ArchitectuurNL 01 2018 – pag. 51

ArchitectuurNL 01 2018 – pag. 51

Door: | 29-04-2021

GSPublisherVersion 0.0.100.100

ENTREE

ENTREE

ENTREE

ENTREE

nieuw centrumgebied dat een zelfstandige
positie en betekenis naast de Altstadt heeft.
Het stationsgebied wordt ontwikkeld tot
een levendig onderdeel van de stad. Om
dit te bereiken, wordt de huidige barrière
getransformeerd in een verbinding. Het station
wordt volledig opgenomen in het stedelijk
weefsel, waardoor de twee stadswijken aan
weerszijden van het station in elkaar overlopen
en ze samen kunnen gaan functioneren als
een volwaardig stadsdeel met het station als
levendig centrum.

Herstel stedelijk weefsel
Door de bestaande straten aan de westzijde
onder het station door te trekken, wordt
het stedelijk weefsel hersteld. De hierdoor
geformeerde kavels worden ingevuld met
afzonderlijke bouwblokken, die ruimte bieden
aan onder andere wonen, werken, educatie en
ontspanning. Haar centrale ligging, de nabijheid
van het openbaar vervoer – trein, metro, tram
en bus – en de reeds aanwezige voorzieningen
als een bioscoop, restaurants, theater en
winkels, maken de wijk aantrekkelijk voor
jongeren en forenzen om in te wonen. Door
meer woonprogramma toe te voegen, wordt
de wijk verdicht, waardoor extra draagvlak
wordt gecreëerd voor de reeds bestaande
voorzieningen en nieuwe voorzieningen
kunnen worden toegevoegd.

Plein tussen spoorzones
De schaal van de toegevoegde bouwblokken
sluit aan op de schaal van de omliggende
wijk. Omdat de huidige breedte van het

sporenpakket vanuit dat perspectief te
omvangrijk is, wordt het opgesplitst in
twee delen. De twee spoorzones worden
opgenomen in de bouwblokken. Hierdoor
wordt het spoor aan het zicht onttrokken. Een
bijkomend voordeel is dat er ook aanzienlijk
minder geluidsoverlast zal zijn. Tussen de twee
spoorzones ontstaat ruimte voor een stedelijk
binnenplein, dat licht en lucht toelaat in het
stationskwartier.
De hoogtes van de bouwblokken zijn afgeleid
van de omringende bebouwing. Om de
hoeveelheid daglicht op het binnenplein
te maximaliseren, is de hoogte van de
bouwblokken aan het plein lager. Op de twee
uiteinden, ter plaatse van het splitsen van het
spoorpakket, worden twee hoge(re) gebouwen
gerealiseerd. Deze markeren het plein en het
station als ‘centrum’ van het stationsgebied.

Individuele bouwblokken
De individualiteit van de bouwblokken is van
groot belang voor het slagen van dit plan. Het
station wordt opgenomen in de stad en moet
ook zo vormgegeven worden. De blokken
dienen dan ook los van elkaar te worden
ontworpen door meerdere architecten. Dat
impliceert onder andere dat de architectonische
randvoorwaarden nauwkeurig geformuleerd
dienen te worden. De draagstructuur van de
sporen, de te realiseren geluidsreductie in
verhouding tot de treinen en het programma
in de blokken en de stad en de vormgeving
van de spooropgangen zijn onderdeel van
het stedenbouwkundig plan. De plinten van
de gebouwen dienen zich te openen naar de

stad en bieden ruimte aan winkels, horeca
en kleine ondernemers. De hoogte van de
plinten ligt tussen minimaal 3,0 en maximaal
6,0 meter. De entrees naar de bovengelegen
woningen en kantoren moeten uitnodigend
zijn en de bewoners, gebruikers en bezoekers
verwelkomen: ze zijn licht, toegankelijk vanaf
de straat en liggen in één lijn met de gevel.

Voetgangerszone
Ter plaatse van het nieuwe station worden
de verkeersstromen gescheiden. De straten
die onder het station doorlopen, zijn geen
doorgaande autowegen, maar er is wel plek
voor een kiss-and-ride, bushaltes en taxi’s. Het
autoverkeer is te gast in de voetgangerszone.
Om dit te waarborgen, dient de toegestane
snelheid drastisch te worden verlaagd. De
toepassing van bestrating in de vorm van
klinkers – in een patroon dat refereert aan de
bestrating in de Altstadt – helpt om de snelheid
te beperken.
De toegangen naar de sporen bevinden zich
aan de doorgaande straten. Het is dan ook van
groot belang dat deze straten prettig aanvoelen
en dat het meer is dan de toegang tot de
sporen. Diversiteit in programma is hierbij van
groot belang. Daarom is er geen ruimte voor
grote ketens, maar vindt men er kleinschalige
winkels en service bedrijven. Aandacht voor
de vormgeving van de plint, onder andere
met betrekking tot plasticiteit, materialiteit,
individualiteit, reclame en licht, is tevens van
groot belang. Hier zal dan ook kritisch naar
worden gekeken bij de beoordeling voor de
afzonderlijke ontwerpen voor de plinten.

GSPublisherVersion 0.0.100.100

432

51 ArchitectuurNL

IktInosprIjs 2017

50-51-52-53_master.indd 51 05-02-18 14:24

Gerelateerd