ArchitectuurNL 01 2018 – pag. 34

ArchitectuurNL 01 2018 – pag. 34

Door: | 29-04-2021

Jacqueline Tellinga (1963) is lid van de Right to
Build Task Force van de National Custom & Self
Build Association, programmamanager BouwEXPO
Tiny Housing Almere, gastdocent Urban and
Regional Planning op de UvA en lid van het landelijk
Expertteam Eigenbouw (RVO).
Ze was gebieds- en conceptontwikkelaar bij de
Gemeente Almere voor het Homeruskwartier
i.h.k.v. het programma IkbouwmijnhuisinAlmere
(2006-15). Na haar studie economie aan de HEAO
en planologie aan de Universiteit van Amsterdam
organiseerde ze Europan 2, 3 en 4 (1990-94) en
diverse exposities in het Nederlands Architectuur-
instituut (1995-2005). Tot 2006 was ze specialist
wonen en ruimtelijke ordening voor de Tweede
Kamerfractie van de PvdA.

Wat planoloog Jacqueline Tellinga momenteel grote zorgen baart, is
dat er geen inhoudelijk goed gesprek is over hoe de uitbreiding van
bebouwde omgeving vorm moet krijgen. Waar de uitbreidingsplannen
in haar optiek op dreigen neer te komen, is al te bekende receptuur uit
de la halen en die weer uitrollen. Dat stoort haar omdat de Vinexperiode
van de jaren negentig achter ons ligt en herhalen van hetzelfde recept
per definitie niet goed is. In haar optiek is de bulk wel zo’n beetje
gebouwd. Dat wat er nog bijgebouwd wordt in de uitleggebieden vergt
chirurgische precisie én een inhoudelijk debat. Om de inbreiding hoeven
we ons volgens haar minder druk te maken. ‘Daar kunnen we denk ik wel
vertrouwen op de direct omwonenden die gaan tamboereren zodra het
nodig is.’

In welke richting veranderen de eisen aan
woningbouw?
Vandaag de dag telt het land sowieso veel meer kleine huishoudens en
zijn we hard op weg richting grootschalige vergrijzing. Dat weten we en
er wordt ook over gesproken, maar je ziet dat ‘weten’ nergens terug in
zijn betekenis voor hoe je nieuwbouwwijken moet vormgeven. Niemand
lijkt zich af te vragen of het nog wel verstandig is de vertrouwde rijtjes
eengezinswoningen voor het kerngezin te bouwen. De samenleving is
veel pluriformer geworden dan die van twintig jaar geleden. Een ander
punt van zorg is de ‘verstrengelde verzuiling’ waardoor de invloed van
onder meer ontwerpers heel sober is geworden.

Verstrengelde verzuiling?
Ik doel daarmee op een corporatistisch bestuursmodel met veel macht
voor de belangenorganisaties. Je hebt een club voor ontwikkelaars,
een voor huurders, een voor kopers, een voor corporaties en je
hebt Bouwend Nederland. Al die partijen zijn dagelijks professioneel
betrokken bij het programma van de bouwproductie. De rol van de
ontwerper beperkt zich tot de vormgeving. Het moet niet zo zijn dat de
gemeenteraden alleen nog een klap op de uitkomst kunnen geven. De
vraag is tevens of de belangen van de individuele toekomstige bewoners
voldoende zijn belichaamd in dit proces. Academische ideeën van
mensen buiten het vak zoals historicus Bas van Bavel, de Amerikaanse
stadsgeograaf Richard Florida of de Franse econoom Thomas Piketty zijn
ook nodig. Hun beschouwingen over ontwikkelingen in de samenleving
leveren ideeën op voor de woningbouwproductie. Helaas zijn hun ideeën
niet of nauwelijks onderdeel van het debat.

Waarom vind je dat zorgelijk?
We moeten zorgvuldig omgaan met de ruimte die we hebben en
het kapitaal dat we inzetten op de nieuwbouwproductie zorgvuldig
gebruiken. Als gezegd vergt de verdere uitbreiding van steden een
vorm van precisie. Als deze programmatisch wordt gedomineerd door
georganiseerde belangenorganisaties, dan verschraalt het keuze- en
besluitvormingsproces. De belangenorganisaties die betrokken zijn bij
de woningbouwproductie zijn met elkaar in gesprek. Zij worden dan
ook rond de tafel uitgenodigd en het zijn deze partijen die door de

34ArchitectuurNL Tekst Peter de Winter Fotografie Martin Wengelaar

32-33-34-35_interview.indd 34 05-02-18 15:59

Gerelateerd