ArchitectuurNL 01 2017 – pag. 38

ArchitectuurNL 01 2017 – pag. 38

Door: | 29-04-2021

Stichting Freehouse werd in 1998 opgericht door beeldend kunstenaar
Jeanne van Heeswijk en onderzoekt de relatie tussen lokale productie
en collectieve ontwikkeling van de openbare ruimte. Meer concreet buigt
Freehouse zich over de vraag hoe ze de Rotterdamse Afrikaanderwijk
van binnenuit sterker kan maken door een intensieve samenwerking
aan te gaan met de mensen die er wonen en de aanwezige kwaliteiten
en talenten verder te ontwikkelen. Idee achter deze aanpak was een
inclusieve, integrale wijkontwikkeling op gang brengen.
In omliggende stedelijke gebieden zoals de Kop van Zuid, Katendrecht en
Parkstad werden allerlei initiatieven in gang gezet om de kwaliteit van die
gebieden te verbeteren. De Afrikaanderwijk lag er als een soort vergeten
driehoekje tussenin. In deze wijk werd nauwelijks geïnvesteerd en veel
initiatieven kwamen niet van de grond terwijl de problematiek wel anders
verdiende. Freehouse meent dat er met de mensen en hun creativiteit
meer dan voldoende kwaliteit in de wijk aanwezig is om een paar forse
stappen in de goede richting te kunnen zetten.

Een gewaagde aanname, vind je niet?
Best wel. In de Afrikaanderwijk speelt wel een aantal issues. Zo woonden
er in 2008 zo’n 9.500 mensen waarvan ruim 30 procent onder de
armoedegrens leefde. Slechts de helft van de bevolking had inkomen uit
arbeid. Dat klinkt bepaald niet opbeurend. Dat we de wijk toch kansrijk
vinden, komt omdat hij bewoond wordt door initiatiefrijke mensen die wel
degelijk iets kunnen. Zo zijn er bewoners die thuis sambal en chutneys
maken en als er een nichtje gaat trouwen, dan zijn er buurtgenoten die
voor honderd gasten eten koken en ook nog een trouwjurk en de jurkjes
voor de bruidsmeisjes maken. Er wordt dus volop geproduceerd in een
informeel netwerk. Wij willen de productiekracht van de wijkbewoners
ook voor anderen zichtbaar maken en uit het informele circuit halen
zodat ze er geld mee kunnen gaan verdienen en dus een inkomen uit
arbeid krijgen. Om dit voor elkaar te krijgen, hebben we coöperatieve
werkplaatsen ingericht zoals een wijkkeuken en een wijkatelier rondom
textiel. Die werkwijze versterkt de lokale economie, dat is cruciaal voor
het succes van een wijk.

Spelen er nog andere issues?
Een ander probleem in de Afrikaanderwijk was de reputatie van de
plaatselijke markt. Die wordt twee keer per week gehouden, maar de
boel was nogal tam en futloos en de omzet viel bar tegen. Om de markt
nieuw leven in te blazen, ontwikkelden we ‘De Markt van Morgen’, waarbij
we allerlei kleine interventies pleegden in samenwerking met marktlieden
en kunstenaars of ontwerpers. Zo willen we het negatieve beeld dat
veel mensen van de Afrikaandermarkt hebben bijstellen en door kunst
en markt op een originele manier verbinden meer leven in de brouwerij
brengen

En daar zaten de marktkooplieden op te wachten?
Bepaald niet nee. Marktlieden en kunstenaars zijn eigengereide types
die leven in heel verschillende werelden. Het valt niet mee om die
werelden op een productieve manier te laten matchen. De eerste poging
om te verbinden, was een samenwerking tot stand brengen tussen een
koopman met een stoffenkraam en een kunstenaar die theaterdecors
ontwierp. De decorontwerper had met de stoffen van de koopman de
kraam uitgebouwd tot een eyecatcher die al van ver af opviel. Gevolg
was dat die marktkoopman een topomzet draaide. Overigens kostte
het best wat moeite de koopman over te halen tot samenwerking. De

