ArchitectuurNL 01 2018 – pag. 35

ArchitectuurNL 01 2018 – pag. 35

Door: | 29-04-2021

politiek worden gehoord. Wat je sowieso bij de besluitvorming mist,
zijn de ideeën van de mensen die op academisch of filosofisch niveau
nadenken over in welke richting de samenleving zich ontwikkelt en welke
woningbouw daar bij past.
En nu ga ik iets zeggen wat we allemaal wel weten. We hebben de
afgelopen decennia een tijd gehad dat een inkomen verwerven uit arbeid
goed rendeerde. In de eeuwen daarvoor rendeerde, al dan niet door
vererving, vermogen beter dan arbeid. Nu zijn we hard op weg naar een
situatie waarin vermogen – dus machtsposities – weer beter rendeert dan
inkomen uit arbeid. De consequentie daarvan is dat de kloof tussen arm
en rijk groeit en steeds zichtbaarder wordt vooral ook in het woningbezit.
Daar lig ik wel eens wakker van. Met het regeerakkoord werd duidelijk
dat Rutte III volop stuurt op de ontwikkeling van huurwoningen in de vrije
sector en niet op de mogelijkheid van zelfbouw. De ontwikkelposities in
de economisch aantrekkelijkste 19 regio’s gaan vooral terechtkomen bij
partijen die bouwen voor de middenhuur en vrije sector. Bewoners van
deze huurhuizen in de vrije sector blijven namelijk eindeloos lang huren
van duizend euro of meer betalen, maar worden nooit huiseigenaar. Je
kunt ook sturen op woningbezit omdat je voor eenzelfde maandlast een
hypotheek kunt krijgen. Ik pleit dan ook voor een zo groot mogelijke mix
en zelfs een primaat voor zelfbouw en uiteraard sociale woningbouw.

Wat is er kwalijk aan de vrije sector en middenhuur?
Zolang het mondiaal goed gaat en de trek naar de steden doorzet, blijft
de waarde van de woningen stijgen. Wat ons dan ontzettend parten gaat
spelen bij de middenhuur, is dat je mensen levenslang vastzet in een
huurwoning zonder dat ze kunnen investeren in hun eigen bezitsvorming.
Het voorbeeld van de flats in Utrecht van Mitros en Portaal laat zien dat
ze op een gegeven moment worden doorverkocht en terechtkomen in
de portefeuille van een buitenlandse investeerder. Het primaire belang
van een belegger zijn de rendementen en zijn aandeelhouders en niet de
lokale wethouder of de vraagstukken in de wijk. Het is dergelijke partijen
niet om huizen te doen, maar om goed renderende handelspakketten
die de wereld over gaan. En omdat het vrije sector is, is het zeer wel
denkbaar dat over tien of twintig jaar een veel hogere marktconforme
huurprijs wordt gevraagd.

Met wie ga jij dan het liefst om tafel zitten?
Waar ik voor pleit, is dat iedereen die zelf een huis wil (laten) bouwen
voorrang krijgt bij de verdeling van de ontwikkelrechten. Probleem
daarbij is dat gemeentes die mensen niet kennen. Om het recht op
zelfbouw goed te regelen en de potentiële zelfbouwers in beeld
te krijgen, zou het goed zijn als gemeentes beginnen met een
zelfbouwregister aan te leggen; dat is in Engeland al bij wet geregeld.
Iedereen die zelf wil bouwen, kan zich laten registreren. Zodra er plannen
rond woningbouw gemaakt worden, krijgt iedereen die zelf aan de
slag wil of wil laten bouwen voorrang. Uiteraard mag zo’n register geen
vrijblijvende bedoeling zijn. Je moet het serieus aanpakken. En zelfbouw
kan gaan om laagbouw of stapelen in lage dichtheid of hoge dichtheid
op een stukje grond van 5 bij 20 meter in de stad. Vraag is er zeker.
Uit onderzoek van de gemeente Amsterdam blijkt dat de helft van de
Amsterdammers zelf aan de slag wil.

