ArchitectuurNL 02 2016 – pag. 36

ArchitectuurNL 02 2016 – pag. 36

Door: | 29-04-2021

Herman Zeinstra (Harlingen, 1937) begon in 1969
een eigen architectenbureau in Tel Aviv. Terug in
Nederland vestigde hij zich in 1975 als zelfstandig
architect in Amsterdam. In 1995 richtte hij samen
met zijn partner Liesbeth van der Pol Atelier Zeinstra
van der Pol op, dat in 2007 overging in DOK
architecten, waar hij samen met Liesbeth van der
Pol aan het hoofd staat. Zeinstra ontving in de loop
der jaren diverse prijzen voor zijn werk, waaronder
de Amsterdamse Zuiderkerkprijs (2005) en de
Oeuvreprijs het Fonds voor beeldende kunsten,
vormgeving en bouwkunst (2009). Naast zijn werk
als architect is hij als gastdocent verbonden aan
diverse universiteiten en academies.

Als jongetje hield architect/beeldend kunstenaar Herman Zeinstra al van
tekenen en aangestoken door een vader die timmerman was, maakte hij
graag dingen. De middelbare school vond hij een verschrikking. Stilzitten
in de schoolbank, dat was niets voor hem. Zijn ouders stuurden hem naar
de ambachtsschool, maar dat bleek net een stapje te laag: timmeren kon
hij al en dom was hij niet. De leerkrachten zagen dat ook en de jonge
Zeinstra zorgde een jaar lang als een soort veredelde conciërge voor het
onderhoud van de school. Al snel had Herman door dat hij niet een leven
lang wilde timmeren en zo belandde hij via de avondschool op de HTS.
Tussen de bedrijven door werkte hij in de bouw. Naast tekenen en dingen
maken, was hij verzot op reizen. Met het HTS-diploma op zak doorkruiste
hij al liftend heel Europa: van de Noordkaap tot Sicilië, moederziel
alleen. Hij werkte in Zweden op een houtzagerij en was er ’s winters
houthakker in de bossen. Na militaire dienst kreeg hij een baan bij een

architectenbureau in Amsterdam. Na twee jaar begon zijn reisbloed
weer te kriebelen en zegde hij zijn baan op. Zijn baas vond zijn ontslag
een slecht idee en bood hem als (reis)alternatief een baan aan in Israël
waar het bureau net een groot werk had aangenomen. Dat was in 1965.
Zeinstra maakte er vrienden waaronder een stedenbouwer en ontdekte
zijn talent als beeldend kunstenaar. Samen met die stedenbouwer
begon hij een eigen bureautje. Alles bij elkaar bleef hij als architect en
kunstenaar ruim een decennium in Israël hangen. Een boeiende leerzame
tijd.

Prachtig verhaal, maar nu even een vraag. Waarom
worden er geen wijken meer ontwikkeld die even mooi
zijn als die uit de jaren dertig van de vorige eeuw?
De vraag is allereerst of je gelijk hebt. Het kan best zijn dat er nu wijken
en huizen gebouwd worden die mensen over honderd jaar prachtig
vinden. Dat lijkt me niet onwaarschijnlijk, want er worden wel degelijk
mooie en goede dingen gemaakt op het ogenblik. Mijn persoonlijke
mening is dat er in de laatste dertig jaar van de vorige eeuw een hoop
tinnef [rommel, red.] gemaakt is omdat er nauwelijks belangstelling was
voor het vak. Je las in geen enkel tijdschrift iets over de filosofie van
de architectuur. Inspraak en bewonersparticipatie kregen wel ruime
aandacht. Niet onbelangrijk, maar architectuur is bouwkunst en gaat dus
over emoties. In mijn optiek moet een architect zijn eigen emoties goed
kunnen interpreteren. Als je aan het ontwerpen bent, hoor je te weten
wat de fysieke elementen in een gebouw zijn die positieve emoties
kunnen oproepen. Dat hadden ze in de jaren dertig waarschijnlijk beter
onder de knie. Er was althans een algemene cultuur waarin dat beter
begrepen werd dan in de jaren zeventig, tachtig en negentig. Jaren

36ArchitectuurNL Tekst Peter de Winter Fotografie Martin Wengelaar

34-35-36-37_interview.indd 36 04-04-16 15:28

Gerelateerd