ArchitectuurNL 02 2018 – pag. 29

ArchitectuurNL 02 2018 – pag. 29

Door: | 29-04-2021

Architect Jacco van Wengerden (1970) volgde
opleidingen aan de MTS, het HTI Amsterdam
en de Hogeschool Utrecht. Bij het Bureau
Architectenregister deed hij het Architectenexamen.
Hij werkte eerst in Australië en daarna tot 2008 bij
diverse architectenbureaus in Nederland, o.a. bij
UN Studio, Arjen Hoogeveen, VMX Architects en
Max van Aerschot. In januari 2008 begon hij samen
met Gijs Baks bureau Baks van Wengerden. De
samenwerking eindigde in december 2013 en in
januari 2014 startte hij Atelier Van Wengerden. Het
bureau is gevestigd in Amsterdam.

waarderen en vanuit liefde en passie voor architectuur iets moois wil
maken, kan er een dialoog ontstaan op basis waarvan we met een relatief
beperkt budget toch tot iets bijzonders en kleins kunnen komen. Zonder
die mindset lukt het beslist niet.
Als je met weinig geld toch iets bijzonders wil maken, is een goed netwerk
van vakmensen die je passie voor schoonheid delen onmisbaar. Het
bijzondere aan mensen die hun vak verstaan, is dat ze met je kunnen
meedenken over de materialisatie en detaillering van je ontwerp. Ik heb in
de loop der jaren een netwerk opgebouwd van meubelmakers, aannemers,
timmerlieden en metaalbewerkers die me helpen bij het fysiek maken van
mijn ontwerp. Werken vanuit die wisselwerking resulteert in oplossingen
die je zelf als architect niet zo snel zult bedenken. Zo bestaat de gevel
van het Rebel House (72 m2, red.) uit aluminium platen, een industrieel
product dat budgettair goed paste. Samen met de vakmensen uit mijn
netwerk kreeg ik het voor elkaar een subtiele schil zonder lekdorpels en
daktrimmen te realiseren en daar is het mij als architect om te doen.

Tellinga geeft het liefst zelfbouwers voorrang bij de
verdeling van de ontwikkelrechten. Goed idee?
Dat is maar de vraag. Het Homeruskwartier in Almere is opgezet met die
gedachte in het achterhoofd. Om het eentonige beeld van rijtjeshuizen
van projectontwikkelaars te doorbreken, werd de wijk welstandvrij. Er
moest een diversiteit aan stijlen, woonoppervlak en materiaalgebruik
komen. Wie er nu rondloopt, kan zien dat het experiment niet gelukt
is. Als het erop aankomt, kiezen mensen namelijk toch voor veilige
materialen als keramische dakpannen, houten kozijnen en metselwerk. Ik
vind het streven op zich goed, maar de gewenste variatie krijg je zonder
sturing nooit voor elkaar. Begrijp me niet verkeerd. Ik heb niets tegen
zelfbouw zolang er maar supervisie is van een architect of van welstand.

Waar komt bij ontwikkelaars toch het idee vandaan
dat alleen grote woningen deugen?
Dat is volgens mij de algemene tendens van meer, meer en meer die
de afgelopen decennia opgeld deed, maar daar gaat het niet om. Als
mensen hun kleine appartement in de steeds drukkere binnenstad willen
ontvluchten omdat ze een gezin willen stichten, begrijp ik dat ze meer
licht en ruimte willen. Tegelijkertijd willen anderen vlak bij de binnenstad

wonen, maar kunnen ze niks vinden. Als je beter nadenkt over wat
nodig is voor een bepaalde plek bij de stad en zorgt voor een goede
mix van kleine, middelgrote en grote woningen en je vergeet niet de
landschappelijke kwaliteit mee te nemen in het ontwerp, dan voorkom
je eerder genoemde demografische verschraling en kom je tot leefbare
wijken die zijn afgestemd op waar werkelijk behoefte aan is. Dat vraagt
wel een heel andere benadering dan maar raak bouwen omdat wat je
ook neerzet toch wel geld in het laatje brengen.

Tot slot: wie van de oudere generatie wil je dat ik ga
interviewen en waarover moet ons gesprek gaan?
Ik stuur je naar autodidact/kunstenaar David Veldhoen. Zijn werk bevindt
zich op het snijvlak van kunst en architectuur. Je moet je met hem
maar eens buigen over de vraag waar kunstenaarschap ophoudt en
architectuur begint en omgekeerd.

29 ArchitectuurNL

26-27-28-29_interview.indd 29 29-03-18 11:21

Gerelateerd