ArchitectuurNL 01 2019 – pag. 44

ArchitectuurNL 01 2019 – pag. 44

Door: | 29-04-2021

‘Het is helemaal niet vanzelfsprekend om meteen na je studie een eigen
bureau te beginnen, ook niet met een of meerdere partners. Je hebt
geen praktische ervaring, geen netwerk en nauwelijks een vastomlijnde
visie op architectuur. Beter is het om eerst een aantal jaar onder een
ervaren architect te werken’, zegt Freyke Hartemink (1975). ‘Dan kun je
zien hoe hoog de lat kan liggen bij een project’, vult Jarrik Ouburg (1975)
aan. Samen met Carsten Hilgendorf (1972) runnen ze het Amsterdamse
bureau HOH Architecten.
Bij de oprichting van HOH (Hartemink Ouburg Hilgendorf) in 2017 hadden
de drie al meer dan tien jaar praktijkervaring. Hartemink: ‘Niet alleen
hebben we inmiddels een goed begrip van wat ontwerpen is, maar vooral
ook van de processen die nodig zijn om dat ontwerp te realiseren. Hoe
neem je de opdrachtgever mee in het ontwerp? Hoe krijg je überhaupt
een opdracht?‘ Daarbij wordt de moderne architect ook steeds meer
gestuurd door kostenraming, technische mogelijkheden en beperkingen,
deadlines en andere complicerende factoren, meent Hilgendorf. ‘Zie dan
nog maar eens tot een bevredigend én aansprekend ontwerp te komen
als jonge architect. Ervaring in deze parameters bij een groot kantoor
maakt de basis van een eigen bureau veel steviger.’ Ouburg verduidelijkt

dit met een voorbeeld: ‘Het is overweldigend als je als jonge architect
worstelt met een ontwerp en dat een ervaren architect dan met drie
corrigerende lijnen jou nieuwe richting geeft. Die nederigheid bij een
leermeester was louterend voor mij. Zie het als een trampoline; om hoog
te kunnen springen, moet je eerst diep veren.’

Ongemakkelijke vragen
Nog een voordeel van een startend kantoor met ervaren partners:
de taakverdeling is van meet af aan helder. Hilgendorf: ‘Ik houd
het praktisch overzicht, of dat nu is met contractopstellingen of de
technische uitvoerbaarheid van een project, bijvoorbeeld constructieve
calculaties maar ook budget- en tijdsplanning. Het maken van maquettes
en computeranimaties laat ik dan weer graag over aan de jongere
medewerkers.’ Ouburg heeft naar eigen zeggen de rol van ‘kritische
beschouwer die de ongemakkelijke vragen stelt’. Hartemink beweegt
zich tussen haar twee collega’s. ‘Jarrik richt zich op het ontwerp, Carsten
richt zich op de uitvoering. Ik kijk meer naar het proces waarin deze beide
aspecten van een ontwerp tot hun recht komen. Ik denk dan ook dat het
beter is om met zijn drieën een bureau te hebben. Dan ben je altijd uit
evenwicht en dat is goed. Ben je het alledríe eens, dan zit je sowieso
goed.’
Hartemink en Hilgendorf werkten elf jaar bij het architectenbureau van
Wiel Arets. Ouburg was jarenlang hoofd van de masteropleiding aan
de Academie van Bouwkunst in Amsterdam en werkt daar nu aan een
onderzoek getiteld ‘Tabula Scripta’. Daarnaast runde hij een eigen bureau,
Office Jarrik Ouburg (OJO). Toen dat in 2016 de opdracht kreeg een
nieuw kantoor te ontwerpen voor een geur- en smaakstoffenfabrikant,
vroeg hij Hartemink en haar collega Hilgendorf erbij. ‘De start van ons
kantoor is dus min of meer een samenloop van omstandigheden.’

1 en 2. Het Institute for Advanced Study van de Universiteit van Amsterdam.
De identieke tweelingpanden uit 1642 zijn door de eeuwen heen vaak
verbouwd. Het nieuwe interieur reageert op de kwaliteiten die per kamer
werden aangetroffen en wat er tijdens het bouwproces ontstond. Het
IAS heeft hierdoor een mix van verschillende stijlen, waarbij elke ruimte
afgestemd is op de nieuwe functie en met een eigen materialiteit, afwerking
en sfeer. Door de kruisbestuiving tussen de verschillende stijlen, gebruikers
en sferen heeft IAS haar eigen identiteit gekregen • Foto’s Jordi Huisman.

3

44ArchitectuurNL

1 2

42-43-44-45-46-47_platform.indd 44 21-01-19 14:44

Gerelateerd