ArchitectuurNL 02 2018 – pag. 22

ArchitectuurNL 02 2018 – pag. 22

Door: | 29-04-2021

Ruwe winterjas
met zijden voering
Wat een opluchting: dat de dreigende sloop eind jaren tachtig niet is doorgegaan vanwege

internationaal verzet, met architect Herman Hertzberger als aanvoerder van het protest;

dat gebiedsontwikkelaar BPD – de nieuwe bewoner van het voormalig Burgerweeshuis

van Aldo van Eyck – niet heeft gekozen voor een glanzende kantoortoren maar juist de

historische waarde van dit belangrijke gebouw ziet; dat architect architect Wessel de Jonge

het icoon van de naoorlogse architectuur gerenoveerd heeft met respect voor het gebouw,

voor Aldo van Eycks gedachtengoed en voor de nieuwe gebruikers. Het is prachtig gelukt.

Alleen al vanuit de lucht is het voormalig
Burgerweeshuis van architect Aldo van Eyck
subliem van vorm, als een geometrische kashba
van Legoblokken, geïnspireerd op een moskee
in Isfahan. Met twee diagonale lijnen van elk
vier grote concave koepels en daartussenin
kleine koepels. Wie de plattegrond van
binnenuit ervaart, treft onder de 328
aaneengeschakelde dakkoepels 300 kleine,
vier grote eenlaagse en vier grote eenheden
met een verdieping, plus een langwerpig
volume met daarin de entree. Daartussen
gangen, patio’s, pleintjes en binnenplaatsen.
Een stoer gebouw met het dak als constante
en vloeren die variëren, met betonnen dragers
en architraven en repetitieve elementen die op
een individuele manier zijn ingevuld.

Thuis voor kinderen
Voordat hij de opdracht kreeg voor de bouw
van het Burgerweeshuis in 1960 was architect
Aldo van Eyck vooral bekend vanwege zijn vele
speeltuinen, waarvan hij er in Amsterdam alleen
al zevenhonderd had ontworpen. Voor hem
was het Burgerweeshuis een soort ruimtelijk
manifest, een spiegel van zijn gedachtegoed,
waarbij de mens en zijn beleving van de ruimte
centraal staan. Zo zag hij het gebouw als een
veilige schil rond een intieme binnenruimte
waar 118 weeskinderen (en 25 medewerkers)

zich toentertijd veilig en vrij moesten voelen
als in een zachte cocon. Het past bij zijn motto:
’Een kleine wereld in een grote, een grote
wereld in een kleine, een huis als een stad, een
stad als een huis, een thuis voor kinderen’.
De indeling kende geen hiërarchie: je wist niet
wat de hoofdingang was of de voorzijde, omdat
buiten en binnen, architectuur en interieur in de
ogen van Van Eyck gelijkwaardig zijn.

Van sloopobject tot Rijksmonument
Nadat het gebouw, een van de vroegste
voorbeelden van het structuralisme in de
architectuur, tot 1993 dienst deed als weeshuis,
was het Berlage Instituut er gehuisvest tot
1997. Daarna leidde het gebouw jarenlang
een vrij anoniem en onzeker bestaan. Toen de
aangevraagde sloop- en bouwvergunning
werd ingetrokken, werd het weeshuis in 2009
een gemeentelijk monument en kreeg het in
2014 de status van Rijksmonument. In dat jaar
kochten Brouwershoff (nu Zadelhoff) en Nijkerk
Burgerweeshuis bv. het pand en in 2016 kreeg
Wessel de Jonge Architecten, gespecialiseerd
in herbestemming van modern erfgoed, de
opdracht tot renovatie.
Aldo van Eycks gedachtegoed indachtig,
heeft de Wessel de Jonge het voormalig
Burgerweeshuis met grote zorgvuldigheid,
respect en liefde gerenoveerd zonder zijn

stempel op het gebouw te drukken.
Sinds begin dit jaar is 5500 m2 van het
gebouw bevolkt door de nieuwe huurder:
woningontwikkelaar BPD met 150 werknemers.
Ook de bedrijfscollectie van zo’n 1000
hedendaagse kunstwerken, waarin ‘ruimte’ een
rol speelt, ging mee.

Renovatie
Wessel de Jonge, die ooit bouwkunde-
onderwijs van Van Eyck genoot, wilde de
kwaliteiten van het Burgerweeshuis weer
tot leven brengen, zoals de interactie tussen
binnen en buiten, de menselijke maat en de
structuur van de koepels, zo vertelt hij tijdens
een rondleiding door het indrukwekkende
gebouw.
Hij trof het echter in abominabele staat
aan; het lekte en tochtte en de vervallen
buitenkant werd nog eens ontsierd door een
viezige groene coating die op de gevel van
schoonbeton was aangebracht om reparaties te
verhullen. Deze wordt millimeter voor millimeter
verwijderd, zodat het rauwe beton weer
tevoorschijn komt. Een megaklus die in de loop
van de komende tijd wordt afgemaakt.
‘Als architect streef je er doorgaans naar om
schitterende eindproducten op te leveren, maar
in dit geval kozen we voor geduld. Het dak en
het beton komen over een jaar of tien wel.’ Hij

RENOVATIE

22ArchitectuurNL

22-23-24_burgerweeshuis.indd 22 29-03-18 11:00

Gerelateerd