ArchitectuurNL 01 2017 – pag. 7

ArchitectuurNL 01 2017 – pag. 7

Door: | 29-04-2021

Visitekaartje
Toon mij uw kantoor en ik vertel wie u bent. De nieuwe huisvesting van KAAN zegt veel

over hoe het bureau werkt, de architectuur die het maakt en de ambitie om door te groeien

op internationaal niveau. Op de tweede verdieping van het voormalige kantoor van de

Nederlandsche Bank uit 1950, aan de Boompjes in Rotterdam, is het bureau van Kees Kaan,

Vincent Panhuysen en Dikkie Scipio sinds eind vorig jaar gevestigd. Een perfect visitekaartje.

De nieuwe huisvesting van KAAN architecten
is van een bijna on-Nederlandse allure. Neem
alleen al de binnenkomst. Niks Hollands
halletje, maar een royale entree met een
natuurstenen vloer, een fraai wandmozaïek en
een brede trap, zo mooi dat je de lift graag laat
voor wat hij is. Op de tweede verdieping van
dit voormalige kantoor van de Nederlandsche
Bank uit 1950, aan de Boompjes in Rotterdam
(3), is het bureau van Kees Kaan, Vincent
Panhuysen en Dikkie Scipio sinds eind vorig
jaar gevestigd. Een grote open ruimte (1400m2),
met een monumentale kolommenstructuur,
verdiepingshoge ramen en over de volle
lengte balkons, die uitzicht bieden op de Maas.
Blikvanger is de notenhouten vloer, waartegen
de zwarte bureaus – strak in het gelid – fraai
afsteken. De spiegels op de achterwanden
geven het kantoor iets glamoureus, en
wekken de suggestie dat de ruimte tot in het
oneindige doorloopt. Chique, minimalistische
verlichtingsarmaturen met dimbare verlichting
maken het geheel af (8).
Je wordt er stil van, en vraagt je onbewust af:
hoe heeft KAAN dit voor elkaar gekregen?

Ondernemen tijdens de crisis
Terwijl veel architectenbureaus eindelijk,
voorzichtig aan, weer vooruit durven kijken
nu de economie aantrekt, hebben ze hier
nauwelijks last gehad van de crisis die in 2008
toesloeg. Het bureau sleepte de ene na de
andere grote opdracht binnen, voor de Hoge
Raad in Den Haag (vorig jaar opgeleverd), de
rechtbank in Amsterdam, en de renovatie van
Paleis Het Loo. Het breidde zijn werkveld via
België en Duitsland uit naar Frankrijk, en sinds
kort Brazilië.

‘Amsterdamse bureaus hebben de luxe dat
er veel werk is in hun eigen stad, maar als
Rotterdams bureau moet je de boer op’, zegt
Kaan. Al voor de crisis, toen hij nog samen met
Felix Claus bureau Claus en Kaan had (in 2012
gingen ze uiteen), investeerde hij in projecten
over de grens. In België bouwt KAAN een
crematorium en een bibliotheek, in Lille een
kantoor voor de Kamer van Koophandel, in
Parijs een universiteitsgebouw.
‘In de crisis hebben we ons nog actiever op
niet-woningbouw gericht, met name Publiek-
Private Samenwerkingen ofwel PPS-projecten.
Daarnaast vormen renovaties zoals Central
Post in Rotterdam, het Koninklijk Museum
voor de Schone Kunsten in Antwerpen en het
Provinciehuis Noord-Brabant een belangrijk
aandeel in onze portefeuille. Dat hebben we
altijd leuk gevonden: een oud gebouw een
nieuwe ziel geven.’
Het nieuwe kantoor onderstreept dat het
de architecten voor de wind gaat, en toont
een groot vertrouwen in de toekomst. Maar
imponeren is nooit een doel geweest, zeggen
de architecten over het ontwerp.
Om te beginnen wilde KAAN helemaal niet
weg uit zijn oude pand, even verderop aan de
Boompjes. De huur werd simpelweg opgezegd.
Kaan: ‘Dat kwam hard aan. We zaten er al
twintig jaar, ik hield van die plek. We hebben
de Wilhelminapier zien opkomen’, wijst hij
naar buiten, waar in de mist Rem Koolhaas’
wolkenkrabber De Rotterdam opdoemt. ‘We
hebben een nieuw stuk stad zien ontstaan.
Maar op een dag vertelde de eigenaar dat
we weg moesten, omdat hij het pand wil
herontwikkelen tot appartementencomplex. We
liepen met onze ziel onder de arm.’ Panhuysen,
grijnzend: ‘Totdat we hier een te-huurbord

zagen, toen wisten we het wel. Zeker als je
ziet wat er verder aan bedrijfsruimtes wordt
aangeboden, daar word je niet vrolijk van.’
Kaan: Dit gebouw bood alles wat we wilden:
de plek waaraan we gehecht waren, en de
mogelijkheid om met alle 65 medewerkers op
een verdieping te zitten – een droom die we
al langer hadden.’ Panhuysen: ‘Die ruimtelijke
kwaliteit is uniek: de diepte van het pand, de
hoogte van de ruimte, de lichtval.’

Huiskamer
De architecten wilden niet zozeer een kantoor
als wel een ‘thuis’ creëren, vertellen ze aan
de reusachtige bar in de voorruimte. Kaan:
‘Een groot deel van onze tijd brengen we ten
slotte hier door.’ ‘En onder een systeemplafond
word je nooit gelukkig’, meent Panhuysen. Het
betonnen plafond en de installaties zijn hier in
het zicht gelaten, wat een rauw randje geeft
aan het verder superstrakke interieur. Zelfs het
koffieapparaat is onzichtbaar weggewerkt in
het barmeubel. Panhuysen pakt de iPad die
erop ligt en toets iets in. Het geluid van een
koffiebonenmaler klinkt, waarna uit een pijpje
in het werkblad een verse cappuccino in zijn
kopje stroomt.
De elf meter lange bar (2 en 5), uitgevoerd in
hetzelfde notenhout als de vloer, en met een
spectaculair overstek, is het centrum van de
‘huiskamer’ zoals Kaan de voorruimte noemt.
Hier wordt gezamenlijk geluncht, geborreld
en gefeest. Vanaf de bar kijk je uit op de
open werkvloer, die gestructureerd wordt
door de betonnen kolommen. ‘De ruimte is
symmetrisch van opzet: je hebt drie beuken met
werkplekken, daartussen ontstaan als vanzelf
verkeersruimten, aansluitend op de twee
ingangen’, legt Kaan uit. ‘Via de ene deur lopen

7 ArchitectuurNL

HUISVESTING

06-07-08-09_kaan.indd 7 23-01-17 10:13

Gerelateerd