volkspark de Goffert in
Nijmegen. Het ontwerp is van eerste analyse
en schetsen tot aan de uitvoering biobased
benaderd. Zowel ontwerp als gebouw
en materiaal ontlenen hun oorsprong en
argumenten aan het leven van en met de
natuur.

Tijd als concept
De spanning tussen de mensenwereld en die
van het dier is in het ontwerp zichtbaar gemaakt
door de noord-zuid-plaatsing van de bijenstal
en de zonnewijzer en -wende in de bijentuin
die hiervan afwijkt. De wereld van de natuur
in de kosmos (in dit geval de bijenwereld)
en de wereld van de mens op aarde (cultuur,
architectuur en samenleving) beleven tijd vanuit
een andere substantie. Het ontwerp maakt dit
verschil zichtbaar en ervaarbaar.
Imkers van Imkervereniging Nijmegen en
Omstreken huisvesten hun bijenvolken
in het park. Daarnaast fungeert het paviljoen als
ontvangst- en lesruimte. Het initiatief voor deze
nieuwe bijenstal nam Frank Marcus al in 2012 –
het Jaar van de Bij – in het kader van het door
de Gemeente Nijmegen in het leven geroepen
actieplan: ‘Een bij hoort erbij’.

De seizoenen
De tijd van de bijen wordt bepaald door de
natuur: de stand van de zon en het verloop van
de seizoenen. Dat is de enige tijd waarmee

bijen rekenen. Ze leven ernaar, bijen baseren
er hun dag- en jaarritme op. Zodra de zon de
luchttemperatuur op 12 graden Celsius brengt,
komen de bijen in het voorjaar uit hun kast.
Vanuit die plek en de zon vindt hun oriëntatie
en navigatie plaats. De menselijke oriëntatie en
tijd, de kloktijd, is gebaseerd op technologische
ontwikkeling en daaruit voortkomende
afspraken van samenleving. Het menselijk
ritme wordt weliswaar bepaald door dag en
nacht, maar is gecultiveerd en komt zeker niet
overeen met dat van de bijen.
Het verschil tussen de twee tijden: de bijentijd
en de mensentijd, natuur en cultuur, wordt in
het bijenpaviljoen getoond. Een zonnewijzer
in de bijentuin geeft dagelijks de tijd weer, de
kloktijden 9, 12, 15 en 18 uur in dikkere banden
met opstaande piket.
De zonnewende in de tuin van het paviljoen
maakt het verloop van de seizoenen
zichtbaar, door de lengte van de schaduwen
aan te geven, op de langste en kortste dag en
op equinox (21 maart en 21 september).
De middenas van het gebouw is noord-zuid
georiënteerd. De parkbezoeker die deze
wijzer en lijnen bestudeert, zal ontdekken dat
12 uur Nederlandse (afgesproken) tijd niet
overeenkomt met het natuurlijke midden van
de dag; Hier zijn natuur en cultuur bijna een half
uur van elkaar verwijderd. Waarmee de ‘tijd’
onderwerp van gesprek in het park wil zijn.

Tijd en locatie
De benadering van tijd en locatie (de
zonnewijzer en de noord-zuidoriëntatie) zijn
leidend in het ontwerp. De noord-zuidas
loopt als een middenlijn door het paviljoen.

In het gebouw is vanuit het programma in
de plattegrond voor elke functie een aparte
geleding ontworpen. De bijen leven bij
voorkeur als een concentrische schil om hun
koningin, dit geeft het minst verlies van warmte.
Daarmee houden ze als volk in een cocon om
de koninginnenbij de voorplantingstemperatuur
constant. Geïnspireerd door dit ritueel en de
geleding van het lichaam van één insect zijn
de bouwdelen – ontvangstruimte, lesruimte en
bijenstal – als ovale ruimtes achter elkaar op de
middenlijn ontworpen.
De mens en de bij kennen op het einde van
die middenlijn ieder een eigen toegang.
De hoogteverschillen van de bouwdelen
onderscheiden de functieverschillen in het
gebouw. Tevens verzorgen dakvlak-richtingen
zonlicht- en energievangst. Dit resulteert in
ruimtelijke samenhang in vormen en een
autonome verschijning in het park voor het
specifieke programma.

Tuin in park
Aan de zuidzijde is een enorme opening
die vanuit de oriëntatie en invallend zonlicht
per bijenkast bijdraagt aan comfort voor de
bijenvolken. De geopende zuid-façade levert,
naast een publieke contactplaats voor de
parkbezoekers, direct invallend zonlicht (=
energie voor de bij) op de bijenkasten. De
cirkelvormige tuin met bijenplanten rondom
het bijenpaviljoen is bestemd voor de bijen,
niet voor parkbezoekers. De voor de bij in
hoogte oplopende en in bloeitijd opvolgende
planten, behoeden ook de wandelaar in het
park voor een confrontatie met de insecten in
de aanvliegroute.

PAREL

13 ArchitectuurNLTekst en fotografie Frank Marcus

12-13_nijmegen.indd 13 01-02-16 14:13

Gerelateerd