Wie schuiven er nog meer aan?
Naast gemeentes ook mensen als de eerder genoemde Bas van Bavel,
Richard Florida en Thomas Piketty. Zij denken grondig na over de

samenleving vanuit hun eigen discipline. Dergelijke kennis moet gedeeld
worden. Denk na over wat ze te zeggen hebben en incorporeer het. Maar
ook iemand als Jan Elzinga, hoogleraar staatsrecht die het vraagstuk
van het corporatistisch bestuursmodel aan de orde stelt, hoort er bij.
Natuurlijk schuift ook de Rijksbouwmeester aan. Hij houdt zich bezig
met de ruimtelijke ontwikkeling en heeft een mooie brede opdracht die
hij belangwekkend vult. Welke rol architecten krijgen? Er zijn in het vak
altijd mensen te vinden met een beschouwende visie op de huidige
bouwopgaaf, maar de meeste architecten houden zich liever bezig met
het ontwerp van een woning of gebouw. Dat is geen diskwalificatie, maar
een compliment aan hun vakmanschap.

Wordt het zo langzamerhand geen tijd om een einde te
maken aan de woningnood?
Woningnood is het woord van de wederopbouw. Het stamt uit de tijd
van vlak na de oorlog toen de mensen echt geen dak boven hun hoofd
hadden. Wie slaapt er vandaag de dag nog onder een brug? Maar op je
vraag of je voor de woningnood een plan moet maken à la ‘Ruimte voor
de rivier’ dat in krap vijftien jaar de rivieren veilig maakte, zeg ik dat je
dijken niet met woningbouw kunt vergelijken. Een dijk bouwen is een
techniek die dijkenbouwers beheersen en langs de rivier in relatief korte
tijd kunnen toepassen. Woningbouw in en buiten stedelijke gebieden
is daarentegen een veel complexere opgaaf. Je kunt niet overal maar
lukraak woningen neerzetten en daarin verschilt de huidige woningbouw
in ons land met die van pakweg zeventig jaar geleden. En de vraag of we
de weilanden vol moeten bouwen kan je niet zomaar beantwoorden. Ligt
eraan of het een kwetsbaar weiland is of niet. Net als steden voor hoge
dichtheden zullen kiezen om zoveel mogelijk mensen een plek te geven.
Waar het vooral om gaat, is dat we gaan acteren op wat nodig is, anders
gaat post-Vinex er net zo uitzien als Vinex en daar zit uiteindelijk niemand
op te wachten.
Als we de woningvraag voor een deel beantwoorden via het proces van
zelfbouw – en dan doel ik ook op zelfbouw van groepen, daar krijg je
hoge dichtheden mee – krijg je op termijn een woningvoorraad die de
mensen zelf hebben gewild. Ik geef je op een briefje dat je daarmee
een diversiteit krijgt die geen marktpartij had kunnen bedenken en
geen architect in opdracht van een ontwikkelaar had kunnen of mogen
ontwerpen. Het woord participatiemaatschappij wordt vaak gebruikt. Dan
moeten we de mensen die dat willen ook de ruimte geven om het huis te
bouwen dat ze willen.

Tot slot wie van de jonge generatie wil je dat ik ga
interviewen en waarover moet ons gesprek gaan?
Ik stuur je naar Jacco van Wengerden. Hij heeft samen met Gijs Baks
een fantastisch klein huisje met aluminium golfplaten gebouwd voor de
gepensioneerde mevrouw Rebel uit het Homeruskwartier in Almere. Een
klein huisje bouwen is sowieso al een aandachtige en intensieve opgave
voor een architect. Waar ik benieuwd naar ben, is hoe hij als architect
denkt over ‘de kleine’ bouwopgave. Er zijn namelijk duizenden mensen
als mevrouw Rebel die snakken naar een kleine en goed ontworpen
woning.

35 ArchitectuurNL

32-33-34-35_interview.indd 35 05-02-18 15:59

Gerelateerd