ArchitectuurNL 01 2018 – pag. 29

ArchitectuurNL 01 2018 – pag. 29

Door: | 29-04-2021

Basalt
Hij toont op zijn laptop de tientallen
schaalmodellen die hij maakte om te bepalen
hoe het moderne gebouw in zijn omgeving
kon passen. ‘Ik heb eerst de criteria van
de welstandscommissie bestudeerd.
Daaruit bleek dat het respecteren van de
stedenbouwkundige opzet belangrijker was
dan het architectonisch beeld. Oorspronkelijk
stond hier geen garage; er was een doorgang
naar het Vondelpark. De vraag was: hoe
respecteer je die leegte? Ik heb voorgesteld
om het contrast met de bestaande bebouwing
op te zoeken. Welstand ging daarmee akkoord,
maar zag mijn idee voor een gevel van hout
en glas niet zitten. Vervolgens ben ik in de
buurt materialen gaan zoeken, en stuitte op
het basalt dat vroeger veel gebruikt werd
voor sierstenen en trappen.’ Al schuivend met
de glazen en natuurstenen vlakken kwam hij
tot een gevelcompositie, die door zijn grote
transparantie de stedenbouwkundige zichtas
eerbiedigt, en tegelijk privacy biedt.

Deconstructivistisch
De volgende ‘puzzel’ betrof de ontsluiting.
Zowel de toegang tot de nieuwbouw als de
entree naar het (verhuur)appartement bovenin
het naastgelegen pand, moesten in het ontwerp
opgenomen worden. Zodoende heeft het
gebouwtje twee voordeuren: de linker is voor
de kunstruimte, de rechter voor het bovenhuis.
‘Zie je dat er maar één naad tussen zit’, wijst
Koolhaas trots op het detail tussen de deuren.
Het is tekenend voor de aandacht waarmee dit
project is gemaakt.
Als je EENWERK binnenstapt, beland je in
de lichte, open entreeruimte, van waaruit
je enerzijds, dwars door de garage heen,
naar de achtertuin aan de Sophialaan
kijkt, en anderzijds via de opengebroken
zijgevel in het kantoor van Irma Boom.
Pronkstuk is de trappartij die vanuit de
entree in een doorlopende beweging, langs
de expositieruimte, naar de kas voert. Het
interieur oogt met zijn schuine lijnen en collage
van materialen – beton, staal, aluminium,
hout, glas, kunststof – ingewikkeld, bijna
deconstructivistisch. Maar de vormgeving is de
uitkomst van een reeks logische beslissingen.
Zo komt de verspringing in de voorgevel
voort uit de keuze om de ramen in de zijgevel
van het naastgelegen pand vrij te houden.
De ‘Eschertrap’ sluit exact aan op deze
verspringing en is zo ontworpen dat er nog net
een toiletruimte onder past. ‘De vormgeving is

een reactie op, of gevolg van de context’, zegt
Koolhaas.

Aluminium trap
In het gerenoveerde pand trekt de trap van
massief aluminium de aandacht, waarvan
de treden naar beneden toe steeds breder
worden. ‘Irma wilde niet zomaar een trap
in haar kantoor’, legt de architect uit. ‘We
spraken over het ontwerp toen ze net van een
vliegreis terug kwam. Ze zei: ik hou wel van
aluminium trappen, zoals die bij vliegtuigen.
Waarop ik bedacht: waarom dan niet helemaal
van aluminium? Vervolgens kwam Irma met
het idee de trap breder en uitnodigender te
maken aan de onderkant. Dit heeft geleid tot
het aanbrengen van een knik in de trapwang.
Ook dit soort details hebben we al doende
ontwikkeld. Je kunt aan het ontwerp zien hoe
een aantal mensen heel snel op elkaar heeft
gereageerd, als in een jazzband.’

Improviserend ontwerpen
Speels, improviserend, zo zou je ook Koolhaas’
houding als ontwerper kunnen typeren. Bij
improviseren gaat het erom jezelf volledig open
te stellen voor het spontane. Op die manier kun
je bepaalde kwaliteiten ontdekken die in een
geregisseerd proces niet aan de oppervlakte
zouden komen. Koolhaas doet dit door zich te
omringen met interessante gesprekspartners
en direct met maquettes aan de slag te gaan.
‘Ik ontwerp al doende, of beter gezegd: ik denk
door te doen.’
Hij begon op zijn achttiende met maquettes
bouwen, als stagiair bij OMA, het bureau van
Rem Koolhaas, van wie hij een achterneef is.
‘Een speeltuin’, zo omschrijft hij het bureau,
waarvoor hij later een aantal jaren werkte.
Al tijdens zijn studie bouwkunde aan de TU
Delft realiseerde hij, samen met ontwerpers
Lok Jansen en (neef) Rem D. Koolhaas, zijn
eerste ontwerp, voor het interieur van een
kinderdagverblijf. ‘De opdracht kwam via een
kennis. Zij zei: Barend, jij bent jong, jij kunt je
nog in de wereld van een kind verplaatsen.’
Het werd een fantasierijke ruimte (p.30), met
een hangende vloer van zeildoek, waarbij
de kinderen het gebruik met hun spel en
verbeelding kunnen invullen.
Na zijn afstuderen in 2001 kreeg hij de opdracht
om in de Rotterdamse wijk Hoogvliet een
zogeheten ‘parasite’ bij een basisschool te
bouwen. In het programma van eisen werd een
bijgebouw met zes werkplekken omschreven,
Koolhaas stelde voor om een flexibele ruimte

te maken, die ook voor overleg of onderwijs
te gebruiken is. Daartoe ontwikkelde hij
een ‘bloem’ van gekromde, beweegbare
binnenwanden die naar wens geopend en
gesloten kunnen worden. Ik ga het proces met
open vizier in, en omarm het experiment. Wat je
dan krijgt, is meer dan wat er gevraagd werd.’

Vrijheid in ruimtegebruik
Zo is het ook gegaan met EENWERK. Wat
begon als de verbouwing van een kantoor,
evolueerde tot een project voor een publieke
kunstruimte. De garage zou aanvankelijk
gebruikt worden om auto’s te stallen. ‘Maar
gaandeweg ontdekte we dat de ruimte
ook andere functies kan aannemen. Bij de
opening speelde jazzdrummer Han Bennink
in de garage. Het publiek stond achter het
glas en op de trap. Ineens zagen we: dit is
een performance space. En nu wordt deze
regelmatig op deze manier gebruikt bij de
opening van tentoonstellingen. Iets soortgelijks
geldt voor de kas, die aanvankelijk bedoeld
was als experimentele stadstuin, maar nu ook
een onderdeel is van EENWERK. Zo ontdek
je dat je met een gebouw een vrijheid hebt
gecreëerd die je niet had kunnen voorspellen.
Dat vind ik interessant aan architectuur: de
zoektocht naar het onverwachte.’

Entreegebied vanuit garage

29 ArchitectuurNLTekst Kirsten Hannema Fotografie Peter Tijhuis

26-27-28-29-30_eenwerkbrandkoolhaas.indd 29 05-02-18 11:07

Gerelateerd