ArchitectuurNL 01 2019 – pag. 28

ArchitectuurNL 01 2019 – pag. 28

Door: | 29-04-2021

Ben van Berkel (1957) studeerde architectuur
aan de Rietveld Academie in Amsterdam en de
Architectural Association in Londen. Samen met
Caroline Bos richtte hij in 1988 Van Berkel & Bos
Architectuurbureau op. In 1998 werd de naam
gewijzigd in UNStudio (United Net). Onderzoek
en netwerkgedreven samenwerking tussen
professionals in architectuur, infrastructuur en
stedenbouw zijn speerpunten van het bureau. Zijn
oeuvre strekt zich uit van meubels tot wereldwijd
gerealiseerde stedenbouwkundige plannen. Via
publicaties, lezingen, debatten en docentschappen
aan internationale architectuurfaculteiten draagt
Van Berkel ook op theoretisch gebied bij aan het
vak. Op dit moment vervult hij de Kenzo Tange
Visiting Professor’s Chair op Harvard University
Graduate School of Design.

Mondiaal acterend architect/wereldreiziger Ben van Berkel ligt zelden
ergens wakker van als het om het vak gaat. Kan hij onverhoopt de slaap
niet vatten, dan is dat wegens een jetlag na de zoveelste buitenlandse
reis. Gevraagd naar de betekenis van UNStudio zegt hij dat UN staat voor
een United Network-organisatie die actief zoekt naar alternatieven voor
de traditionele lineaire manier van ontwerpen. Wat hem betreft staan
architecten niet meer vóór het orkest, maar tussen de muzikanten.
Een experimentele instelling had Van Berkel van meet af aan. Al in
de jaren negentig omarmde UNStudio het idee van interdisciplinair
ontwerpen via een wereldwijd netwerk van zoveel mogelijk
specialistische knowhow buiten de eigen studio om. Dat levert volgens
hem veel intelligentere ontwerpen op dan wanneer je als architect een
opdracht solistisch benadert. UNStudio produceert veel meer dan pure
architectuur. Er wordt fors geïnvesteerd in onderzoek, innovatie en

experimenten met als doel steeds betere gebouwen maken.
UNStudio is actief in meer dan dertig landen en biedt werk aan
ontwerpers met 27 verschillende nationaliteiten. Een wereldspeler van
formaat dus en het interessante daaraan, vindt Van Berkel, is dat nu
de economie en de bouw weer aantrekken, hij al die internationale
ontwerpkennis nu ook in Nederland kan gaan toepassen.

Al op je 32e verwierf je wereldfaam met de
Erasmusbrug. Is zo jong succesvol zijn een vloek of
zegen?
Het was een shock en tegelijkertijd is het prachtig als je al zo jong zo’n
betekenisvol ontwerp mag maken. Het was een zware en moeilijke tijd
omdat ik in recordtempo enorm veel moest bijleren. Dat trok een zware
wissel op m’n gestel. Vaak was ik na dagen eindeloos vergaderen in
Rotterdam zo moe dat ik m’n auto liet staan en me ’s nachts per taxi naar
huis liet rijden. Ik liep in die tijd beslist op m’n tandvlees. Tegelijkertijd
deed ik vrachten praktijkervaring op. En het heerlijke aan de opdracht
was de hoeveelheid support die ik links en rechts kreeg. Iedereen wilde
dat die brug er zou komen. De gemeente heeft me zelfs gevraagd m’n
bureau naar Rotterdam te halen. Ik kon tegen een meer dan schappelijk
tarief een kantoorgebouw tegenover de Erasmusbrug betrekken.

Een uitgelezen kans voor een jong bureau lijkt me.
Zeker, maar toch ben ik in Amsterdam gebleven. Ik was jong en wilde
vooruit en dan is het niet goed om elke dag naar het ontwerp te kijken
dat je carrière als architect serieus op weg hielp. Die brug was immers
niet meer van mij, maar van Rotterdam. Tot mijn verbazing is hij inmiddels
uitgegroeid tot icoon. Voor sommige mensen in het buitenland is de brug
zelfs symbool voor Nederland. Ik zie hem als een van de laatste objecten
die staan voor het lef en het wederopbouwoptimisme van Rotterdam. En
de meeste Rotterdammers houden van hun brug. Ik ken zelfs een visser
die hem op zijn rug liet tatoeëren. De man vaart elke dag naar zee en
hij vertelde me dat als hij onder de brug doorvaart, die hem als ’t ware
omarmt. Dan weet hij dat hij thuis is. Zo’n verhaal raakt me echt. Zoveel
emotie kan een ontwerp dus oproepen.

28ArchitectuurNL Tekst Peter de Winter Fotografie Martin Wengelaar

26-27-28-29_interviewvanberkel.indd 28 21-01-19 16:00

Gerelateerd