stichting betaalde die dag zijn kraamhuur. De marktkoopman liep dus
geen enkel risico. Daarna hebben we nooit meer de kraamhuur hoeven
betalen omdat het succes van de samenwerking als een lopend vuurtje
over de markt ging.
Maar de marktinitiatieven waren slechts speldenprikjes om aan te tonen
dat je door een creatieve productpresentatie je omzet positief kunt
beïnvloeden. Daarnaast was er op De Markt van Morgen meer te beleven,
we organiseerden bijvoorbeeld ook modeshows. Daardoor kwamen
de wijkbewoners er vaker, bleven langer hangen en gaven zo meer uit.
Uiteraard kunnen we kunstenaars en marktlieden niet tot in het oneindige
aan elkaar blijven koppelen, maar dat hoeft ook niet. We wilden de zaak
in beweging brengen. Laten zien dat je met onverwachte initiatieven de
sfeer op een markt positief kunt beïnvloeden.

Hoe bereiken jullie de wijkbewoners?
Je hebt in deze wijk te maken met de economische realiteit dat maar
weinig mensen betaald werk hebben, terwijl ze wel de capaciteit
hebben geld te verdienen met wat ze kunnen. Dat potentieel willen
we verzilveren door initiatieven te ontplooien. Een goed voorbeeld
daarvan is wat we in het Gemaal op Zuid organiseren, de thuisbasis van
de Afrikaanderwijk Coöperatie. We hebben het potentieel aan koks in
de wijk ondergebracht in een coöperatieve werkplaats: de Wijkkeuken
van Zuid. In deze keuken participeren wijkbewoners die elk hun eigen
culinaire specialiteit hebben en graag op professioneel niveau willen
koken, maar niet over de mogelijkheden en het netwerk beschikken om
dat te organiseren. Die organisatorische professionaliteit met bijbehorend
netwerk kunnen wij ze als Freehouse wel bieden terwijl zij zelf een rijk
geschakeerd netwerk vormen. Als er morgen Libanese maaltijden nodig
zijn, dan hoef ik bij wijze van spreken maar drie mensen te bellen en ik
heb een kok die dergelijke maaltijden kan maken.

Maar het leven bestaat toch uit meer dan koken?
De wijkcoöperatie is meer dan een cateraar op professioneel niveau.
Vanuit de coöperatie ondernemen we tal van lokale initiatieven. Een
aardig voorbeeld daarvan is een jongen die kinderwagens opknapt.
Zo’n typisch jochie van om de hoek; bontkraagje, stoer, maar een hart
van goud. Hij ontdekte dat er voor kinderwagens vet betaald wordt. Hij
snorde afgeragde kinderwagens uit het hogere segment op, reviseerde
ze om ze door te verkopen alsof het scooters waren. Zo’n kleinschalig
initiatief ondersteunen we door hem in het Gemaal op Zuid een plek te
geven voor zijn handel. Overigens gaat het goed met die jongen. Hij
heeft inmiddels zijn eigen winkeltje elders in de wijk.
Het Gemaal is dus geen broedplaats in de traditionele zin van het woord.
Bij ons geen exclusief domein voor creatieve kunstenaars die van buiten
de wijk komen. De coöperatie faciliteert initiatieven waarmee mensen uit
de wijk geld kunnen gaan verdienen met hun passie. Dat kan maaltijden
koken zijn, maar ook kleding naaien, borduren of kinderwagens
opknappen. Die creatieve bronnen willen we aanboren.

Onlangs kregen jullie kritiek dat een wijk niet opbloeit
van hippe gasten.
Die kritiek was dat de initiatieven die wij ontwikkelen, slechts een druppel
op een gloeiende plaat zijn. En getalsmatig klopt die redenering. Wij gaan
als coöperatie nooit alle werkelozen uit de wijk aan een fulltime baan
helpen, maar dat lukt de gemeente Rotterdam ook niet.
Wat wij wel teweegbrengen? Ik weet dat we voor veel wijkbewoners wel

38ArchitectuurNL Tekst Peter de Winter Fotografie Martin Wengelaar

36-37-38-39_interviewannetvanotterloo.indd 38 23-01-17 10:29

Gerelateerd