ArchitectuurNL 02 2018 – pag. 28

ArchitectuurNL 02 2018 – pag. 28

Door: | 29-04-2021

De weg die Jacco van Wengerden bewandelde richting architectuur, liep
via de MTS en HTS richting Australië waar hij in vier jaar het vak in de
praktijk leerde doorgronden. Terug in Nederland werkte hij ruim vier jaar
voor Ben van Berkel in Amsterdam en zes jaar voor Arjen Hoogeveen,
waarna hij vertrok naar VMX waar hij Gijs Baks tegen het lijf liep. Ze
begonnen in 2008 bureau Baks van Wengerden en net toen dat een feit
was begon de crisis. Noodgedwongen waren ze dus aangewezen op
particuliere opdrachtgevers die onafhankelijk van investeerders konden
werken. Hun overlevingsstrategie bestond uit het strikken van zoveel
mogelijk particulieren. Met succes. Ze hadden het geluk opdrachtgevers
aan zich te binden met de ambitie om in gezamenlijkheid iets moois te
maken. Ze ontwierpen zo een aardig oeuvre bij elkaar, maar het was zeker
geen makkelijke tijd. Inmiddels zijn de heren al vijf jaar uit elkaar omdat hun
ontwerpambities te veel verschilden. Atelier Van Wengerden telt vier man.

Wat is er typisch Van Wengerden aan het portfolio?
Wat ik belangrijk vind aan mijn architectuur is dat het een grote mate
van verfijning heeft in materialisering en detaillering. Daarnaast moet die
verfijning ook tot uitdrukking komen in gelaagdheid op verschillende
schaalniveaus. Maar het belangrijkste is dat het ontwerp herkenbaar
is en tegelijkertijd ook een verrassingseffect heeft. Een huisje als dat
van mevrouw Rebel in Almere (Rebel House, red.) dat ik destijds samen
met Gijs Baks ontwierp, is wat mij betreft een representatief voor mijn
architectuuropvatting.

Waar sta je over tien jaar?
Da’s typisch zo’n vraag waar ik geen antwoord op weet. Maar ik zou wel
graag op grotere schaal projecten doen en dat lijkt te lukken. Zo won ik
samen met het CPO Sciencepark de selectie voor zestien appartementen
met parkeerplaatsen en gezamenlijke ruimten op een zelfbouwkavel in
Amsterdam-Oost. De kavel was lastig omdat hij aan een dijk ligt waardoor
je aan een berg randvoorwaarden van het Waterschap moet voldoen.
Daarnaast ligt het gebouw aan een toegangsweg naar de Amsterdamse
ringweg met alle geluidbelasting van dien. Daar komt dan nog eens
bij dat het kavel tussen andere, veel hogere gebouwen ligt wat de
daglichttoetreding lastig maakt. Ook moest het ontwerp zo duurzaam
en energiezuinig mogelijk zijn. Een knap ingewikkelde vraagstuk dat
is opgelost met een uitkraging aan de kant van de dijk waarop je niet
mag bouwen. Een tweede uitkraging aan de straatzijde zorgt voor een
buitenruimte die een royale toegang oplevert tot het gebouw. Dergelijke
ingewikkelde puzzels wil ik de komende jaren graag vaker oplossen.

Lig je ’s nachts wel eens ergens wakker van?
Ik kan soms wakker liggen van de vakinhoudelijke puzzels die in mijn
hoofd ontstaan tijdens de zoektocht naar mogelijke oplossingen. En
als zich dan onverwacht een goed idee aandient, spring ik uit mijn bed
om het idee op papier te zetten. Da’s geen verloren tijd, maar hoort bij
intensief met je vak bezig zijn.

