ArchitectuurNL 01 2019 – pag. 39

ArchitectuurNL 01 2019 – pag. 39

Door: | 29-04-2021

Is Nederland internationaal gezien een voorloper op het gebied van
duurzame architectuur?
Nederland was lang toonaangevend als het gaat om woningbouw. In zekere zin zijn we dat nog
steeds, maar niet op alle vlakken. We zijn altijd sterk geweest in ruimtelijke oplossingen. Efficiënt
en innovatief omgaan met de beperkte ruimte, dat kunnen we goed. Maar qua duurzaamheid lopen
we eerder achteraan. Dat geldt ook voor de bouwkwaliteit. Van Scandinavië tot Oost-Europa: er zijn
zoveel landen waar de kwaliteit van uitvoering veel hoger is.’
‘Op ontwerpvlak zijn we nog steeds vooruitstrevend. Mede dankzij de overheidsmaatregelen gaat
het nu ook op het gebied van duurzaamheid de goede kant op – al is in de bouwwereld nog een
flinke inhaalslag nodig. Die koers moeten we aanhouden. Maar de algehele bouwkwaliteit kan
stukken beter. Een rijk en modern land als Nederland is dat aan zijn stand verplicht.

Wat is de rol van architecten in dit proces?
Ik vind dat we ook kritisch naar onszelf moeten kijken. In Nederland worden architecten steeds
vaker aan de kant geschoven na de ontwerpfase. Ik ben ervan overtuigd dat de kwaliteit van
een gebouw veel hoger is als de architect tot het einde betrokken blijft bij het project. Die
kwaliteitscontrole ontbreekt in Nederland. Dat is ook het grote verschil met het buitenland, waar de
architect meer invloed heeft – en uiteraard ook meer verantwoordelijkheid.’
‘Ik zie dat veel collega’s de neiging hebben in te stemmen met de eis om bijvoorbeeld alleen maar
tot het DO te werken, uit angst de opdracht kwijt te raken. Dan wordt de bouw overgenomen en zie
je het toch misgaan.

Wat is jouw belangrijkste advies aan beginnende architecten?
Iedere architect wil natuurlijk vooral aan de slag. Als concurrenten er bijvoorbeeld wél mee
instemmen om alleen het ontwerp te maken, wordt het moeilijker om vast te houden aan je visie.
Werk is werk, dat begrijp ik volledig. Maar op de lange termijn is het toch beter om betrokken
te blijven bij een project tot het gebouw er staat. Dan heb je uiteindelijk ook een tevreden
opdrachtgever die de volgende keer bij je terugkomt.’
‘Dit spanningsveld is vergelijkbaar met het streven naar duurzame gebouwen. Het moet geen
dogma worden. Wijs een project dus niet direct af als het niet superduurzaam is of als je alleen
het ontwerp mag maken. Maar probeer samen met de opdrachtgever te kijken wat er binnen
de geschetste kaders wél mogelijk is. Dat is iets heel anders dan meteen instemmen met een
werkwijze waar je eigenlijk niet achter staat.’
‘We zijn architecten en uiteindelijk willen we gebouwen maken. En voor mij persoonlijk hoort daar
bij dat het gebouw zo duurzaam is als het maar kan. Als iedere architect zijn professie serieus
neemt, kunnen we samen wel degelijk een mentaliteitsverandering realiseren.

6. De hotelkamers in de glazen punt zijn niet geprefabriceerd maar ter plaatse opgebouwd. 7. De
skybar. 8. In de zuidgevel zijn verdiepingshoge Building Integrated PV-panelen aangebracht.

7

8

6

36-37-38-39_biophilicdesign.indd 39 21-01-19 14:44

Gerelateerd