Kan je een voorbeeld geven?
Momenteel zijn we bezig met een villa in Den Haag; het JK House. Ik heb
enorm zitten prakkiseren over het materiaal waarmee ik de gevel van het
gebouw wilde bekleden. De villa ligt op een leeg stuk terrein middenin een
bouwblok met jaren dertig woningen opgetrokken uit baksteen. Op de plek
van de villa stond oorspronkelijk een tuincentrum en om die link naar het
verleden op een subtiele manier gestalte te geven, kwam ik uiteindelijk uit

op cortenstalen persroosters met een open structuur. Het is de bedoeling
dat er klimop tegenop gaat groeien die het staal deels aan het oog
onttrekt en zo een mooi gedoseerd kleurenpalet oplevert. Zo’n oplossing
bedenken, betekent puzzelen en dat houdt me soms dus wakker.

Pieker je wel eens over de stand van het vak?
Zelden, maar dat wil niet zeggen dat ik niet geëngageerd ben. Het is me
beslist niet ontgaan dat er tijdens de crisis meer oog was voor de toepassing
van slimme bouwmethodes en alternatieve materiaaltoepassingen om
bouwen toch mogelijk te maken. En ik zie ook dat nu de economie weer
aantrekt, er weer veel neergezet wordt uitsluitend om geld te verdienen.
Een zorgelijke ontwikkeling omdat een gebouw de context bepaald
voor de komende twintig, vijftig of honderd jaar. Om met zo’n gebouw
waarde aan de bestaande context toe te voegen, is meer gelaagdheid in
het architectonische programma nodig dan enkel een financiële prikkel.
Gelukkig zijn er ook ontwikkelaars die wel oog hebben voor goede
architectuur en uit die hoek ontvang ik het liefst mijn opdrachten.

In een wijk als Zeeburg staan uitsluitend grote dure
woningen. Wat vind je van die ontwikkeling?
Dat is een kwalijke zaak omdat er alleen plaats is voor veertigers en
vijftigers die ruim voor de crisis een woning kochten en nu dus over
voldoende geld beschikken om op Zeeburg iets nieuws te kopen. De
jongere generatie heeft door de huidige maatschappelijke ontwikkeling het
nakijken: banken doen moeilijk over leningen en de context qua werken
verandert omdat er steeds minder vaste contracten worden vergeven.
Deze ontwikkelingen leiden tot een demografische verschraling van zo’n
wijk omdat de aanstormende generatie met beperktere financiële middelen
ontbreekt. Die tendens zie je overigens ook in een wijk als Amstelkwartier.
De gemeente vraagt er gigantische kavelprijzen waardoor er een veel te
eenzijdige bevolkingssamenstelling ontstaat.

Kan je een wijk als Zeeburg niet opzetten als een
tuindorp uit de jaren dertig?
Dat probleem speelt al decennialang omdat wijken uitsluitend op het
programma wonen worden ontwikkeld. Je kunt nergens terecht voor
vermaak, een kop koffie of een broodje of een werkplek. Daarvoor moet
je richting centrum en dat is al zo druk. Wat je dus zou moeten doen, is
satellieten rond het centrum ontwikkelen waar je wonen, werken, horeca
en recreëren op een eigentijdse manier combineert. Waarom dat niet lukt?
Ik denk dat de meeste ontwikkelaars het financiële risico te groot vinden.

Jacqueline Tellinga noemde in het vorige interview het
Rebel House een intensieve opgave, klopt dat?
Zeker. De moeilijkheid van een kleine woning ontwerpen, zit in een
aantal factoren. Een daarvan is het budget dat vaak beperkt is, terwijl het
woonprogramma wat functies betreft gelijk blijft. Je zult die functies voor
minder geld op een beperkter oppervlak toch moeten realiseren zonder de
eigenheid en de ruimtelijke kwaliteit van het ontwerp uit het oog te verliezen.

Hoe denk je over ‘de kleine’ bouwopgave?
Hoewel het voor een architect ondoenlijk is alleen met die bouwopgave
bezig te zijn, vind ik het toch ontzettend leuk om te doen. Daar wil ik
wel bij aantekenen dat als er een opdrachtgever naar me toekomt
die een klein huis voor weinig geld wil neerzetten, ik hem verwijs ik
naar cataloguswoningen. Maar als er iemand komt die mijn werk kan

28ArchitectuurNL Tekst Peter de Winter Fotografie Martin Wengelaar

26-27-28-29_interview.indd 28 29-03-18 11:20

Gerelateerd